Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Afgoden feesten
Let No Pagan Judge You - Part 1 of 2 - By Michael Rood
Let No Pagan Judge You - 
Part 2 of 2 - By Michael Rood

The Mystery of Solomon's Laver - 
Ep. 1 - By Michael Rood
The Mystery of Solomon's Laver - Ep. 2 - By Michael Rood
The Mystery of Solomon's Laver - Ep. 3 - By Michael Rood
The Mystery of Solomon's Laver - Ep. 4 - By Michael Rood

Amazing Discoveries (Walter Veith heeft zeer veel bijbelstudies: vb.)
Walter Veith (1)
Just Another Man? / Total Onslaught
Walter Veith (2) Where Jesus Walked / Total Onslaught
Walter Veith (3) An Advocate For Our Time / Total Onslaught
Walter Veith (4) The Mists of Time / Total Onslaught
Walter Veith (5) The Man Behind the Mask / Total Onslaught
Walter Veith (6) The Revelation of Jesus Christ / Total Onslaught
Walter Veith (7) Seven Churches / Total Onslaught
Walter Veith (8)
Seven Seals / Total Onslaught
Walter Veith (9)
When Trumpets Sound / Total Onslaught
Walter Veith (10)
The Beast From the Bottomless Pit /Total Onslaught
Walter Veith (11)
The Secret Behind Secret Societies /Total Onslaught
Walter Veith (12)
Hidden Agendas /Total Onslaught
Walter Veith (13)
Battle of the Bibles /Total Onslaught
Walter Veith (14A)
Changing the Word /Total Onslaught
Walter Veith (14B)
Changing the Word /Total Onslaught
Walter Veith - (15)
Revolutions, Tyrants & Wars / Total Onslaught
Walter Veith - (16)
The Islamic Connection / Total Onslaught
Walter Veith - (17) The Crime of All Ages / Total Onslaught
Walter Veith - (18)
Two Beasts Become Friends / Total Onslaught
Walter Veith - (19)
The Wine of Babylon / Total Onslaught
Walter Veith - (20)
A Woman Rides the Beast / Total Onslaught
Walter Veith - (21)
A New World Order / Total Onslaught
Walter Veith - (22)
The Mystic Realm of Death / Total Onslaught
Walter Veith - (23)
The New Age Agenda / Total Onslaught
Walter Veith -{24)
That All May Be One / Total Onslaught
Walter Veith - (25)
Strange Fire / Total Onslaught
Walter Veith - (26)
The UN & the Occult Agenda / Total Onslaught
Walter Veith - (27)
Battle of the Giants / Total Onslaught
Walter Veith -(28)
A Stone to Rest Your Head / Total Onslaught
WalterVeith - (29)
God's Guiding Gift / Total Onslaught
Walter Veith -(30)
Earth's Final Warning / Total Onslaught
Walter Veith - (33) Signs & Wonders / Total Onslaught 1/6
201 -
Just Another Man? / Total Onslaught - Walter Veith
211 -
The Secret Behind Secret Societies / Total Onslaught - Walter Veith
212 -
Hidden Agendas / Total Onslaught - Walter Veith
901 - Testimony - Walter Veith
Dr.Walter Veith - My Duty



 







Sunburned - Part 1
Sunburned - Part 2

 


ISLAM will Collapse in 10 Years : Ex-Muslim

 







Genesis 35

Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;
En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, dien ik gewandeld heb.
 
Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.

 

Exodus 20

 
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld, noch (niet) enige gelijkenis makenvan hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
 
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
 
En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.

 

Jesaja 1
13 
Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.
14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat (verfoeit) Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.

Ezechiël 22

26 Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoeverbergen zij hun ogen van Mijn sabbattenja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.


 

Deuteronomium 18

20 Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.

 

Exodus 23

13 In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!

 

2 Koningen 17

13 Als nu de HEERE tegen Israël en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb;

 

Leviticus 26

Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
30 En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
31 En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken. 

1 Korinthiërs 10

19 Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan?
20 Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen.
21 U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.

Jeremia 10
14 Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.

 

Jeremia 2
26 Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israëls beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
27 Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
28 Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; wantnaar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
29 Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.


Romeinen 1

 
18 Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. (verborgen houden) 
 
19 Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard. 'De mensen die Yeshua aangenomen hebben die opent YHVH de ogen om de verborgen geheimen wel duidelijk te maken, waaronder de dingen die bijvoorbeeld de illuminatie doet en de afgoderij enz.. en ook Gods geheimen.'
20 Want Zijn onzienlijke dingen (YHVH zijn geheimen) worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.
21 Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; (Ze hebben YHVH verstoten) maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden;
22 Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;
23 En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken (goede) Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten. (Afgoden dienen)
25 Als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd (Satan en zijn demonen en de afvalligen engelen) en gediend hebben boven den Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid, amen.
 
Deuteronomium 4
 
16 Opdat gij u niet verderft, en maakt u iets gesnedens, de gelijkenis van enig beeld, de gedaante van man of vrouw,
 
17 De gedaante van enig beest, dat op de aarde is; de gedaante van enigen gevleugelden vogel, die door den hemel vliegt;
 
18 De gedaante van iets, dat op den aardbodem kruipt; de gedaante van enigen vis, die in het water is onder de aarde;
 
19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
 
20 Maar ulieden heeft de HEERE aangenomen, en uit den ijzeroven, uit Egypte, uitgevoerd; opdat gij Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te dezen dage is.
 
23 Wacht u, dat gij het verbond des HEEREN, uws Gods, hetwelk Hij met u gemaakt heeft, niet vergeet, dat gij u een gesneden beeld zoudt maken, de gelijkenis van iets, dat de HEERE, uw God, u verboden heeft.
 
25 Wanneer gij nu kinderen en kindskinderen gewonnen zult hebben, en in het land oud geworden zult zijn, en u zult verderven, dat gij gesneden beelden maakt, de gelijkenis van enig ding, en doet, wat kwaad is in de ogen des HEEREN, uws Gods, om Hem tot toorn te verwekken;
28 En aldaar zult gij goden dienen, die des mensen handenwerk zijn, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch rieken.

 

Jeremía 16

 
19 O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
20 Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.
 
21 Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.

 

Jesaja 28

15 Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

1 Makkabeeën 4 (25 december: Yeshua is het licht en dit is de heidense manier)

 52 Op de vijfentwintigste van de negende maand, te weten de maand kislew, van het jaar 148 
 53 stonden ze in alle vroegte op en brachten volgens voorschrift een offer op het nieuwe brandofferaltaar. 
 54 Op dezelfde dag en op hetzelfde uur dat vreemde volken het altaar hadden ontwijd, werd het nieuwe altaar ingewijd, terwijl er liederen en muziek van citers, harpen en cimbalen ten gehore werden gebracht.
 55 Het hele volk knielde neer en boog diep voorover om de hemel, die hen geholpen had, te loven.
 56 Acht dagen lang vierden ze de inwijding van het altaar en brachten ze vol vreugde brandoffers, vredeoffers en dankoffers.
 57 Ze versierden de voorkant van de tempel met gouden kransen en met schildjes. Ze vernieuwden de poorten en de priestervertrekken en voorzagen ze van deuren.
 58 Er heerste grote vreugde onder het volk omdat de smaad die ze van de vreemde volken ondervonden hadden, was afgewend.
 59 Judas bepaalde samen met zijn broers en de hele volksvergadering dat het feest van de altaarinwijding jaarlijks acht dagen met blijdschap en vreugde gevierd zou worden, te beginnen op 25 kislew.
 60 In die tijd bouwden ze ook een hoge muur om de Sion, met versterkte torens, zodat andere volken het heiligdom niet nog eens binnen zouden kunnen vallen.
 61 Judas legerde er een garnizoen om de berg te bewaken en hij versterkte Bet-Sur, zodat het volk een vesting had aan de grens met Idumea.
 

Geen van deze zogenaamde feesten zijn feesten van YHVH

Het zijn er zoveel dat ik ze niet eens allemaal hier beschreven heb. Dit hieronder zijn de zogenaamde Christelijke feesten die ik online vondt.
Het zijn er zoveel en dan ben ik nog niets eens op zoek gegaan naar andere geloven.

Allerheiligen

Allerzielen
Aswoensdag
Biddag voor Gewas en Arbeid
Carnaval
Dankdag voor Gewas en Arbeid
De gedaanteverandering van Jezus
Driekoningen
Eerste zondag van de Advent
Goede Vrijdag
Halloween
Hemelvaartsdag
Kerstmis
Kruisverheffing
Maria Boodschap
Maria Geboorte
Maria Onbevlekte Ontvangenis
Maria Tenhemelopneming
Mesk'el
Orthodox Maria Tenhemelopneming
Palmzondag
Presentatie van Christus in de Tempel / Maria Lichtmis
Pinksteren
Reformatiedag
Sinterklaas
Sint Jansfeest
Stille Zaterdag
Valentijnsdag
Witte Donderdag
Sacramentsdag, Corpus Christi

Jehovah's Witnesses History Exposed
The Watchtower does NOT want you to see this video - The name Jehovah is FALSE! - jw.org
Jehovah's
Witnesses cult exposed
Mormons & Their Secret Temple Rites Exposed
Mormon Temple:
FILMED W/ HIDDEN CAMERA
The Untold Story of the Death of Joseph Smith



 

Christmas UnveiledWhat God Says!

(Dit is hoe een voorganger zijn woord zou moeten brengen)

23-12-2012.
Ik had vandaag met een voorganger een onenigheidje over Jeremia 10 en de kerstboom in de kerk
Wie is hier nu fout bezig. Is de standaard van de kerk veranderd in de afgelopen jaren, want dan heb ik dat gemist.
Vooral een pinkster gemeente was daar juist niet mee bezig. Komt nu niet het Woord 2 Petrus 2 en Lukas 11:52 en 
2 Timo 4:1-5 uit?

Lukas 11.
52 Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
Dit is mij nu overkomen op 23 december 2012.

2 Petrus 2: 
De dwaalleraars
En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven brengende;
En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.
En zij zullen door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en hun verderf sluimert niet.
Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;
En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;
En de steden van Sódoma en Gomórra tot as verbrandende met omkering veroordeeld heeft, en tot gezet dengenen, die goddelooslijk zouden leven;
 
En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen, daaruit verlost heeft;
(Want deze rechtvaardige man, wonende onder hen, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en horen van hun ongerechtige werken);
Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden;
10 Maar allermeest degenen, die het vlees in onreine begeerlijkheid wandelen, en de heerschappij verachten; die stout zijn, zichzelven behagen, en die de heerlijkheden niet schromen te lasteren;
11 Daar de engelen in sterkte en kracht meerder zijnde, geen lasterlijk oordeel tegen hen voor den Heere voortbrengen.
12 Maar deze, als onredelijke dieren, die de natuur volgen, en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, dewijl zij lasteren, hetgeen zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden;
13 En zullen verkrijgen het loon der ongerechtigheid, als die de dagelijkse weelde hun vermaak achten, zijnde vlekken en smetten, en zijn weelderig in hun bedriegerijen, als zij in de maaltijden met u zijn;
14 Hebbende de ogen vol overspel, en die niet ophouden van zondigen; verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking;
15 Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaäm, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;
16 Maar hij heeft de bestraffing zijner ongerechtigheid gehad; want het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd.
17 Deze zijn waterloze fonteinen, wolken van een draaiwind gedreven, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt.
18 Want zij, zeer opgeblazene ijdelheid sprekende, verlokken, door de begeerlijkheden des vleses en door ontuchtigheden, degenen, die waarlijk ontvloden waren van degenen, die in dwaling wandelen;
19 Belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid; want van wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienstknecht gemaakt.
20 Want indien zij, nadat zij door de kennis van den Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste.
21 Want het ware hun beter, dat zij den weg der gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, dien gekend hebbende,weder afkeren van het heilige gebod, dat hun overgegeven was.
22 Maar hun is overkomen, hetgeen met een waar spreekwoord gezegd wordt: De hond is wedergekeerd tot zijn eigen uitbraaksel; en de gewassen zeug tot de wenteling in het slijk.

 

2 Timoteüs 4

Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:
 
Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.
Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;
 
En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. (Verzinsels van mensen)
Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.

 

Galaten 1

Paulus' verdediging van zijn apostelambt
Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie;
Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.
 
Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
 
Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.
10 Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus.
 
11 Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens.
 
12 Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.
13 Want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte;
 
14 En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen.
 
15 Maar wanneer het God behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,
16 Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed;
17 En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die vóór mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabië, en keerde wederom naar Damaskus.
18 Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.
19 En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren (YHVH).
20 Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!
21 Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrië en van Cilícië.
22 En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judéa, die in Christus zijn.
23 Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte.
24 En zij verheerlijkten God in mij.


Jeremia 10: Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

Occult Holidays Revealed
(Hij is een ex satanist die christen is geworden, dus nog steeds opletten op occulte tekens die gezien worden als voorbeeld.
Hij is nog steeds in het zwart gekleed, dus dat klopt niet helemaal naar mijn idee)

What Is the Origin of the Nicolaitans (Revelation 2:6, 15)?
Related
The Seven Churches: Ephesus
The Plain Truth About Christmas
Nicolaitanism Today
Nicolaitan means "a follower of Nicolas." It comes from two Greek words, nikos and laos. Nikos means "conqueror" or "destroyer," and laos means "people." The original Nicolas was a conqueror or destroyer of the people!

Some people believe that the original Nicolas was Nimrod—the original archrebel, who conquered the people and founded a man-made civilization within two centuries after the Flood (Genesis 10:8-12)! While he was alive, Nimrod put himself in the place of God, or as the biblical text puts it, "he was a mighty hunter before the LORD" (verse 9). When he died, his admirers continued to worship him as a divine hero. They called him "Baal," a name found throughout the Old Testament, meaning "master" or "lord."

Nimrod also had other names. One, commonly used throughout Asia Minor, was "Santa" (see Lempriere's Classical Dictionary.) "Santa Claus" is but a shortened form of "Santa Nicholas" or "Saint Nicholas." Many unknowingly honor this Nicholas even in our day by by observing customs associated with December 25. Christmas originally was the Saturnalia or birthday of Nimrod. Of course, these customs handed down from ancient paganism have been renamed and made to appear innocent and good!

Others think that the Nicolas mentioned in Revelation 2 is the man called "Nicolas, a proselyte from Antioch," ordained a deacon early in the church's history in Acts 6:1-6. Writings of the time say he later came to follow Gnostic teachings and became an ascetic, and many followed his new doctrine. For further information on this Nicolas and his affect on the church, please see Nicolaitanism Today.

Jesaja 57

Die hittig zijt in de eikenbossen, onder allen groenen boom; slachtende de kinderen aan de beken, onder de hoeken der steenrotsen.

 


Jeremía 10 (Beschrijving van een kerstboom (Jeremia 10:3-6)

De afgoden en de HEERE 
Hoort het woord, dat de HEERE (YHWH) tot ulieden spreekt, o huis Israëls!
Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.
Want de inzettingen der volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van des werkmeesters handen met de bijl.
Men pronkt het op met zilver en met goud; zij hechten ze met nagelen en met hameren, opdat het niet waggele.
Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook zo is er geen goeddoen bij hen.


 Ezechiel 6
13 Dan zult gij weten, dat Ik de HEERE (YHWH) ben, als hun verslagenen in het midden hunner drekgoden rondom hun altaren wezen zullen op alle hoge heuvelen, op alle toppen der bergen, en onder allen groenen boom, en onder alle dichte eiken, de plaats, alwaar zij al hun drekgoden liefelijken reuk maakten.

Ezechiel 6:13 (KJV)
Then shall ye know that I am the LORD, when their slain men shall be among their idols round about their altars, upon every high hill, in all the tops of the mountains, and under every green tree, and under every thick oak, the place where they did offer sweet savour to all their idols.



Jeremía 10

    6 
Omdat niemand U gelijk is, o HEERE (YHWH)! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.
Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.
In één ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.
10 Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen.
11 (Aldus zult gijlieden tot hen zeggen: De goden, die den hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde, en van onder dezen hemel.)
12 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.
13 Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren. 
14 Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.
15 IJdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.
16 Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israël is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.

Zie ook bij: Deuteronomium 12:12, 1 Koningen 14:23, 2 Koningen 16:4, 2 Koningen 17:10, 2 Kronieken 28:4, 2 Kronieken 28:4, Jer 3:6-13, Jer 2:20, Ezechiel 6:13


Christmas articles:

'Tis the Season: Help for Our Young People
As another Christmas season approaches, many in God's church dread having to endure it. Have you ever wondered how our children feel about it? What can we do to help them, not only to get through it, but also to understand why God's way is so much better?

Celebrating a Lie
...Now, let us turn to the Scripture where God tells us to celebrate His Son's birth: —. Yes, that is correct. No place in either Testament tells us to honor our Savior by having a birthday bash for Him each year. Strangely enough, Jesus Himself tells us to remember, not His birth, but His death (Luke 21:14-20; I Corinthians 11:23-26)! Certainly, it is important that He was born, but the fact that He died—and how and why He died--has farther-reaching, more eternal consequences! ...

Christmas, Syncretism, and Presumption
Many think keeping Christmas is fine because it honors Christ, yet God never tells us to celebrate the day of His Son's birth. John Ritenbaugh explains that it is presumptuous on many Christians' parts to believe that such a syncretized holiday could please God.

Cogitations on Christmas
Three brief essays, two by Richard Ritenbaugh and one by David Grabbe, contemplate the contradictions in Christmas, the modern debate over Christmas in an increasingly secular society, and the Christmas season as a time true Christians can make a godly witness.

Does Paul Condemn Observing God's Holy Days?
Galatians 4:9-10 is a favorite target of those who claim Christians no longer need to observe God's holy days. Is that really what Paul said? Earl Henn shows that he meant something entirely different!

Insinuating the Savior Into Paganism
In Dr. M. Scott Peck's disturbing book, People of the Lie, he tells the story of Bobby, a young man clearly suffering from depression. ...

Pagan Holidays
Though the holidays of this world in some ways counterfeit God's holy days, it is obvious that they are very different. God's Word shows that we should not be involved in them!

Presumption and Divine Justice
Over the past few generations, orthodoxy in virtually every aspect of life has been discarded, indicating how perverse human nature is in its determination to rebel against God. John Ritenbaugh uses several examples from real life to illustrate human presumption, a tendency which we all share—and one God takes a serious stance against.

So You Plan to Keep Christmas Now?
Mike Ford takes a few stabs at Christmas trees, lights and Barbie dolls—all, believe it or not, traceable to pagan customs!

Spirit and Truth
...Masterfully written by Joe Kovacs, "Christmas in America becomes battleground" reveals the pagan origins of this esteemed tradition and demonstrates why increasing numbers of "fundamentalist Christians" are realizing that one cannot "put Christ" back into something in which He never was. ...

Syncretismas!
Christmas is a very blatant form of syncretism, the melding of religious ideas and practices into one. Martin Collins explains some of the origins of Christmas and why these facts should cause us to reject this holiday.

The Birth of Jesus Christ (Part One): Annunciation
We rarely think about the birth of Jesus except during the Christmas season, when it is abused by traditional notions found nowhere in Scripture. To remedy this, Richard Ritenbaugh delves into the Gospel accounts of the annunciation of His coming to Mary and Joseph.

The Birth of Jesus Christ (Part Two): Nativity
When the Son of God was born into the world, one of the greatest events of all history occurred. Richard Ritenbaugh describes the birth of Jesus and the angel's announcement to the 'shepherds abiding in the fields,' perhaps the first preaching of the gospel to mankind.

The Plain Truth About Christmas
Where did we get Christmas—from the Bible, or paganism? Here are the astonishing facts which may shock you! Test yourself. How much do you know of the origin of the Christmas tree—of "Santa Claus"—of the mistletoe—of the holly wreath—of the custom of exchanging gifts?

When Was Jesus Born?
The world claims Jesus was born December 25. But when was he really born? John Reid explains.

Who Were the Wise Men?
Mentioned on in Matthew 2, the wise men or magi have been mysterious figures since their appearance two thousand years ago. Their visit to Bethlehem was more significant than most realize.



Read more: http://www.sabbath.org/index.cfm/fuseaction/Library.sa/subj/christmas/christmas-articles.htm#ixzz2ONsYMd42


Nicolaitanism Today
by Richard T. Ritenbaugh
Forerunner, "Prophecy Watch," January 2001
Related
What Is the Origin of the Nicolaitans (Revelation 2:6, 15)?
Have the Ten Commandments Passed Away?
Whatever Happened to Gnosticism? Part One: False Knowledge
The Plain Truth About Christmas
Whatever Happened to Gnosticism? Part Two: Defining Gnosticism
Deceptions of the End Time
The Christmas season has passed—thankfully—for another year. The colorful, twinkling lights have come down, dying evergreens grace the curbs awaiting trash collection, lines at stores have dwindled to manageable size, and the cheerful, too-sweet tunes of the season no longer clog the airwaves. People have quit the annoying "Merry Christmas!" sendoff, the Salvation Army's bell ringers have gone on to quieter things, and Rudolph, the elves and jolly Saint Nick have disappeared from sight.

Is it not ironic that "Christians" celebrate Christmas? Christians are by name followers of Christ, and He says nothing in His Word about memorializing His birth year after year. The Bible is quite clear that the day of one's death is more important (Ecclesiastes 7:1), and certainly, Christ's death is particularly more important for our salvation and the fulfillment of God's plan than His birth (Romans 5:6-21). So how did Christians come to believe that God approves of them celebrating Christmas?

The answer is not as simple as one might think. It involves a minor controversy within today's scattered church of God: Who are the Nicolaitans? Believe it or not, the Nicolaitans are in part responsible for "Christianity's" acceptance of Christmas, Easter, Halloween and other unbiblical practices. More importantly, Nicolaitanism, representative of a much broader philosophy, can be blamed for the organized and systematic removal of God's law as a central pillar of the Christian way of life. These things happened because of an attitude, an approach to the truth, found in the Nicolaitan heresy.

Interestingly, Jesus mentions Nicolaitanism in a few of His letters to the seven churches in Revelation 2. This fact brings in a prophetic angle—that is, it makes Nicolaitanism not only a historical movement but also a current and future trend within the church of God. Knowing what Nicolaitanism is and how it works may be important to our spiritual survival!

The Controversy

Although prior studies on this phenomenon had been done, the church's interest in Nicolaitanism coincided with the breakup and scattering of the church in the early 1990s. Papers on the subject, often linked with ideas about the heresy of Balaam, circulated from hand to hand and across the Internet. One can even argue that these papers' definitions of Nicolaitanism spurred and intensified the scattering of the brethren.

In the main, these papers defined Nicolaitanism as the belief and practice of hierarchical government, the scapegoat for all the church's problems, with an emphasis on tithing and using a paid ministry. This definition derives from the meaning of the word Nicolaos in Greek: "conqueror of the people" (Balaam in Hebrew has a similar meaning). The authors of these papers on Nicolaitanism assumed that, since God names things what they are, the title "Nicolaitan" must therefore refer to a practice of abusive and dictatorial government and administration, which they assumed to be hierarchy. This assumption is based entirely on the authors' emotional reactions to their circumstances at the time—not upon biblical or even logical reasoning.

First, Nicolaos may have nothing to do with Nicolaitan doctrine. Not every name in the Bible is significant spiritually. For instance, Luke means "white," and any spiritual connotation it has to him or his work is pure conjecture. Many biblical names are simple common names within the culture and time in which the person lived.

Second, the meaning of Nicolaos is not necessarily negative. Although its natural connotation is "one who conquers the people," it can have a positive, possessive sense: "the people's conqueror," that is, a champion of the people, one who fights for the people's best interests. It may refer to a tyrant or despot, but it can just as easily speak of a popular hero.

Third, the name has a military association, not a governmental one. It primarily suggests conquering by might and strategy on the field of battle. Granted, such conquerors usually also governed as kings or emperors, but ruling is a separate activity from conquering, occurring as its consequence.

Fourth, this means that Nicolaos nowhere suggests any form of government. Those who believe the word to refer to hierarchy assume that a conqueror would rule as a tyrant or dictator, whether he is called king, emperor, president, chancellor or first citizen. While this may be the rule, a few historical exceptions (for example, American military-heroes-turned-rulers George Washington, Andrew Jackson, Ulysses Grant, Dwight Eisenhower, etc.) prove this assumption faulty.

Finally, people can be conquered in ways other than "abusive and dictatorial" hierarchy. Socialist democracy in America and Europe has by mostly "benevolent" means cowed millions into a complacent and controllable herd. Populaces have been overcome by trickery, disease, famine, natural disaster and their own sheer stupidity. Limiting Nicolaitanism to hierarchical government is arbitrary and subjective.

The Bible itself does not define Nicolaitanism. Revelation 2:6 declares, "But this you [the Ephesian church] have, that you hate the deeds of the Nicolaitans, which I also hate." Jesus later says to the Pergamos church, "Thus you also have those who hold the doctrine of the Nicolaitans, which thing I hate" (verse 15). While these verses provide no definition, they tell us three things:

1. Nicolaitanism is a belief system, like a religion or a philosophy.
2. Nicolaitanism results in ungodly behavior.
3. Christ hates it vehemently.

Nicolas

The only other clue to Nicolaitanism available within the New Testament is the lone occurrence of the name "Nicolas" in Acts 6:5. It appears in the section describing the dispute between the Hebrews and the Hellenists over the neglect of the latter's widows. To solve this problem, the church chooses seven deacons to oversee the physical work of distributing food to the needy brethren, and one of these is "Nicolas, a proselyte from Antioch."

Again, this description provides the most meager of hints about the man but enough to propose some conclusions. Nicolas is a Hellenist, meaning primarily that he spoke Greek, but probably also suggesting that he possessed a Greek education. As such, "they [the ‘Hellenists'] maintained a more liberal outlook than the ‘Hebrews,' including the apostles" (F.F. Bruce, New Testament History, p. 219), especially regarding keeping the law. This "liberal outlook" toward the law later formed the heart of the debate at the Council of Jerusalem in AD 49 (Acts 15).

That Luke calls him a proselyte tells us that he is a Gentile who converted to Judaism before his calling to Christianity. Becoming a proselyte required a Gentile to keep Jewish law in its entirety, undergo circumcision, be baptized and make a special sacrifice at the Temple. This rigorous process indicates that Nicolas must also have been quite devout and dedicated in his beliefs. The church's choice of him as one of the first deacons reveals he likely possessed standout natural abilities and leadership qualities, as well as fulfilling the apostles' qualifications of being "of good reputation, full of the Holy Spirit and wisdom" (Acts 6:3).

The last tidbit of information is that he is from Antioch, the largest city and capital of the Roman province of Syria. The city's residents—Greeks, Macedonians, Syrians, Jews, Romans and others—brought to it their own languages, cultures, philosophies and religions. F.F. Bruce writes, "Its cosmopolitan population and material wealth provided an apt setting for cultural exchange and religious syncretism" (ibid., p. 264). This urban, multicultural, religious mélange formed Nicolas' background.

Unfortunately, it is in the context of syncretism that Nicolas is last mentioned in the post-biblical, historical record. Both Irenaeus (Against Heresies 1.26.3; 3.10.6) and Clement of Alexandria (Miscellanies, 3.4.25f) consider Nicolas of Antioch to be the founder of the Gnostic sect known as the Nicolaitans. Another early writer, Hippolytus, adds that Nicolas "departed from sound doctrine, and was in the habit of inculcating indifferency of both life and food" (Refutation of All Heresies, 7.24), meaning he taught the Gnostic belief of the irrelevance of physical things. This reinforces Clement's claim that Nicolas became an ascetic and that his followers later perverted his teachings to encompass idolatry and immorality (2.20.12), becoming what we know as Nicolaitans.

From this information, we can hypothesize the evolution of Nicolaitanism. Roman church historian Eusebius writes that Nicolas himself was a moral man (Ecclesiastical History, 3.29). Though sincere and devout, he came to believe that the only way to grow spiritually was to consider his body and its desires as unimportant. In this way, he could ignore them in favor of spiritual pursuits. His fundamental doctrine appears to have been "the flesh must be treated with contempt."

Over the years, however, this teaching took on a more Gnostic spin: Since the flesh is unimportant, even contemptible, what one does in the flesh is of no consequence. Spiritual life, growth and ultimately salvation occur in the soul, and since God is spirit, He has no regard for the flesh. Therefore, Nicolaitans reasoned, what does it matter if one satisfies the flesh's desires? At some point in its early history, then, Nicolaitanism evolved from an ascetic philosophy to a licentious one—one that Christ says He hates.

Idolatry and Sex

What was the doctrine and practice of Nicolaitanism that Christ hates so much? The context of Revelation 2:12-16, the letter to the church in Pergamos, confirms the claims of these early church writers that the Nicolaitans were antinomian (literally, "against law"). Notice the flow of verses 14-15:

But I have a few things against you, because you have there those who hold the doctrine of Balaam, who taught Balak to put a stumbling block before the children of Israel, to eat things sacrificed to idols, and to commit sexual immorality. Thus you also have those who hold the doctrine of the Nicolaitans, which thing I hate.

The structure of this paragraph ties together the doctrine of Balaam, the sins of eating things sacrificed to idols and committing sexual immorality, and the doctrine of the Nicolaitans. Christ implies that all three are the same basic heresy under different guises. This antinomian teaching affected the church in Thyatira as well (verses 20-21).

Moses records Balaam's story in Numbers 22-25, 31. Balak, king of Moab, hires Balaam to curse the Israelites, but every time he tries, Balaam instead blesses them. He then counsels Balak to send Moabite and Midianite women into the camp of Israel to seduce the men and invite them to the sacrifices of their god (Numbers 25:1-2; 31:16). Clearly, Balaam's instruction included getting the Israelites to commit idolatry and sexual immorality.

Interestingly, these two practices arise in the Jerusalem Council in AD 49. Paul and Barnabas, with Peter's help, convince the assembled elders that Gentile converts to Christianity should not be required to be circumcised and keep the law of Moses, Judaism's rigorous "yoke" of picayune laws (Acts 15:10). However, the Council enjoins the Gentiles on four points of typical Gentile religious practice:

For it seemed good to the Holy Spirit, and to us, to lay upon you no greater burden than these necessary things: that you abstain from things offered to idols, from blood, from things strangled, and from sexual immorality. If you keep yourselves from these, you will do well. Farewell. (verses 28-29)

Obviously, the Council's decree does not exempt Gentiles from keeping the Ten Commandments, for it is clear from many New Testament passages that Jesus and the apostles taught them to both Jews and Gentiles (e.g., Matthew 19:17-19; Romans 13:9; etc.). These two issues—idolatry and sexual immorality—became a flashpoint in the conflict between true Christianity and Hellenistic Gnosticism, and a person's stance on them exposed which side he favored. Thus, Nicolaitanism and Balaamism are biblical symbols or representatives of the larger Gnostic, antinomian influence on Christianity.

Dire Warnings

Is Nicolaitanism passé? Evidently not, for Jesus' admonitions in Revelation 2 indicate that this antinomian influence will remain until His return. Notice His warnings to Pergamos and Thyatira:

Repent, or else I will come to you quickly and will fight against them with the sword of My mouth. . . . But to you I say, and to the rest in Thyatira, as many as do not have this doctrine, and who have not known the depths of Satan [another allusion to antinomianism], as they call them, I will put on you no other burden. But hold fast what you have till I come. (verses 16, 24-25)

This does not mean that the particular sins of eating meat sacrificed to idols and sexual license will pervade the church until the end, although idolatry and sexual sins will certainly exist in it. He is more concerned about the antinomian spirit, the attitude of lawlessness, that allows these sins to infest the church. When members of the church teach and practice that they are not obliged to keep the laws of God, sin will inevitably break out vigorously. When this occurs, Christians are no longer under grace but under the penalty of the law and the wrath of the Judge (Romans 6:11-23; Hebrews 10:26-31; 12:25).

Jesus, Paul, Peter, Jude and John warn against the encroachment of antinomianism or lawlessness. In His Olivet Prophecy, Jesus says: "Then many false prophets will rise up and deceive many. And because lawlessness will abound, the love of many will grow cold" (Matthew 24:11-12). What will happen to such lawless people? Jesus Himself answers:

Many will say to Me in that day, "Lord, Lord, have we not prophesied in Your name, cast out demons in Your name, and done many wonders in Your name?" And then I will declare to them, "I never knew you; depart from Me, you who practice lawlessness!" (Matthew 7:22-23)

Among Paul's end-time prophecies is his prediction of a great apostasy that results from the unrestrained assault of "the mystery of lawlessness" (II Thessalonians 2:1-7). This comes

with all unrighteous deception among those who perish, because they did not receive the love of the truth, that they might be saved. And for this reason God will send them strong delusion, that they should believe the lie, that they all may be condemned who did not believe the truth but had pleasure in unrighteousness. . . . Therefore, brethren, stand fast and hold the traditions which you were taught. . . . (verses 10-12, 15)

Peter and Jude use similar language in their books to counter the antinomian teaching extant in their congregations. Peter writes:

[T]he Lord knows how to . . . reserve the unjust under punishment for the day of judgment, and especially those who walk according to the flesh in the lust of uncleanness and despise authority. . . .

But these, like natural brute beasts made to be caught and destroyed, speak evil of things they do not understand [such as God's law], and will utterly perish in their own corruption, and will receive the wages of unrighteousness. . . . They have forsaken the right way and gone astray, following the way of Balaam the son of Beor, who loved the wages of unrighteousness. . . .

For when they speak great swelling words of emptiness, they allure through the lusts of the flesh, through licentiousness, the ones who have actually escaped from those who live in error. While they promise them liberty, they themselves are slaves of corruption; for by who a person is overcome, by him also he is brought into bondage. . . .

You therefore, beloved, since you know these things beforehand, beware lest you also fall from your own steadfastness, being led away with the error of the wicked; but grow in the grace and knowledge of our Lord and Savior Jesus Christ. (II Peter 2:9-10, 12-13, 15, 18-19; 3:17-18)

Jude adds:

[C]ontend earnestly for the faith which was once for all delivered to the saints. For certain men have crept in unnoticed, who long ago were marked out for this condemnation, ungodly men, who turn the grace of our God into licentiousness and deny the only Lord God and our Lord Jesus Christ. (verses 3-4)

John's epistles are full of warnings against antinomian heresies. For instance, notice these passages:

» Now by this we know that we know Him, if we keep His commandments. He who says, "I know Him," and does not keep His commandments, is a liar, and the truth is not in him. (I John 2:3-4)

» Whoever commits sin also commits lawlessness, and sin is lawlessness. (I John 3:4)

» In this the children of God and the children of the devil are manifest: Whoever does not practice righteousness is not of God, nor is he who does not love his brother. (I John 3:10)

» By this we know that we love the children of God, when we love God and keep His commandments. For this is the love of God, that we keep His commandments. And His commandments are not burdensome. (I John 5:2-3)

» This is love, that we walk according to His commandments. . . . Whoever transgresses and does not abide in the doctrine of Christ does not have God. . . . If anyone comes to you and does not bring this doctrine, do not receive him into your house nor greet him; for he who greets him shares in his evil deeds. (II John 6, 9-11)

» Beloved, do not imitate what is evil, but what is good. He who does good is of God, but he who does evil has not seen God. (III John 11)

In addition, the gospel of John uses Jesus' own words during His ministry to attack antinomian heresies in the church. This much scriptural attention along with its prophetic implications warrants our taking careful notice.

Still With Us

Of all people, we who have left the Worldwide Church of God (WCG) in the past decade should be most aware of the antinomian spirit working in the church of God. The doctrinal changes that began to be instituted mere months after the death of Herbert W. Armstrong had as their goal the removal of God's law, particularly the Sabbath, from the church's beliefs. WCG's subsequent heavy emphasis on "grace" and "love," along with its renunciation of "legalism" exposed its antinomian position. Because of these changes, it has joined evangelical Protestant "Christianity" to the point that it now worships on Sunday, encourages celebration of Christmas and Easter, and permits the use of crucifixes and images of "Jesus" by its ministry and membership and in its publications.

The "Christian" churches of this world are predominantly antinomian to some extent. Both Roman Catholicism and Protestantism belong to what can be termed Hellenistic Christianity, that is, a form of Christianity heavily influenced by Greek philosophies, particularly Gnosticism. Catholicism is the more moderate of the two, having retained obedience to the Church and its traditions as well as requiring certain works for salvation. However, its belief of the afterlife, with its levels of heaven, limbo, purgatory and beatific vision—not to mention its belief in an immortal soul—brand it as Gnostic.

Protestantism is more antinomian, having rejected Catholicism's works during the Reformation. Martin Luther's doctrine of salvation by grace "through faith alone" removes God's law from the equation altogether. Pure Protestant theology is so antinomian that it claims that lawkeeping in any form—which it terms "legalism"—is detrimental to the soul's growth in spirituality. This form of Christianity also champions the doctrine of eternal security, the idea that, once one accepts Jesus, he can never lose his salvation, no matter what sins he commits ("once saved, always saved"). This doctrine knocks out law and judgment for sin in one blow.

Of course, the world itself is antinomian because it is under the sway of Satan the Devil, who despises God's law (Ephesians 2:2; I John 5:19). He even tried his antinomian tricks on Jesus, who countered with quotations from the law (Matthew 4:1-10)! Certainly, our adversary will tempt us similarly, trying to get us to put God's law aside so we can fulfill our desires.

Jesus, however, in his prayer in John 17, asks God to help us in this, and He also gives us the antidote to antinomianism:

I do not pray that You should take them out of the world, but that You should keep [guard, protect] them from the evil one. They are not of the world, just as I am not of the world. Sanctify them by Your truth. Your word is truth. (verses 15-17)

Knowing God's truth and practicing it to become holy will protect us from the rampant antinomianism of this world, this age that is soon to end. Still to come are the Beast and his False Prophet, who will exemplify this anti-God, anti-Christ, anti-law spirit. To endure to the end, to survive the mystery of lawlessness that will mark the end time, we must hold fast to God's Word and seek His righteousness. "Blessed are those who do His commandments, that they may have the right to the tree of life, and may enter through the gates into the [New Jerusalem]" (Revelation 22:14).

© 2001 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Exodus 20:3

Afgoden:
Zonnegoden:
Mithras: Romeinse
Helios: Griekse 
Ra: Egyptische 


Ra of Re
was de zonnegod van de Egyptische mythologie. Hij was één van de meest vereerde en belangrijkste goden van de Egyptische mythologie. De god werd veel geassocieerd met andere goden. In het begin van de Egyptische mythologie is hij samengesmolten met de valk waardoor hij Re-Horakthy werd. Als de ochtend-zon werd hij geassocieerd met Chepri en als de avondzon met Atoem. Ra bleef belangrijk gedurende de gehele geschiedenis van het faraonisch Egypte. De god was meestal het middelpunt in religieuze teksten en in scheppingsmythen.

De 'god' heeft een aantal rollen, die hem worden aangemeten. Deze rollen zijn ontstaan in de loop van de geschiedenis.
  1. Heerser van de hemel, een mythe vertelt ons dat toen Ra te oud werd om de aarde te regeren hij door Noen op Noet (de hemelkoe) ging zitten en zo de heerser van de hemel werd. Daar vaart hij rond in zijn bark met naast hem Maät, andere goden en soms ook de farao.
  2. Heerser van de aarde. Een mythe vertelt dat de god Ra ooit een farao was voor de tijd van de predynastieke farao's. Vele farao's zongen hymnen waarin de Ra het land zou laten verwarmen en de gewassen zou groeien (Akhenaten).
  3. Ra in de onderwereld. Zoals de god begon te reizen in hemel met zijn bark, zo deed hij dat ook in onderwereld. Daar werd hij voortgetrokken door een aantal jakhalzen en uraeuscobra's. Iedere nacht kwam hij Apophis tegen die hem aanviel, maar telkens werd die verslagen zonder ooit te worden gedood, het bloed van Aphopis kleurt de hemel elke ochtend rood als bewijs dat hij weer eens was verslagen. Deze was ook belangrijk voor zijn voortbestaan en zulke demonen kon hij ook tegenkomen in het dodenrijk. In de onderwereld werd de god gelijk gesteld met Osiris en aanbeden.
  4. Ra als scheppergod. Vele scheppingsverhalen werden in de loop van de Egyptische geschiedenis bedacht zoals in Heliopolis waar de god Ra (eerst Atoem) de wereld schiep. Ra werd ook wel de 'vader en moeder' van alle levende dingen genoemd.
  5. Ra als koning en vader van de koning. In de Egyptische mythologie werden de schepping van koningschap en die van de wereld gelijkgesteld. Amon-re werd gezegd dat hij vader van de koningen was en dat de koningen van de 5e dynastie letterlijke zonen van de god Ra waren, ze moesten regeren volgens de orde of Maät.


Verering van Horus
De valkgod Horus was meester van de lucht. Zijn ogen waren de zon en de maan. Zijn oog zorgde als amulet voor bescherming tegen het kwade (zie Oog van Horus). Zijn ogen zagen alles, zelfs de gevoelens en stemmingen van de mens. Horus was de zoon van Osiris en Isis, werd meestal afgebeeld als een valk of als een man met een valkenhoofd.
Horus wordt vereerd in de tempel te Kom Ombo waar zijn geboorte en zijn veldslagen met Seth worden besproken. De tempel werd eigenlijk gebouwd voor 2 goden, de oostelijke kant is gebouwd voor de god Sobek en de westelijke kant voor Haroëris. Haroëris is met zijn havikskop een van de incarnaties van Horus, en wordt soms Horus de Oudere genoemd. Horus volgde zijn vader op als koning van Egypte, en zo was iedere farao eigenlijk de aardse incarnatie van Horus. Ze werden afgebeeld met de dubbelkroon.
Horus wordt ook vereerd in de tempel te Edfu. De pylonen van de tempel zie je al ver boven de huizen uitsteken (80m hoog). De tempel werd in de Romeinse tijd gebouwd maar werd eigenlijk voortgebouwd vanuit een tempel die dateert uit het Nieuwe Koninkrijk. De bouw ervan werd begonnen in 237 v.Chr. door Ptolemaeus III en was voltooid in 57 v.Chr. door Ptolemaeus XII. Het is niet alleen de best bewaarde tempel maar ook de tweede grootste tempel van Egypte. Men geloofde dat de tempel gebouwd was op de plaats van de strijd tussen Horus en Seth. De tempel bevat een mammisi; een gebouw dat verband houdt met de rituelen rond de geboorte van Horus. Er zijn talrijke reliëfs, met inbegrip van het Feest van de prachtige ontmoeting, de jaarlijkse bijeenkomst tussen Horus en zijn vrouw Hathor. De reliëfs zijn meestal gelegen aan de binnenkant van de eerste pyloon en zijn geestelijk gebonden met de tempel van Hathor te Dendera.
Tijdens de derde maand van de zomer zouden de priesters in Dendera het standbeeld van Hathor op haar bark plaatsen en zouden zo het standbeeld aan de tempel Edfu brengen, waar men geloofde dat Horus en Hathor een echtelijk bezoek deelden. Elke nacht zouden ze zich in het mammisi terugtrekken.

 

Leviticus 26

Beloften aan hen die naar Gods wet leven en bedreiging der overtreders
 
Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
 
Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdom zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
 
Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
10 En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
11 En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
12 En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
13 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
14 Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
15 En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
16 Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
17 Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
18 En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toedoen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
19 Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
20 En uw macht zal ijdellijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
21 En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
22 Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
23 Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
24 Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
25 Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
26 Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in één oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
27 Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
28 Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
29 Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
 
30 En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
 
31 En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
32 Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
33 Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
34 Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
35 Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
36 En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
37 En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
38 Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
39 En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
40 Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
41 Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
 
42 Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
43 Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
44 En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
 
45 Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
 
46 Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israëls, op den berg Sinaï, door de hand van Mozes.


 

Jesaja 44

Gods oppermacht en de ijdelheid der afgoden
Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb!
Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!
Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.
Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toenoemen met den naam van Israël.
Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.
En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.
Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen andere rotssteen: Ik ken er geen?
De formeerders van gesneden beelden zijn al te zamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen; zij zien niet, en zij weten niet, daarom zullen zij beschaamd worden.
10 Wie formeert een god, en giet een beeld, dat geen nut doet?
11 Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden.
12 De ijzersmid maakt een bijl, en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; ook lijdt hij honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt.
13 De timmerman trekt het richtsnoer uit, hij tekent het af met den draad, hij maakt het effen met de schaven, en tekent het met den passer, en maakt het naar de beeltenis eens mans, naar de schoonheid van een mens, dat het in het huis blijve.
14 Als hij zich cederen afhouwt, zo neemt hij een cypressenboom of een eik, en hij versterkt zich onder de bomen des wouds; hij plant een olmboom, en de regen maakt dien groot.
15 Dan is het voor den mens om te verbranden, dan neemt hij daarvan, en warmt er zich bij; ook ontsteekt hij het, en bakt er brood bij; daarenboven maakt hij er een god van, en buigt zich daarvoor, hij maakt er een gesneden beeld van, en knielt er voor neder.
16 Zijn helft brandt hij in het vuur, bij de andere helft daarvan eet hij vlees; hij braadt een gebraad, en hij wordt verzadigd; ook warmt hij zichzelven, en hij zegt: Hei! ik ben warm geworden, ik heb het vuur gezien!
17 Het overige nu daarvan maakt hij tot een god, tot zijn gesneden beeld; hij knielt er voor neder, en buigt zich, en bidt het aan, en zegt: Red mij, want gij zijt mijn god!
18 Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.
19 En niemand van hen brengt het in zijn hart, en er is noch kennis noch verstand, dat hij zeggen zou: De helft daarvan heb ik verbrand in het vuur, ja, ook op de kolen daarvan heb ik brood gebakken, ik heb vlees daarbij gebraden, en heb het gegeten; en zou ik het overblijfsel daarvan tot een gruwel maken, zou ik nederknielen voor hetgeen van een boom gekomen is?
20 Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem ter zijde afgeleid; zodat hij zijn ziel niet redden kan, noch zeggen: Is er niet een leugen in mijn rechterhand?
21 Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israël! Want gij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd; gij zijt Mijn knecht, Israël, gij zult van Mij niet vergeten worden.
22 Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.
23 Zingt met vreugde, gij hemelen! want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de HEERE heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israël.
24 Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en Die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de HEERE, Die alles doet, Die den hemel uitbreidt, Ik alleen, en Die de aarde uitspant door Mijzelven;
25 Die de tekenen der leugendichters vernietigt, en de waarzeggers dol maakt; Die de wijzen achterwaarts doet keren, enDie hun wetenschap verdwaast;
26 Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten.
27 Die tot de diepte zegt: Verdroog, en uw rivieren zal Ik verdrogen.
28 Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.

De oorsprong van Kerstmis

Christmas Unveiled—What God Says!
(Dit is hoe een voorganger zijn woord zou moeten brengen)

 

23-12-2012.
Ik had vandaag met een voorganger een onenigheidje over Jeremia 10 en de kerstboom in de kerk
Wie is hier nu fout bezig. Is de standaard van de kerk veranderd in de afgelopen jaren, want dan heb ik dat gemist.
Vooral een pinkster gemeente was daar juist niet mee bezig. Komt nu niet het Woord 2 Petrus 2 en Lukas 11:52 en 
2 Timo 4:1-5 uit?

Lukas 11.
52 Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
Dit is mij nu overkomen op 23 december 2012.

Dwaalleraars:

2 Petrus 2: 
De dwaalleraars
En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven brengende;
En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.
En zij zullen door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en hun verderf sluimert niet.
Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;
En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;
En de steden van Sódoma en Gomórra tot as verbrandende met omkering veroordeeld heeft, en tot gezet dengenen, die goddelooslijk zouden leven;
 
En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen, daaruit verlost heeft;
(Want deze rechtvaardige man, wonende onder hen, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en horen van hun ongerechtige werken);
Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden;
10 Maar allermeest degenen, die het vlees in onreine begeerlijkheid wandelen, en de heerschappij verachten; die stout zijn, zichzelven behagen, en die de heerlijkheden niet schromen te lasteren;
11 Daar de engelen in sterkte en kracht meerder zijnde, geen lasterlijk oordeel tegen hen voor den Heere voortbrengen.
12 Maar deze, als onredelijke dieren, die de natuur volgen, en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, dewijl zij lasteren, hetgeen zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden;
13 En zullen verkrijgen het loon der ongerechtigheid, als die de dagelijkse weelde hun vermaak achten, zijnde vlekken en smetten, en zijn weelderig in hun bedriegerijen, als zij in de maaltijden met u zijn;
14 Hebbende de ogen vol overspel, en die niet ophouden van zondigen; verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking;
15 Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaäm, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;
16 Maar hij heeft de bestraffing zijner ongerechtigheid gehad; want het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd.
17 Deze zijn waterloze fonteinen, wolken van een draaiwind gedreven, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt.
18 Want zij, zeer opgeblazene ijdelheid sprekende, verlokken, door de begeerlijkheden des vleses en door ontuchtigheden, degenen, die waarlijk ontvloden waren van degenen, die in dwaling wandelen;
19 Belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid; want van wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienstknecht gemaakt.
20 Want indien zij, nadat zij door de kennis van den Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste.
21 Want het ware hun beter, dat zij den weg der gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, dien gekend hebbende,weder afkeren van het heilige gebod, dat hun overgegeven was.
22 Maar hun is overkomen, hetgeen met een waar spreekwoord gezegd wordt: De hond is wedergekeerd tot zijn eigen uitbraaksel; en de gewassen zeug tot de wenteling in het slijk.


Jeremia 10:
Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

 

2 Timoteüs 4

Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.
Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

 

Kolossenzen 2

Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

Philosophy: Phileo = love en Sophia = wisdom
"Love of wisdom" = "self-worship"
Agnostic = without knowledge
Atheist = without G-d = "Evolution"

 

 

Kolossenzen 2

Want ik wil, dat gij weet, hoe groten strijd ik voor u heb, en voor degenen, die te Laodicéa zijn, en zo velen als er mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien;
Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;
In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.
Waarschuwing tegen dwaalleringen
En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben.
Want hoewel ik met het vlees van u ben, nochtans ben ik met den geest bij u, mij verblijdende en ziende uw ordening, en de vastigheid van uw geloof in Christus.
Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem;
Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.
Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;
Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;
10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;
11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;
12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uwmisdaden u vergevende;
14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;
15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.
 
16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
 
17 Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.
18 Dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses;
19 En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.
20 Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast?
21 Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan.
 
22 Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen;
 
23 Dewelke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwilligen godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.

 


Raiders of the Lost Book - Ep 3 - By Michael Rood



 

Matthéüs 16

En de farizeeën en sadduceeën tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou .
Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood;
En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
 
Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg.

Jezus was 3 dagen in de aarde net als Jona. Paaszondag is 2 dagen geen 3 dus dat verhaal van deze (heidenen) Christenen (de volgers van deze kerken hebben geen idee want ze zoeken niet zelf naar G-ds woord maar nemen klakkeloos aan wat men verteld door de voorganger in de kerk) klopt niet. Het is de zonndegod die ze dienen, dat is waar Jezus ze voor waarschuwden. En wat tot vandaag de dag DE REDEN is dat wij zonder het te weten G-d NIET dienen en ZIJN 10 geboden niet doen.


Doordat in Babylon de talen verward werden maar ze behielden dezelfde afgod zijn alle afgoden geboren op 25 december. Waaronder Jezus op 25 december.
(En dat is niet Yeshua HaMashiach).


 
Best UFO Sightings Of January 2012, AFO
Brazil UFO, July 2011- EXPLAIN THIS ONE! MSM Reports, Multiple Witnesses, Analysis
Strange lights in Portugal filmed by Rafael Perroni

Last Great Day & Resurrection - Part 1 of 2 - By Michael Rood



Genesis 10,8
Kus was ook de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op was.

Genesis 10,9
Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar het gezegde: Een jager zonder weerga, een tweede Nimrod.

1 Kronieken 1,10
Kus was ook de vader van Nimrod, de eerste machthebber op aarde.

Micha 5,5
Met het zwaard zullen zij Assyrië kaalslaan, met blinkende wapens Nimrod vernietigen. Hij zal ons bevrijden van Assyrië wanneer het ons land binnenvalt en onze grenzen overschrijdt.



Halloween: slechts onschuldige pompoenen?

Uitgeholde pompoenen, grauwe maskers, macabere verkleedpartijen - de nacht van griezelen -, dat is Halloween, de nacht van 1 november. In de USA is dit al lang een 'feest met kippenvel' voor de hele familie. Inmiddels heeft het griezelfeest ook in Europese landen, niet in de laatste plaats in scholen en kindercrèches, ingang gevonden. Maar ook volwassenen vieren dit feest met veel afgrijzen en plezier in het huiveren. Maar wat wordt eigenlijk in deze nacht gevierd? Is Haloween werkelijk slechts een onschuldig vermaak met uitgeholde pompoenen?


De oorsprong van Halloween
Wat betekent Halloween en waarom de nacht van 31 oktober op de 1 november? Het woord Halloween is een samenstelling uit het verouderde Engelse 'halow' en gelijk aan 'heilige' en ook gelijk aan 'vooravond', dus de vooravond van Allerheiligen (1 november). De symboolfiguur van Halloween in de USA is 'Jack-o-lantern' (1), een uitgeholde pompoen met een demonische tronie, waarin een brandende kaars gestoken wordt. Klinkt misschien allemaal nog heel onschuldig, maar de wortels van dit feest liggen dieper. Zij gaan terug tot op de Keltische heidense religie en de druïdencultuur.
Halloween was oorspronkelijk het feest 'Samhain' (2). Het komt uit het Keltisch-Angelsaksische gebied en werd als begin van de winter en als begin van het jaar gevierd. Daarbij moesten met vuur, heksenmaskerades en offers de geesten en demonen verdreven worden. Door Ierse immigranten kwam het feest in de USA, waar het zich vandaag tot een zeer populair feest ontwikkeld heeft. En zoals zoveel culturele en maatschappelijke ontwikkelingen is ook Halloween dan weer van de USA naar Europa 'teruggekeerd' en verheugt zich in een groeiende belangstelling. Maar de daar achterstaande heidense en occulte riten moeten niet in de vergetelheid geraken.

Zoals al gezegd, gaat Halloween tot op de Keltische cultuur terug. De druïden waren de priesters, waarzeggers en tovenaars van de Kelten, die in Gallië, maar vooral in Engeland, Schotland en Ierland een invloedrijke en zeer gevreesde rol speelden. Zij waren berucht door hun speciale rituele moorden. Daarbij werden mensen in reusachtige stro- en wilgenvlechten gebonden en hun lichamen als offer aan de afgoden levend verbrand.
Ook de pompoenen (3) hebben een gruwelijke achtergrond. De druïden vorderden van de door angst bevangen mensen, dat hun in de nacht van 31 oktober een kind als offer voor hun dodengod Samhain gegeven zou worden. Daarmee wilden zij de 'afgod' genadig stemmen. Voor dit doel werd een pompoen uitgehold, er werd een licht ingestoken en de pompoen op de drempel van de uitgekozen huizen bevestigd. Vonden de druïden daar later geen kind als 'offer' voor, werd het huis gekenmerkt. In de regel werden dan de ouders tegen de morgen gedood. - Dat was de wraak van de god Samhain. In onze tijd tekenen zich occulte praktijken alsook het moderne druïden- heksen- en Sjamanendom (4) steeds meer af.


Halloween is geen uitzondering
De toenemende cultus (verering) om heksen en duivel wordt ook zichtbaar in het groeiend aantal Walpurgisfeesten in de nacht van 1 mei. Naar oud volksgebruik moeten dan duivel, heksen en boze geesten met hels gelach op bezems en mestvorken door de duisternis suizen, om met wrede spookverschijningen de geesten van de winter te verdrijven.
In het bijzonder in de Harz (Duitsland) maar lang niet meer alleen daar, worden alleen populaire feesten zoals de Walpurgisfeesten aangeboden, welker vocabulaire (woordenschat) net zo wemelt van duivels en heksen. De volgende aankondiging van zo'n festiviteit dient als illustratie.
"18.00 uur ontmoeting van heksen en duivel op de Regensteinsweg. De processie trekt, begeleidt door tamboers en pijpers naar het feestterrein, daar de duivelstoespraak. In wilde rondedansen draaien de heksen en duivel om de hellevorst en stijgen de vlammende vuurbranden hoog omhoog. Er vindt een vuurwerk plaats. Aansluitend groot heksenbal".


De Christen en Halloween
Bij Halloween gaat het om een nieuw heidense religie. Dat zijn geen grappen meer. In een tijd waar het occultisme zich in een groeiende toename verheugt en steeds meer maatschappelijk 'geaccepteerd' wordt, moeten wij als Christenen oppassen voor de schijn, dat wij met zulke dingen te doen willen hebben of dit als onschuldig voorstellen. Noch moeten wij als Christenen de duivel en de demonen bagatelliseren (als iets onbeduidends voorstellen), doordat wij ons daarover vrolijk maken - want ze zijn een gruwelijke realiteit. Noch is het onze opdracht door de een of andere religieuze ceremonie 'boze geesten' te verdrijven. Onze Heer is verschenen om de werken van de duivel te verbreken (1 Johannes 3:8).

Zelfs wanneer men niet aanneemt, dat door Halloween- en Walpurgisnachtfeesten bewust toverij in engere zin bedreven wordt (Leviticus 19:26), zo is één ding overduidelijk: God of de Heer Jezus wordt door zo'n feest niet geëerd. Het past niet bij elkaar, een leven met de Heer Jezus te leiden en dan aan een feest deel te nemen, waarop Hij in niet alleen niet geëerd wordt maar waar Hij helemaal niet serieus genomen wordt. Wanneer jij een goede vriend hebt, ga je toch ook niet naar een feest waar je vriend bespot en uitgelachen wordt.
Dat moeten wij ook aan kinderen duidelijk maken. Daarbij moeten we erop letten: kinderen hebben een levendige fantasie. Het gaat er niet om hen zoveel mogelijk angst voor dit 'boze bedrijf' in te boezemen. Integendeel, wij mogen hen laten zien - zonder iets als onbeduidends voor te stellen -, dat deze feesten niet met een leven als kind van God in het volgen van de Heer Jezus te verenigen valt. Daarbij mogen we tegelijk duidelijk maken, dat onze Heer sterker is dan satan en zijn demonen, en wij onder de bescherming van God staan. We begeven ons absoluut eigenmachtig in groot gevaar, wanneer we de afstand tot de occulte dingen verminderen respectievelijk opgeven.

Michael Vogelsangh


NOTEN VERTALER:
(1) Jack-o-lantern: de uitgeholde pompoen die nu het symbooll is van Halloween. Vroeger was het in de Ierse tradtie verbonden met rituelen rond de raap of de biet. De oorsprong van Jack-o-lantern hebben we waarschijnlijk te danken aan een Ierse man, Jack genaamd, waar een nogal duister verhaal aan vast zit.
Naast Jack-o-lantern is er nog iets wat onlosmakelijk verbonden is met Halloween. Hoewel het oorspronkelijk iets voor volwassenen was, houden vooral kinderen zich daar mee bezig. Zij gaan verkleed van huis tot huis, van deur tot deur om allerlei lekkernijen te vragen. Als ze geen traktatie (= treat) krijgen, gaan ze vervelende grapjes (= trick) uithalen. Het heet dan ook 'trick or treat'.
(2) Samhain: de dag dat er parlementszittingen gehouden werden bij de Kelten. De Kelten vormden een Indogermaanse volkengroep dat eertijds West-Europa bewoonde, waarvan men de afstammelingen nog kan vinden in Bretagne, Cornwall, Wales, Ierland en Schotland en het eiland Man. Tijdens Samhain werden ook
pachtovereenkomsten vernieuwd en grote vuuroffers gebracht, vooral in Ierland en Schotland. Uit de Keltische kerk is dan ook de Rooms-Katholieke liturgische vuurwijding op Paaszaterdag afkomstig. Samhain is het Iers-Keltische woord voor 'november'. Tegenwoordig spreekt men veelal over Halloween, een woord dat dus in de plaats is gekomen van Samhain.
Halloween wordt nu door de satanisten als hun favoriete feestdag beschouwd. Verder is het voor heksen een zeer belangrijke feestdag. Voor de moderne heksen is Samhain of Halloween van hun vier feestdagen (grote sabbats) het belangrijkste; zij noemen dit dan ook de 'Grote Sabbat'. Dat satanisten en heksen zich bij Halloween goed thuis voelen spreekt boekdelen! Voor de heksen is het behalve het begin van het jaar ook nog een feest van de doden.
(3) Pompoenen: Waarom pompoenen? Dit kwam uit de Romeinse cultuur. Toen de Romeinen de Kelten - een agrarisch volk - verslagen hadden, beïnvloedden zij de reeds bestaande Keltische traditie Samhain met hún feest, namelijk de viering van de godin van het fruit, 'Pomona'.

NOOT SCHRIJVER:
(4) Sjamanen: Heidense tovenaars en medicijnmannen.
Bewerking en vertaling: Frisse Wateren
- rm
Stop jij ook met kerkse afgoderij?
setapart 02-08-2012 17:07- permalink- in advies
Tips: stoppen met kerkse afgoderij
Door een jarenlange vorming en gewenning aan afgoderij door m.n. de afgodisch geente kerkfeesten (stmaarten, sinterklaas, kerstmis, zondagheiliging, carnaval, easter, allerheiligen, halloween, enz) is het nogal moeilijk om ermee te stoppen. Zeker ook als je kinderen hebt. Toch is stoppen zeker mogelijk; voor jou en je kinderen! Hieronder een aantal handige tips.

Eerst duidelijk weten: kerkfeesten zijn afgodisch!
Net als met andere verslavingen als drugs, alcohol en eten is het nodig dat je je bewust bent van het feit dat je verslaafd bent en dat het negatieve gevolgen heeft voor jou en je omgeving.

Met drugs, alcohol en eten is dat al heel snel duidelijk: je wordt asocialer, je krijgt lichamelijke schade met geestelijke gevolgen en je portemonnee krijgt het ook steeds moeilijker.

Hoewel het minder duidelijk is met de afgodische kerkfeesten: ook met die verslaving loop je lichamelijke schade met geestelijke gevolgen op, je wordt steeds egoistischer met de schijn van sociaal-zijn en je portemonnee krijgt het ook steeds moeilijker!

Hoe dat per afgodisch kerkfeest precies werkt?

1. stmaarten: het gaat over 'snoep-bedelen' bij wildvreemden aan de deur waarbij je stmaarten verafgoodt: een gekunsteld historisch kerkpersoon op de dag van een afgod.

2. stnicolaas: het gaat over krijgen van geld, kadoos en snoep, waarbij je sinterklaas aanbidt: een gekunsteld historisch kerkpersoon op de dag van een afgod.

3. kerst-mis: het gaat over krijgen van geld, kadoos en snoep waarbij je santaclaus (=sinterklaas!) aanbidt: een gekunsteld historisch persoon op de dag van een afgod.

4. carnaval: een feest dat praktisch gaat over veel alcohol nuttigen, wisselende sex daardoor met ongewenste zwangerschappen en scheidingen tot gevolg; wat geen toeval is, want carnaval staat historisch in het teken van vruchtbaarheid cq ejaculatie cq zaadstrooien...

5. zondagheiliging: een kerkdag die gaat over de kerk en 3-ene-kerkgodleer die gebaseerd is op de 3-ene-zonnegod uit Babylon met de schijn van christelijkheid. En die kerkelijkse schijnchristelijkheid is het die valse, ongezonde aanbidding van stmaarten, stnicolaas, kerst-mis, carnaval, enz mogelijk maakt met alle maatschappelijke ellende vandien!

6. allerheiligen: het aanbidden van doden cq demonen cq voorouderverering. Alweer op kerkse schijnchristelijke wijze wordt het demonische geintroduceerd bij de mensen. Het zet de deur open naar Halloween en andere boosaardigheid, waarbij de persoon gewend gemaakt wordt aan demonische beinvloeding.

7. halloween: zie allerheiligen.

Resumerend:
kinderen een vals geloof aan te leren zal hen later ontmoedigen te geloven...
kinderen al vroeg materialisme bij te brengen, misvormt hen tot datzelfde later...
kinderen leren te bedelen aan de deuren met donker is een zeer slechte vorming.
kinderen leren dingen aan te nemen van vreemden is een zeer gevaarlijke vorming.
kinderen suikergoed laten eten geeft gewichts-, gebits- en stemmingsproblemen!
kinderen en volwassen wennen aan alcohol en ontucht is totaal verkeerd!
volwassenen die door dronkenschap tot ontucht, geslachtsziektes en zwangerschap komen is dwaas!
kinderen/volwassenen doden laten aanbidden is vragen om geestelijke problemen!
kinderen en volwassenen wennen aan kerkse afgoderij is dus totaal ongewenst!!!

Kerkse afgoderij is dus voor ieder kind, volwassene en de maatschappij als geheel zeer slecht tot nog slechtere vorming en gevolgen!


Met die inzichten: TIPS om te stoppen!
Als je begint met stoppen met kerkse afgoderij is het goed de zeer slechte gevolgen voor ogen te houden. Zo houd je het vol in de moeilijke momenten!

TIPS OM TE STOPPEN MET KERKSE AFGODERIJ:

#1. Leg uit dat sinterklaas, stmaarten, kerstman, enz. niet bestaan, maar dat mensen gewoonweg onzin vertellen om kadootjes te mogen geven.

#2. Bepaal zelf of je hen snoepgoed geeft of een kadootje; en zeg dat je dat geeft omdat je van hen houdt en hen zelf iets wilt geven!

#3. Neem geen kerstboom; het is immers duur en slecht voor het milieu/natuur. Je kan gerust je huis wat gezelliger maken met kaarsjes, slingers of sneeuwspuit als je dat graag wilt. Daar is niks op tegen.

#4. Betrek ook het schoolbestuur en familie in je beslissing; vertel dat je de kerkfeesten ongezond vindt voor je kind; en tevens misleidend/misvormend voor de toekomstige volwassene die zij hopen te zullen worden!

#5. Doe met sintmaarten de gordijnen dicht en het licht in je gang uit. Dan weten ze dat jij niet aanwezig bent en er niet in geinteresseerd bent. Ze zullen niet bij je aanbellen.

#6. Als je kind met een lampion wil lopen, kan dat, maar doe het niet om te bedelen voor snoep en niet om aan te bellen bij mensen.

#7. Zeg tegen elkaar eens dat je van elkaar houdt, dat je blij met elkaar bent in plaats van afgoden te aanbidden met offers en vals geloof. Geef elkaar rustig eens een kado, maak het gezellig in je huis en kamer en eet met elkaar; het liefst gezond. En praat met elkaar. Zo word je niet elkaars vreemde en zo blijf je lichamelijk, geestelijk en sociaal gezond!

Deze tips kan je zover uitbreiden als je maar wilt en in detail aanpassen waar nodig voor die specifieke situatie met je kind of familie. Je zal merken dat 'al het begin moeilijk is', maar dat je al gauw heel veel problemen weet te voorkomen of weet om te zetten in voordeel van jouzelf en je kinderen!

Wie stopt, is & blijft gezonder!!
Eigenlijk is het heel eenvoudig:
wie stopt met snoepgoed krijgt minder gauw overgewicht, diabetes, adhd, enz
wie stopt met een verkeerde opvoeding krijgt geen nare gevolgen later.
wie stopt met een vals geloof te leren, brengt geen geestelijke schade toe.
wie stopt met dure kadoos van een afgod houdt geld over en is financieel gezonder
wie stopt met valse aanbidding en er bestaande liefde voor in de plaats heeft, is gelukkiger
wie stop met kerstbomen heeft natuur en milieu lief; ook voor later...

wie begint met gezonde uitgangspunten plukt daar ook later de gezonde vruchten van!


Meer lezen over de valse achtergronden van kerkse afgoderij kan hier:

Kerkleden genept met kerstmis: /content/2011/12/kerstmis-is-een-afgodische-boodschap=&
Sint: afgoderij uit Babylon: /content/2011/12/sinterklaas-boosaardig-uit-babylon=&
Afgoderij voelt zooo goed: /content/2011/12/kerstmis-afgoderij-voelt-zooo-goed=&

Israël als voorbeeld
1 Korintiërs 10
1 Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk (Wolk is nu de Heilige Geest sinds de wederopstanding van Jezus Christus) werden beschermd en allemaal door de zee trokken, 
2 dat ze zich allemaal in de naam van Mozes (
Jezus Christus sinds zijn wederopstandinglieten dopen in de wolk (Heilige Geesten in de zee
En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 
en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus. 
5 Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn.
6 Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij. 
Dien geen afgodenzoals een deel van hen, over wie geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken en het stond op om te dansen.’ 
8 Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigduizend. 
9 En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten. 
10 En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd. 
11 Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. 
12 Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. 
13 U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
14 Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst. 
15 Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. 
16 Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? 
17 Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. (Jezus) 
18 Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? 
19 Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan
20 Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. 
21 U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. 
22 Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij? Het juiste gebruik van de vrijheid
23 U zegt: ‘Alles is toegestaan.’ Zeker, maar niet alles is goed. Alles is toegestaan, maar niet alles is opbouwend. 
24 Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander. 
25 U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt. 
26 Immers: ‘Van de Heer is de aarde en haar rijkdom.’ 
27 Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt. 
28 Maar wanneer iemand u erop wijst dat u vlees van offerdieren eet, laat het dan omwille van hem staan. Houd rekening met het geweten. 
29 Ik bedoel nu niet uw eigen geweten, maar dat van die ander. Mijn vrijheid wordt door zijn geweten toch niet aangetast? 
30 Er is toch niemand die kwaad van mij kan spreken om wat ik eet, als ik God maar voor mijn eten dank? 
31 Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God. 
32 Geef geen aanstoot aan de Joden, aan andere volken of aan Gods gemeente. 
33 Ikzelf doe dat ook niet. Ik wil iedereen ter wille zijn, in welk opzicht dan ook; ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van alle anderen, opdat ze worden gered.


Afgoden bestaan niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God.

1Cr 10:19   What 5101 say I 5346 then 3767? that 3754 the idol1497 is 2076 any thing 5100, or 2228 that 3754 which is offered in sacrifice to idols 1494 is 2076 any thing 5100?
1Cr 10:20   But 235 I [say], that 3754 the things which 3739 the Gentiles 1484 sacrifice 2380 , they sacrifice 2380 to devils 1140, and 2532 not 3756 to God 2316: and1161 I would 2309 not 3756 that ye 5209 should have1096 fellowship 2844 with devils 1140.

 

Deuteronomium 12

Bevel aangaande den waren godsdienst
Dit zijn de inzettingen en de rechten, die gijlieden zult waarnemen om te doen, in dat land, hetwelk u de HEERE, uwer vaderen God, gegeven heeft, om het te erven; al de dagen, die gijlieden op den aardbodem leeft.
Gij zult ganselijk vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen, en op de heuvelen, en onder allen groenen boom.
En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.
Gij zult den HEERE, uw God, alzo niet doen!
Maar naar de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen;
En daarheen zult gijlieden brengen uw brandofferen, en uw slachtofferen, en uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en uw geloften, en uw vrijwillige offeren, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen.
En aldaar zult gijlieden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, eten en vrolijk zijn, gijlieden en uw huizen, over alles, waaraan gij uw hand geslagen hebt, waarin u de HEERE, uw God, gezegend heeft.
Gij zult niet doen naar alles, wat wij hier heden doen, een ieder al wat in zijn ogen recht is.
Want gij zijt tot nu toe niet gekomen in de rust en in de erfenis, die de HEERE, uw God, u geven zal.
10 Maar gij zult over de Jordaan gaan, en wonen in het land, dat u de HEERE, uw God, zal doen erven; en Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom, en gij zult zeker wonen.
11 Dan zal er een plaats zijn, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen; daarheen zult gij brengen alles, wat ik u gebiede: uw brandofferen, en uw slachtofferen, uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en alle keur uwer geloften, die gij den HEERE beloven zult.
12 En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gijlieden, en uw zonen, en uw dochteren, en uw dienstknechten, en uw dienstmaagden, en de Leviet, die in uw poorten is; want hij heeft geen deel noch erve met ulieden.
13 Wacht u, dat gij uw brandofferen niet offert in alle plaats, die gij zien zult.
14 Maar in de plaats, die de HEERE in een uwer stammen zal verkiezen, daar zult gij uw brandofferen offeren, en daar zult gij doen al wat ik u gebiede.
15 Doch naar allen lust uwer ziel zult gij slachten en vlees eten, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u geeft, in al uw poorten; de onreine en de reine zal daarvan eten, als van een ree, en als van een hert.
16 Alleenlijk het bloed zult gijlieden niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.
17 Gij zult in uw poorten niet mogen eten de tienden van uw koren, en van uw most, en van uw olie, noch de eerstgeboorten van uw runderen en van uw schapen, noch enige uwer geloften, die gij zult hebben beloofd, noch uw vrijwillige offeren, noch het hefoffer uwer hand.
18 Maar gij zult dat eten voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is; en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, over alles, waaraan gij uw handen geslagen hebt.
19 Wacht u, dat gij den Leviet niet verlaat, al uw dagen in uw land.
20 Wanneer de HEERE, uw God, uw landpale zal verwijd hebben, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gij zeggen zult: Ik zal vlees eten; dewijl uw ziel lust heeft vlees te eten, zo zult gij vlees eten, naar allen lust uwer ziel.
21 Zo de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, verre van u zal zijn, zo zult gij slachten van uw runderen en van uw schapen, die de HEERE u gegeven heeft, gelijk als ik u geboden heb; en gij zult eten in uw poorten, naar allen lust uwer ziel.
22 Doch gelijk als een ree en een hert gegeten wordt, alzo zult gij dat eten; de onreine en de reine zullen het te zamen eten.
23 Alleen houdt vast, dat gij het bloed niet eet; want het bloed is de ziel; daarom zult gij de ziel met het vlees niet eten;
24 Gij zult dat niet eten; op de aarde zult gij het uitgieten als water;
25 Gij zult dat niet eten; opdat het u, en uw kinderen na u, welga, als gij zult gedaan hebben, wat recht is in de ogen des HEEREN.
26 Doch uw heilige dingen, die gij hebben zult, en uw geloften zult gij opnemen, en komen tot de plaats, die de HEERE verkiezen zal;
27 En gij zult uw brandofferen, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar des HEEREN, uws Gods; en het bloed uwer slachtofferen zal op het altaar des HEEREN, uws Gods, worden uitgegoten; maar het vlees zult gij eten.
28 Neemt waar, en hoort al deze woorden, die ik u gebiede, opdat het u, en uw kinderen na u, welga tot in eeuwigheid, als gij zult gedaan hebben wat goed en recht is in de ogen des HEEREN, uws Gods.
29 Wanneer de HEERE, uw God, voor uw aangezicht zal hebben uitgeroeid de volken, naar dewelke gij heengaat, om die erfelijk te bezitten; en gij die erfelijk zult bezitten, en in hun land wonen;
 
30 Wacht u, dat gij niet verstrikt wordt achter hen, nadat zij voor uw aangezicht zullen verdelgd zijn; en dat gij niet vraagt naar hun goden, zeggende: Gelijk als deze volken hun goden gediend hebben, alzo zal ik ook doen.
 
31 Gij zult alzo niet doen den HEERE, uw God; want al wat den HEERE een gruwel is, dat Hij haat, hebben zij hun goden gedaan; want zij hebben ook hun zonen en hun dochteren met vuur verbrand voor hun goden.
 
32 Al dit woord, hetwelk ik ulieden gebiede, zult gij waarnemen om te doen; gij zult daar niet toedoen, en daarvan niet afdoen.


 

2 Koningen 17

Hoséa, laatste koning van Israël
In het twaalfde jaar van Achaz, den koning van Juda, werd Hoséa, de zoon van Ela, koning over Israël te Samaria, en regeerde negen jaren.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; evenwel niet, als de koningen van Israël, die vóór hem geweest waren.
Tegen hem toog op Salmanéser, koning van Assyrië; en Hoséa werd zijn knecht, dat hij hem een geschenk gaf.
Maar de koning van Assyrië bevond een verbintenis in Hoséa, dat hij tot So, den koning van Egypte, boden gezonden had, en het geschenk aan den koning van Assyrië niet als te voren van jaar tot jaar opbracht; zo besloot hem de koning van Assyrië, en bond hem in het gevangenhuis.
Want de koning van Assyrië toog op in het ganse land; ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren.
Samaria ingenomen
In het negende jaar van Hoséa, nam de koning van Assyrië Samaria in, en voerde Israël weg in Assyrië, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden.
Want het was geschied, dat de kinderen Israëls gezondigd hadden tegen den HEERE, hun God, Die hen uit Egypteland opgebracht had, van onder de hand van Faraö, den koning van Egypte; en hadden andere goden gevreesd;
En hadden gewandeld in de inzettingen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdreven had, en der koningen van Israël, die ze gemaakt hadden.
En de kinderen Israëls hadden de zaken, die niet recht zijn, tegen den HEERE, hun God, bemanteld; en hadden zich hoogten gebouwd in al hun steden, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.
10 En zij hadden zich staande beelden opgericht en bossen, op allen hogen heuvel en onder alle groen geboomte.
11 En zij hadden daar gerookt op alle hoogten, gelijk de heidenen, die de HEERE van hun aangezichten weggevoerd had; en zij hadden kwade dingen gedaan, om den HEERE tot toorn te verwekken.
 
12 En zij hadden de drekgoden gediend, waarvan de HEERE tot hen gezegd had: Gij zult deze zaak niet doen.
 
13 Als nu de HEERE tegen Israël en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb;
14 Zo hoorden zij niet, maar zij verhardden hun nek, gelijk de nek hunner vaderen geweest was, die aan den HEERE, hun God, niet geloofd hadden.
15 Daartoe verwierpen zij Zijn inzettingen, en Zijn verbond, dat Hij met hun vaderen gemaakt had, en Zijn getuigenissen, die Hij tegen hen betuigd had, en wandelden de ijdelheid na, dat zij ijdel werden, en achter de heidenen, die rondom hen waren, van dewelke de HEERE hun geboden had, dat zij niet zouden doen gelijk die.
16 Ja, zij verlieten al de geboden des HEEREN, huns Gods, en maakten zich gegoten beelden, twee kalveren; en maakten bossen, en bogen zich voor alle heir des hemels, en dienden Baäl.
17 Ook deden zij hun zonen en hun dochteren door het vuur gaan, en gebruikten waarzeggerijen, en gaven op vogelgeschrei acht, en verkochten zich, om te doen dat kwaad was in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
 
18 Daarom vertoornde zich de HEERE zeer over Israël, dat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht; er bleef niets over, behalve de stam van Juda alleen.
 
19 Zelfs hield Juda de geboden des HEEREN, huns Gods, niet; maar zij wandelden in de inzettingen van Israël, die zij gemaakt hadden.
20 Zo verwierp de HEERE het ganse zaad van Israël, en bedrukte hen, en gaf ze in de hand der rovers, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had.
21 Want Hij scheurde Israël van het huis van David af, en zij maakten Jeróbeam, den zoon van Nebat, koning; en Jeróbeam dreef Israël af van achter den HEERE, en hij deed ze een grote zonde zondigen.
 
22 Alzo wandelden de kinderen Israëls in alle zonden van Jeróbeam die hij gedaan had; zij weken daarvan niet af;
 
23 Totdat de HEERE Israël van Zijn aangezicht wegdeed, gelijk als Hij gesproken had door den dienst van al Zijn knechten, de profeten; alzo werd Israël weggevoerd uit zijn land naar Assyrië, tot op dezen dag.
Het land door vreemde volken bezocht
24 De koning nu van Assyrië bracht volk van Babel, en van Chuta, en van Avva, en van Hamath, en Sefarváïm, en deed hen wonen in de steden van Samaria, in de plaats der kinderen Israëls; en zij namen Samaria erfelijk in, en woonden in haar steden.
25 En het geschiedde in het begin hunner woning aldaar, dat zij den HEERE niet vreesden; zo zond de HEERE leeuwen onder hen, die enigen van hen doodden.
26 Daarom spraken zij tot den koning van Assyrië, zeggende: De volken, die gij vervoerd hebt, en hebt doen wonen in de steden van Samaria, weten de wijze des Gods van het land niet; daarom heeft Hij leeuwen onder hen gezonden, en ziet, zij doden hen, dewijl zij niet weten de wijze des Gods van het land.
27 Toen gebood de koning van Assyrië, zeggende: Brengt een der priesteren daarheen, die gijlieden van daar weggevoerd hebt, dat zij henentrekken, en wonen aldaar; en dat hij hun lere de wijze des Gods van het land.
28 Zo kwam een uit de priesteren, die zij van Samaria weggevoerd hadden, en woonde te Beth-El; en hij leerde hun, hoe zij den HEERE vrezen zouden.
29 Maar elk volk maakte zijn goden; en zij stelden ze in de huizen der hoogten, die de Samaritanen gemaakt hadden, elk volk in hun steden, waarin zij woonachtig waren.
30 Want de lieden van Babel maakten Sukkôth Benôth, en de lieden van Chut maakten Nergal, en de lieden van Hamath maakten Asíma,
31 En de Avieten maakten Nibhaz en Tartak, en de Sefarvieten verbrandden hun zonen voor Adramélech en Anamélech, de goden van Sefarváïm, met vuur.
32 Ook vreesden zij den HEERE, en maakten zich van hun geringsten priesteren der hoogten, dewelke voor hen dienst deden in de huizen der hoogten.
33 Zij vreesden den HEERE, en dienden ook hun goden, naar de wijze der volken, van dewelke zij die weggevoerd hadden.
34 Tot op dezen dag toe doen die naar de eerste wijzen; zij vrezen den HEERE niet, en zij doen niet naar hun inzettingen, en naar hun rechten, en naar de wet, en naar het gebod, dat de HEERE geboden heeft aan de kinderen van Jakob, dien Hijden naam Israël gaf.
35 Nochtans had de HEERE een verbond met hen gemaakt, en had hun geboden, zeggende: Gij zult geen andere goden vrezen, noch u voor hen nederbuigen, noch hen dienen, noch hun offerande doen.
36 Maar den HEERE, Die u uit Egypteland met grote kracht en met een uitgestrekten arm opgevoerd heeft, Dien zult gij vrezen, en voor Hem zult gij u buigen, en Hem zult gij offerande doen;
37 En de inzettingen, en de rechten, en de wet, en het gebod, die Hij u geschreven heeft, zult gij waarnemen te doen te allen dage; en gij zult andere goden niet vrezen.
38 En het verbond, dat Ik met u gemaakt heb, zult gij niet vergeten; en gij zult andere goden niet vrezen.
 
39 Maar den HEERE, uw God, zult gij vrezen; en Hij zal u redden uit de hand van al uw vijanden.
40 Doch zij hoorden niet, maar zij deden naar hun eerste wijze.
41 Maar deze volken vreesden den HEERE, en dienden hun gesneden beelden; ook doen hun kinderen en hun kindskinderen, gelijk als hun vaders gedaan hebben, tot op dezen dag. (Katholieken)
 

 

1 Samuël 7

 
Toen sprak Samuël tot het ganse huis van Israël, zeggende: Indien gijlieden u met uw ganse hart tot den HEERE bekeert, zo doet de vreemde goden uit het midden van u weg, ook de Astharoths; en richt uw hart tot den HEERE, en dient Hem alleen, zo zal Hij u uit de hand der Filistijnen rukken.
 
De kinderen Israëls nu deden de Baäls en de Astharoths weg, en zij dienden den HEERE alleen.




Lev 26:30
En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.

2 Kron 14:5
Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.

2 Kron 34:4
En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baäls; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.

2 Kron 34:7
Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israël; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.

Jes 17:8
En hij zal niet aanschouwen de altaren, het werk zijner handen, ook hetgeen zijn vingeren gemaakt hebben, zal hij niet aanzien, noch de bossen,noch de zonnebeelden.

Jes 27:9
Daarom zal daardoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden, en dit is de ganse vrucht, dat Hij deszelfs zonde zal wegdoen, wanneer Hij al de stenen des altaars maken zal als verstrooide kalkstenen, de bossen en de zonnebeelden zullen niet bestaan.

Ez 6:4
Daartoe zullen uw altaren verwoest, en uw zonnebeelden verbroken worden; en Ik zal uw verslagenen nedervellen voor het aangezicht uwer drekgoden.

Ez 6:6
In al uw woningen zullen de steden verwoest en de hoogten tot wildernis worden, opdat uw altaren woest en eenzaam zijn, en uw drekgodenverbroken worden en ophouden, en uw zonnebeelden afgehouwen, en uw werken uitgedelgd worden.

 
Be Vigilant NOT Paranoid with Illuminati symbols! BIG DIFFERENCE !!!

 

Matthéüs 5

43 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten.
44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;
45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij (YHWH) doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo?
48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.



Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen