Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Rosh HaShanna (Nieuwjaar) en Pascha (Pasen)
Wij: het volk Israel (Messiaanse Joden en Christenen) vieren het nieuwjaar op
1 Aviv (Nisan) 5775 / (19 zonsondergang) Vrijdag 20 maart 2015. (Zie bij: Exodus 12:2)

 בראש השנה = Rosh HaShanna = Bijbels Nieuwjaar (dat is in maart/april)

The Mo'edim: Yom Teruah

בראש השנה = Nieuwjaar

Ezechiel 40:1
בְּעֶשְׂרִים וְחָמֵשׁ שָׁנָה לְגָלוּתֵנוּ בְּרֹאשׁ הַשָּׁנָה בֶּעָשֹׂור לַחֹדֶשׁ בְּאַרְבַּע עֶשְׂרֵה שָׁנָה אַחַר אֲשֶׁר הֻכְּתָה הָעִיר בְּעֶצֶם הַיֹּום הַזֶּה הָיְתָה עָלַי יַד־יְהוָה וַיָּבֵא אֹתִי שָֽׁמָּה׃

 New Year Rosh Hashanah = השנה החדשה בראש השנה

Ezechiel 40:1 In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts.

Ezechiel 40:1
In the five and twentieth year of our captivity, in the beginning of the year, in the tenth day of the month, in the fourteenth year after that the city was smitten, in the selfsame day the hand of the LORD was upon me, and brought me thither.



MESSIAANSE HAGGADAH (PDF voor christenen)
Opwekking
294 - Glorie, Glorie, Glorie aan het Lam
Opwekking 178 waardig, o, waardig bent u, heer Sh'ma Yisrael (Shema Israel) - Prayer - Lyrics and Translation
Lam van God opw.393.
Opwekking 496 - Kadosh + tekst
Opwekking 427 maak mij rein voor u
opwekking 470 - Heer, als ik denk wat U voor mij deed
545 Jezus Heer, wanneer ik aan uw offer denk Opwekking 260 - Het is Volbracht
Opwekking 358 uw tederheid
580 Jezus, Hij kwam om ons leven te geven
Opwekking 315 - Heer, Uw bloed dat reinigt mij
Opwekking 362 - Baruch Ha ba B'shem Adonai
Opwekking 54 - Looft De Here, Alle Gij Volken
Hodu l' Adonai ki tov (Psalm 136) con lyrics
Opwekking 247 - Shalom, Shalom
Ram Venisa Ha'Mashiach - Lyrics and Translation.
Bedekking


 (Exodus 12)
Instelling van het Pascha
(MESSIAANSE HAGGADAH)
2 Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; (Rosh HaShanna) zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.

 (Exodus 13)
Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.

(Leviticus 23)
5 In de eerste maand, op den veertienden der maandtussen twee avonden is des HEEREN (YHWH) pascha.



De koren is Aviv/Abib betekent oogst klaar:

Deuteronomium 16

Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.

Leviticus 23
15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;

Exodus 9
31 Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.


Propehcy: Christs Passover Timetable - Abib 32 AD
Lamsvleespakketten kopen
Samaritan Passover Samaria 2010
Samaritan Paschal Lamb Sacrifice - 2010

AVI LIPKIN gives AMAZING synopsis of Obama's plans for America - don't miss this!

 

• Based on moon cycles instead of sun cycles
• "Leap months" are added to sync up with sun cycles
• Used to be calculated by observation
• Calculated mathematically since 4th century
Years are numbered from Creation
 

Exodus 11

Bedreiging met de tiende plaag
(Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog één plaag over Faraö, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.
Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.
En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Faraö’s knechten, en voor de ogen des volks.)
Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;
En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Faraö’s eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijke nooit geweest is, en desgelijke niet meer wezen zal.
Maar bij alle kinderen Israëls zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.
Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Faraö in hitte des toorns.
De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Faraö zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.
10 En Mozes en Aäron hebben al deze wonderen gedaan voor Faraö’s aangezicht; doch de HEERE verhardde Faraö’s hart, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land niet trekken liet.

 

YHWH zijn kalender begint op de dag van de nieuwe maan
Hebrew Date Converter: Hebcal 
Jewish Calendar
Actuele 
maanstand Nederland
Actuele 
maanstand Israel
Jewish Calendar


Wanneer begint het Paasfeest. 
Dat ligt eraan op welke dag de nieuwe maan is te zien voor de zonsondergang of na de zonsondergang (
Nieuwemaanfeest/gedeeltelijke sabbat).
Op de avond van de 14de dag vier je het Pesach. (Bij zonsondergang begint de nieuwe
 dag) Dus op de 15e dag.

Matthéüs 5
De vervulling der Wet en der profeten
17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.
20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij (meer dan nodig of gebruikelijk is), dan der schriftgeleerden en der farizeeëndat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.
(20 Ik zeg u: als uw gerechtigheid niet boven die van de schriftgeleerden en Farizeeën uitgaat, zult u het hemelse koninkrijk zeker niet binnenkomen.’)
m.a.w. De wetgeleerden en farizeeën zitten al fout met hun eigengemaakte regels, je moet het dus nog beter doen dan hun.)

Rosh HaShanna/Pascha:

 (Exodus 12)
De HEERE nu had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken, zeggende:
Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maanden de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden.
En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpelaan de huizen, in welke zij het eten zullen.
8  En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
10 Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
11 Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
12 Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
13 En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
14 En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE (YHWH) tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dager zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
21 Mozes dan riep al de oudsten van Israël, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
22 Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
23 Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
24 Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
25 En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE (YHWH) geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
26 En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
27 Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israëls voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
28 En de kinderen Israëls gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij.
32 Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
37 Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Raméses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
40 De tijd nu der woning, dien de kinderen Israëls in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
41 En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.
42 Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israëls, onder hun geslachten.
   43 Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aäron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
44 Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten. (Nu is dat geestelijke besnijdenis)
45 Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
47 De ganse vergadering van Israël zal het doen.
48 Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene (van Hart) zal daarvan eten.
49 Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
50 En alle kinderen Israëls deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij.
51 En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israëls uit Egypteland leidde, naar hun heiren.

(Exodus 13)
Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.
En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.
Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.
Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.
En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.
En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE (YHWH) door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.
10 Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
11 Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaänieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;
12 Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.
13 Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.
14 Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat? zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE (YHWH) heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd.
15 Want het geschiedde, toen Faraö zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik.
16 En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.

(Leviticus 23)
In de eerste maand, op den veertienden der maandtussen twee avonden is des HEEREN pascha.

(Deuteronomium 16)
Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachtenschapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde broden op hetzelve eten, een brood der ellende (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
    4 ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.

(Numeri 9)
Het pascha in de woestijn van Sinaï
En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd;
Op den veertienden dag in deze maand, tussen de twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden.
En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de HEERE (YHVH) Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls.
Verandering van den wettigen tijd
Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aäron op dienzelven dag.
En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN (YHVH) op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israëls?
En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE (YHVH) u gebieden zal.
Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
10 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE (YHVH) het pascha houden.
11 In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde brodenen bittere saus zullen zij dat eten.
12 Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
13 Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande desHEEREN (YHVH) op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
14 En wanneer een vreemdeling (Alien/Nephelim/gevallen engel) bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE (YHVH) ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling (Alien/Nephelim/gevallen engel) en den inboorling des lands.

(Matthéüs 26)
Het laatste pascha
17 En op de eerste dag der ongezuurde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?
18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.
19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.
Instelling van het Heilig Avondmaal
26 En toen zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het de discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
27 En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun die, zeggende: Drinkt allen daaruit;
28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.
30 En toen zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg. 

(Markus 14)
Instelling van het Heilig Avondmaal
22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen (hernieuwd) Testaments (verbond), hetwelk voor velen vergoten wordt.
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

(Lukas 14)
Gelijkenis van het grote avondmaal
15 En als een van degenen, die mede aanzaten, deze dingen hoorde, zeide hij tot Hem: Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods.
16 Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.
17 En hij zond zijn dienstknecht uit ten ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
18 En zij begonnen allen zich eendrachtelijk te ontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
19 En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen, om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
20 En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.
21 En dezelve dienstknecht wedergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in.
22 En de dienstknecht zeide: Heere, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats.
23 En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;
24 Want ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.
(Lukas 22) 
Het laatste Paasfeest
En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.
En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?
10 En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.
11 En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
12 En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.
13 En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Het Heilig Avondmaal
14 En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
15 En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
16 Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
17 En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
18 Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
19 En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
20 Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
21 Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
22 En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!
23 En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.


(1 Korinthe 10) 
Het Avondmaal
14 Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst.
15 Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
16 De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?
17 Want één brood is hetzo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn.
18 Ziet Israël, dat naar het vlees is; hebben niet degenen, die de offeranden eten, gemeenschap met het altaar?
19 Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?
20 Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.
21 Gij kunt den drinkbeker des Heeren (YHWH) niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen.
22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?

(1 Korinthe 11) 
Aanwijzing voor het Heilig Avondmaal
17 Dit nu, hetgeen ik u aanzegge, prijs ik niet, namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.
18 Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;
19 Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.
20 Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren (YHWH) avondmaal eten.
21 Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is hongerig, en de andere is dronken.
22 Hebt gij dan geen huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet.
23 Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
24 En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
25 Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament (Hernieuwde Verbond) in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
26 Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.
27 Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren (God, the Messias) drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
28 Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
29 Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30 Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31 Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32 Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
33 Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
34 Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.


(Hebreeën 11) 
28 Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou.

(Openbaring 19) 
De bruiloft des Lams
En ik hoorde als een stem van een grote schare, en als een stem van vele wateren, en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja, want de Heere, de Almachtige God, heeft als Koning geheerst.
Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid.
En haar is gegeven, dat zij bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.
En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.
10 En ik viel neer voor zijn voeten, om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en van uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. 

Acts 12:4
And when he had apprehended him, he put him in prison, and delivered him to four quaternions of soldiers to keep him; intending after Easter to bring him forth to the people.

Acts 12:4
When he had seized him, he put him in prison, handing him over to four squads of soldiers to guard him. Herod planned to bring him out for public trial after the Passover.

Handelingen 12
4 Denwelken ook gegrepen hebbende, hij in de gevangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaren, willende na het paasfeest (Pascha) hem voorbrengen voor het volk.

 

Karpas כרפס 

bittere kruiden

bitter vegetable

Z'roah זרוע

Roasted Lamb Shankbone

geroosterde lamsbot

Baitzah ביצה

Roasted Egg

geroosterd ei

Maror מרור

Horseradish

Mierikswortel

Charoset חרוסת

Chopped Apples, Nuts & Wine

gehakte appels, noten & wijn

Mierikswortel(Radijs)  חזרת

Radish

 

 

Karpas: Een andere soort groente (Peterselie) dan bitter kruiden die wordt ondergedompeld in zout water aan het begin van de Seder symbool voor de tranen van Israël.

Charoset: De zoetheid van het gerecht staat voor het geluk na de bevrijding uit Egypte en onze bevrijding van zonden en dood door Yeshua, terwijl de kleur doet denken aan klei en aan de stenen en het cement uit de slaventijd in Egypte.

Beitzah: "Een geroosterde ei, symboliseert het offer feest die was aangeboden in de tempel van Jeruzalem en vervolgens als onderdeel van de maaltijd werd gegeten op Seder nacht"
Charezet: (= rauwe hele mierikswortel, maar ook wel radijs) één van de bittere kruiden symboliseert de bitterheid en hardheid van slavernij die de Joden verdraagden in het oude Egypte. (romaine sla)
Maror: de tweede bittere kruid, vaak geraspte mierikswortel, vanwege de bitterheid van de slavernij in Egypte, maar ook het bittere lijden van Yeshua.

Z’ora: dat is een geroosterd bot (shankbone) dat symboliseert het lam aangeboden aan de tempel van Jeruzalem.

Maror 

 

David Brickner: Christ in the Passover

Christ in the Passover: Presented by David Brickner

 

 

Johannes 13
  1 En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
  2 En als het avondmaal gedaan was, (toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskáriot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),
  3 Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,
  4 Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
30 Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit. En het was nacht.


Johannes 13
De voetwassing
En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
En als het avondmaal gedaan was, (toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskáriot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),
Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,
Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.
Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.
Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.
Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.
10 Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.
11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
12 Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?
13 Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.
14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.
16 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.
17 Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
18 Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.
19 Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.
20 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.


Om eerlijk te zijn zijn de bittere kruiden en het ongezuurde brood van belang en het avondmaal. Maar de andere rituelen zijn niet in de bijbel beschreven, maar door mensen in gebruik gezet
Dus kijk dus goed naar: Wat zegt het Woord van YHWH.



Pesach (PDF: Engels, hebreews)

Ezechiël 46

Maar op den dag van de nieuwe maan, een var, een jong rund, van de volkomene, en zes lammeren, en een ram; volkomen zullen zij zijn. (voor of na zonsondergang bepaald de eerste dag van de maand)

Exodus 9

    3 
Zie, de hand des HEEREN (YHVH) zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.
En de HEERE (YHWH) zal een afzondering maken tussen het vee der Israëlieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israëls is.
  26 Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israëls waren, daar was geen hagel.

Exodus 10

23 
Zij zagen de een den ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israëls was het licht in hun woningen.

Exodus 11

Maar bij alle kinderen Israëls zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.

  


Vrouwen: Voorjaarschoonmaak.

Mannen:Veer,houten lepen en een servet. (vuur)
 
Zuurdesem is het symbool voor zonde.

 

The Blessings of the Candles
Baruch ata Adonai (YHWH) Eloheynu Melech Ha-Olahm 
A-sher Kid-sha-nu Al Y’dey emu-nah 
B’Yeshua HaMoshiach Or Ha-Olam 
Uvishmo Madlikim Ha-nair Shel Pesach. 

Blessed are You O’ Lord (YHWH) our God, King of the Universe 
Who has sanctified us by Your word and has given us 
Yeshua, the Messiah, the Light of the world 
And it is in His Name we kindle the Passover lights. 
 

Gezegend zijt Gij O Heer (YHWH), onze God, Koning van het heelal
Die ons geheiligd heeft door Uw woord en ons gegeven 
heeft 
Yeshua, de Messias, het Licht van de wereld
En het is in Zijn Naam dat wij de Pascha lichten ontsteken.
 


Jesaja 7

14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten. (Walid Shoebat)

Lukas 2

32 Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.

       

 
De kinderen: Mogen 4 vragen stellen aan de vader.

Mah Nishtanah - The 4 Questions in Hebrew
Why Is This Night Different? The 4 Questions in English


De betekenis van de 4 bekers wijn:
  1. Ik zal jullie wegvoeren uit de Egyptische dwangarbeid: beker der heiliging, Kos Kadesh
  2. Ik zal jullie redden uit de slavernij, beker der plagen: Kos Hamakot
  3. Ik zal jullie verlossen met uitgestrekte arm: beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging, Kos Hage’oelah
  4. Ik zal jullie tot mijn volk makenbeker der aanneming en lofprijzing, Kos Hallel

Tijdens de maaltijd wordt de aandacht van de kinderen vastgehouden door ze al vertellend bij het verhaal te betrekken. Het jongste kind stelt 4 vragen over de bijzondere betekenis van de maaltijd. Dit heeft te maken met de mondelinge overlevering waar in de Torah over gesproken wordt. Het stellen van de vragen wordt Ma Nisjtana genoemd. (beschreven in de Misjna = Mondelinge Leer)

De 4 vragen:
1. Waarom eten wij op deze avond anders dan op alle andere avonden matzes?
2. Waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop maar leunen wij op de tafel? 
3. Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden? 
4. Waarom eten we vanavond, anders dan op alle andere avonden bittere kruiden?


 
Hide the Afikomen
MA NISHTANA: THE FOUR QUESTIONS
Mah nish-ta-na ha-lei-lah ha-zeh mi-kol ha-lei-lot?
Sheh-be-hol ha-lei-lot a-nu oh-lin ha-metz u-matzah.
Ha-lai-lah ha-zeh, ku-lo ma-tzah.
Sheh-be-hol ha-lei-lot a-nu oh-lin sh'ar y'-ra-kot.
Ha-lei-lah ha-zeh, maror.
Sheh-be-hol ha-lei-lot ein a-nu mat-bi-lin a-fi-lu pa-am e-hat.
Ha-lai-lah ha-zeh, sh-tai fi-ah-mim.
Sheh-be-hol ha-lei-lot a-nu och-lin bayn yosh-vin ou-vein mis-u-bin.
Ha-lai-lah ha-zeh, ku-la-nu mis-u-bin.

Why is this night different from all other nights?
1. On all other nights we eat either leavened bread or matzah.
Why, on this night, do we eat only matzah?
2. On all other nights we eat all kinds of herbs.
Why, on this night, do we eat only bitter herbs?
3. On all other nights we do not dip herbs.
Why, on this night, do we dip them twice?
4. On all other nights we eat sitting or reclining upon pillows.
Why on this night, do we eat only reclining upon pillows?


   

 

1.THE BLESSING OF THE CUP
 
 
Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Borey P’ree Hagafen.

Blessed are You, O Lord our God, 
King of the Universe, 
Who creates the fruit of the vine. Amen.

Gezegend zijt Gij, o Heer, onze God,
Koning van het heelal,
Die schept de vrucht van de wijnstok. Amen.
 

Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Borey P'ree Ha-Adamah.

Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe, 
Who creates the fruit of the earth. Amen.

Gezegend zijt Gij, o Heer, onze God, Koning van het heelal,
Die schept de vruchten van de aarde. Amen.
 

URCHATS--The Washing of the Hands
Wash your hands, but do not say the blessing
URCHATS - Het wassen van de handen
Was je handen, maar zeg niet dat de zegen

Karpas—The Bitter Herb
Karpas-De Bittere Kruiden


Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam
Borey P'ree Ha-Adamah.

Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe,
Who creates the fruit of the earth. Amen.

Matze
 
Exodus 12:39
And they baked unleavened cakes of the dough which they had brought out of
Egypt; for it was not leavened, because they were driven out of Egypt and
could not wait, nor had they prepared provisions for themselves.


       


Lukas 22

Het Heilig Avondmaal
14 En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
15 En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
16 Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
17 En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
18 Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
Seder = Order (ceder=volgorde)
                  
                 Karpas = een soort groente die in zout water gedoopt wordt aan het begin van de avond. Zout water = tranen van het leven Selderij

                 
Het woord maror betekent het bittere kruid, mierik, en herinnert aan bittere tijden.
Chazeret = Mierikswortel

Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 

Borey P'ree Ha-Adamah. 

Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe, 

Who creates the fruit of the earth. Amen. 

 

Matthéüs 26

21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.

Lukas 22

Het verraad van Judas
En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskáriot, zijnde uit het getal der twaalven.
En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.
En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.
En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.
 
   
Charoset (Hebreeuws: חרוסת) of charousjes (Nederlands-Jiddisch) is een product uit de joodse keuken. Het herinnert aan het goede en het zoete in Egypte. Het symboliseert ook de leem en klei waarvan de Israëlieten in Egyptische slavernij bouwstenen moesten maken. De wijn in de charoset staat voor het bloed dat de joden in de slavernij lieten.
(Zie recept onderaan)
   
Chazeret = Radijs
   
Waarom een geroosterd ei? =  כיצּה      Zout water = tranen van het leven

   
The shankbone, or the z'roah זרוע, is one of the three basic components of the Passover service.

In ancient times, the Israelites were commanded to sacrifice one lamb per family to eat for the Passover meal.
Voor ons Christenen is dit ter herinnering dat Yeshua het paaslam was en zijn botten niet gebroken waren.

 2.THE BLESSING OF THE CUP


Tien Plagen:

  1. Het water in bloed veranderd.
  2. De vorsen.
  3. De luizen.
  4. Het ongedierte.
  5. Veepest.
  6. Zweren.
  7. Hagel.
  8. Sprinkhanen.
  9. Duisternis.
  10. Dood van de eerstgeborenen in Egypte (Farao, dienstmaagd, vee).
Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Ha-Motzee Lechem meen Ha-Aretz

Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe,
Who brings forth bread from the earth.

I Corinthians 11

23 For I received from the Lord that which I also 
delivered to you: that the Lord Jesus on the same night in which He was betrayed took bread; 
24 and when He had given thanks, He broke it and said, 
“Take, eat; this is My body which is broken for you; do this in remembrance of Me.” 
26  For as often as you eat this bread and drink this cup, you proclaim the Lord’s death till He comes.


1 Korinthe 11

23 Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
24 En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
    25 Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. 

THE THIRD CUP — REDEMPTION
"I will redeem you with an outstretched arm", Exodus 6:7
 
THE BLESSING OF THE CUP
Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Borey P’ree Hagafen. 
Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe, 
Who creates the fruit of the vine. Amen.

 

   

   
De Matze zak heeft 3 vakken voor 3 Matzes.
De middelste matze wordt in stukken gemaakt. (Yeshua)

   
Het verstoppen van de Afikoman (Verborgen Matze)

    
Eten van het paasdiner. Aan het einde moeten de kinderen de verstopte Matze zoeken breken in stukken verdelen en aan iedereen een stuk geven.

3. CUP OF BLESSINGS/REDEMPTION

 
Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Borey P’ree Hagafen. 
Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe, 
Who creates the fruit of the vine. Amen.



THE THIRD CUP — REDEMPTION
"I will redeem you with an outstretched arm", Exodus 6:7
THE BLESSING OF THE CUP 

Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam
Borey P’ree Hagafen.
Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe,
Who creates the fruit of the vine. Amen.

1 Korinthe 11

25 Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

Lukas 22

20 Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.

Jeremía 31

31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;
33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.

Psalmen 107

Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.

2.CUP OF PRAISE

Baruch atah Adonai, Eloheynu Melech Ha-Olam 
Borey P’ree Hagafen. 
Blessed are You, O Lord our God, King of the Universe, 
Who creates the fruit of the vine. Amen. 

Psalm 133 t/m 118  worden gezongen.


               

Johannes 1

29 
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

Maleáchi 4

Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elía, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

Eliyahu Hanavi 


Wetten der hoogtijden

(Leviticus23)
   1
 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.

   16 
Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
17 Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.

De drie hoge feesten


(Exodus 23)

    14
 Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.
15 Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.
16 En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.
17 Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.
18 Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.
19 De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
 

De twee zilveren trompetten 

 (Numeri 10)
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
Maar als zij met de éne zullen blazendan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israël.
Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Maar als gij ten tweeden male met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken geklank zullen zij blazen tot hun optochten.
Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
En de zonen van Aäron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
10 Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
 
 

2 Kronieken 30
Hizkía viert te Jeruzalem het paasfeest
Daarna zond Jehizkía tot het ganse Israël en Juda, en schreef ook brieven tot Efraïm en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israëls, pascha te houden.
Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.
Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israël, van Ber-séba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israëls, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was.
De lopers dan gingen henen met de brieven van de hand des konings en zijner vorsten, door gans Israël en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij, kinderen Israëls, bekeert u tot den HEERE, den God van Abraham, Izak en Israël, zo zal Hij Zich keren tot de ontkomenen, die ulieden overgebleven zijn uit de hand der koningen van Assyrië.
En zijt niet als uw vaders en als uw broeders, die tegen den HEERE, den God hunner vaderen, overtreden hebben; waarom Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, gelijk als gij ziet.
Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.
Want als gij u bekeert tot den HEERE, zullen uw broederen en uw kinderen barmhartigheid vinden voor het aangezicht dergenen, die hen gevangen hebben, zodat zij in dit land zullen wederkomen; want de HEERE, uw God, is genadig en barmhartig, en zal het aangezicht van u niet afwenden, zo gij u tot Hem bekeert.
10 Zo gingen de lopers door, van stad tot stad, door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe; doch zij belachten hen, en bespotten hen.
11 Evenwel verootmoedigden zich sommigen van Aser, en Manasse, en van Zebulon, en kwamen te Jeruzalem.
12 Ook was de hand Gods in Juda, hun enerlei hart gevende, dat zij het gebod des konings en der vorsten deden, naar het woord des HEEREN.
13 En te Jeruzalem verzamelde zich veel volks, om het feest der ongezuurde broden te houden, in de tweede maand, een zeer grote gemeente.
14 En zij maakten zich op, en namen de altaren weg, die te Jeruzalem waren; daartoe namen zij alle rooktuig weg, hetwelk zij in de beek Kidron wierpen.
15 Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN.
16 En zij stonden in hun stand, naar hun wijze, naar de wet van Mozes, den man Gods; de priesters sprengden het bloed,dat nemende uit de hand der Levieten.
17 Want een menigte was in die gemeente, die zich niet geheiligd hadden; daarom waren de Levieten over de slachting der paaslammeren, voor iedereen, die niet rein was, om die den HEERE te heiligen.
18 Want een menigte des volks, velen van Efraïm en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkía bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien,
19 Die zijn ganse hart gericht heeft, om God den HEERE, den God zijner vaderen, te zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms.
20 En de HEERE verhoorde Jehizkía, en heelde het volk.
21 Zo hielden de kinderen Israëls, die te Jeruzalem gevonden werden, het feest der ongezuurde broden, zeven dagen, met grote blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op dag, met sterk luidende instrumenten des HEEREN.
22 En Jehizkía sprak naar het hart van alle Levieten, die verstand hadden in de goede kennis des HEEREN; en zij aten de offeranden des gezetten hoogtijds zeven dagen, offerende dankofferen, en lovende den HEERE, den God hunner vaderen.
23 Als nu de ganse gemeente raad gehouden had, om andere zeven dagen te houden, hielden zij nog zeven dagen met blijdschap.
24 Want Jehizkía, de koning van Juda, gaf de gemeente duizend varren en zeven duizend schapen; en de vorsten gaven de gemeente duizend varren en tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte geheiligd.
25 En de ganse gemeente van Juda verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele gemeente dergenen, die uit Israël gekomen waren; ook de vreemdelingen, die uit het land van Israël gekomen waren, en die in Juda woonden.
26 Zo was er grote blijdschap te Jeruzalem; want van de dagen van Sálomo, den zoon van David, den koning van Israël, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
27 Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.

 

 

 Pesachfeest en uittocht uit Egypte
Exodus 12.
1 De HEER zei tegen Mozes en Aäron, nog in Egypte:
2 Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.
3 Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke familie een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één.
4 Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft.
5 Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek.
6 Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten.
7 Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. (Jezus is nu het lam)
8 Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden.
9 Het dier mag niet halfgaar of gekookt worden gegeten, maar uitsluitend geroosterd, en in zijn geheel: met kop, poten en ingewanden.
10 Zorg dat er de volgende morgen niets meer van over is. Mocht er toch iets overblijven, dan moet je dat verbranden.
11 Zo moeten jullie het eten: met je gordel om, je sandalen aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal.
12 Ik zal die nacht rondgaan door Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het vee, en ik zal alle Egyptische goden van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER.
13 Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik Egypte straf, jullie niet treffen.
14 Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.
15 Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, en verwijder meteen op de eerste dag alle zuurdesem uit jullie huizen; wie op een van die zeven dagen iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden.
16 De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft.
17 Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid.
18 Van de avond van de veertiende dag van de eerste maand tot de avond van de eenentwintigste dag van die maand moeten jullie ongedesemd brood eten.
19 Gedurende die zeven dagen mag er geen zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn; iedereen die iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden, of het nu een vreemdeling is of een geboren Israëliet.
20 Eet niets dat met zuurdesem bereid is; eet uitsluitend ongedesemd brood, waar jullie ook wonen.
21 Toen riep Mozes de oudsten van Israël bij elkaar. ‘Elke familie moet een lam of een bokje kiezen,’ zei hij, ‘en dat moet worden geslacht als pesachoffer.
22 Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met bloed dopen en het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit,
23 want de HEER zal door Egypte heen gaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur bloed aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen.
24 Dit voorschrift blijft voor u en uw kinderen voor altijd van kracht.
25 Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u zal geven, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden.
26 En als uw kinderen dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?”
27 antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de Egyptenaren strafte; ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer,
28 en ze deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen.

29 Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee.
30 De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was.
31 Die nacht nog ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg,’ zei hij, ‘u en alle Israëlieten! Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd.
32 Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen.’
33 De Egyptenaren drongen er bij het volk op aan zo snel mogelijk uit hun land weg te gaan. ‘Anders sterven we allemaal nog!’ zeiden ze.
34 Toen pakten de Israëlieten hun baktroggen, met daarin het nog ongedesemde deeg, wikkelden die in kleren en namen ze op de schouders.
35 Ze hadden gedaan wat Mozes had opgedragen en de Egyptenaren om zilveren en gouden sieraden en om kleren gevraagd.
36 En de HEER had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren hun goedgezind waren, zodat ze op hun verzoek ingingen. Zo beroofden ze de Egyptenaren.
37 De Israëlieten trokken te voet van Rameses naar Sukkot; hun aantal bedroeg ongeveer zeshonderdduizend, vrouwen en kinderen niet meegerekend,
38 terwijl er bovendien een grote groep mensen van allerlei herkomst met hen meetrok. Ze voerden enorme kudden schapen, geiten en runderen mee.
39 Van het deeg dat ze uit Egypte hadden meegenomen bakten ze ongedesemde broden. Doordat ze uit Egypte waren weggejaagd, was er geen tijd geweest om zuurdesem toe te voegen of voor andere proviand te zorgen.
40 Vierhonderddertig jaar hadden de Israëlieten in Egypte gewoond;
41 na precies vierhonderddertig jaar – geen dag eerder of later – trok het volk van de HEER, in groepen geordend, uit Egypte weg.
42 Die nacht waakte de HEER om hen uit Egypte weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de HEER, elke generatie opnieuw.

43 De HEER zei tegen Mozes en Aäron: ‘Voor het pesachmaal gelden deze voorschriften: Er mag geen enkele vreemdeling aan deelnemen.
44 Een slaaf die door iemand gekocht is, mag er echter aan deelnemen zodra hij besneden is.
45 Een vreemdeling die tijdelijk bij je verblijft of een dagloner mag er niet aan deelnemen.
46 Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken.
47 Ieder die tot de gemeenschap van Israël behoort, is verplicht dit maal te bereiden.
48 Wil een vreemdeling (Alien, Nephelim/ gevallen engelen) die bij jullie woont het pesachmaal ter ere van de HEER bereiden, dan mag dat pas nadat hij en al zijn mannelijke familieleden besneden zijn, want alleen dan kan hij op één lijn worden gesteld met een geboren Israëliet. Maar een onbesnedene mag er niet aan deelnemen. (Kolossenzen 2:11
Filippenzen 3: 2-3.)
49 Voor geboren Israëlieten en voor vreemdelingen geldt een en dezelfde regel.’
50 De Israëlieten deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen.
51 Op diezelfde dag leidde de HEER de Israëlieten, in groepen geordend, uit Egypte.
Geestelijke besnijdenis
Filippenzen 3: 2-3.
2 Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze!
2 Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.
Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 
Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.

Kolossenzen 2:11
.
11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; 

Galaten 6. 
Christus' kruis onze enige roem
14 Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.
15 Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.
16 En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.
17 Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de littekenen van den Heere Jezus in mijn lichaam.
18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.


Kolossenzen 2
4 Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt.
5 Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.;
 
Met Christus gestorven en opgewekt uit de dood
6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt.
7 Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid.
8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.
9 Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig,
10 en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
11 In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam.
12 Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.
13 U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold.
14 Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.
15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.
16 Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat.
17 Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is Christus.
18 Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of zich laten voorstaan op eigen bedenksels.
19 Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien.
20 Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft?
21 ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ –
22 het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan.
23 Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.


Kolossenzen 2
Waarschuwing tegen dwaalleringen
4 En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben.
5 Want hoewel ik met het vlees van u ben, nochtans ben ik met den geest bij u, mij verblijdende en ziende uw ordening,en de vastigheid van uw geloof in Christus.
6 Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem;
7 Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.
8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;
9 Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;
10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;
11
 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; (Geestelijke besnijdenis)
12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;
14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;
15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.
16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
17 Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.
18 Dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses;
19 En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.
20 Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast?
21 Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan.
22 Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen;
23 Dewelke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwilligen godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.

  

Hand 15:1.
De vergadering te Jeruzalem En sommigen, die afgekomen waren van Judéa, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.

Hand 15:24.
Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden;

1 Kor 7:18.
Is iemand, besneden zijnde, geroepen, die late zich geen voorhuid aantrekken; is iemand, in de voorhuid zijnde, geroepen, die late zich niet besnijden.

Gal 6:12.
Al degenen, die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleenlijk opdat zij vanwege het kruis van Christus niet zouden vervolgd worden.

Gal 6:13.
13 Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden.

Galaten 5

9 Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.


Who Is the Devil?

Mat 26:2Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden. (Jezus is het lam/pascha die geslacht werd)
Mat 26:16-19
En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht. Het laatste pascha 
En op den eersten dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten? 
En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.
En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha. 
Mar 14:1.
De zalving te Bethanië En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. 
Mar 14:12.
En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet? 
Mar 14:14.
En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? 
Mar 14:16.
En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Luk 2:41.
En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha. 
Luk 22:1.
Tot Jezus' dood besloten En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij. 
Luk 22:7-8 +11+13+15
En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden. 
En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? 
En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. Het Heilig Avondmaal 
En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; 
Joh 2:13.
En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem. 
Joh 2:23.
En als Hij te Jeruzalem was, op het pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, ziende Zijn tekenen, die Hij deed. 
Joh 6:4.
En het pascha, het feest der Joden, was nabij. 
Joh 11:55.
En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden. 
Joh 12:1.
Zalving van Jezus te Bethanië Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanië, daar Lázarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden. 
Joh 13:1.
De voetwassing En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde. 
Joh 18:28.
Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was ’s morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten. 
Joh 18:39.
Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha één loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate? 
Joh 19:14.
En het was de voorbereiding van het pascha, en omtrent de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning! 
1 Kor 5:7.
Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. 
Heb 11:28.
Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou. 



1 Korinthe 5

De zedeloosheid in de gemeente te Korinthe
Men hoort zowaar, dat er hoererij onder u is, en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genaamd wordt, alzo dat er een de vrouw van zijn vader heeft.
En zijt gij nog opgeblazen, en hebt niet veel meer leed gedragen, opdat hij uit het midden van uw weggedaan worde, die deze daad begaan heeft?
Doch ik, als wel met het lichaam afwezig, maar tegenwoordig zijnde met de geest, heb reeds, alsof ik tegenwoordig was, hem, die dat alzo bedreven heeft, besloten,
In de Naam van onze Heere Jezus Christus, als gij en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onze Heere Jezus Christus,
5 Deze over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden moge worden in de dag van de Heere Jezus.
Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?
Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.
Ik heb u geschreven in de brief, dat gij u niet zoudt vermengen met de hoereerders;
10 Doch niet in het geheel met de hoereerders van deze wereld, of met de gierigaards of met de rovers, of met de afgodendienaars; want anders zoudt gij uit de wereld moeten gaan.
11 Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover, dat gij met zo iemand ook niet zult eten.
12 Want wat heb ik ook die buiten zijn te oordelen? Oordeelt gij niet die binnen zijn?
13 Maar die buiten zijn oordeelt God. En doet gij deze boze uit u weg.
 

Matthéüs 16

Waarschuwing voor het zuurdesem
En toen Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mee te nemen.
En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën.
En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Het is omdat wij geen broden meegenomen hebben.
En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelf, gij kleingelovigen! dat gij geen broden meegenomen hebt?
Verstaat gij nog niet en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoeveel korven gij opnaamt?
10 Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoeveel manden gij opnaamt?
11 Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, toen Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën?
12 Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van de zuurdesem van het brood, maar van de leer van de Farizeeën en Sadduceeën.

2 Korinthe 11

Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus.

Jesaja 54

De toekomst van Sion
Zing  vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.
Maak de plaats van uw tenten wijd, en dat men de gordijnen van uw woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in.
Want gij zult uitbreken ter rechter- en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen.
Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte van uw jeugd vergeten, en de smaad van uw weduwschap zult gij niet meer gedenken.
Want uw Maker is uw Man, HEERE der heerscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God van de ganse aardbodem genoemd worden.
Want de HEERE heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de vrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.
Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.
In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.
Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal.
10 Want bergen zullen wijken, en heuvels wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.
11 Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.
12 En uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten van robijnstenen, en uw ganse gebied van aangename stenen.
13 En al uw kinderen zullen van de HEERE geleerd zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.
14 Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want gij zult niet vrezen; en verre van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen.
15 Ziet, zij zullen zich voorzeker vergaderen, doch niet uit Mij; wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen.
16 Zie, Ik heb de smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik de verderver geschapen, om te vernielen.
17 Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij veroordelen; dit is de erve van de knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

Johannes 6

Het brood des levens
22 Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren;
23 (Doch er kwamen andere scheepjes van Tibérias, nabij de plaats, waar zij het brood gegeten hadden, als de Heere gedankt had.)
24 Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapérnaüm, zoekende Jezus.
25 En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?
26 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.
27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
28 Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.
30 Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?
31 Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.
32 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.
33 Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.
34 Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.
35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36 Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.
37 Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38 Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
39 En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.
40 En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
41 De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.
42 En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
43 Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.
44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
46 Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.
47 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
48 Ik ben het Brood des levens.
49 Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
50 Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
51 Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
52 De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
54 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
55 Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
56 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
57 Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vaderalzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
58 Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
59 Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapérnaüm.

Matthéüs 26

Het laatste pascha
17 En op den eersten dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?
18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.
19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.
Judas ontmaskerd
20 En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven.
21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.
24 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.
25 En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.
Instelling van het Heilig Avondmaal
26 En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
27 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;
28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.
30 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

1 Korinthe 10

Israël als waarschuwend voorbeeld
En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;
En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee;
En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben;
En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.
Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen.
En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben.
En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen.
En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op één dag drie en twintig duizend.
En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slangen vernield.
10 En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver.
11 En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, opdewelke de einden der eeuwen gekomen zijn.
12 Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.
13 Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.
De Christelijke vrijheid
23 Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen stichten niet.
24 Niemand zoeke dat zijns zelfs is; maar een iegelijk zoeke dat des anderen is.
25 Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil;
26 Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
27 En indien u iemand van de ongelovigen noodt, en gij daar gaan wilt, eet al wat ulieden voorgesteld wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil.
28 Maar zo iemand tot ulieden zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om desgenen wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en om des gewetens wil. Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
29 Doch ik zeg: om het geweten, niet van uzelven, maar des anderen; want waarom wordt mijn vrijheid geoordeeld van een ander geweten?
30 En indien ik door genade der spijze deelachtig ben, waarom word ik gelasterd over hetgeen, waarvoor ik dankzeg?
31 Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.
32 Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.
33 Gelijkerwijs ik ook in alles allen behaag, niet zoekende mijn eigen voordeel, maar het voordeel van velen, opdat zij mochten behouden worden.

Lukas 24

28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.
31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.
32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
Verschijning aan de elf apostelen
36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.
38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.
40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage;
47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
48 En gij zijt getuigen van deze dingen.
49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte. (De Heilige Geest)
De hemelvaart
50 En Hij leidde hen buiten tot aan Bethánië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.
51 En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
52 En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
53 En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

 
Matzah (Unleavened Bread)

Matzes tijdens Pesach 


Ook de huizen moeten worden schoongemaakt, huizen moeten met andere woorden volledig ‘koosjer le-Pesach’ zijn. Aangezien Pesach het feest van de ongedesemde broden is, is het belangrijk om alles dat in contact kan gekomen zijn met gist of alles dat gist bevat, 
schoon te maken of te verwijderen.

De eerste twee dagen van Pesach wordt de Sedermaaltijd geserveerd. Deze symbolische en gestructureerde maaltijd bestaat onder andere uit bittere kruiden, een glas zout water, een ei, een geroosterd bot van een lam en charoseth 
(dit is een mengsel van onder meer geraspte appels, noten, rozijnen en kaneel). Dit alles wordt binnengebracht op de Sederplaat en wordt bij het hoofd van de familie geplaatst. Onder de Sederplaat bevinden zich drie ongedesemde broden of matzes. 
Alle aanwezigen krijgen een beker waaruit ze vier keer meestal wijn of druivensap drinken. Elk ingrediënt heeft een bepaalde betekenis. De bittere kruiden verwijzen naar de onderdrukking in Egypte, het bot van een lam staat symbool voor het paaslam waarvan het bloed 
werd gebruikt om de joden te beschermen tegen de tiende plaag, charoseth verwijst naar de kleur en de vorm van de bakstenen waarmee de joden als slaven moesten sleuren en staat tevens symbool voor het geluk na de bevrijding en de drie matzes verwijzen naar
het overhaaste vertrek uit Egypte. De vier bekers wijn verwijzen naar vier uitdrukkingen die God gebruikte voor de bevrijding uit Egypte. Aan de hand van deze symbolische maaltijd wordt tijdens Sederavond het verhaal van de uittocht verteld. Het verhaal van de uittocht 
staat opgetekend in de Haggada waaruit wordt voorgelezen. In dit boek staat tevens de specifieke volgorde waarin alles moet gebeuren tijdens Sederavond. Er staat onder meer in dat de matzes en de wijn niet al zittend mogen worden genuttigd, maar wel al leunend.

De eerste avond van Rosj Hasjana** komen Joodse families gezellig bijeen om de traditionele stukjes appel met honing te nuttigen. Daarmee wensen ze elkaar een zoet jaar toe. Ook andere zoetigheden worden gegeten, zoals bijvoorbeeld wortels, dadels, … 
Terwijl op andere feesten telkens gevlochten brood (challe) wordt gegeten, worden tijdens Rosj Hasjana traditioneel ronde feestbroden geserveerd. Deze ronde broden verwijzen op hun beurt naar een cyclisch jaar. De broden kunnen ingesmeerd zijn met honing,
om een ‘zoet nieuw jaar’ in te luiden. Zure etenswaren daarentegen worden niet genuttigd.


Rosh Hashana (Deze viering is in de verkeerde jaargetijde, maar de Joden hebben ook verkeerde heidense rituelen in hun geloof, dit is er 1 van).


Rosj hasjana () is de joodse nieuwjaarsdag, die eigenlijk valt op de eerste dag van de zevende maand, tisjri (de eerste maand is immers die van de uittocht, nissan). Lev. 23:24 spreekt er over: ‘in de zevende maand, op de eerste dag der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal’ (d.i.: het blazen op de sjofar).

Volgens de traditie is de wereld geschapen op rosj hasjana, en zal die ook worden geoordeeld op rosj hasjana.

Ook deze dag begint natuurlijk ’s avonds. Na de dienst in de synagoge wenst men elkaar toe: ‘moge u voor een goed nieuwjaar opgeschreven zijn’. Bij de maaltijd wordt een stukje zoete appel in honing gedoopt en gegeten, waarbij de wens uitgesproken wordt dat het een ‘zoet’ en goed jaar zal worden.

Rosj hasjana is vooral een dag van inkeer en verootmoediging. In de maand ervoor, Elloel (Elul), bereidt men zich al voor: er worden bijzondere gebeden om vergeving (slichot) gezegd en er wordt al op de sjofar geblazen.

Velen zijn gewoon om op rosj hasjana naar een zee of rivier te gaan om daar symbolisch, Micha 7:18-20 citerend, de zonden van zich af te schudden, de zakken en kleren uit te schudden, om ‘de zonden te werpen in de diepten der zee’.

Rosj hasjana is zelf ook weer in zekere zin voorbereiding op de Grote Verzoendag. Het is de eerste van ‘de tien geduchte dagen’, ook wel ‘de tien dagen van omkeer/bekering’ genoemd. Op rosj hasjana neemt het sjofar-blazen een centrale plaats in; op jom kippoer klinkt het nog eens, dan als afsluiting van een bijzondere dag en tijd.
 
Pesach

Pesach is het eerste feest in het voorjaar en markeert de overgang van winter naar zomer, van donker naar licht, van gebondenheid naar vrijheid. Dit feest verwijst naar de daden van God in de bevrijding van zijn volk uit Egypte. Het woord Pesach komt van een werkwoord pasach, dat betekent: voorbijgaan, over iets heen springen. Pesach is dus zoiets als: feest van het sparend voorbijgaan. Het gedeelte van Exodus 12:1-13 gaat over het sparend voorbijgaan van God aan zijn volk. Voordat God zijn volk gaat verlossen uit Egypte, verkondigt Hij aan Mozes zijn plannen met Israël, namelijk Israëls verlossing uit de plagen van Egypte, Exodus 1:18-27. Het woord plaag, ‘oth’, betekent teken. De Egyptenaren kregen door de plagen verschillende tekenen van God, om te laten zien dat God groter is dan de goden van Egypte.

Pesach is ook een teken van opstand tegen Egypte. Israël slacht nu een lam, wat een symbool was van goddelijkheid voor Egypte. En Israël slacht dit lam nog wel op klaarlichte dag en openlijk brengen zij het bloed aan op de deurposten, als verzetsdaad. Wanneer Israël uiteindelijk het slavenhuis van Egypte verlaat, krijgen ze hun loon alsnog betaald. Egypte overlaat hen met geschenken, om maar te zorgen dat Israël vertrekt. Hiermee is het loon van 430 jaar slavenarbeid betaald.

De eerste Pesach is de historische uittocht uit Egypte, met het begin van de reis door de woestijn naar het land van belofte, Exodus 12. De tweede Pesach was bij de oprichting van de tent der samenkomst, de Tabernakel, in de woestijn, Numeri 9:15. 
Aan het eind van de woestijntocht werd onder Jozua een Pesach gevierd, bij de intocht van het beloofde land, Jozua 5:10-11. Daarmee markeert Pesach belangrijke gebeurtenissen van het volk.

Sinds de verwoesting van de Tempel worden er geen lammetjes meer geslacht en vindt het Pesachfeest voornamelijk thuis plaats, met een Sedermaaltijd als hoogtepunt. De Sedermaaltijd mag pas ’s avonds worden gegeten. Op tafel staan de flessen wijn en de Sederschotel met een ei, een bot, bittere kruiden, klei/leem en 3 ongezuurde broden. Het ei, baitsa, herinnert aan de extra offers in de tempel. Het bot, zeroah, herinnert aan het paaslam, de bittere kruiden, maror, herinneren aan de bittere slaventijd en charoset symboliseert de klei/leem voor de tichels in Egypte.

In het NT wordt de verbinding gelegd naar Jezus als het Offerlam, 1 Corinthe 5:7. Jezus vierde met zijn discipelen de Sedermaaltijd, waarin Hij het Avondmaal instelde. Ná de instelling van het Heilig Avondmaal ging Jezus naar Gethsemané. Bij Zijn gebed vroeg Hij de discipelen samen met Hem te waken. Het was nl. Pesachnacht, de nacht van waken, maar de discipelen waren niet in staat om dat te doen, Jezus moest dit alleen volbrengen.

Dat Jezus als slot van Pesach uitriep: “Het is volbracht”, heeft een belangrijke betekenis om iets af te sluiten. De hogepriester was gewoon, om bij het Pesachfeest ná het avondoffer deze woorden uit te spreken, als teken dat het offer aanvaard was en de zonden vergeven waren. Zo moest ook Jezus dit uitroepen, als teken van werkelijke afsluiting en definitieve verlossing. Door het offer van Jezus als hèt Pesachlam, is er voor ons nieuwe hoop. Wij mogen als verloste mensen vanuit Pesach leven.

Feest der Eerstelingen
om Habikkurim, of het Feest der Eerstelingen, maakt het feest van Pesach compleet. Op zich was Israël vertrouwd met de gedachte van de Eersteling, Begoor. De eerstgeborene van mens en dier waren heilig voor de Heer, Ex. 13:2. Met Pesach stond de eerstgeborene, de eerstelingen van de oogst, Bikkurim, centraal. Deze zijn heilig voor de Heer en worden aan Hem aangeboden. 

Tijdens de woestijnreis werd het volk gevoed door het manna, het ongezuurde brood uit de hemel. In het beloofde land moest men dit feest vieren, Joz. 5:10-12. De priester moest een schoof van de eerstelingen van het land, tarwe en gerst, 
bewegen voor het aangezicht van God, op de dag na de sabbath. Men kon pas eten van de eerste-lingenoogst, nadat deze eerste schoof aan God was geofferd. De schoof der Eerstelingen is onderscheiden van de oogst der Eerstelingen, Ex. 23:16. Deze schoof is de heraut van de oogst. De oogst met Pesach, gerst, en de oogst met Wekenfeest, tarwe, zijn beide voorlopers van de uiteindelijke oogst met Loofhuttenfeest. Vanaf het Feest der Eerstelingen moest Israël de Omertelling uitvoeren.

Tussen het Feest der Eerstelingen en Shavuot (Pinksteren) zit 50 dagen. Bij het Feest der Eerstelingen werd de eerste schoof van het land gehaald, als begin van de voorjaarsoogst of vroege oogst. Met Shavuot wordt het laatste van de voorjaarsoogst binnengehaald. Daartussen liggen 50 dagen. Zoals de Eerstelingen een belofte van wat komt inhouden, zo is het tellen van de Omer een tijd van verwach-ting. Niet alleen voor de landbouw, als verwachting naar de vroege oogst, maar vooral een verwachting naar de dag van bevrijding. Bij het tellen van de Omer, de 50 dagen, wordt soms Ps. 67 geciteerd, omdat het bestaat uit 7 verzen en 49 woorden. 

In het NT moesten de discipelen, na de Hemelvaart in Jeruzalem blijven, totdat zij de Trooster zouden ontvangen, niet vele dagen na dezen. Als joodse mannen zullen zij de omertelling misschien in dit licht hebben gezien, dat God zijn Heilige Geest uit de hemel zou sturen op Shavuot, het latere Pinksterfeest? In het NT is Christus de Heer van de oogst. In dit feest is Hijzelf de schoof der Eerstelingen, 1 Cor. 15:20-23. Het Feest der Eerstelingen symboliseert de opstanding van Christus, de eersteling uit de doden, maar ook de hemelvaart en tevens de wederopstanding van de heiligen, Mt. 27:52-53.

Pesach, het joodse Paasfeest, is het feest van de uittocht uit Egypte. Over de instelling ervan lezen we in Exodus 12.

Het eerste paasmaal werd gegeten in de laatste nacht in Egypte, de nacht waarin de eerstgeborenen van Egypte werden gedood. Maar waar het bloed van een lam aan de deurposten gestreken was ging de plaag voorbij. Het vlees van het lam werd gegeten, met ongezuurd brood en bittere kruiden (Ex. 12:8).

Pesach duurt zeven dagen. Het hoogtepunt is de bijzondere maaltijd op de eerste avond, de zgn. séder-maaltijd.

Séder () betekent ‘orde’; het is de term voor de (orde van de) maaltijd, die verloopt volgens vaste lijnen, of, in engere zin, voor de schotel midden op de ‘séder-tafel’, met de speciale ingrediënten die een symbolische betekenis hebben.

Séder-schotel

Op de séder-schotel horen de volgende ingrediënten:


Zróa () : een botje met een beetje vlees eraan, apart gebraden, als symbool voor het paaslam.
Beetsa () : een ei, als symbool voor de maaltijd die bij het paaslam gegeten werd.
Maróór () : bittere kruiden (mierikswortel of chèrèt (zie hieronder), soms ook radijs), ter herinnering aan de bitterheid van het leven in Egypte.
Chazèrèt () : ook een ‘bitter kruid’. Het is als het jong is zoet, met zachte bla­deren. Later wordt het hard en bitter. Dat maakt het heel passend als maroor, bitter kruid: ‘zoals chazèrèt eerst zoet is en later bitter, zo was de houding van de Egyptenaren tegenover onze vaderen.’
Charósèt () : een mengsel van wijn, vruchten (bv. appels, noten, amandelen, vijgen, dadels, granaatappels) en specerijen (bv. gember, kaneel). De kleur doet denken aan klei (chèrès). Dus charoset doet eraan denken dat de Israëlieten als slaven stenen moesten bakken.
Karpas () : radijs of peterselie - een teken van de lente, de vruchtbaarheid en van hoop voor de toekomst. Het wordt in zout water (symbool voor de tranen van Israël) gedoopt.

Matses - ongezuurde broden
Bij het Paasfeest hoort de matsa (), het ongezuurde brood. In Exodus 12:15 staat:

Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurdeeg uit uw huizen verwijderen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, zo iemand zal uit Israël worden uitgeroeid.

De ongezuurde broden doen denken aan de laatste maaltijd in Egypte, waarbij er geen tijd was om het brood te laten doorzuren (Ex. 12:39). In Deut. 16:3 wordt het genoemd: ‘brood der verdrukking’ of ‘brood der ellende’.

Paasfeest was ook een oogstfeest; daarbij past dat er een heel nieuw begin gemaakt wordt, dus geen vermenging van het oude brood/zuurdeeg met de nieuwe oogst.

Zoals uit de hierboven geciteerde tekst (Ex. 12:15) blijkt, mag er geen zuurdeeg (chamééts) () gebruikt worden. Ja meer: er mag zelfs niets meer van in huis zijn, zelfs niets meer ‘in uw gehele gebied’ (Deut. 16:4). Het hele huis wordt gekoosjerd, koosjer (rein, zuiver) gemaakt.
Een zeer grondi­ge ‘grote schoonmaak’! Er moet een heel nieuw begin worden gemaakt. Er mag dus nergens ook maar een kruimel brood of koek o.i.d. blijven liggen. Ook alle kook- en eetgerei moet koosjer zijn. Vaak gebruikt men een speciaal paasservies voor deze gelegenheid.

Het is gewoonte geworden om tien stukjes chamééts te verstoppen door het hele huis, die de kinderen dan op moeten zoeken. Paulus zinspeelt op dit ‘koosjeren’ in verband met Pesach in 1 Kor. 5:7v:

Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt im­mers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus. Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slecht­heid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid!

Bij het Paasmaal, de sedermaaltijd, liggen drie matsót op tafel, elk bedekt met een servet - of alledrie in een speciale hoes gedaan.

Deze lijkt op een soort sloop, is aan één kant open en heeft van binnen drie van elkaar gescheiden lagen. Op het exemplaar uit onze judaica-koffer staat: ‘ter ere van het feest van de ongezuurde broden’. Er staat ook een afbeelding van drie matses op.

De middelste matse wordt op een gegeven moment gebroken en van het kleinste deel wordt gegeten. Het grootste stuk is de afikoman (). Dat deel wordt in een ser­vet of handdoek gewikkeld. De kinderen mogen proberen de afikoman weg te ne­men, zonder dat degene die de maaltijd leidt (en die evt. zelf probeert de afiko­man te ‘verstoppen’) dat merkt.

De afikoman wordt aan het eind van de maaltijd gegeten. Het werd na de ver­woesting van de tempel gezien als een symbolische heenwijzing naar het paas­lam. (Daarvoor was het laatste dat gegeten werd een deel van het paaslam)

Het brood, dat Jezus brak bij het laatste Avondmaal zal een matse geweest zijn.

Ex. 12:1-27 en Lev. 23:4-7


Raiders of the Lost Book - Ep 3 - By Michael Rood

Matthéüs 16

En de farizeeën en sadduceeën tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou .
Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood;
En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg.

Jezus was 3 dagen in de aarde net als Jona. Paaszondag is 2 dagen geen 3 dus dat verhaal van deze (heidenen) Christenen (de volgers van deze kerken hebben geen idee want ze zoeken niet zelf naar G-ds woord maar nemen klakkeloos aan wat men verteld door de voorganger in de kerk) klopt niet. Het is de zonnegod die ze dienen, dat is waar Jezus ze voor waarschuwden. En wat tot vandaag de dag DE REDEN is dat wij zonder het te weten YHWH NIET dienen en ZIJN 10 geboden niet doen.
 


Ištar (godin) van vruchtbaarheid.
Poort van Ištar in het Pergamonmuseum, Berlijn

Openbaring 2

Derde brief: aan Pérgamus
12 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pérgamus is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft:
13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, daar de satan woont.
14 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.
15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaïeten houden; hetwelk Ik haat.
16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bijkomen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.
17 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.
 
Het Pergamon-Altaar in Berlijn


Ostara (godin) Pasen - Hemelvaart - Pinksteren (lentegodin)

Exodus 20
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
4 Gij zult u 
geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
Gij zult u voor die niet buigen, noch (niet) hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 
6 en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

Jesaja 1: 13-14
13 Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niethet is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.
14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen. 

Deuteronomium 18
20 Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.


Instelling van het Pascha De HEERE nu had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken, zeggende: Ex 12:1.
Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN paschaEx 12:11.
Mozes dan riep al de oudsten van Israël, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het paschaEx 12:21.
Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aäron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten. Ex 12:43.
Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten. Ex 12:48.
In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha. Lev 23:5.
Het pascha in de woestijn van Sinaï En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Num 9:1.
Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd; Num 9:2.
Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden. Num 9:4.
En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls. Verandering van den wettigen tijd Num 9:5.
Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aäron op dienzelven dag. Num 9:6.
Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden. Num 9:10.
Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden. Num 9:12.
Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
Num 9:13.
En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands. De wolk- en vuurkolom boven den tabernakel Num 9:14.
En in de eerste maand, op den veertienden dag der maand, is het pascha den HEERE. Num 28:16.
Zij reisden dan van Raméses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israëls uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren; Num 33:3.
Het vieren der hoge feesten Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. Deut 16:1.
Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen. Deut 16:2.
Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft. Deut 16:5.
Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte. Deut 16:6.
Verder sprak de HEERE tot Jozua: Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag. Het pascha in Kanaän Joz 5:9.
Terwijl de kinderen Israëls te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op den veertienden dag derzelver maand, in den avond, op de vlakke velden van Jericho. Joz 5:10.
En zij aten van het overjarige koren des lands, des anderen daags van het pascha, ongezuurde broden en verzengde aren, even op dienzelven dag. Joz 5:11.
En de koning gebood het ganse volk, zeggende: Houdt den HEERE, uw God, pascha, gelijk in dit boek des verbonds geschreven is. 2 Kon 23:21.
Want gelijk dit pascha was er geen gehouden, van de dagen der richteren af, die Israël gericht hadden, noch in al de dagen der koningen van Israël, noch der koningen van Juda. 2 Kon 23:22.
Maar in het achttiende jaar van den koning Josía, werd dit pascha den HEERE te Jeruzalem gehouden. 2 Kon 23:23.
Hizkía viert te Jeruzalem het paasfeest Daarna zond Jehizkía tot het ganse Israël en Juda, en schreef ook brieven tot Efraïm en Manasse, dat zij zouden komen tot het huis des HEEREN te Jeruzalem, om den HEERE, den God Israëls, pascha te houden. 2 Kron 30:1.
Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand. 2 Kron 30:2.
Zo stelden zij zulks, dat men een stem door gans Israël, van Ber-séba tot Dan, zou laten doorgaan, opdat zij zouden komen om het pascha den HEERE, den God Israëls, te houden in Jeruzalem; want zij hadden het in lang niet gehouden, gelijk het geschreven was. 2 Kron 30:5.
Toen slachtten zij het pascha, op den veertienden der tweede maand; en de priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, en hadden zich geheiligd, en hadden brandofferen gebracht in het huis des HEEREN. 2 Kron 30:15.
Want een menigte des volks, velen van Efraïm en Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd, maar aten het pascha, niet gelijk geschreven is. Doch Jehizkía bad voor hen, zeggende: De HEERE, die goed is, make verzoening voor dien,
2 Kron 30:18.
Josía viert het paasfeest Daarna hield Josía het pascha den HEERE te Jeruzalem; en zij slachtten het pascha op den veertienden der eerste maand. 2 Kron 35:1.
En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes. 2 Kron 35:6.
Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af. 2 Kron 35:11.
En zij kookten het pascha bij het vuur, naar het recht; maar de andere heilige dingen kookten zij in potten, en in ketels, en in pannen; en zij deelden het haastelijk onder al het volk. 2 Kron 35:13.
Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josía. 2 Kron 35:16.
En de kinderen Israëls, die er gevonden werden, hielden het pascha ter zelfder tijd, en het feest der ongezuurde broden, zeven dagen. 2 Kron 35:17.
Daar was ook geen pascha als dat in Israël gehouden, van de dagen van Samuël, den profeet, af; en geen koningen van Israël hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josía hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israël, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem. 2 Kron 35:18.
In het achttiende jaar van het koninkrijk van Josía, werd dit pascha gehouden. Josía gedood in den strijd tegen Necho, den koning van Egypte 2 Kron 35:19.
Ook hielden de kinderen der gevangenis het pascha, op den veertienden der eerste maand. Ezra 6:19.
Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als een enig man; zij waren allen rein; en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der gevangenis, en voor hun broederen, de priesteren, en voor zichzelven. Ezra 6:20.
In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten. Ez 45:21.
  
 

Joodse feest- en treurdagen in 5774 (2013-2014)
Alle Joodse feestdagen beginnen in de avond voorafgaande aan de genoemde datum. Bij de Hebreeuwse kalender begint en eindigt een 'dag' bij zonsondergang in plaats van middernacht. Alle feestdagen worden elk jaar gevierd op dezelfde dag van de Hebreeuwse kalender (met een paar uitzonderingen wanneer vakantiedagen op sjabbat vallen). (Dit zijn joodse gebruiken/menselijke rituelen)
 
Pesach - 15 en 16 april 2014 en 21 en 22 april 2014 (vanaf 15 Nisan)
Viert de Uittocht uit het oude Egypte van het Joodse volk. Meer informatie: De viering van Pesach (Paasfeest)

Jom HaShoa - 28 april 2014 (27 Nisan)
Herinnering aan de 6 miljoen Joodse slachtoffers vermoord door de Nazi's en hun handlangers. Meer informatie: De herdenking van Jom HaSjoa

Jom HaZikaron - 28 april 2014 (4 Ijar)
Herdenkingsdag ter herinnering aan de gevallen soldaten van Israël en de slachtoffers van Arabisch terrorisme.

Jom HaAtzmaoet - 6 mei 2014 (5 Ijar)
Israëls Onafhankelijkheidsdag. Herinnert de Onafhankelijkheidsverklaring van de Staat Israël in 1948. Meer informatie: De viering van Jom Ha'atsmaoet (Onafhankelijkheidsdag)

Lag BaOmer - 18 mei 2014 (18 Ijar)
Is de 33ste dag van de Omertelling een breuk in de rouwperiode voor 24.000 studenten van Rabbi Akiva (2de eeuw). Meer informatie: De viering van Lag Ba'Omer

Jom Jeroesjalajiem - 28 mei 2014 (28 Ijar)
De Jeruzalem Dag viert de bevrijding van Jeruzalem gedurende de Zesdaagse oorlog. Meer informatie: De viering van Jom Jeroesjalajiem -eenwording Jeruzalem 1967

Sjavoeot - 4 en 5 juni 2014 (6 en 7 Sivan)
Herdenkt de schenking van de Tora en de Tien Geboden aan de Israëlieten op de Berg Sinaï 3000 jaar geleden. Sjavoeot betekent 'weken' omdat de Tora 7 weken na de Uittocht uit Egypte werd gegeven. De eerste oogst werd op Sjavoeot naar de Tempel gebracht. Meer informatie: De viering van Sjawoeot (Wekenfeest)

Shiv'a Asar Betammoez - 15 juli 2014 (17 Tammoez)
Vastendag waarop de bres in de muren van Jeruzalem gedurende het beleg van de stad door de Romeinen wordt herdacht. Meer informatie: De drie weken: 17 tammoez en 9 aaw

Tisja Beav - 5 augustus 2014 (9 Av)
Herinnert de vernietiging van de Eerste Tempel (door de Babyloniërs in 586 voor de gewone jaartelling) en Tweede Tempel (door de Romeinen in het jaar 70). De uitdrijving van Joden uit Spanje valt ook op deze datum. Meer informatie: De drie weken: 17 tammoez en 9 aaw dagen in de aarde


Wanneer begint het Paasfeest. Dat ligt eraan op welke dag de nieuwe maan is te zien voor de zonsondergang of na de zonsondergang (Nieuwemaansabbat).
Op de avond van de 14de dag vier je het pesach. Dus op de 15e dag. (Bij zonsondergang begint de nieuwe dag)

De Pesach Seder

De tekst van de Pesach-seder staat afgedrukt in een boek dat de haggada genoemd wordt.
De inhoud en volgorde van de seder kan als volgt in het Hebreeuws worden samengevat:


Kaddeesj, Oerechats,

Karpas, Jachats,

Maggied, Rachtza,

Motzie, Matza,

Maror, Korech,

Sjoelchan Orech,

Tzafoen, Barech,

Halleel, Nirtsa



Wat betekent dit?

1. Kaddeesj: Inwijding, heiliging

Een Beracha of zegenspreuk over een beker wijn ter ere van het feest. De wijn wordt ge­dron­ken, en een tweede beker wordt ingeschonken.

2. Oerechats: Wassen

Handen worden gewassen, zonder beracha, ter voorbereiding van het eten van de Karpas.

3. Karpas: groente

Een groente (meestal  radijs of peterselie, maar iedere andere groente mag ook) wordt in zout water gedompeld en gegeten. Het wordt hoofdzakelijk gegeten om de vragen van de kinderen op te wekken. Het zoute water symbolizeert de tranen die gestort zijn tijdens de slavernij.

4. Jachats: Het breken

Eén van de drie matses op de tafel wordt in tweeën gebroken. Een deel gaat terug op de sta­pel, het andere deel wordt opzij gelegd voor de afikomen (zie hieronder).

5. Maggied: Het verhaal

Het verhaal van de Uittocht uit Egypte en de eerste Pesach-viering wordt verteld. Dit begint met vier vragen van de jongste van het gezelschap, over de gang van zaken op deze avond, die anders is dan alle andere avonden en daarom begint hij zijn vraag dan ook met: „Ma nisjtana – Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?” Het doel hiervan is om de nieuwschierigheid van de kinderen en hun deelname aan de seder op te wekken. Dit wordt vaak gezongen en vaak zingt dan de hele familie mee.

De maggied is zodanig ontworpen dat het de behoeften van vier verschillende typen  mensen bevredigt, gesymbo-liseerd door vier verschillende zonen: een geleerde, die alle details wil weten; de boosaardige, die zichzelf uitsluit (en die leert wat de straf daarop is) ; het een­vou­dige kind, die de basis nog moet leren; en een die nog niet weet te vragen.

Aan het einde van de maggied, wordt een zegenspreuk gezegd over de tweede beker wijn  en die beker wordt ook leeg gedronken.

6. Rachtsa: Wassen

De handen worden voor de tweede keer gewassen, deze keer met een beracha (zegen­spreuk), ter voorbereiding van het eten van de matsa.

7. Motsie: Een beracha voor graanproducten

De beracha Ha-motsie is een beracha die altijd gezegd wordt voordat men brood eet, ge­maakt van een van de vijf graansoorten, en die nu gemaakt wordt over de matsa (het brood voor Pesach).

8. Matsa: Een beracha voor de Matsa

Een speciale beracha wordt gezegd voor de matsa, waarna een flink stuk matsa gegeten wordt.

9. Maror: Bitterkruiden

Een beracha wordt gezegd over een bitter smakende groente (meestal mierikwortel of ook wel lof of andijvie), en de groente wordt gegeten. Dit symbolizeert de bitterheid van de sla­vernij. De maror wordt in de charoset gedoopt, een mengsel van appelen, noten, en wijn, hetgeen het cement symboliseert dat de Joden gebruikten bij de bouw van de voorraadsteden voor de Farao tijdens de slavernij.

10. Korech: De Sandwich

Rabbi Hillel was van mening dat de maror samen met de matsa gegeten moest worden in een sandwich. Ter zijner nagedachtenis (hij was een toonaangevend geleerde die twee­duizend jaar geleden leefde) eten wij een beetje maror tussen twee stukjes matsa.

11. Sjoelchan Orech: De maaltijd

Er wordt een feestmaaltijd gegeten. Er bestaan geen speciale voorschriften wat men moet eten (behalve dan de matses en dat we geen chameets eten). Er zijn vele gewoonten en ieder volgt de zijne. Bij Asjkenazische Joden, is gefilte fisch en matseballen soep een tradioneel eten aan het begin van de maaltijd. In de meeste landen eet men kip, kalkoen of rundvlees. In Nederland is het doorgaans de gewoonte een melkmaaltijd te eten, maar Joden van oost-Europese achtergrond eten vaak een vleesmaaltijd.

12. Tsafoen: De Afikoman

Het stuk matsa dat aan het begin van de avond opzij gelegd werd, wordt nu als „dessert” gegeten, het laatste voedsel van de maaltijd. Er zijn verschillende tradities bij verschillende families. Bij sommigen is het de gewoonte dat de kinderen de afikoman verstoppen en de vader het moet zoeken en dat zoeken dan „afkoopt” door een cadeautje te beloven. Bij andere families is het de vader die het verstopt en de kinderen die het moeten zoeken. De bedoeling is om de kinderen wakker te houden gedurende de hele avond, in afwachting van hun rol.

13. Barech: Het dankgebed na de maaltijd

De derde beker wijn wordt ingeschonken en birkat ha-mazon (het dankgebed na de maaltijd) wordt gezamelijk gezegd (of gezongen). Dit is hetzelfde als wat na iedere broodmaaltijd dagelijks gezegd wordt. Daarna wordt de derde beker wijn leeggedronken. (Wie geen wijn lust of niet zoveel wijn op kan, drinkt druivensap). De vierde beker wordt ingeschonken. De deur wordt opengezet, om Eliahoe binnen te laten, die verondersteld wordt op deze avond te komen om de komst van de Masjiach aan te kondigen, maar ook omdat in het verleden de Joden ervan beschuldigd werden bloed van Christelijke baby’s door hun matses te mengen en wij willen onze Christelijke buren graag laten zien dat wij ons niet bezighouden met zo iets onwaarschijnlijks.

14. Halleel: Loflied op G-d

Verschillende psalmen worden gezegd of gezongen. Een beracha wordt gezegd voor de laatste beker wijn en die wordt leeggedronken.

15. Nirtsa: Afsluiting

Een eenvoudige afsluiting van de avond, met een verklaring dat wij hopen volgend jaar Pesach in een herbouwd Jeruzalem te kunnen vieren, dat wil zeggen als de Masjiach gekomen is. 

 


Pesach en Avondmaal

Matses en wijn

Het Pesachfeest

In Exodus 12 wordt de opdracht beschreven voor het Pesachfeest. Het feest dat moest worden gevierd voor de bevrijding en uittocht uit de slavernij in Egypte. Het feest dat op de nacht van het oordeel moest worden gevierd. Het oordeel werd uitgevoerd op alle eerstgeboren zonen van Egypte (van zowel mens als dier). Het offerlam werd geslacht en het bloed was de bescherming tegen de engel van God die dat oordeel op de oudste jongens moest uitvoeren.

Bij het nadenken over de instelling van het Avondmaal is het goed om te kijken naar de parallellen met de instelling van het Pesachmaal. Kijk eens naar de nacht van het oordeel de nacht nadat het Avondmaal door Jezus is gevierd… Hieronder mijn studie aantekening over dit thema die ik eerder heb gegeven. Met excuses dat het af-en-toe wel steno-style is geschreven.

 

 

Bijbeluitleg

Principes voor het lezen van de Bijbel » ontdek zelf hoe je op een frisse manier de Bijbel kan lezen en toepassen. Want het is meer dan een oud en historisch boek!
Ontdek meer »

Feestmaal

Exodus 12:2 ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.

De bevrijding uit de slavernij wordt de eerste maand van het jaar. Deze bevrijding wordt gemarkeerd door het Pesachfeest. Iedere start van het jaar zal hieraan blijven herinneren.

Handelingen 20:7 ‘Op de eerste dag van de week kwamen we bijeen voor het breken van het brood. Paulus, die van plan was om de volgende dag verder te reizen, hield een toespraak voor de leerlingen die tot midden in de nacht duurde.

Exodus 12 vers 5 “… als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder gebrek

Lam zonder gebrek

Jezus wordt beschreven als het offerlam zonder gebrek. Hij was zonder zonde, Hij was het perfecte beeld van de Vader. Jezus als offerlam… straks in de hemel zullen we Hem ook zo zien als het Lam dat geslacht is. De littekens van zijn offer zullen hem tekenen. Zijn perfectie is ons behoud.

1 Petrus 1:18 – 19 “U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus.

1 Petrus 2:22-24 “… die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen.

Matteus 20:28 “…zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Exodus 12:11 “Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het Pesachmaal” en verder in vers 14 “Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.

Gericht op God

Het Pesachmaal is niet gericht op de mensen maar “ter ere van de HEER“. Het is een feestmaal. Hierbij mag je leren van de Joodse traditie waarbij het Pesachmaal een bijzonder feest van bevrijding is met veel plezier. Denk aan de matses die wordt verstopt op de cederavond.

Lukas 22:19 “En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’

Bescherming

Exodus 12:13 “Maar jullie zal ik voorbijgaan…

De betekenis van het bloed is sterker dan wij vaak door hebben. Het is leven. Zonder bloedvergieten is er geen vergeving. Bloed is essentieel in het begrijpen van onze redding. In Exodus maakte het bloed op de deurposten het verschil tussen leven en dood. De dood had het offerlam immers al geraakt, de engel van het oordeel . Jezus wordt ook het “Lam van God” genoemd. Aan Hem ging het oordeel niet voorbij.

Matteus 26:39 “Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’

 

Joodse Pesach vandaag de dag

cederavond

Pesach begint op de avond van de 14e nisan, die in april of mei kan vallen, met één cederavond in Israël of twee erbuiten. Op de cederavond worden teksten gelezen, liederen gezongen, de vier vragen worden gesteld ( waarom eten wij anders dan alle avonden matse, waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop, waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden en waarom eten we anders dan alle andere avonden bittere kruiden) er worden 4 bekers wijn (of druivensap) gedronken en een maaltijd (de cedermaaltijd) genuttigd volgens een vrij vast patroon.

Wijn

4 glazen wijn : De wijn wordt gedronken als dank voor de bevrijding uit Egypte. Getal vier symboliseert de manieren waarop God zich openbaarde aan zijn volk. Op basis van het Sjemot, de tekst uit Exodus 6:6-7:

  • Ik zal jullie wegvoeren uit de Egyptische dwangarbeid,
  • Ik zal jullie redden uit de slavernij,
  • Ik zal jullie verlossen met uitgestrekte arm en
  • Ik zal jullie tot mijn volk maken

Men schenkt de eerste beker vol (tot de rand) en zegt de zegen spreuk op. “Baruch Ata Adonai, Eloheinu, Melech haOlam, bore pri haGafen!” = “Gezegend bent U, Eeuwige, onze God, Koning van het heelal, U die de vrucht van de wijnstok hebt geschapen!” . Daarna drinkt iedereen daaruit. Dit doet men ook op iedere Sjabbat (vrijdagavond).
 Bij deze beker wordt God gezegend. Het uitspreken van de zegen voor God zijn wij soms een beetje kwijt geraakt en heeft plaatsgemaakt voor “zegen ons Heer“. Iets om van te leren. God zegenen voor wat Hij heeft gedaan en heeft gemaakt. 
Als de joods-christelijke context meer op de voorgrond treedt houdt eulogia verband met God: een ‘zegening’ is voor wat de verwezenlijking betreft, afhankelijk van God. In het geval dat men God ‘zegening’ toekent (vgl. Openbaring), houdt dit in dat men Hem als bron van zegen erkent; hierbij benadert de betekenis weer de algemeen Griekse (‘(het) prijzen, lof’).

De tweede beker met wijn gevuld en vindt opnieuw de zegening van de wijn plaats. Nu wordt met een vinger in de wijn gedoopt en noemt men alle tien plagen op (bloed, kikvorsen, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen, duisternis en dood). Ondertussen wordt de gedoopte vinger op het witte kleed “gestempeld” . Dit dopen in de wijn en “stempelen” gebeurd dus tien maal.

Daarna wordt de derde beker (de beker der dankzegging) ingeschonken en de zegen spreuk uitgesproken. In Exodus wordt deze beker ook de beker van de verlossing genoemd. 
In Matteus 26:27-28 wordt hier ook over gesproken: “En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

Tegelijk wordt de vierde beker (de beker der lofprijzing) ingeschonken en de zegen spreuk uitgesproken.

Lofzang

psalmTijdens het Pesach wordt de lofzang gezongen uit het “Hallal” gezongen. Dit zijn de psalmen 113 tot en met 118. Dat wordt niet in een keer gezongen. Vlak voor het drinken van de tweede beker en het eten van het geroosterde lam worden psalm 113 en 114 gezongen. En bij het de laatste beker zongen ze de rest van het Hallal, vanaf psalm 115 tot en met 118.

Bij de viering van het laatste Pesachfeest van Jezus met zijn discipelen heeft Jezus veel van zichzelf hierin terug gezien. Kijk bijvoorbeeld naar Psalm 115:1 (denk aan “niet mijn wil,maar de uwe moet gebeuren“), Psalm 116:12-15, Psalm 118:22-27. De joden zelf zeggen dat “het verdriet van de Messias” juist in het Hallal het duidelijkste wordt. En juist dit stuk zong Jezus bij het Pesachmaal. “Gezegend wie komt met de naam van de HEER“.

Het bloed van vergeving

Jezus zegt bij de beker: “dit is mijn bloed“… Het bloed dat vergoten wordt tot vergeving van zonden. De woorden: ‘Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt‘ behoren tot de offertaal en verwijzen naar Exodus 24:8: ‘Zie, het bloed van het verbond, dat de Here met u sluit

De zonde is zo erg en zit zo diep, dat er maar één oplossing voor denkbaar is. Bloed. Er moet bloed vloeien. De zonde eist het leven op. Er is geen vergeving mogelijk, tenzij er bloed vloeit (Hebreeen 9:22). God zoekt niet naar ons goede gedrag om ons te vergeven, en ook niet naar onze mooie liederen, ons berouw of onze welgemeende vriendendiensten. Als hij satan weerhoudt om toe te slaan is dat vanwege het bloed dat hij bij ons aantreft.

Bloed om achter te schuilen

Deze woorden laten ook denken aan het bloed waar de Joden achter moesten schuilen om te ontkomen aan de doodsengel van God. “Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen.“Exodus 12:13a

In die nacht van bevrijding was het bloed van een lam genoeg. “Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik Egypte straf, jullie niet treffen” (Exodus 12:13)

Inmiddels werd er een perfect lam voor ons geslacht. ‘Het bloed van Jezus reinigt van alle zonde‘ (1 Johannes 1:7). De doodsengel hield Egypte in z’n greep, maar moest het volk dat gemerkt was met bloed laten gaan. Op dezelfde manier worden wij bevrijd uit de macht van zonde, veroordeling en dood om met God op weg te gaan en van zijn zegeningen te genieten.

De wijn waarmee we het avondmaal vieren is niet zomaar een symbool. Het is een zichtbaar teken, een zegel dat de waarheid bevestigt en een invloed om het bloed van Jezus te beleven.

Het bittere kruid

Mierikswortel : smaakt zo scherp dat de tranen in je ogen springen. Denkt aan het verdriet van de Israëlieten in slavernij. (mag ook andijvie of sla zijn). Bitter kruid staat voor het gif van de zonde. Vrouwen die van overspel verdacht werden moesten bitter vloekwater drinken (Numeri 5:19). In de Psalmen lezen we dat God zondaars de beker met bittere wijn tot de droesem leeg laat drinken (Psalm 75:9). Maar Jezus neemt die bitterheid weg. Hij heeft zelf deze beker leeggedronken, zodat wij die bittere kruiden niet meer op ons bord of in onze beker krijgen.
In het Pesachmaal zat een voortdurende herinnering aan de bitterheid van de zonde. In het avondmaal is daar geen plaats meer voor.
Telkens als we het brood eten en de wijn drinken, beleven we dat de zonde geen invloed meer heeft, maar Gods zegen des te meer.

Lam

Lamsboutje : Een botje met een beetje vlees eraan. Het herinnert aan het offer dat vroeger in Jeruzalem werd gebracht. Het moest een jong, eenjarig lam zonder enig gebrek. het bloed moet aan de deurposten en de bovendorpel worden gesmeerd.

Exodus 12:13 “Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik Egypte straf, jullie niet treffen.

Het gaat in het offerlam niet om wat wij aan God geven, maar wat God aan ons geeft. God geeft zichzelf als reddend middel!

Matzes

Matzes is het ongezuurd, ongerezen brood, dat je eet met Pesach. Deze rond platte broden zien eruit als pannenkoeken met gaatjes. Veel mensen weten niet waarom deze Matzes doorgeprikt zijn! In Jesaja 53:5 lees je “Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

Aan het begin van de cederavond breken wij de middelste van de drie matzes die voor ons op tafel staan in twee stukken. Het grootste stuk wordt in een servet gewikkeld of in een speciaal hiervoor mooi versierd zakje gestopt en wordt bewaard om aan het eind van de maaltijd op te eten als afikoman – nagerecht. Vaak gaat een lange zoektocht vooraf aan het eten van het afikoman omdat de kinderen het hebben verstopt! Het eten van een stukje van deze halve matse noemen wij tsafoen, wat verborgen betekent. Waarom moet deze halve matse verborgen worden? Waarom blijft het niet gewoon zichtbaar op de prachtig gedekte Cedertafel liggen? Deze vraag werd voorgelegd aan de Rebbe Maharasj en hij antwoordde: omdat er in de Hagada staat: tsafoen – verborgen! Denk eens na… Jezus was verborgen nadat Hij gebroken was op de Goede Vrijdag. Maar op de derde dag kwam Hij weer tevoorschijn. Nieuw, vernieuwd!

Andere elementen van de maaltijd van de cederavond

Radijs of Peterselie : Voorjaarsgroenten die door slaven nooit mochten worden gegeten. Nu symboliseren ze de vrijheid

Gekookt ei : Aan een kant een beetje geschroeid. Net als het lamsboutje herinnert het aan de verwoesting van de tempel. Waarschijnlijk pas later ingevoerd (ná het jaar 1500).

Charoset : Bruinkleurig mengsel van appels, kaneel, rozijnen en wijn. Herinnert aan het leem waarmee de slaven de stenen op elkaar moesten metselen. Smaakt erg lekker.

Zout water : Symbool van de tranen van de slaven in Egypte. De radijsjes werden gedoopt in het zoute water.

Leviticus 2:13 “Aan elk graanoffer moet zout worden toegevoegd: het zout, als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken. Ook aan de andere offers moet zout worden toegevoegd.” In vers 11 staat dat het verboden is om zuurdesem of vruchtensap toe te voegen aan de offers!

Eerste keer Avondmaal in de Bijbel : Melchisedek

De eerste keer dat je leest van het avondmaal is in Genesis 14: 17-20 Toen Abram na zijn overwinning op Kedorlaomer en de andere koningen terugkeerde, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, de Koningsvallei. En Melchisedek, de koning van Salem (wat “vrede” betekent, het latere Jeruzalem), liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit:

‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, 
schepper van hemel en aarde.
Gezegend zij God, de Allerhoogste: 
uw vijanden leverde hij aan u uit.’

Die Melchisedek was een wonderlijk fenomeen. In Hebreeën lezen we dat deze koning van vrede en gerechtigheid een verschijning van Jezus is: hogepriester voor eeuwig (Hebreeen 5:6, 6:20, 7:1-3).Moet je je voorstellen. Abraham kreeg vierduizend jaar geleden brood en wijn aangereikt. Zo kreeg hij het evangelie aangereikt. Brood en wijn zijn profetische symbolen van de dood en opstanding van “Abrahams zaad”, Jezus Christus. Er staat dan ook dat hij wist ‘dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken‘ (Hebreeen 11:19).

Abrahams geloof wordt vaak geroemd. Die was gericht op de belofte van zijn zaad: van Jezus’ komst en alles wat uit hem voort zou komen (Galaten 3:16). Abraham voorzag zelfs een stad vol nakomelingen (Hebreeen. 11:10). Hij zag het hemelse Jeruzalem al voor zich.Gelovigen worden kinderen van Abraham genoemd (Galaten 3:7). Abraham werd met brood en wijn gezegend. ‘En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham gezegend‘ (Galaten 3:9). Telkens als je avondmaal viert, neem je deel aan de zegeningen en beloftes van Abraham.

Eerste keer Pesachmaal : Uittocht uit Egypte

Bij de eerste keer dat het Pesachmaal werd genuttigd ging de doodsengel ging voorbij… 
Schuilen achter het bloed van het geroosterde lam. Achter het bloed zijn ze veilig. Wat gebeurde er nog meer? Dat lees je in Exodus 12:35-36: Israël in een nacht overladen met de rijkdommen van Egypte
. Het is een van de bijzondere gebeurtenissen ná het Pesachmaal: in een keer wordt het onrecht door de Allerhoogste God rechtgezet. In één nacht wordt de schuld van de slavernij betaald. De rijkdommen van Egypte worden aan Israël gegeven. Ze zijn geen slaaf meer, ze zijn vrij. En dat niet alleen, ze gaan weg in de hoge positie van een volk dat de Allerhoogste Heer volgt.

Psalm 105:37 : Hij liet zijn volk vertrekken met zilver en goud, niemand in hun stammen gingen strompelend weg

Een thema die niet veel wordt aangesneden. Leg deze tekst eens naast het verhaal van 1 Korintiers 11, dan zal je de frappante koppeling van het Pesachmaal met genezing en de koppeling van het Avondmaal met genezing zien. Mijn enige advies nu is: open je ogen en ontdek waar God dingen wil duidelijk maken en openbaren.

Het avondmaal nu

Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt (1 Korintiërs 11:26)

avondmaalWat betekent het avondmaal? Het is een oefening in geloof om genezing en vergeving te ontvangen. Telkens als je het brood eet en de wijn drinkt, herinner je je de dood van de Heer en wat hij bewerkte met zijn lichaam en zijn bloed. Hoe neem je het avondmaal? Paulus moest de gemeente in Korinte terechtwijzen (1 Kor. 11:20-34): ‘Wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.

Wat bedoelt Paulus hier? Misschien wel gewoon dat je de genezende uitwerking van het avondmaal mist als je je niet op het lichaam van Jezus concentreert. ‘Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven,‘ schrijft hij. (Het is duidelijk dat hij hier met het veronachtzamen van het lichaam van de Heer niet de gemeente bedoelt, zoals wel wordt uitgelegd, want hoewel een gezonde gemeente genezing kan bevorderen, is die niet Gods middel om te genezen.)

Het brood vertelt je dat de striemen in het lichaam van Jezus jou genezing brengen (Jesaja 53:5). De wijn vertelt je dat je dankzij het bloed van Jezus niet meer om je zonde veroordeeld wordt (Efeze 1:7). Het avondmaal is bedoeld om je geloof in de dood van Jezus uit te spreken, Jezus voor je te zien en te ontvangen wat hij je wil geven. Hij heeft met zijn lichaam en zijn bloed een verbond met je gesloten van genezing, vergeving, bevrijding, verzoening.

Hef dus de beker van dankzegging op!



Pesach: belangrijke Hebreeuwse woorden/zinnen bij Pesach

Bij het Joodse Pesach feest worden veel Hebreeuwse woorden en zinnen gebruikt. Op de avond van de 15de Nisan nuttigen de meeste Joden de Seder maaltijd. Tijdens deze maaltijd wordt het verhaal van de Uittocht uit Egypte hardop voorgelezen. Dit is de Haggada. Het is de Joden verplicht het Pesach verhaal aan de kinderen te vertellen. Wat zijn de belangrijkste Hebreeuwse woorden en zinnen die gebruikt worden?

De sedermaaltijd bevat 4 koppen wijn voor elk persoon. Daarnaast worden matsot en bittere kruiden gegeten. Ook zijn er nog ander symbolische voedselproducten. Meer informatie vindt u in het artikel: Pesach - recept: de sederschotel

 

Sederschotel


De betekenis van Seder is om de jongere generatie over de Exodus te vertellen. Om de aandacht van de kinderen vast te houden worden vier vragen gesteld door de kinderen die de volwassenen beantwoorden. Ook moeten de kinderen de Afikomen zien te vinden.

Hier onder vindt je de meest voorkomende Hebreeuwse woorden en zinnen die gebruikt worden tijdens de Seder maaltijd.

 

Hebreeuwse woorden en zinnen


  Hebreeuws uitspraak uitspraak
1 נִיסָן nisan Nisan (Hebreeuwse maand)
2 פֶּסַח pesach Passover
3 לֵיל הַסֵּדֶר leil haseder sederavond
4 הַגָּדָה haggadah Haggadah (vertelling van het Pesach verhaal)
5 וְהִגַּדְתָּ לְבִנְךָ vi’hee’gadeta li’vincha Vertel het je kind
6 מַצָּה matsa matse
7 מָרוֹר maror bittere kruiden / groenten
8 קַדֵּשׁ kadesh heilig
9 וּרְחַץ oerchats het wassen (van de handen zonder het zeggen van de zegen)
10 כַּרְפַּס karpas selderij
11 יַחַץ jachats het breken (van de matse)
12 מַגִּיד maggied het vertellen (van het verhaal van de Exodus inclusief het stellen van de vier vragen)
13 רָחֲצָה rachtsa het wassen (van de handen met de zegen)
14 מוֹצִיא motsie voortbrengen (reciteren van de zegen)
15 כּוֹרֵךְ korech sandwich (van bitter kruiden en charoset tussen twee matsot)
16 עוֹרֵךְ שֻׁלְחָן orech sjoelchan tafel ordenen voor feestmaaltijd
17 צָפוּן tsafoen verborgen (afikoman)
18 בָּרֵךְ barech zegen
19 הַלֵּל hallel lofprijzingen (reciteren van psalmen over laatste kop wijn)
20 נִרְצָה nirtsa geaccepteerd (van de dienst door God)
21 מַה נִּשְׁתַּנָּה הַלַּיְלָה הַזֶּה מִכָּל הַלֵּילוֹת Ma nishtana ha’layla ha’zeh mikol ha’laylot Waarom is deze nacht anders dan andere nachten?
22 אֲפִיקוֹמָן afikoman afikoman
23 אֵלִיָּהוּ הַנָּבִי elijahoe hanavie Elia de profeet

 

Ezechiël 46

 
Het offer van den vorst
Alzo zegt de Heere HEERE: De poort van het binnenste voorhof, die naar het oosten ziet; zal de zes werkdagen gesloten zijnmaar op den sabbatdag zal zij geopend worden; ook zal zij geopend worden op den dag van de nieuwe maan.
En de vorst zal ingaan door den weg van het voorhuis derzelve poort van buiten, en zal staan aan den post van de poort; en de priesters zullen zijn brandofferen en zijn dankofferen bereiden, en hij zal aanbidden aan den dorpel der poort, en daarna uitgaan; doch de poort zal niet gesloten worden tot op den avond.
Ook zal het volk des lands aanbidden voor de deur derzelve poort, op de sabbatten en op de nieuwe manen, voor het aangezicht des HEEREN.
Het brandoffer nu, dat de vorst den HEERE zal offeren, zal op den sabbatdag zijn, zes volkomen lammeren, en een volkomen ram.
En het spijsoffer, een efa tot den ram, maar tot de lammeren zal het spijsoffer een gave zijner hand zijn; en olie, een hin tot een efa.
Maar op den dag van de nieuwe maan, een var, een jong rund, van de volkomene, en zes lammeren, en een ram; volkomen zullen zij zijn.
En ten spijsoffer zal hij bereiden een efa tot den var, en een efa tot den ram; maar tot de lammeren, zoals zijn hand bekomen zal; en een hin olie tot een efa.
En als de vorst ingaat, zal hij door den weg van het voorhuis der poort ingaan, en door deszelfs weg weder uitgaan.
Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.
10 De vorst nu zal in het midden van hen ingaan, als zij ingaan; en als zij uitgaan, zullen zij samen uitgaan.
11 Voorts op de feesten, en op de gezette hoogtijden zal het spijsoffer zijneen efa tot een var, en een efa tot een ram; maar tot de lammeren, een gave zijner hand; en olie, een hin tot een efa.
12 En als de vorst een vrijwillig offer zal doen, een brandoffer of dankofferen tot een vrijwillig offer den HEERE, zo zal men hem de poort openen, die naar het oosten ziet; en hij zal zijn brandoffer enzijn dankofferen doen, gelijk als hij zal gedaan hebben op den sabbatdag; en als hij weder uitgaat, zal men de poort sluiten, nadat hij uitgegaan zal zijn.
13 Wijders zult gij een volkomen eenjarig lam dagelijks bereiden ten brandoffer den HEERE; alle morgens zult gij dat bereiden.
14 En gij zult ten spijsoffer daarop doen, alle morgens een zesde deel van een efa, en olie een derde deel van een hin, om de meelbloem te bedruipen; tot een spijsoffer den HEERE, tot eeuwige inzettingen, geduriglijk.
15 Zij zullen dan het lam, en het spijsoffer, en de olie alle morgens bereiden tot een gedurig brandoffer.
16 Alzo zegt de Heere HEERE: Wanneer de vorst aan iemand van zijn zonen een geschenk zal geven van zijn erfenis, dat zullen zijn zonen hebben; het zal hun bezitting zijn in erfenis.
17 Maar wanneer hij van zijn erfenis een geschenk zal geven aan een van zijn knechten, die zal dat hebben tot het vrijjaar toe; dan zal het tot den vorst wederkeren; het is immers zijn erfenis, zijn zonen zullen het hebben.
18 En de vorst zal niets nemen van de erfenis des volks, om hen van hun bezitting te beroven; van zijn bezitting zal hij zijn zonen erf nalaten; opdat niet Mijn volk, een iegelijk uit zijn erfenis, verstrooid worde.
19 Daarna bracht hij mij door den ingang, die aan de zijde der poort was, tot de heilige kameren, den priesteren toebehorende, die naar het noorden zagen, en ziet, aldaar was een plaats aan beide zijden, naar het westen.
20 En hij zeide tot mij: Dit is de plaats, alwaar de priesters het schuldoffer en het zondoffer zullen koken; en waar zij het spijsoffer zullen bakken, opdat zij het niet uitbrengen in het buitenste voorhof, om het volk te heiligen.
21 Toen bracht hij mij in het buitenste voorhof, en voerde mij om in de vier hoeken des voorhofs; en ziet, in elken hoek des voorhofs was een ander voorhofje.
22 In de vier hoeken des voorhofs waren voorhofjes met schoorstenen, van veertig ellen de lengte, en dertig de breedtedezelve vier hoekhofjes hadden enerlei maat.
23 En er was rondom in dezelve een ringmuur, rondom deze vier; en er waren keukens gemaakt beneden aan de ringmuren rondom.
24 En hij zeide tot mij: Dit zijn de keukens, alwaar de dienaars des huizes het slachtoffer des volks zullen koken.


2 Koningen 23

Josía viert het Paasfeest
Toen zond de koning henen, en tot hem verzamelden al de oudsten van Juda en Jeruzalem.
En de koning ging op in het huis des HEEREN, en met hem alle man van Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, en de priesters en de profeten, en al het volk, van den minste tot den meeste; en hij las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
De koning nu stond aan den pilaar, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen met ganser harte en met ganser ziele te houden, bevestigende de woorden dezes verbonds, die in dit boek geschreven zijn. En het ganse volk stond in dit verbond.
En de koning gebood den hogepriester Hilkía, en den priesteren der tweede ordening, en den dorpelbewaarders, dat zij uit den tempel des HEEREN alle gereedschap, dat voor Baäl, en voor het beeld van het bos, en voor al het heir des hemels gemaakt was, uitbrengen zouden; en hij verbrandde dat buiten Jeruzalem in de velden van Kidron, en liet het stof daarvan naar Beth-El dragen.
Daartoe schafte hij de Chemárim af, die de koningen van Juda gesteld hadden, opdat men roken zou op de hoogten, in de steden van Juda, en rondom Jeruzalem, mitsgaders, die voor Baäl, de zon, en de maan, en de andere planeten, en al het heir des hemels rookten.
Hij bracht ook het beeld van het bos uit het huis des HEEREN weg, buiten Jeruzalem, tot de beek Kidron, en verbrandde het aan de beek Kidron, en vergruisde het tot stof; en hij wierp het stof daarvan op de graven der kinderen des volks.
Daartoe brak hij de huizen der schandjongens af, die aan het huis des HEEREN waren, alwaar de vrouwen huisjes voor het beeld van het bos weefden.
En hij bracht al de priesters uit de steden van Juda, en verontreinigde de hoogten, alwaar die priesters gerookt hadden, van Geba af tot Ber-séba toe; en hij brak de hoogten der poorten af, ook die aan de deur der poort van Jozua, den overste der stad, was, welke aan iemands linkerhand was, in de stadspoort gaande.
Doch de priesters der hoogten offerden niet op het altaar des HEEREN te Jeruzalem; maar zij aten ongezuurde broden in het midden van hun broederen.
10 Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal der kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan.
11 En hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-Mélech, den hoveling, die in Parvárim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.
12 Verder de altaren die op het dak der opperzaal van Achaz waren, die de koningen van Juda gemaakt hadden, mitsgaders de altaren, die Manasse in de twee voorhoven van het huis des HEEREN gemaakt had, brak de koning af; en hij verbrijzelde ze van daar, en wierp het stof daarvan in de beek Kidron.
13 De hoogten ook, die vooraan Jeruzalem waren, dewelke waren ter rechterhand van den berg Mashith, die Sálomo, de koning van Israël, voor Astoreth, het verfoeisel der Sidoniërs, en voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, en voor Milchom, den gruwel der kinderen Ammons, gebouwd had, verontreinigde de koning.
14 Insgelijks brak hij de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij vervulde hun plaats met mensenbeenderen.
15 Daartoe ook het altaar, dat te Beth-El was, en de hoogte, die Jeróbeam, de zoon van Nebat, dewelke Israël zondigen deed, gemaakt had; te zamen dat altaar en die hoogte brak hij af; ja, hij verbrandde de hoogte, hij vergruisde ze tot stof, en hij verbrandde het bos.
16 En als Josía zich omkeerde, zag hij de graven, die daar op den berg waren, en zond henen, en nam de beenderen uit de graven, en verbrandde ze op dat altaar, en verontreinigde dat; naar het woord des HEEREN, dat de man Gods uitgeroepen had, die deze woorden uitriep.
17 Verder zeide hij: Wat is dat voor een grafteken, dat ik zie? En de lieden der stad zeiden tot hem: Het is het graf van den man Gods, die uit Juda kwam, en deze dingen, die gij tegen dit altaar van Beth-El gedaan hebt, uitgeroepen heeft.
18 En hij zeide: Laat hem liggen, dat niemand zijn beenderen verroere. Zo bevrijdden zij zijn beenderen, met de beenderen van den profeet, die uit Samaria gekomen was.
19 Daartoe nam Josía ook weg al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria waren, die de koningen van Israël gemaakt hadden, om den HEERE tot toorn te verwekken; en hij deed dezelve naar al de daden, die hij te Beth-El gedaan had.
20 En hij slachtte al de priesteren der hoogten, die daar waren, op de altaren, en verbrandde mensenbeenderen op dezelve. Daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
21 En de koning gebood het ganse volk, zeggende: Houdt den HEERE, uw God, pascha, gelijk in dit boek des verbonds geschreven is.
22 Want gelijk dit pascha was er geen gehouden, van de dagen der richteren af, die Israël gericht hadden, noch in al de dagen der koningen van Israël, noch der koningen van Juda.
23 Maar in het achttiende jaar van den koning Josía, werd dit pascha den HEERE te Jeruzalem gehouden.
24 En ook deed Josía weg de waarzeggers, en de duivelskunstenaars, en de terafim, en de drekgoden, en alle verfoeiselen, die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden; opdat hij bevestigde de woorden der wet, die geschreven waren in het boek, dat de priester Hilkía in het huis des HEEREN gevonden had.
25 En vóór hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot den HEERE, met zijn ganse hart, en met zijn ganse ziel, en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op.
26 Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had.
27 En de HEERE zeide: Ik zal Juda ook van Mijn aangezicht wegdoen, gelijk als Ik Israël weggedaan heb; en Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkoren heb, en het huis, waarvan Ik gezegd heb: Mijn Naam zal daar wezen.
28 Het overige nu der geschiedenissen van Josía, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
 

Johannes 20
De opstanding
En op den eersten dag der week (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv) ging Maria Magdaléna vroeg, als het nog duister was (Zondag ochtend), naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
Verschijning aan de tien discipelen
19 Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv), en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden (niet om te bidden, maar uit vrees), kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
20 En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan werden verblijd, als zij den Heere zagen.
21 Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.
22 En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest.
23 Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.

Lucas 24
De opstanding
En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar.
En zij vonden den steen afgewenteld van het graf.
En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.
En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.
En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galiléa was,
Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
En zij werden indachtig Zijner woorden.
En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.
10 En deze waren Maria Magdaléna, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.
11 En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.
12 Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.
De Emmaüsgangers
13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv) naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;
14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.
15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?
18 En de een, wiens naam was Kléopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?
19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazaréner, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.
25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hemgeschreven was.
28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.
31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.
32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
33 En zij, opstaande ter zelfder ure, (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv) keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied wasen hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
Verschijning aan de elf apostelen
36 En als zij van deze dingen spraken, (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv) stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.
38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.
40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage;
47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
48 En gij zijt getuigen van deze dingen.
49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.
De hemelvaart
50 En Hij leidde hen buiten tot aan Bethánië (zondag op de 20ste dag van mnd 1 Aviv), en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.
51 En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
52 En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
53 En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

 

 

De Abib (gerst)
Graancirkel heeft dit artikel op 24 augustus 2002 toegevoegd. 
Dit artikel kwam ik tegen en ik kon het niet laten het hier te plaatsen. Abib is van grote betekenis voor de Karaieten (had ik tot vanmiddag nog nooit van gehoord). Klik voor info over het karaisme op de link naar mijn bron, onderaan het artikel.

BIJBELSE ′SCHRIKKELJAREN′
Het bijbelse jaar begint met de eerste Nieuwe Maan nadat de gerst in Israel het stadium van rijpheid bereikt dat Abib wordt genoemd. De periode tussen een jaar en het jaar daarop volgend bestaat uit 12 of 13 lunaire maanden. Daarom is het belangrijk om de staat van de gerstenoogst aan het eind van de 12de maand te bekijken. Als de gerst op dat moment Abib is, dan is de volgende Nieuwe Maan een Chodesj Ha-Aviv (de Nieuwe Maan van de Abib). Als de gerst nog steeds onrijp is. moeten we nog een maand wachten en opnieuw de gerst bekijken aan het eind van de 13de maand.

Afgesproken is dat een 12 maanden durend jaar een Normaal Jaar wordt genoemd terwijl een 13 maanden durend jaar bekend staat onder de naam Schrikkeljaar. Dit dien niet verward te worden met de Schrikkeljaren van de Gregoriaanse (christelijke) kalender, waarbij een extra dag wordt toegevoegd (29 februari). In het bijbelse Schrikkeljaar wordt daarentegen een gehele lunaire maand toegevoegd (de Dertiende Maand wordt ook wel ′Adar Bet′ genoemd). Over het algemeen kan pas een paar dagen voor het einde van de 12de maand bepaald worden of een jaar een Schrikkeljaar is.

WAAR IN DE BIJBEL IS ER SPRAKE VAN DE ABIB?

In het verhaal van Exodus staat het volgende: ′Heden trekken jullie uit, in de maand van de Abib′. (Ex. 13,4)

Om te gedenken dat we Egypte verlaten hebben in de maand Abib, is ons opgedragen op dit tijdstip het Pesach offer te brengen en het Feest van Ongezuurde Broden (Chag HaMatzot) te vieren. In Deut. 16,1 wordt ons geboden:
′Onderhoud de maand Abib en vier het Pesach (offer) ter ere van JHWH, je God; want in de maand Abib heeft JHWH, je God, je in de nacht uit Egypte geleid′.

In Ex. 23,15 staat: 
′Het Feest van Ongezuurde Broden moet je onderhouden; zeven dagen moet je ongezuurde broden eten, zoals Ik je geboden heb, op de bepaalde tijd van de maand Abib, want daarin ben je uit Egypte getrokken′. 

Hetzelfde wordt geboden in Ex. 34,18: 
′Het Feest van Ongezuurde Broden moet je onderhouden: zeven dagen moet je ongezuurde broden eten, gelijk Ik je geboden heb, op de bepaalde tijd van de maand Abib, want in de maand Abib ben je uit Egypte getrokken′. 

WAT IS ABIB?

Abib geeft het stadium aan van de ontwikkeling van de gerstenoogst. Dit blijkt uit o.a. Ex. 9,31-32

′Het vlas en de gerst waren neergeslagen, want de gerst was Abib (stond in de aar) en het vlas was Giv′ol (in bloei), maar de tarwe en de spelt waren niet neergeslagen, want die waren donker (Afilot) (rijpen later)′.
Deze passage heeft te maken met de gerstplanten die door de hagel verwoest waren terwijl de tarwe en de spelt niet beschadigd waren. Om de reden hiervoor te kunnen doorgronden moeten we bekijken hoe graan zich ontwikkelt. Wanneer granen nog niet ontwikkeld zijn, zijn ze buigzaam en hebben ze een donkergroene kleur. Zodra ze rijp beginnen te worden nemen ze een lichte geelachtige teint aan en worden ze breekbaar. De reden dat de gerst werd vernietigd en de tarwe niet is dat de gerst een bepaalde ontwikkeling had bereikt die Abib wordt genoemd en als gevolg daarvan zo breekbaar werd dat de plant door de hagel beschadigd kon worden. De tarwe en de spelt daarentegen verkeerden nog in een vroeg stadium van rijpheid en waren daardoor nog zo buigzaam dat ze niet vatbaar waren voor de vernietigende kracht van de hagel. De beschrijving van de tarwe en de spelt als "donker" (Afilot) geeft aan dat ze zich nog in het begin van het rijpingsproces bevonden waarin ze donkergroen zijn en ze nog geen lichtgele teint begonnen te krijgen die kenmerkend is voor graan dat al behoorlijk gerijpt is. De gerst had reeds het stadium van Abib bereikt en was niet langer "donker", maar had het punt bereikt waarop gouden aren zich beginnen te ontwikkelen. 

GEROOSTERDE ABIB

We weten aan de hand van verschillende passages in de Tenach dat gerst die zich in het stadium van Abib bevindt nog niet volledig gerijpt is, maar wel voldoende om de zaden die in vuur geroosterd worden te eten. Geroosterde gerst werd in oud Israel regelmatig gegeten en wordt in diverse passages in de Hebreeuwse bijbel vermeld als ′in vuur geroosterde (Kalui) Abib′ (Lev. 2,14) of in de verkorte vorm ′geroosterd (Kalui / Kali)′ (Lev. 23,14; Joz. 5,11; 1Sam. 25,18; 2Sam. 17,28; Ruth 2,14).

Wanneer de gerst nog in de eerste ontwikkeling zit, brengt de gerst nog geen zaden voort die groot en stevig genoeg zijn om er voedsel van te maken. De "kop" is net uit het omhulsel gekomen en de zaden zijn nog niet stevig genoeg om er voedsel van te maken. In een later stadium zijn de zaden gegroeid en zijn ze gevuld met een vloeistof. De zaden drogen onmiddellijk op als ze nu geroosterd zouden worden zodat een lege schil achterblijft. Na een tijdje wordt de vloeistof vervangen door droog materiaal en zodra genoeg droog materiaal aanwezig is is het mogelijk om "in vuur geroosterde gerst" te verkrijgen.

ABIB EN DE OOGST

De maand van de Abib is de maand die begint zodra de gerst het stadium van Abib heeft bereikt. 2 tot 3 weken na het begin van de maand heeft de gerst zich verder ontwikkeld voorbij het stadium van Abib en is gereed om als ′beweegoffer′ (Hanafat HaOmer) gebracht te worden. Het ′beweegoffer′ is een offer dat gebracht wordt van het eerste van de oogst die wordt binnengehaald en wordt gebracht op de morgen na de Sjabbat gedurende het Feest van Ongezuurde Broden. Dit wordt beschreven in Lev. 23,10-11: 
′Als jullie in het land komen dat ik jullie geef en de oogst daarvan binnenhaalt, dan moeten jullie een omer van het eerste van jullie oogst naar de priester brengen. Deze zal de Omer voor JHWH bewegen zodat jullie aanvaard worden; op de morgen na de Sjabbat moet de priester het bewegen′. 

Het is dus duidelijk dat de gerst, die aan het begin van de maand Abib was, 15 tot 21 dagen later oogst gereed was geworden (op de zondag (1e dag) gedurende het Feest). Daarom kan de maand van de Abib niet eerder beginnen dan nadat de gerst een bepaald stadium heeft bereikt en er 2 tot 3 weken later geoogst kan worden.

Dat de gerstoogst 2 tot 3 weken na het begin van de maand gereed moet zijn blijkt uit Deut. 16,9:
′begin zeven weken te tellen vanaf het moment dat de sikkel in het staande koren slaat′.

Van Lev. 23,15 weten we dat de zeven weken tussen Pesach (Chag HaMatzot) en Pinksteren (Shavuot) geteld worden vanaf de dag waarop het beweegoffer is gebracht (dit is de zondag (1e dag), de morgen na de Sjabbat, die tijdens Pesach valt):
′Dan zul je tellen vanaf de morgen na de sjabbat, van de dag waarop je de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volledige Sjabbatten zullen het zijn′.

Dus de ′sikkel begint als het koren staat′ op de zondag tijdens Pesach, dwz 2 tot 3 weken na het begin van de maand van de Abib. Als de gerst nog niet voldoende ontwikkeld is om 2 tot 3 weken later klaar te zijn voor de sikkel, dan kan de maand van de Abib niet beginnen en moeten we wachten tot de volgende maand.

Opgemerkt dient te worden dat niet alle gerst in het Land van Israel tegelijk rijp is. Het beweegoffer is een nationaal offer dat gebracht werd van de eerste velden die oogst gereed waren. De eerstelingen offers daarentegen, die door individuele landbouwers werden gebracht, kunnen qua rijpheid varieren van ′in vuur geroosterde Abib′ tot in volle rijpheid gekomen graan dat ′geplet′ of ′fijngemalen′ werd gebracht. Dit is wat Lev. 2,14 bedoelt:
′Als je een meeloffer van eerstelingen aan JHWH brengt, dan zul je je meeloffer van eerstelingen brengen als op het vuur geroosterde Abib of als geplet Carmel′. (Carmel is graan dat meer dan Abib reeds uitgehard is zodat het kan worden ′geplet′ of ′fijngemalen′).

Alle bovenstaande passages zijn direkt uit het Hebreeuws vertaald. Het lijkt erop dat vele bijbelvertalers de diverse Hebreeuwse landbouwtermen slecht begrepen hebben.
SAMENVATTING

Gerst dat zich in het stadium van Abib bevindt heeft 3 kenmerken:
 

1. Het is voldoende breekbaar om door hagel vernietigd te worden en begint een lichte kleur te krijgen (het is dus niet "donker") 

2. De zaden hebben voldoende droge materie gevormd, zodat het geroosterd kan worden gegeten. 

3. Het is voldoende ontwikkeld, waardoor het 2 tot 3 weken later oogst gereed is.
Bron:

Pesach en uitleg over de Sedermaaltijd

Pesach:

Pesach is in de eerste plaats het feest waarin de uittocht uit Egypte wordt herdacht. In Exodus 12 lezen we hoe God Zelf dit Pascha (= voorbijgaan) instelde. Hoogtepunt van het feest is de maaltijd op de eerste avond, ter herinnering aan de maaltijd aan de vooravond van de uittocht van het volk Israël. In die nacht werden alle eerstgeborenen omgebracht, behalve daar waar het bloed van het paaslam aan de deurposten was gestreken. Het vlees van het geslachte lam moest met ongezuurd brood en bittere kruiden gegeten worden.
Pesach begint op de avond van de 14e Nisan (maart/april) met de Sederavond. In de week vooraf wordt het hele huis ontdaan van elk spoortje gist omdat er in de Pesachweek geen gist mag worden gegeten. (Daar komt onze grote schoonmaak vandaan) Deze zoektocht eindigt met een zeer grondige inspectie van alle hoekjes en gaatjes van het huis op de dag voor Pesach. Dit heeft te maken met de haast die er geboden was bij het vertrek uit Egypte waardoor er geen tijd was het brood te laten rijzen. Dat er in de rituelen van de Seder maaltijd ook heel veel geheimenissen verborgen liggen die betrekking hebben op de komst en het offer van Yeshua, zult u ontdekken als u verder leest over de gebruiken.

De Sederavond:

Sederavond of Seideravond (Hebreeuws: leel haseder – ליל הסדר) is een avond aan het begin van het Pesachfeest. In Israël duurt dit feest 7 dagen, maar buiten Israël 8.

De gebruiken bij de Sedermaaltijd in grote lijnen:

Aan een feestelijk gedekte tafel wordt er tijdens de maaltijd uit de Haggadah (= vertelling) gelezen. Het jongste kind stelt vader 4 vragen die allen betrekking hebben op de rituelen van de maaltijd. Al lezend in de Haggadah komt de volgorde van de rituele onderdelen vanzelf aan de orde. Geen brood maar Matzes zijn onderdeel van deze maaltijd. Er worden 6 speciale gerechtjes gegeten in een bepaalde volgorde die allemaal herinneren aan de Joodse slavernij in en de uittocht uit Egypte. Daarbij worden er, ook weer in een speciale volgorde 4 glazen wijn geschonken en gedronken (een klein slokje is ook voldoende en druivensap mag ook) die allemaal een speciale betekenis hebben. Op welke manier de rituelen ook verwijzen naar de komst en het offer van Yeshua proberen we zo goed mogelijk uit te leggen bij het benoemen van de ingrediënten van de Seder maaltijd.

Tijdens de rituele maaltijd wordt er ook tijd genomen voor een feestelijke Pesachmaaltijd, maar die wordt weer afgesloten met de laatste rituele onderdelen en zegenbeden uit de Haggadah. De Sedermaaltijd is dus over het geheel genomen een avondvullend programma. Voor een complete Haggadah is dit niet de plek, maar we proberen wel zo goed mogelijk uit te leggen waar de verbinding ligt tussen de Sedermaaltijd voor het Joodse volk en voor hen die in HaMashiach Yeshua geloven. Want er zijn wel degelijk redenen genoeg voor Messiaanse gelovigen om samen te genieten van de prachtige symboliek achter de Sedermaaltijd. Wij hopen een klein steentje bij te kunnen dragen om u dat te helpen ontdekken.

Het rituele gedeelte onder leiding van de Haggadah:

De Haggadah behandelt het verhaal van de Joodse slavernij in Egypte en de uittocht uit Egypte. Seder (סדר) betekent letterlijk: volgorde of orde, omdat de gebruiken volgens een volgorde of orde worden uitgevoerd die eveneens in de Haggadah beschreven staat.
De Sedermaaltijd wordt gebruikt aan een feestelijk gedekte tafel met in ieder geval deze ingrediënten:
Als eerste de 2 Shabbats kaarsen, omdat elke Hoogtijdag begint met een Shabbatsviering en daar horen natuurlijk de kaarsen bij. Deze herinneren aan het gebod van God: onderhoud en gedenk, en worden aangestoken door de vrouw des huizes, waarna zij de zegenbede uitspreekt.
Er staat een kom water op of bij de tafel met een gastendoekje. Die worden doorgegeven op het moment dat de maaltijd begint. (Urchatz = Handenwassing) Het wassen van de handen is een teken dat we rein voor God willen staan. ‘Wie mag de berg des Heren beklimmen, wie mag staan in Zijn heilige stede? Hij die rein is van handen en zuiver van hart’ (Psalm 24: 3 + 4a)
Er worden Matzes (= ongezuurde broden) gegeten. Deze staan symbool voor de haast waarmee het volk uit Egypte moest vertrekken. Er was geen tijd om het brood te laten rijzen. Bovendien is gist ook een beeld van de zonde (verzuren) Ook de zegen over het brood wordt dus uitgesproken over de matzes. Buiten een mandje met matzes voor algemeen gebruik tijdens de maaltijd, worden er 3 matzes in een speciale hoes gedaan: een Matze Cover, met 3 afzonderlijke segmenten die allemaal een aparte betekenis hebben tijdens de rituelen. Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van een Afikoman etui (Afikoman = gebroken) om een deel van de middelste matze in te verstoppen. Denk hierbij aan het lichaam van Yeshua dat voor ons verbroken, in doeken gewikkeld, begraven en opgewekt werd. Aan het eind van de maaltijd wordt de Afikoman door de kinderen opgezocht. Messiasbelijdende gelovigen wijzen erop dat met de instelling van het avondmaal, in Lucas 14:20, Yeshua de beker ‘na de maaltijd’ nam. Er van uitgaande dat aan de orde van de maaltijd in 2000 jaar niet veel veranderd is, betekent dit dat het ‘brood’ dat Yeshua nam en brak, de Afikoman was. Daarmee is de verwijzing naar het verlossingswerk van de HaMashiach Yeshua compleet. De middelste matze, die de priester voorstelt, wordt niet alleen gebroken en begraven maar staat ook weer op, aan het einde van de maaltijd komt de matze weer te voorschijn. En het mooiste is, dat Yeshua dit stukje matze heeft gebruikt, toen hij tegen zijn discipelen zei: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.” De beker die Hij vervolgens nam, is de beker ‘na de maaltijd’, de derde beker. Deze beker draagt als betekenis verlossing.
Daarnaast wordt er ook een zestal speciale ingrediënten klaargelegd op een Sederschotel, die in het centrum van de tafel staat binnen handbereik van degene die de leiding over de maaltijd op zich neemt.
Elke gast heeft ook de speciale gerechtjes op zijn eigen bord
Bij elke gast worden maar liefs 4 glazen naast het bord klaargezet, voor de 4 bekers wijn met speciale betekenis tijdens het rituele gedeelte van de maaltijd. (een slokje is genoeg, en druivensap mag ook)
Elke gast heeft een kommetje met zout water waar sommige gerechten in gedoopt worden voordat men ze nuttigt.
Midden op tafel staat verder nog een gevulde beker wijn, een zogenaamde Kiddush beker, die met de Shabbatviering ook gebruikt wordt, maar in dit geval dient die als beker voor Elia en blijft onaangeroerd. 
Op de Sederschotel:
Karpas (= peterselie), doet denken aan de lente. Dit wordt gedoopt in water met zout, als herinnering aan de tranen in Egypte en het feit dat het leven niet altijd vreugde inhoudt. Ook herinnert de peterselie aan de bundel hysop die gebruikt werd om de deurposten in te smeren met bloed van het pesachlam.
Zeroah (= een bot van een lam), dit is symbolisch en er wordt ook vaak een kippenbotje voor gebruikt. Herinnert aan het lam dat geslacht werd in de nacht van de Exodus, maar ook aan het lijden van Yeshua.
Baytzah (= een ei, hard gekookt en daarna gebraden), als symbool voor het nieuwe leven. Denk hierbij ook aan Yeshua, Die als Pesachlam geslacht werd maar opstond uit de dood. Het ei wordt ook vaak gedoopt in het zoute water als herinnering aan de tranen in Egypte, maar ook aan de tranen van Yeshua in de hof van Getsemane. 
Maror (= bittere kruiden), vaak geraspte mierikswortel, vanwege de bitterheid van de slavernij in Egypte, maar ook het bittere lijden van Yeshua.
Chazeret (= rauwe hele mierikswortel, maar ook wel radijs, ook een bitter kruid), als het jong is, is het zoet met zachte bladeren, later wordt het hard en bitter. Zoals de houding van de Egyptenaren: eerst zoet tegen de vaderen, later hard en bitter tegen de kinderen Israëls.
Charoset (= zoet), een mengsel van appels, noten, gember, kaneel en wijn. (Soms ook dadels, rozijnen, granaatappel, enz.) De zoetheid van het gerecht staat voor het geluk na de bevrijding uit Egypte en onze bevrijding van zonden en dood door Yeshua, terwijl de kleur doet denken aan klei en aan de stenen en het cement uit de slaventijd in Egypte.

De betekenis van de 4 bekers wijn:
Ik zal jullie uitleiden: beker der heiliging, Kos Kadesh
Ik zal jullie redden: beker der plagen, Kos Hamakot
Ik zal jullie verlossen: beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging, Kos Hage’oelah
Ik zal jullie aannemen: beker der aanneming en lofprijzing, Kos Hallel

Tijdens de maaltijd wordt de aandacht van de kinderen vastgehouden door ze al vertellend bij het verhaal te betrekken. Het jongste kind stelt 4 vragen over de bijzondere betekenis van de maaltijd. Dit heeft te maken met de mondelinge overlevering waar in de Torah over gesproken wordt. Het stellen van de vragen wordt Ma Nisjtana genoemd. (beschreven in de Misjna = Mondelinge Leer)
De 4 vragen:
1. Waarom eten wij op deze avond anders dan op alle andere avonden matzes?
2. Waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop maar leunen wij op de tafel? 
3. Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden? 
4. Waarom eten we vanavond, anders dan op alle andere avonden bittere kruiden?

Zoals eerder geschreven geeft de Haggadah de volgorde en de rituelen aan van de maaltijd. Hoe kom je nu aan zo’n Haggadah? Deze zijn te koop in de boekwinkels van de Joodse gemeenschappen in Nederland. In deze Haggadot wordt echter geen verband gelegd tussen de Sedermaaltijd en de komst en het offer van Yeshua.

Een Haggadah waarin stap voor stap de hele maaltijd beschreven staat is ‘De brede Hagada’. Dit is een boek waarin u stap voor stap door de hele maaltijd geleid wordt, maar wel alleen gericht op het Joodse verhaal. Het is een uitgave van de stichting Sja’ar en het boekwerk is samengesteld door Joram Rookmaker. De teksten zijn zowel in het Hebreeuws, ook Fonetisch, met daarnaast de Nederlandse vertaling. Bovendien is het boekwerk voorzien van allerlei illustraties die veel duidelijkheid geven. Het mooie is dat de authentieke Pesach liederen in 27 tracks op een CD bijgeleverd worden met uitgeschreven bladmuziek op PDF voor de liefhebbers. Heel mooi om de Joodse traditie tot in detail te leren kennen.

Messiaanse Haggadot zijn er wel, maar die zijn over het algemeen in het Engels. Hecht u niet zoveel waarde aan een écht boekwerk dan zijn er op internet ook enkele mooie Nederlands Messiaanse Haggadot te downloaden. Een Haggadah waar wij persoonlijk nogal enthousiast over zijn, vindt u onder deze link. Messiaanse Haggadah De liederen zijn heel passend en voor veel mensen vrij bekend. (Veelal uit de bundel ‘Opwekking’) Een paar kleine details van de maaltijd zijn wat anders dan hierboven beschreven. Zo is er maar 1 soort bittere kruiden, terwijl op een originele Seder Schotel wel sprake is van 2 soorten. 1 soort bittere kruiden heeft men vervangen voor het zout, dat natuurlijk ook een belangrijke rol speelt tijdens de maaltijd. Zout hoort echter, net als de Matzes, niet bij de 6 gerechtjes op de schotel. Wel een detail waar redelijk mee te leven valt, lijkt mij. Wanneer u dus een kleine aanpassing maakt, is deze Haggadah heel geschikt en mooi te gebruiken bij een Messiaanse Sederviering. Persoonlijk vind ik het wel jammer dat de zegenbeden alleen in de Nederlandse vertaling vermeld staan. Hierbij mis ik dus de prachtige klanken van de Hebreeuwse taal, ook in de liederen.

Ook de NEM (Near Eastern Ministry) heeft een heel bruikbare brochure uitgegeven met een Messiaanse versie van de Haggada. Dit boekje is onder deze link bij ons te bestellen voor slechts € 2,50 excl. verzendkosten. 

Momenteel wordt er ook gewerkt aan een boek met een Messiaanse Haggadah. Wanneer deze op tijd klaar is voor de komende Pesach, gaan wij proberen deze in onze collectie op te nemen.
 

HET MYSTERIE VAN DE KARPAS

Door Rabbijn Nathan Lopes Cardozo
 

Terwijl de Hagada ons vertelt over de wonderlijke wijze waarop de Israëlieten na 210 jaar uit hun slavernij verlost werden, is er totale stilte betreffende de vraag hoe onze voorvaderen in die slavenij terecht waren gekomen. Het is waar dat dit verhaal in alle bijzonderheden in Tora zelf verteld wordt en het Pesach-feest vieren wij vanwege de nieuw verworven vrijheid en niet om onze historische problemen te herinneren. Maar toch is het vreemd aan de Joodse traditie om dat in zijn geheel te negeren, als de Exodus in de Haggada besproken wordt.

Eén van de meest raadselachtige rituelen op de Sederavond is het eten van de karpaseen soort groente die in zout water gedoopt wordt aan het begin van de avond. Dit ritueel, zo wordt ons verteld, heeft tot bedoeling om de kinderen (en onszelf) te verleiden tot het stellen van vragen. Na de Kiddoesj zouden wij ongetwijfeld een behoorlijke maaltijd mogen verwachten, zoals iedere vrijdagavond of feestavond. In plaats daarvan krijgen we een klein stukje groente, gedoopt in zout water en worden wij hongerig gelaten voor een groot gedeelte van de avond. Dit roept ongetwijfeld vragen op!

Zonder het belang van het bovenstaande te willen ontkennen, moeten wij nog steeds begrijpen waarom onze geleerden besloten om de vragen op te wekken doormiddel van het indopen en eten van een karpas en niet met behulp van een ander ritueel. Wat schuilt er in het ritueel van de karpas, wat anders verloren zou zijn gegaan? En waarom moest het juist dit ritueel zijn dat ons aan het vragen zet?

Rabbi Shlomo Kluger (1785-1869) in zijn Jeriot Sjlomo op de Hagada (Siddoer Rabbijn Ja’akov Emben) geeft een aanwijzing. Het woord „karpas” is ethymologisch moeilijk te plaatsen. Het heeft twee betekenis­sen. Eén is verbonden met een groente. In dat geval is de vertaling ervan selederij of peterselie en dat schijnt de betekenis te zijn van de Hagada, want ons wordt gezegd een stuk groente te nemen. De andere betekenis is echter dat het een stuk katoen of fijn linnen is.

Dit laatste doet ons denken aan een commentaar van Rasji op het verhaal over de haat van de broers voor Joseef (Bereisjiet 37:3). Zoals wij weten werd deze haat (mede) veroorzaakt doordat Ja’akov een ketonet passiem – een veelkleurig kledingstuk – aan zijn zoon Joseef had gegeven.

Rasji zegt ter plaatse dat het woord „passiem” (veelkleurig) een uitdrukking is voor „karpas en techelet,” het­geen „groene en lichtblauwe wol of linnen” betekent.
Nadat Joseef dit kledingstuk van zijn vader had gekregen, verkochten zijn broers hem aan de Egyptenaren. Dat was het begin van de ballingschap en de slavernij. Wat de diepere betekenis van deze haat ook geweest mag zijn, hij was ongerechtvaardigd en veroorzaakte een heleboel pijn. Als Ja’akov dit kledingstuk niet aan Joseef gegeven had, zou misschien de ballingschap en de dienstbaarheid in Egypte nimmer hebben plaats­gevonden.

Dus dit kledingstuk, gemaakt van „karpas en techelet” was schijnbaar de primaire aanleiding tot de Egyp­tische slavernij.

Toen de geleerden de blauwdruk voor de Hagada-tekst samenstelden, zochten zij naar een manier waarop zij de aandacht konden vestigen op het feit dat het broederhaat was, die de Joden in Egypte deden belanden. Toen zij zich realiseerden dat dit notoire kledingstuk gemaakt was van „karpas”, besloten zij een ritueel in te voeren, waarbij het woord karpas te pas zou komen en zij kwamen de conclusie dat dit het beste kon gebeu­ren met een groente met de zelfde naam. Op een dieper niveau beseffen wij dat het het dopen van dit „karpas kledingstuk” in het bloed van een dier was, dat inspireerde tot het voorschrift om indopen van de karpas in zout water, hetgeen dit ritueel nog meer identificeerd met de haat van de broers. Ten slotte waren het de broers die het kleidngstuk in het bloed van het dier doopten, voordat zij hun vader benaderden met het verschrikkelijke nieuws dat Joseef gedood was.

Toch kan men zich afvragen waarom bovenstaande verklaring niet expliciet in de Hagada vermeld staat. Waarom wordt hierop alleen maar geduid door middel van een mysterieus ritueel? Waarom nemen we niet een gekleurd kledingstuk en brengen dat naar de Sedertafel? En waarom moeten de lezers van de Hagada zo onbewust hiervan op de hoogte worden gebracht, in plaats van het openlijk aan de oppervlakte te brengen? Dit wijst erop dat de auteur van de Hagada deze informatie wilde verbergen, maar tegelijkertijd hoopte dat de lezer de hint toch zou begrijpen. Wanneer het veelkleurige kledingstuk inderdaad de voornaamste oorzaak was van de Egyptische ballingschap, waarom dat dan niet openlijk vermeld, zodat het zeker is dat niemand deze belangrijke boodschap misverstaat?

Wij geloven dat dit raakt aan de kern van de Joodse interpretatie van de Exodus. Het belangrijkste punt daarvan is de nadruk op de G-ddelijke voorzienigheid, d.w.z. G-ds wonderbaarlijk inmenging in het leven van miljoenen Joden, die in Egypte gestrand en tot slaaf gemaakt zijn. Dit verhaal is tot een klassiek model geworden voor de hele Joodse geschiedenis en in feite voor de wereldgeschiedenis. Wat ooit gebeurt ligt uiteindelijk in G-ds handen. Dit is het categorische doel van het Pesach-verhaal. Het is deze keer niet de menselijke rol in de geschiedenis, of in hoever de mens de hand had in alles wat er gebeurd is. Natuurlijk, de Joodse traditie drukt er voortdurend de nadruk op dat de mens verantwoordelijk is voor de consequenties van zijn daden, maar het Pesach-verhaal opereert op een ander niveau. Het is de triomf van G-d als de Heerser van de Geschiedenis die gevierd wordt.

In feite is de wisselwerking tussen G-ddelijke interventie en menselijk handelen een van de grote filosofische problemen, waar alle religieuze denkers mee geworsteld hebben. Tot in hoeverre is de mens verantwoorde­lijk en in hoeverre G-d? Deze vraag blijft fundamenteel onbeantwoord en behoort tot de mysteries van de menselijke geschiedenis.

Dit raakt ook nog een ander, even onoplosbaar probleem. Hoe zouden wij ooit kunnen weten wat de oorzaak is van een specifiek effect? En wanneer is iets de oorzaak en niet het resultaat van een eerder antecedent? Wan­neer wij het hebben over de Egyptische slavernij, kunnen wij dan werkelijk met zekerheid zeggen dat het juist de haat van de broers voor Joseef was, die de slavernij van de Joden veroorzaakte? Is het mogelijk om te be­weren dat als de broers Joseef niet verkocht hadden aan Egypte, dat de Israëlieten nooit in Egypte beland waren? Was het niet aan Awraham beloofd dat zijn kinderen slaven zouden zijn in een land dat het hunne niet was (Bereisjiet 15:13)? Was de Egyptische ervaring niet een nooddzakelijke voorwaarde om de Joden voor te bereiden op de ontvangst van de Tora? Was het niet een noodzakelijke component om van de Joden een spiritueel volk te maken en een „licht onder de volken”? Dus in hoeverre waren de broers wer­kelijk ver­antwoordelijk voor deze ballingschap en in hoeverre hadden zij vrijheid van handelen, toen zij besloten hun broer te verkopen?

Het is om deze reden dat de auteurs van de Hagada niet bereid waren om openlijk te wijzen naar de broers. Zij konden niets anders doen dan te zinspelen op dit feit, door ons te vertellen dat ergens, op de weg naar Egypte het dopen van een „karpas kledingstuk” in bloed een rol gespeeld heeft. Hoe groot die rol was, zullen wij nooit weten. Dat de karpas aan het begin van de Hagada gegeten wordt, is veelzeggend. Het maakt ons rechtstreeks gewaar dat achtergrond van wat werkelijk de oorzaak was van de Egyptische ballingschap altijd een geheim zal blijven voor ons. Dat is de alles-omvattende boodschap die dit ritueel ons wil overbrengen, vlak voor het begin van het verhaal. Het zal inderdaad vele vragen doen opwaaien, maar hoe briljant de antwoorden ook zullen zijn, wij blijven achter met de wetenschap dat op een hoger niveau, en ver voorbij menselijk begrip, het de hand van G-d is die de antwoorden heeft.

Op moreel niveau echter, is het verhaal duidelijk. Het was de haat van de broers die ons in ballingschap stuurde. Hoe onthullend dat het de liefde tussen twee broers, Mosjé en Aharon was, die in volkomen harmonie met elkaar leefden, die ons de verlossing bracht.
 

  Charoset

 

 

Benodigdheden
1,5 kop gehakte noten (bijvoorbeeld amandelen, walnoten, hazelnoten) 
2 eetlepels suiker of honing of een mengsel daarvan 
1-2 koppen gehakte of geraspte appels 
1/2 eetlepel kaneel 
zoete wijn

 

Bereiding
Meng noten, suiker, honing, appels en kaneel goed door elkaar tot het 
samenhangend is. 
Voeg voorzichtig wijn toe tot het mengsel zo dik is als metselspecie. 
Voeg naar smaak kaneel en suiker toe, eventueel nog wat wijn.

Charoset Recipe:

  • 2 fuji apples, chopped in a food processor
  • 6 dates, roughly chopped
  • 1/4 c. dried cranberries
  • 1/2 c. almonds, chopped in a food processor
  • 2 tsp. cinnamon
  • ~ 2-3 tsp honey (not even necessary!)

Mix all together. Scoop up with matzo and enjoy!!



Lukas 2

41 En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha.
42 En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van den feestdag;
    43 En de dagen aldaar voleindigd hadden, toen zij wederkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem, en Jozef en Zijn moeder wisten het niet.

 

Mozes en Aäron voor Faraö

En daarna gingen Mozes en Aäron heen, en zeiden tot Faraö: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!
 

Exodus 12

14 En  deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
15 Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israël.

Exodus 13
Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.
 
Exodus 23
 15 Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.

Exodus 34
 18 Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.

Deuteronomium 16
 18 Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.



Deuteronomium 16

Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.

Exodus 23
16 
En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.

Leviticus 23

15 
Daarna  zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;

Numeri 28

26 
Insgelijks op den dag der eerstelingen, als gij een nieuw spijsoffer den HEERE zult offeren naar uw weken, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.

 

Exodus 23

17 Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.

Exodus 34

23 Al  wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren HEEREN, den God van Israël.

Exodus 23

17 Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.


Deuteronomium 16

16 Driemaal  in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar  het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:

Leviticus 23
37 
Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;


David Brickner: Christ in the Passover
Christ in the Passover: 
Presented by David Brickner
Christ in the Passover
Torah Portion #15 Bo (Exodus 10:1-13:16)
2011 Passover/Feast of Unleavened Bread Extravaganza! FULL DETAILS
Christ in the Passover (with extra)
Room of the Last Supper, Jerusalem http://eigo.be
Easter Exposed—What God Says!
How to Host a Passover Seder
Kosher and Halal foods Not the Same
Abib (Nisan) - The Jewish Month of Abib (
Nisan)
Christ's Crucifixion and Resurrection—Not Friday, Not Sunday!
Messianic Passover Seder - Jewish Voice with Jonathan Bernis, April 1, 2012

How to Make Popular Rosh Hashanah Recipes
matzeballen-soep

Rosh Hashanah Rock Anthem
Shofar Callin': The Rosh Hashanah song
Adat dancers for Rosh Hashanah
ACMS Dance - Rosh Hashanah 2010.m4v
What Makes Rosh Hashanah Beautiful
Dip Your Apple - Rosh Hashanah Joke Song
Rosh Hashanah Gift
Rosh Hashanah: 101

Michael kicks off his 5 week Passover Series with: 
Deel 1: The Birth of the Nations
Deel 2: Faithfulness Through Adversity
Deel 3: Living Among Pagans
Deel 4: 
gods Which Are No gods

(Deel 1) March 1, 2013 Shabbat Night Live - March 1, 2013 (The Birth of the Nations).
(Deel 2) March 8, 2013 Passover - Living Among Pagans on Shabbat Night Live
(Deel 3) March 15, 2013 Shabbat Night Live! with Michael Rood - Passover Ep. 3 Faithfulness Through Adversary
(Deel 4) March 23, 2013 Shabbat Night Live! with Michael Rood - Passover Ep. 4 gods Which Are No gods
Shabbat Night Live! with Michael Rood and Special Guest, Josh Tolley LIVE in Charlotte, NC
(Deel 5) March 29, 2013





Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen