Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Feesten van YHWH
Feesten van YHWH uitleg voor kinderen met spelletjes en nog veel meer.

Feesten van YHWH
1. Sabbat Van Vrijdagavond- tot zaterdagavond zonsondergang en samenkomst
2. Nieuwe maan (sabbat) Bij elke Nieuwe maan (wanneer je de maan niet ziet)
3. Nieuwjaar (Rosh Ha Sjana) woendag 23 t/m wo 30 maart 2016 1e dag Nisan, bij nieuwe maan in maart (Pascha)
4. Pascha Dinsdag 22 maart 2016 (avond) 14e dag Nisan, tussen twee avonden (Heilige avondmaal)
5. Feest ongezuurde broden (Chag HaMatzot) High Sabbaths
Woendag (22) 23 - 30 maart 2016
15e tot en met 22e dag Nisan, (1e en 8e dag Sabbat en feesten)
(7 dagen produkten zonder gist in huis)
6. Eerstelingenfeest (First Fruits) Maandag 27 april 2016

1e dag NA de Sabbat tussen 15e en 22e dag Nisan
(Je mag geen brood, geroost koren, groene aren op diezelve dag eten)

7. Wekenfeest (Shavuaot/Pinksteren) High Sabbaths
Zondag 15 mei 2016
7 volle weken na het eerstelingenfeest (50e dag = Pinksteren)
8. Feest der Bazuinen (Day of Trumpets) High Sabbaths 
Donderdag (31 aug) 1 september 2016 Yom Teruah
1e dag 7e mnd (Sabbat en gedenkdag des geklanks)
9. Verzoendag (Yom Kippoer) High Sabbaths
Zaterdag (09) 10 september 2016

10e dag, 7e mnd (het goedmaken met JHWH)
(Sabbat, je zonden belijden en rein wassen voor YHWH)

10. Loofhuttenfeest (Sukkot) High Sabbaths
Woensdag (14) 15 september - 22 september 2016
15e dag, 7e mnd, 7 dagen (1e en 8e dag Sabbat en feesten)
11. Chanoeka  (Inwijdingsfeest) Zaterdag (4) 5 - 12 december 2015 25e kislev De eerste dag van dit feest, erev chanoeka,
Begint na de zonsondergang van de 24e dag van de joodse maand Kislev.
(28 nov 2013 bij zonsondergang) Olie, Heilige Geest, Lichtfeest
12. Poerim (Lotenfeest) zondag 21-22 februari 2016

14e dag Adar,  1e dag (soort) vasten (herdenken Ester 3 vasten dagen)
1
5e dag Adar,  2e dag feest vieren (binnenland, Israël)
(een soort carnaval, dronken worden in de Heilige geest: 1 Kor 10:1-4)



(Dit hieronder is nog niet goed aangepast)
Bijzonder Verlof aanvraag:

  • Nr 5: Woensdag (22) 23 - 30 maart 2016
  • Nr 8: Donderdag (31 aug) 1 september 2016
  • Nr 9: Woensdag (14) 15 september 2016
Geen Bijzonder Verlof aanvraag:
  • Nr 3: Woensdag (8) 9 maart 2016
  • Nr 4: Dinsdag 22 maart 2016
  • Nr 6: Woensdag (31 aug) 1 september 2016
  • Nr 7: Zaterdag (9) 10 september 2016
  • Nr 8: Zondag (12) 13 september 2015
  • Nr 9: Zaterdag (9) 10 september 2016
  • Nr 10: Zondag (26) 27 - 4 oktober 2015
  • Nr 11: Zaterdag 5 - 12 december 2015, Vrijdag (22) 23 - 30 december 2016
  • Nr 12: Zondag 21-22 februari 2016

1.

  1.  Nieuwjaar (Rosh Ha Sjana) Woensdag (8) 9 maart 2016
  2. Pascha Dinsdag 22 maart 2016 (avond) 14e dag Nisan, tussen twee avonden (Heilige avondmaal) 
  3. Feest ongezuurde broden (Chag HaMatzot) High Sabbaths woendag 23 t/m woensdag 30 maart 2016: 15e tot en met 22e dag Nisan, (1e en 8e dag Sabbat en feesten) (7 dagen produkten zonder gist in huis)
  4. Eerstelingenfeest (First Fruits) zondag (9) 10 april 2016: (50 dagen tellen 7 X sabbath) 1e dag NA de Sabbat tussen 15e en 22e dag Nisan
    (Je mag geen brood, geroost koren, groene aren op diezelve dag eten)
  5. Wekenfeest (Shavuaot) High Sabbaths zondag (29) 30 mei 2016, 7 volle weken na het eerstelingenfeest (50e dag = Pinksteren)
  6.  Feest der Bazuinen (Day of Trumpets) High Sabbaths 
    woensdag (31 aug) 1 september 2016,
    1e dag 7e mnd (Sabbat en gedenkdag des geklanks)
  7. Verzoendag (Yom Kippoer) High Sabbaths
    zaterdag (9) 10 september 2016,
    10e dag, 7e  mnd (het goedmaken met JHWH)
    (Sabbat, je zonden belijden en rein wassen voor YHWH)
  8. Loofhuttenfeest (Sukkot) High Sabbaths
    Woensdag (14) 15 - 22 september 2016,
    15e dag, 7e mnd, 7 dagen (1e en 8e dag Sabbat en feesten)
  9. Chanoeka (Inwijdingsfeest) Maandag (22) 23 – 30 november 2016, 25e kislev 9e maand (23 nov 2016 bij zonsondergang) Olie, Heilige Geest, Lichtfeest
  10. Poerim (Lotenfeest) zondag 21-22 februari 2016, 14e dag Adar,  1e dag (soort) vasten (herdenken Ester 3 vasten dagen)
    1
    5e dag Adar,  2e dag feest vieren (binnenland, Israël) (een soort carnaval, dronken worden in de Heilige geest: 1 Kor 10:1-4)

COMENIUS COLLEGE / SCHOOLVAKANTIE
Schoolvakanties 2016 - 2017
voor onze leerlingen:
In onze regio zijn door FOKOR en CVO onderstaande vakanties en vrije dagen vastgesteld:

Herfstvakantie: 15-10-2016 t/m 23-10-2016

Kerstvakantie: 24-12-2016 t/m 08-01-2017

Voorjaarsvakantie: 25-02-2017 t/m 05-03-2017

Goede Vrijdag    14-04-2017

Tweede Paasdag: 17-04-2017

Meivakantie: 22-04-2017 t/m  07-05-2017

Hemelvaartsdag    25-05-2017

Tweede Pinksterdag: 05-06-2017

Zomervakantie: 08-07-2017 t/m 20-08-2017 (voor leerlingen)
(Voor medewerkers eindigt de zomervakantie op 17-08-2017)

Roostervrije dagen voor onze leerlingen
(onder voorbehoud)

Donderdag 24 november 2016
Woensdagmiddag 25 januari 2017  (Open Huis)
Donderdag 16 maart 2017
Vrijdag 26 mei  2017 (dag na Hemelvaart)
Donderdag 29 en vrijdag 30 juni 2017
Donderdagmiddag 6 juli 2017
Vrijdag 7 juli 2017






Nieuwe maan Hebreewse maand Kanaänitische Naam Moderne versie Landbouw seizoen Klimaat Festivals
1
Aviv

Nisan 
(
YHWH Nieuwjaar)
Abib Maart/April
Jubilees 6:23
Gersteoogst
Laatste regens


1 - Bijbels Nieuwjaar Rosh HaShanna
14 - 
Pascha
15 tot 22 - 
Feest Ongezuurde Broden
1e dag na sabbat tussen 15 en 22 nisan- Eerstelingenfeest
23 + 49d - Shavuot (Wekenfeest)
2e  Iyyar Ziv April/Mei Algemene Oogst
3e  Sivan
Mei/Juni Tarweoogst wijnstok Dressing


Droge Seizoen




X (+7 Sabbaten) - Shavuot (Pinksteren)
4e  T(h)ammuz (afgod)
Juni/Juli Vroege Druivenoogst
5e  Ab/Av/Aaw
Juli/Augustus Oogst: druiven, vijgen, olijven 9 - Vernietiging van de 2e Tempel (-587)
6e  Elul
Augustus/September Zomerfruit
7e  Tishri 
(Joods Nieuwjaar)
Ethanim September/Oktober Ploegen, Olijf Oogst 1 - Feest der Bazuinen
10 - 
Verzoendag
15 tot 21- 
Loofhuttenfeest
8e  Mar Cheshvan Bul Oktober/November Olijf Oogst, Graan planten Vroege regen 
9e  Chislev/Kislev
November/December Graan planten 25 - Toewijding van Tempel (-148)
10e  Tebet(h)   December/Januari Laat planten, Lente groei

Regen Seizoen
 
11e  Shebat
(Heidens Nieuwjaar)
  Januari/Februari Laat planten, Winter Vijgen
12e  Adar   Februari/Maart Vlas trekken, Amandelbloesem
13e  Adar Sheni
(2e Adar)
  Tussenvoegen
(extra) Maand


Barley Aviv= Gerst rijp voor de eerste oogst

 

Daniël 7 

25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogste, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.

Dan 7:25
And he shall speak 4449 [great] words 4406 against6655 the most High 5943, and shall wear out 1080 the saints 6922 of the most High עִלַּי`illay (Aramaic) 5946, and think 5452 to change 8133 times 2166 and laws דָּתdath (Aramaic) (Torah)1882: and they shall be given 3052 into his hand 3028 until 5705 a time5732 and times 5732 and the dividing 6387 of time5732.

JUBILEES 6
4 And YAHWEH יְהֹוָה smelt the goodly savior, and He made a covenant with him that there should not be any more a flood to destroy the earth; that all the days of the earth seed-time and harvest should never cease; cold and heat, and summer and winter, and day and night should not change their order, nor cease forever.
5 'And you, increase you and multiply upon the earth, and become many upon it, and be a blessing upon it. The fear of you and the dread of you I will inspire in everything that is on earth and in the sea.
6 And behold I have given unto you all beasts, and all winged things, and everything that moves on the earth, and the fish in the waters, and all things for food; as the green herbs, I have given you all things to eat.
7 But flesh, with the life thereof, with the blood, you shall not eat; for the life of all flesh is in the blood, lest your blood of your lives be required. At the hand of every man, at the hand of every (beast) will I require the blood of man.
8 Whoso sheds man's blood by man shall his blood be shed, for in the image of YAHWEH יְהֹוָה made He man.
9 And you, increase you, and multiply on the earth.’
10 And Noah and his sons swore that they would not eat any blood that was in any flesh, and he made a covenant before YAHWEH יְהֹוָה forever throughout all the generations of the earth in this month.
11 On this account He spoke to you that you should make a covenant with the children of Yisrael in this month upon the mountain with an oath, and that you should sprinkle blood upon them because of all the words of the covenant, which YAHWEH יְהֹוָה made with them forever.
12 And this testimony is written concerning you that you should observe it continually, so that you should not eat on any day any blood of beasts or birds or cattle during all the days of the earth, and the man who eats the blood of beast or of cattle or of birds during all the days of the earth, he and his seed shall be rooted out of the land.
13 And do you command the children of Yisrael to eat no blood, so that their names and their seed may be before YAHWEH our Sovereign Ruler continually.
14 And for this Torah there is no limit of days, for it is forever. They shall observe it throughout their generations, so that they may continue supplicating on your behalf with blood before the altar; every day and at the time of morning and evening they shall seek forgiveness on your behalf perpetually before YAHWEH that they may keep it and not be rooted out.
15 And He gave to Noah and his sons a sign that there should not again be a flood on the earth.
16 He set His bow in the cloud for a sign of the eternal covenant that there should not again be a flood on the earth to destroy it all the days of the earth.
17 For this reason it is ordained and written on the heavenly tablets, that they should celebrate the"Feast of Weeks" in this month once a year, to renew the covenant every year.
18 And this whole festival was celebrated in heaven from the day of creation till the days of Noah -twenty six jubilees and five weeks of years [1309-1659 A.M.]: and Noah and his sons observed it for seven jubilees and one week of years (350 years), till the day of Noah's death, and from the day of Noah's death his sons did away with it until the days of Abrahamand they eat blood.
19 But Abraham observed it, and Yitschaq and Yacob and his children observed it up to your days, and in your days the children of Yisrael forgot it until you celebrated it anew on this mountain.
20 And do you command the children of Yisrael to observe this festival in all their generations for a commandment unto them: one day in the year in this month they shall celebrate the festival.
21 For it is the "Feast of Weeks" and the “Feast of First Fruits:” this feast is twofold and of a double nature: according to what is written and engraved concerning it, celebrate it.
22 For I have written in the book of the first Torah, in that which I have written for you, that you should celebrate it in its season, one day in the year, and I explained to you its sacrifices that the children of Yisrael should remember and should celebrate it throughout their generations in this month, one day in every year.
23 And on the new month of the first month, and on the new month of the fourth month, and on the new month of the seventh month, and on the new month of the tenth month are the days of remembrance, and the days of the seasons in the four divisions of the year. These are written and ordained as a testimony forever.
24 And Noah ordained them for himself as feasts for the generations forever, so that they have become thereby a memorial unto him.
25 And on the new moon of the first month he was bidden to make for himself an ark, and on that (day) the earth became dry and he opened (the ark) and saw the earth.
26 And on the new moon of the fourth month the mouths of the depths of the abyss beneath were closed.
And on the new moon of the seventh month all the mouths of the abysses of the earth were opened, and the waters began to descend into them.
27 And on the new moon of the tenth month the tops of the mountains were seen, and Noah was glad.
28 And on this account he ordained them for himself as feasts for a memorial for ever, and thus are they ordained.
29 And they placed them on the heavenly tablets, each had thirteen weeks; from one to another (passed) their memorial, from the first to the second, and from the second to the third, and from the third to the fourth.
30 And all the days of the commandment will be two and fifty weeks of days, and (these will make) the entire year complete. Thus it is engraven and ordained on the heavenly tablets.
31 And there is no neglecting (this commandment) for a single year or from year to year.
32 And command thou the children of Israel that they observe the years according to this reckoning- three hundred and sixty-four days (364 days), and (these) will constitute a complete year, and they will not disturb its time from its days and from its feasts; for everything will fall out in them according to their testimony, and they will not leave out any day nor disturb any feasts.
33 But if they do neglect and do not observe them according to His commandment, then they will disturb all their seasons and the years will be dislodged from this (order), [and they will disturb the seasons and the years will be dislodged] and they will neglect their ordinances.
34 And all the children of Israel will forget and will not find the path of the years, and will forget the new moons, and seasons, and sabbaths and they will go wrong as to all the order of the years.
35 For I know and from henceforth will I declare it unto thee, and it is not of my own devising; for the book (lies) written before me, and on the heavenly tablets the division of days is ordained, lest they forget the feasts of the covenant and walk according to the feasts of the Gentiles after their error and after their ignorance.
36 For there will be those who will assuredly make observations of the moon -how (it) disturbs the seasons and comes in from year to year ten days too soon.
37 For this reason the years will come upon them when they will disturb (the order), and make an abominable (day) the day of testimony, and an unclean day a feast day, and they will confound all the days, the holy with the unclean, and the unclean day with the holy; for they will go wrong as to the months and sabbaths and feasts and jubilees.
38 For this reason I command and testify to thee that thou mayst testify to them; for after thy death thy children will disturb (them), so that they will not make the year three hundred and sixty-four days only, and for this reason they will go wrong as to the new moons and seasons and sabbaths and festivals, and they will eat all kinds of blood with all kinds of flesh.

Numeri 15
13
Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE
יְהֹוָה.
14 Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE
יְהֹוָה; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
15 Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN
יְהֹוָה aangezicht zijn.
16
Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.



Ezechiël 46

Alzo zegt de Heere אֲדֹנָי HEERE יְהֹוָהDe poort van het binnenste voorhof, die naar het oosten ziet; zal de zes werkdagen gesloten zijn; maar op den sabbatdag zal zij geopend worden; ook zal zij geopend worden op den dag van de nieuwe maan.
Het brandoffer nu, dat de vorst den HEERE zal offeren, zal op den sabbatdag zijn, zes volkomen lammeren, en een volkomen ram.
Maar op den dag van de nieuwe maan, een var, een jong rund, van de volkomene, en zes lammeren, en een ram; volkomen zullen zij zijn.

Genesis 1

14 En God אֱלֹהִים zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
17 En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
18 En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.


Psalmen 104

19 
Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.

Time: Time: Our Creator's Calendar - The Foundation - Part 1 - The Foundation
Time: Our Creator's Calendar - The Foundation - Part 2
The Truth About God's Annual Holy Days (Part 1)
The Truth About God's Annual Holy Days (Part 2)
The Truth About God's Annual Holy Days (Part 3)
Biblical Calendar 
The Biblical Calendar "Sabbaths and New Moons"
It's Yom Teruah, NOT Rosh Hashanah!
The Mo'edim - Yom Teruah
 
Weekly Torah portion
MESSIASBELIJDEND SYNAGOGAAL LEESROOSTER


 
DAVID'S HARP, KIDDUSH WINE, ISRAELI SWEET RED WINE
Arza Winery
POB 18218
Jerusalem
Israel 91181
Phone: 972-2-5351442
http://www.arza.biz

Contact: Moti Shore
Email: office@arza.biz


Calendar for year 2014 (Israel)

Gebeurtenis/Happening
Maand 
Datum
Nieuwe maan 
(De avond ervoor begint de dag)
Bij elke Nieuwe maan 
(wanneer je de maan niet ziet)
Info:
*These are the dates observed by Messianic believers and based solely on the Bible.  In some cases they do not match the dates determined by Orthodox Jewish Rabbis.
Onder voorbehoud

Jerusalem New Moon
7 23 (NL) 24 (Jeruzalem)
september 2014

 Time of Conjunction Jerusalem Time: 9:14am
Day 1 begins at sundown on September 23, 2014

Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

High Sabbaths
  
Feest der Bazuinen/Day of Trumpets
 
25 September 2014

1e dag 7e mnd 

(Sabbat en gedenkdag des geklanks)
High Sabbath
Begins at sundown
Leviticus 23:24-25
High Sabbaths
   
Verzoendag/Yom Kippur/Atonement
 
4 oktober 2014
10e dag, 7e mnd
(het goedmaken met JHWH)(Sabbat, je zonden belijden en rein wassen voor YHWH)

Yom Kippur, 
the Day of Atonement
Begins at Sundownon 3th oktober!
High Sabbath
Leviticus 23:26-32
High Sabbaths
   
Sukkot/Tabernacles
 
9-16 oktober 2014

15e dag, 7e mnd, 7 dagen 
(1e en 8e dag Sabbat en feesten)
 
Festival of Sukkot/Tabernacles/Booths
Begins at Sundown! Let His Feast Begin!
 Day 1 (10/9) and Day 8 (10/16) are High Sabbaths
Leviticus 23:33-43

Jerusalem New Moon

8

24 oktober 2014

Time of Conjunction Jerusalem Time: 12:57am
Day 1 begins at sundown on October 23, 2014
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

9

22 november 2014

Time of Conjunction Jerusalem Time: 2:33pm
Day 1 begins at sundown on November 21, 2014
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Hanukkah/Dedication


15 - 23 december 2014


25e
 kislev 
Olie, Heilige Geest, Lichtfeest

Hanukkah, the Feast of Dedication
Sundown 12/14/14 to Sundown 12/23/14
1 Makkabeeën 4:59, 2 Makkabeeën 1:18, Johannes 10: 22-42, Ezechiël 43: 26-27

Jerusalem New Moon

10

22 december 2014

Time of Conjunction Jerusalem Time: 3:36am
Day 1 begins at sundown on December 21, 2014
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

11

20 januari 2015

Time of Conjunction Jerusalem Time: 3:14pm
Day 1 begins at sundown on January 19, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

12 (Adar)

18 februari 2015
Time of Conjunction Jerusalem Time: 1:47am
Day 1 begins at sundown on February 18, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Purim

3 -5 maart 2015
14e dag Adar,  1e dag (soort) vasten (herdenken Ester 3 vasten dagen)
15e
 dag Adar,  2e dag feest vieren (binnenland, Israël)
(een soort carnaval, dronken worden in de Heilige geest: 1 Kor 10:1-4)
Purim begins at sundown!
This is not commandment, but a festival we may observe
Esther 9:19-21

Rosh Ha Sjana (
Nieuwjaar)

1(Aviv)

20 maart 2015

1e
 dag Nisan, bij nieuwe maan in maart

Time of Conjunction Jerusalem Time: 11:36am
Day 1 begins at sundown on March 19, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19
Exodus 12:2; 13:3-4; Leviticus 23:5


Pascha/Passover/
Heilige avondmaal
3 april 2015
14e dag Nisan
(tussen twee avonden)
Begins at Sundown on 4/2/15
(14th DAY OF THE FIRST HEBRAIC MONTH)
The Passover Lamb is Slain approximately 3-4pm on 4/3/15
(14th to 15th DAY OF THE FIRST HEBRAIC MONTH)
The Passover Meal is eaten as the sun goes down on 4/3/15

Leviticus 23:5
High Sabbaths
    
Feest ongezuurde broden/Feast of Unleavened Bread

4 - 11 april 2015

15e tot en met 22e dag Nisan
(
1e en 8e dag Sabbat )
(7 dagen produkten zonder gist in huis)

The Feast of Unleavened Bread Begins at Sundown!
Days 1 (4/03) and 7 (4/010) are High Sabbaths at sundown!
The Chametz (leavening agents in the physical, false doctrines in the spiritual)
should be out of your house!

Leviticus 23:6-8

Eerstelingenfeest/First Fruits
  5 april 2015 1e dag NA de Sabbat tussen 15e en 22e dag Nisan
(Je mag geen brood, geroost koren, groene aren op diezelve dag eten)

First Fruits begins at Sundown 4 th of April!
Leviticus 23:9-14
 
Jerusalem New Moon
2 18 april 2015   
Time of Conjunction Jerusalem Time: 9:57pm
Day 1 begins at sundown on April 18, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

3

18 mei 2015
 
Time of Conjunction Jerusalem Time: 7:13am
Day 1 begins at sundown on May 17, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19
High Sabbaths
   
Wekenfeest/Shavuaot/Pentecost

24 mei 2015

7 volle weken na het eerstelingenfeest 
(50e dag = Pinksteren)
 
Shavuot / Pentecost begins at Sundown on 23 mei 2014!
High Sabbath
Leviticus 23:15-21

Jerusalem New Moon

4

16 juni 2015
   
Time of Conjunction Jerusalem Time: 5:05pm
Day 1 begins at sundown on June 15, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

5

16 juli 2015
 
Time of Conjunction Jerusalem Time: 4:25am
Day 1 begins at sundown on July 15, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

6

14 augustus 2015
  
Time of Conjunction Jerusalem Time: 5:54pm
Day 1 begins at sundown on August 13, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19
High Sabbaths
    
Feest der Bazuinen/Day of Trumpets
 
12 -13 september 2015

1e dag 7e mnd 
(Sabbat en gedenkdag des geklanks)

Begins at Sundown!
High Sabbath
Leviticus 23:24-25

Jerusalem New Moon
7
13 september 2015
  
Time of Conjunction Jerusalem Time: 9:42am
Day 1 begins at sundown on September 12, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

High Sabbaths
    
Verzoendag/Yom Kippoer

23 september 2015

10e dag, 7e mnd 
(het goed maken met YHWH)
(Sabbat, je zonden belijden en rein wassen voor YHWH)

Yom Kippur, the Day of Atonement
Begins at Sundown!
High Sabbath

Leviticus 23:26-32
High Sabbaths
    
Loofhuttenfeest/Sukkot/Tabernacles
High Sabbaths

28 - 6 oktober 2015
- Super bloodmoon in Jerusalem
- Shemitah year
- Everybody has to be in Jerusalem for this feast

15e dag, 7e mnd, 7 dagen 
(1e en 8e dag Sabbat en feesten)

Festival of Sukkot/Tabernacles/Booths
Begins at Sundown! Let His Feast Begin!
  Beginning at sundown on Day 1 (09/27) and Day 8 (10/06) are 
High Sabbaths

Leviticus 23:33-43

Jerusalem New Moon

8

13 oktober 2015

Time of Conjunction Jerusalem Time: 2:06am
Day 1 begins at sundown on October 12, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

9

11 november 2015

Time of Conjunction Jerusalem Time: 7:48pm
Day 1 begins at sundown on November 11, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Hanukkah/Dedication



7-14 december 2015
25e kislev 
(6 dec 2014 bij zonsondergang) Olie, Heilige Geest, Lichtfeest

Hanukkah, the Feast of Dedication
Sundown 11/06/15 to Sundown 12/14/15

Jerusalem New Moon

10

11 december 2015

Time of Conjunction Jerusalem Time: 12:30pm
Day 1 begins at sundown on December 10, 2015
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

11

10 januari 2016

Time of Conjunction Jerusalem Time: 3:31am
Day 1 begins at sundown on January 9, 2016
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Jerusalem New Moon

12 (Adar)

8 februari 2016

Time of Conjunction Jerusalem Time: 4:39pm
Day 1 begins at sundown on February 7, 2016
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19

Purim

20-22 februari 2016

14e dag Adar,  1e dag (soort) vasten (herdenken Ester 3 vasten dagen)
15e
 dag Adar,  2e dag feest vieren (binnenland, Israël)
(een soort carnaval, dronken worden in de Heilige geest: 1 Kor 10:1-4)

Purim begins at sundown 02/20
Purim ends at sundown 02/22 
This is not commandment, but a festival we may observe
Esther 9:19-21

Jerusalem New Moon
1
9 maart 2016

Time of Conjunction Jerusalem Time: 3:55am
Day 1 begins at sundown on March 8, 2016
Numeri 28:9-15, Ezechiel 46: 1, 4, 6, 
Genesis 1: 14-18, Psalmen 104: 19



2015 Feast Dates  (See Website).

Following are 2015 dates for the Biblically commanded Feasts.*  These are not only Jewish Holy Days.  In Leviticus 23:2 God tells us, “These are My appointed festivals, the appointed festivals of the Lord, which you are to proclaim as sacred assemblies.”  They are the Lord’s specially appointed times available to all God’s followers.  Mark your calendar and plan ahead to participate with Adonai on His Holy Days!

On the Hebrew/Biblical calendar a day begins and ends at dusk (See Genesis 1).
Accordingly,
 each of these Feasts begins and ends at sundown.

·         Passover: April 3-4

·         Feast of Unleavened Breads: April 4-11

·         Feast of First Fruits: April 4-5

·         Counting the Omer: April 5-May 23

·         Feast of Weeks (Pentecost): May 23-24

·         Feast of Trumpets:  September 14-15

·         Day of Atonement: September 23-24

·         Feast of Tabernacles/Shelters/Harvest: Sept. 29 – Oct. 5

·         The Eighth Day: October 5-6

The following attachment includes this list of Feasts, plus Purim and Hanukkah.  It shows the Hebrew and Gregorian dates, the Hebrew names, the purpose of the Feasts and Biblical instructions for observing them from a Messianic understanding:
2015 Appointed Times at a Glance


*These are the dates observed by Messianic believers and based solely on the Bible.  In some cases they do not match the dates determined by Orthodox Jewish Rabbis.

For more information on Gentiles observing these Feasts, read:  Why celebrate these Feasts?
Read all of our posts pertaining to the Feasts.
Read our posts on Purim and Hanukkah.

Recommended Hebrew Calendar
The Feasts are determined by the Hebrew calendar.  It is helpful to keep a Messianic Hebrew calendar on hand.  I recommend the one put out by Lion and Lamb Ministries.  It is beautifully designed and overlays the Hebrew and Gregorian calendars.  It includes color-coded Sabbaths, New Moons and Feasts and the weekly Torah and Messianic scripture portions.

Recommended Book Explaining the Feasts
“The Feasts of the Lord” by Kevin Howard and Marvin Rosenthal is written from both a Christian and Jewish experience.  It is perfect for those just starting in their understanding of the Feasts’ significance to all of Yeshua’s followers, and for those who want a concise reference for all the major Feasts and other well known observances.  It covers the Biblical observances, the modern observances, the fulfillment and application today for each one.

2015 Expected New Moon Dates

Sighting of the New Moon

New Moon Observance

The Hebrew calendar is based on the lunar cycle.  The first evening the new moon of each cycle can be observed in the sky denotes the beginning of a new month on the Hebrew calendar.  According to the Bible, new moons are also cause for celebration.

For more information on the New Moon celebration, read The New Moon – Who Knew?
To mark your calendar, view the Expected Dates of New Moons in 2015.





Wetten der hoogtijden

(Leviticus23)
   
1 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.

   16 
Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
17 Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.

Judit 8

Op het dak van haar huis had ze voor zichzelf een tent gemaakt. Ze ging als weduwe gekleed en droeg een rouwkleed om haar middel. 
Sinds de dood van haar man vastte ze iedere dagbehalve op sabbat en de dag daarvoor, daags vóór en op nieuwe maan en tijdens de feest- en hoogtijdagen die door het volk van Israël werden gevierd.

De drie hoge feesten

(Exodus 23)
    14
 Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.
15 Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.
16 En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.
17 Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.
18 Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.
19 De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
 
Het vieren der hoge feesten

Rosh HaShanna=YHWH's nieuwjaar/Pascha:

 (Exodus 12)
De HEERE nu had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken, zeggende:
Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maanden de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden.
En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpelaan de huizen, in welke zij het eten zullen.
 En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
10 Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
11 Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
12 Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
13 En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
14 En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
15 Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israël.
16 
E
n op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
16 De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft. 
17 Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid. 17 Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
18 In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
19 Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
20 Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
    
34 En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
39 En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
43 Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aäron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
44 Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten. (Nu is dat geestelijke besnijdenis)
45 Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
47 De ganse vergadering van Israël zal het doen.
48 Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
49 Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
50 En alle kinderen Israëls deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij.
51 En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israëls uit Egypteland leidde, naar hun heiren.

(Leviticus23)

5 In de eerste maand, op den veertienden der maandtussen twee avonden is des HEEREN pascha.
     6 En op den vijftienden dag derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.

7 Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.

8 Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.  


(Deuteronomium 16)
Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachtenschapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde broden op hetzelve eten, een brood der ellende (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
    4 ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
  7 Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
  Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbodsdag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.

(Matthéüs 16)

Waarschuwing voor het zuurdesem

5 En toen Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mee te nemen.
   6 En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën.
   7 En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Het is omdat wij geen broden meegenomen hebben.
   8 En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelf, gij kleingelovigen! dat gij geen broden meegenomen hebt?
   9 Verstaat gij nog niet en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoeveel korven gij opnaamt?
   10 Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoeveel manden gij opnaamt?
   11 Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, toen Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën?
   12 Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van de zuurdesem van het brood, maar van de leer van de Farizeeën en Sadduceeën.


(1 Korinthe 5)

6 Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem (gist) het gehele deeg zuur maakt?
   Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
   Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.

 
(Numeri 9)

Het pascha in de woestijn van Sinaï
En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: 
Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd;
Op den veertienden dag in deze maand, tussen de twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. 
Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden. 
En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de HEERE (YHVH) Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls.
Verandering van den wettigen tijd
Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aäron op dienzelven dag.
En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN (YHVH) op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israëls?
En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE (YHVH) u gebieden zal.
Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 
10 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog denHEERE (YHVH) het pascha houden. 
11 In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde brodenen bittere saus zullen zij dat eten. 
12 Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden. 
13 Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande desHEEREN (YHVH) op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen. 
14 En wanneer een vreemdeling (Alien/Nephelim/gevallen engel) bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE (YHVH) ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling (Alien/Nephelim/gevallen engel) en den inboorling des lands.

(Matthéüs 26)
Het laatste pascha
17 En op de eerste dag der ongezuurde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?
18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.
19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.
Instelling van het Heilig Avondmaal
26 En toen zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het de discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
27 En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun die, zeggende: Drinkt allen daaruit;
28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.
30 En toen zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.
 
(Markus 14)
Instelling van het Heilig Avondmaal
22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

(Lukas 14) 

Gelijkenis van het grote avondmaal
15 En als een van degenen, die mede aanzaten, deze dingen hoorde, zeide hij tot Hem: Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods.
16 Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.
17 En hij zond zijn dienstknecht uit ten ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
18 En zij begonnen allen zich eendrachtelijk te ontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
19 En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen, om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
20 En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.
21 En dezelve dienstknecht wedergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in.
22 En de dienstknecht zeide: Heere, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats.
23 En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;
24 Want ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.

(Lukas 22)
 
Het laatste Paasfeest
En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.
En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?
10 En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.
11 En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
12 En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.
13 En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Het Heilig Avondmaal
14 En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
15 En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
16 Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
17 En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
18 Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
19 En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
20 Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
21 Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
22 En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!
23 En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.

(1 Korinthe 10) 
Het Avondmaal
14 Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst.
15 Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
16 De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?
17 Want één brood is hetzo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn.
18 Ziet Israël, dat naar het vlees is; hebben niet degenen, die de offeranden eten, gemeenschap met het altaar?
19 Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?
20 Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.
21 Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen.
22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
 

(1 Korinthe 11) 

23 Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
24 En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
25 Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
26 Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.
27 Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
28 Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
29 Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30 Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31 Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32 Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
33 Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.

   34  Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.

(Hebreeën 11) 

28 Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou.

(Openbaring 19) 
De bruiloft des Lams
En ik hoorde als een stem van een grote schare, en als een stem van vele wateren, en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja, want de Heere, de Almachtige God, heeft als Koning geheerst.
Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid.
En haar is gegeven, dat zij bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.
En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.
10 En ik viel neer voor zijn voeten, om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en van uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. 

 

Feest Ongezuurde Broden:

(Exodus 12)
   2 Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
  En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten. 
   15 Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israël.
   16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dager zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
   16 De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft. 
17 Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid. 
17 
Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
18 In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
19 Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
20 Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
   34 En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
   39 En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
(Leviticus 23) 
   5 In de eerste maand, op den veertienden der maandtussen twee avonden is des HEEREN pascha.
En op den vijftienden dag derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
7 Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.

(Deuteronomium 16)
3 Gij zult niets gedesemds op hetzelve etenzeven dagen zult gij ongezuurde broden op hetzelve eten, een brood der ellende (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
    4 
Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; 
Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbodsdag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.

(Matthéüs 16)
Waarschuwing voor het zuurdesem
En toen Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mee te nemen.
En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën.
En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Het is omdat wij geen broden meegenomen hebben.
En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelf, gij kleingelovigen! dat gij geen broden meegenomen hebt?
Verstaat gij nog niet en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoeveel korven gij opnaamt?
10 Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoeveel manden gij opnaamt?
11 Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, toen Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën?
12 Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van de zuurdesem van het brood, maar van de leer van de Farizeeën en Sadduceeën.

(1 Korinthe 5)
   6 Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem (gist) het gehele deeg zuur maakt?
Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.
 


Eerstelingenfeest:

(Leviticus 23)
  9 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 
10 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
11 En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen. 
12 Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
13 En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijnhet vierde deel van een hin. 
14 En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groene aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
    21 En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebbengeen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
 
  
Wekenfeest/Shavuot/Pinksteren: (23 tot 50 dagen)

(Deuteronomium 16)
Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
10 Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houdenhet zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
11 En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling(Aliëns/Nephelims/gevallen engelen), en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.
12 En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
 
 
Feest der Bazuinen/(Rosh HaShanna= nieuwjaar van de joden):

(Leviticus 23)
    23 
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
24 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
25 Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren.
              
(Exodus 19)
Mozes op den berg Sinaï
13 Geen hand zal hem aanroeren, maar hij zal zekerlijk gestenigd, of zekerlijk doorschoten worden; hetzij een beest, hetzij een man, hij zal niet leven. Als de ramshoorn langzaam gaat, zullen zij op den berg klimmen.
14 Toen ging Mozes van den berg af tot het volk, en hij heiligde het volk; en zij wiesen hun klederen.
15 En hij zeide tot het volk: Weest gereed tegen den derden dag, en nadert niet tot de vrouw.
16 En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.
17 En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs.
18 En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE (YHWH) op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer.
19 Toen het geluid der bazuin gaande was, en zeer sterk werd, sprak Mozes; en God antwoordde hem met een stem.
20 Als de HEERE (YHWH) nedergekomen was op den berg Sinaï, op de spits des bergs, zo riep de HEERE (YHWH) Mozes op de spits des bergs; en Mozes klom op.

(Psalmen 150)
Alles wat adem heeft, love den HEERE !
Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
3 Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!

Numeri 29

De offers in de zevende maand

Desgelijks in de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn.
   2 Dan zult gij een brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE bereiden: een jongen var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
   3 En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; drie tienden tot den var, twee tienden tot den ram.
   4 En een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
   5 En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
   6 Behalve het brandoffer der maand, en zijn spijsoffer, en het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen, naar hun wijze, ten liefelijken reuk, ten vuuroffer den HEERE.
   7 En op den tienden dezer zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;
   8 Maar gij zult brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE offeren: een jongen var, een ram, zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn.
   9 En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot den var, twee tienden tot den enen ram;
 10 Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
 11 Een geitenbok ten zondoffer, behalve het zondoffer der verzoeningen, en het gedurig brandoffer; en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
 12 Insgelijks op den vijftienden dag dezer zevende maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; maar zeven dagen zult gij den HEERE een feest vieren.
 13 En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE: dertien jonge varren, twee rammen, veertien eenjarige lammeren; zij zullen volkomen zijn;
 14 En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot een var, tot die dertien varren toe; twee tienden tot een ram, onder die twee rammen;
 15 En tot elk een tiende tot een lam, tot die veertien lammeren toe;
 16 En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 17 Daarna op den tweeden dag: twaalf jonge varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
 18 En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 19 En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
 20 En op den derden dag: elf varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
 21 En hun spijsofferen, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 22 En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 23 Verder op den vierden dag: tien varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
 24 Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 25 En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 26 En op den vijfden dag: negen varren, twee rammen, en veertien volkomen eenjarige lammeren;
 27 En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 28 En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 29 Daarna op den zesden dag: acht varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
 30 En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 31 En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankofferen.
 32 En op den zevenden dag: zeven varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
 33 En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar hun wijze;
 34 En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 35 Op den achtsten dag zult gij een verbodsdag hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
 36 En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE; een var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
 37 Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot den var, tot den ram, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
 38 En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
 39 Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.
 40 En Mozes sprak tot de kinderen Israëls naar al wat de HEERE Mozes geboden had.

 
 
Verzoendag/Yom Kipoer: (10)

(Leviticus 23)

26 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.
29 Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
30 Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
31 Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
32 Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten. 

(Leviticus 16)

De grote verzoendag

En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aäron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
   2 
De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aäron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.
   3 Hiermede zal Aäron in het heilige gaan: met een vareen jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
   4 Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met den linnen hoed bedekkendit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
   5 En van de vergadering der kinderen Israëls zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
   6 Daarna zal Aäron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
   7 Hij zal ook beide de bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
   8 En Aäron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
   9 Dan zal Aäron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.
  10 Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.
  11 Aäron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.
  12 Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.
  13 En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.
  14 En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen. (Yeshua de Messias zijn blood zit aan de andere kant)
  15 Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.
  16 Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israëls, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
  17 En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël.
  18 Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.
  19 En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israëls.
  20 Als hij nu zal geëindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.
  21 En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zalhem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
  22 Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.
  23 Daarna zal Aäron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.
  24 En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.
  25 Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
  26 En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
  27 Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
  28 Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
  29 En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
  30 Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
  31 Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
  32 En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.
  33 Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.
  34 En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israëls van al hun zonden, eenmaal des jaarsverzoeningte doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.


 
Loofhuttenfeest:

(Leviticus 23)

33 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
34 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
35 Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
36 Zeven dagen zult gij den HEEREN (YHWH) vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
 
(Deuteronomium 16)
    13 
Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
14 En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.
15 Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
 
De twee zilveren trompetten
 
 
(Numeri 10)
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
Maar als zij met de éne zullen blazendan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israël.
Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Maar als gij ten tweeden male met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken geklank zullen zij blazen tot hun optochten.
Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
En de zonen van Aäron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN (YHWH), uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
10 Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

Sabbat geen dienst-/werk zult gij doen en een heilige samenroeping:


(Leviticus 23)

Wetten der hoogtijden
Daarna sprak de HEERE (YHWH) tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijndeze zijn Mijn gezette hoogtijden.
Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroepinggeen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
4 Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.
In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN (YHWH) pascha.
En op den vijftienden dag derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN (YHWH); zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebbengeen dienstwerk zult gij doen.
Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezengeen dienstwerk zult gij doen.
En de HEERE (YHWH) sprak tot Mozes, zeggende:
10 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
11 En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN (YHWH) bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
12 Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE (YHWH);
13 En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE (YHWH) tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
14 En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groene aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
16 Tot den anderen dag, na den zevenden sabbatzult gij vijftig dagen tellendan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE (YHWH) offeren.
17 Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.
18 Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE (YHWH).
19 Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
20 Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN (YHWH), met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
21 En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebbengeen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
22 Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE (YHWH), uw God!
23 En de HEERE (YHWH) sprak tot Mozes, zeggende:
24 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
25 Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE (YHWH) vuuroffer offeren.
26 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE (YHWH) een vuuroffer offeren.
28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN (YHWH) uws Gods.
29 Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
30 Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
31 Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
32 Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
33 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
34 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
35 Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
36 Zeven dagen zult gij den HEERE (YHWH) vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
37 Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;
38 Behalve de sabbatten des HEEREN, en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE geven zult.
39 Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.
40 En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
41 En gij zult dat feest den HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42 Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israël zullen in loofhutten wonen;
43 Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israëls in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
44 Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israëls uitgesproken.

(Exodus 12)
 16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dager zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
16 De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vierenDie beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht wordenjullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft. 
17 Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid. 

(Deuteronomium 5)
    12 
Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft.
13 Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen;
14 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.
15 Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult.

(Jesaja 56)

Beloften en vermaning tot vroomheid
Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.
Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.

(Exodus 31)

Het heiligen van den sabbat
12 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13 Gij nu, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
14 Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
15 Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op den sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
16 Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
17 Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en zich verkwikt heeft.
De stenen tafelen
18 En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinaï te spreken geëindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.

(Ezechiël 46)
Alzo zegt de Heere HEERE: De poort van het binnenste voorhof, die naar het oosten ziet; zal de zes werkdagen gesloten zijn; maar op den sabbatdag zal zij geopend worden; ook zal zij geopend worden op den dag van de nieuwe maan.

(Amos 8)
Zeggende: Wanneer zal de nieuwe maan overgaan, dat wij leeftocht mogen verkopen? en de sabbat, dat wij koren mogen openen? verkleinende de efa, en den sikkel vergrotende, en verkeerdelijk handelende met bedriegelijke weegschalen;

 

(Kolosenzen 2)
16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
 
 

Bron



The Creator's Calendar - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 1 - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 2 - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 3 - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 4 - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 5 - By Michael Rood
Jonah Code - Ep 6 - By Michael Rood

Jesaja 1

1Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.
14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat (verfoeit) Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.

Ezechiël 22

26 Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheidverschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.

Jesaja 24

Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzetting, zij vernietigen het eeuwig verbond.

Best UFO Sightings of 2013 Illuminati Secrets Exposed! Incredible Footage!
(Dit is een NIET Christelijke programma)
Hierin bespreken Christenen en niet Christenen samen over deze onderwerpen:
Zie bij:
 9 min Hollywood 
speelt onder een hoedje met de NWO/regering/illuminatie en verteld hun plannen in films/muziek en documentaires, etc.
Zie bij: 16 minuten wordt verteld dat Jezus het niet is, maar wel bedrog en de illuminatie en regering die erachter zit.
Zie bij: 20 min regering en NWO, drugs, 
bestraling, mind control, manipulatie, educatie enz.
Zie bij: 24 minuten nadat men de Aliëns heeft onmoet willen ze van het Geloof afstappen en dat is precies wat hun (gevallen engelen/demonen enz.) daarmee willen bereiken.
Zie bij: vanaf 30 minuten regering en NWO, drugs, bestraling, mind control, manipulatie, educatie enz. en nog veel meer goede uitspraken.

"Finaly is someone telling the truth. What all the Aliens want you to do is for you to abandon God and religion. They are truly demonic and the governement is using this for the NWO and read your Bible all Kings and governements are going to fight Jesus in Armageddon." 


Kosjer eten:
Hope Egan
Biblical Eating With A Jewish Beliver In Yeshua (Jesus)
Living the Way
Who is your Unauthorized Covering? - Ep. 1 - By Michael Rood
Who is your Unauthorized Covering? - 
Ep. 2 - By Michael Rood
The Oracles of God and the Road to Emmaus - Part 1 of 2 - By Michael Rood
The Oracles of God and the Road to Emmaus - Part 2 of 2 - By Michael Rood
The Name of the True GOD - Part 1 of 2 - By Michael Rood
The Name of the True GOD - Part 2 of 2 - By Michael Rood

Genesis 1

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden (Seizoenen), en tot dagen en jaren!
15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.

Gen 1:14
And God 430 said 559 , Let there be lights 3974 in the firmament 7549 of the heaven 8064 to divide 914the day 3117 from the night 3915and let them be for signs 226, and for seasons 4150, and for days3117, and years 8141:
Lev 23:27
Also 389 on the tenth 6218 [day] of this seventh7637 month 2320 [there shall be] a day 3117 of atonement 3725: it shall be an holy 6944convocation 4744 unto you; and ye shall afflict 6031your souls 5315, and offer 7126 an offering made by fire 801 unto the LORD 3068.

Lev 23:28
And ye shall do 6213 no work 4399 in that same 6106day 3117: for it [is] a day 3117 of atonement 3725, to make an atonement 3722 for you before 6440 the LORD 3068 your God 430.
Lev 23:29
For whatsoever soul 5315 [it be] that shall not be afflicted 6031 in that same 6106 day 3117, he shall be cut off 3772 from among his people 5971.
Lev 23:30
And whatsoever soul 5315 [it be] that doeth 6213any work 4399 in that same 6106 day 3117, the same soul 5315 will I destroy 6 from among 7130 his people 5971.
Lev 23:31
Ye shall do 6213 no manner of work 4399: [it shall be] a statute 2708 for ever 5769 throughout your generations 1755 in all your dwellings 4186.
Lev 23:32
It [shall be] unto you a sabbath 7676 of rest 7677, and ye shall afflict 6031 your souls 5315: in the ninth 8672 [day] of the month 2320 at even 6153, from even 6153 unto even 6153, shall ye celebrate7673 your sabbath 7676.


1 Thessalonicenzen 5

Maar van de tijden en de gelegenheden (seizoenen), broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve.
Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.

1Th 5:1
But 1161 of 4012 the times 5550 and 2532 the seasons 2540, brethren 80, ye have 2192 no 3756need 5532 that I write 1125 unto you 5213.


Openbaring 1

Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.


Leviticus 23:1-44
Wetten der hoogtijden
Daarna sprak de HEERE (YHVH) tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN (YHVH), welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN (YHVH) sabbat, in al uw woningen.
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN (YHVH), de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.
In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN (YHVH) pascha.
En op den vijftienden dag derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN (YHVH); zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE (YHVH) offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.
En de HEERE (YHVH) sprak tot Mozes, zeggende:
10 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
11 En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN (YHVH) bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
12 Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE (YHVH);
13 En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE (YHVH) tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
14 En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groene aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
16 Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE (YHVH) offeren.
17 Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE (YHVH).
18 Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE (YHVH).
19 Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
20 Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
21 En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
22 Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE (YHVH), uw God!
23 En de HEERE (YHVH) sprak tot Mozes, zeggende:
24 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
25 Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE (YHVH) vuuroffer offeren.
26 Verder sprak de HEERE (YHVH) tot Mozes, zeggende:
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE (YHVH) een vuuroffer offeren.
28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN (YHVH) uws Gods.
29 Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
30 Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
31 Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
32 Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
33 En de HEERE (YHVH) sprak tot Mozes, zeggende:
34 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE (YHVH) zijn.
35 Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
36 Zeven dagen zult gij den HEERE (YHVH) vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE (YHVH) vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
37 Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN (YHVH), welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE (YHVH) vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;
38 Behalve de sabbatten des HEEREN (YHVH), en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE (YHVH) geven zult.
39 Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN (YHVH) feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.
40 En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN (YHVH), uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
41 En gij zult dat feest den HEERE (YHVH) zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42 Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israël zullen in loofhutten wonen;
43 Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israëls in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE (YHVH), uw God!
44 Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN (YHVH) tot de kinderen Israëls uitgesproken.

Tobit 1

Dit is de geschiedenis van Tobit. Hij was een zoon van Tobiël, die een zoon was van Ananiël, de zoon van Aduel, de zoon van Gabaël, de zoon van Rafaël, de zoon van Raguel, en afkomstig uit het geslacht van Asiël, uit de stam Naftali.Tobit werd tijdens de regering van Salmanassar, de koning van Assyrië, vanuit Tisbe in ballingschap gevoerd. Tisbe ligt ten zuiden van Kedes in Naftali, in Boven-Galilea, ten noordwesten van Hasor en ten noorden van Fogor.
Tobits vroomheid
Ik, Tobit, ben mijn leven lang rechtvaardig en oprecht geweest. Ik heb altijd de nood gelenigd van mijn verwanten en volksgenoten die samen met mij in ballingschap waren gevoerd naar Nineve in Assyrië. In mijn jeugd, toen ik nog in mijn eigen land Israël woonde, brak de stam van mijn voorvader Naftali met het huis van David en met Jeruzalem, de stad die uit het hele gebied van de stammen van Israël gekozen was als de plaats waar elke stam moest offeren. Daar was de tempel gebouwd en gewijd tot de plaats waar God tot in eeuwigheid zou wonen. Maar al mijn verwanten en de hele stam Naftali brachten op alle offerhoogten van Galilea offers aan het stierkalf dat koning Jerobeam van Israël in de stad Dan had laten neerzetten. Ik was de enige die de feestdagen zo veel mogelijk in Jeruzalem doorbracht, zoals dat door een eeuwig gebod aan heel Israël is voorgeschreven. Ik ging er altijd tijdig naartoe met het eerste deel van de oogst, de eerstgeboren dieren van de kudde en het tiende deel daarvan, en met de eerste schapenwol. Dat alles gaf ik als offer aan de priesters, de nakomelingen van Aäron. Verder gaf ik de Levieten die dienstdeden in Jeruzalem een tiende deel van het graan, de wijn, de olijfolie, de granaatappels, de vijgen en allerlei andere vruchten. Ook maakte ik elk jaar, behalve in een sabbatsjaar, het tweede tiende deel te gelde en besteedde het geld in Jeruzalem. Het derde tiende deel gaf ik aan weduwen en wezen, en aan vreemdelingen die in Israël waren komen wonen. Dat deed ik elk derde jaar. We gebruikten dit deel voor een maaltijd, zoals de regel in de wet van Mozes voorschrijft en zoals me was geleerd door Debora, de moeder van mijn vader. Mijn vader had me toen hij stierf als wees achtergelaten. Toen ik volwassen was, trouwde ik met een vrouw uit mijn eigen familie. Ik kreeg bij haar een zoon, die ik Tobias noemde.
10 Nadat ik door de Assyriërs gevangen was genomen, werd ik als balling naar Nineve gevoerd. Al mijn verwanten en volksgenoten aten onrein voedsel, 11 maar ik hoedde me daarvoor. 12 Met heel mijn hart bleef ik God trouw. 13 Daarom zorgde de Allerhoogste ervoor dat koning Salmanassar mij opmerkte en dat ik bij hem in de gunst kwam. Salmanassar belastte mij met de inkoop van de hofvoorraden. 14 Zolang hij leefde moest ik daarvoor geregeld naar Medië. Op een van die reizen gaf ik aan Gabaël, de broer van Gabri, een bedrag van tien talent zilver in bewaring. 15 Toen Salmanassar stierf, volgde zijn zoon Sanherib hem op. De wegen naar Medië werden afgesloten, zodat ik er niet langer naartoe kon.
16 In de jaren van Salmanassars koningschap was ik mijn volksgenoten vaak tot steun; 17 ik deelde mijn voedsel met wie honger leed, mijn kleding met wie geen kleren had, en als ik zag dat het lichaam van een gestorven Israëliet buiten de muren van Nineve was gegooid, begroef ik het. 18 Ik begroef ook de slachtoffers die Sanherib na zijn terugtocht uit Judea had gemaakt. Als straf voor zijn godslasterlijk gedrag had de koning van de hemel hem namelijk uit Judea verjaagd, en in zijn woede daarover doodde Sanherib na zijn terugtocht talloze Israëlieten. Ik haalde hun lichamen heimelijk weg en begroef ze. Sanherib liet naar de lichamen zoeken, echter zonder resultaat. 19 Maar iemand uit Nineve vertelde de koning dat ik het was die ze begraven had. Eerst hield ik me schuil, maar toen ik te weten kwam dat de koning naar me op zoek was omdat hij me ter dood wilde laten brengen, werd ik zo bang dat ik op de vlucht sloeg. 20 Al mijn bezittingen werden in beslag genomen en vervielen aan het rijk, alles wat ik had. Het enige wat me nog restte waren mijn vrouw Anna en mijn zoon Tobias.
21 Maar nog geen veertig dagen later werd Sanherib door twee van zijn zonen vermoord, die daarop naar het Araratgebergte vluchtten. Sanheribs zoon Esarhaddon werd nu koning. Hij stelde Achikar, de zoon van mijn broer Anaël, aan als beheerder van alle financiële zaken van het koninkrijk, waardoor Achikar zeggenschap kreeg over de hele rijksadministratie. 22 Hij was onder koning Sanherib al hofschenker, administrateur, zegelbewaarder en schatbewaarder, maar Esarhaddon maakte hem zelfs tot de tweede man van Assyrië. En hij was ook familie van mij, een neef. Dus toen hij bij Esarhaddon voor mij pleitte, kon ik naar Nineve terugkeren.


Noot
Tobit – Van het boek Tobit bestaan twee tekstversies, een korte en een lange. De korte tekst is compacter en stilistisch verzorgder dan de lange versie. Hier wordt echter de lange tekst gevolgd, omdat die nu als de meer oorspronkelijke wordt beschouwd. In de lange tekst ontbreken echter twee belangrijke passages (4:7-18 en 13:6-10); de vertaling volgt in deze gevallen de korte tekstversie.
Noot
(1:8) Het derde tiende deel – Aangevuld vanuit de korte tekst.
Noot
(1:8) Debora, de moeder van mijn vader – Volgens de korte tekst. De lange tekst leest: ‘Debora, de moeder van Ananiël, mijn vader’. Ananiël is echter Tobits grootvader, niet zijn vader (1:1).


Holy days from God
 
  1. The Seventh day weekly Sabbath
  2. 1st Day of the Feast of Unleavened Bread
  3. 7 th day of the Feat of Unleavened Bread
  4. Feast of Pentecost
  5. Feast of Trumpets
  6. The Solemn Day of Atonement
  7. 1st Day of the Feast of Tabernacles
  8.  The Eighth Day Feast

  

Babyloniers hebben de weekdagen verzonnen. (Nimrod: the planets)

 

Sonday = son

Monday = moon

Thuesday =  Mars

Wednesday = mercury

Thursday= Jupiter

Friday=  Venus

Saturday = Saturn’s ( een planeet die rust)

 

(Plan of salvation revealed  through the Holydays)

Passover = First born were killed in Egypt, the lam was killed

Unleavened Bread = get sin out of your life

Pentecost = 10 commandments, holy spirit was given to the apostles

Feast Of Trumpets = it is the day that the messiah was born, when he is going to return and it is also the beginning of judgment

The day of Atonement= the day when judgment is finished and is also the day when Satan is locked away and the millennium will start.

The Feast of Tabernacles = it is a wedding between the bride and the groom, Joshua and his bride Israel (7 day or 7 years celebration)

The Eight Day Feast= The great white throne of judgment and it is also the time for YHWH will come and dwell with men on earth

 

2458+2_40=2500

2499 divided by 49=51 jubilee cycles

Joshua 5:10 tells us they ate the Produce of the land. The day after the Passover.

On the day the wave sheaf was offered. A Sunday.

The year 2500 was the Jubilee year and all of Yahweh’s commandments fit perfectly.




 



Lev 23,2
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.

Lev 23,4
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.

Lev 23,37
Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;

Lev 23,44
Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israëls uitgesproken.

Num 10,10
Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

Num 15,3
En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;

Num 29,39
Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.

1 Kron 23,31
En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN;

2 Kron 2,4
Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israël.

2 Kronieken 8:13
13  Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.


2 Kron 31,3
Ook het deel des konings van zijn have tot de brandofferen, tot de brandofferen des morgens en des avonds, en de brandofferen der sabbatten, en der nieuwe maanden, en der gezette hoogtijden; gelijk geschreven is in de wet des HEEREN.

Ezra 3,5
Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.

Neh 10,33
Tot het brood der toerichting, en het gedurig spijsoffer, en tot het gedurig brandoffer, der sabbatten, der nieuwe maanden, tot de gezette hoogtijden, en tot de heilige dingen, en tot de zondofferen, om verzoening te doen over Israël; en tot alle werk van het huis onzes Gods.

Jes 1,14
Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.

Ez 36,38
Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Ez 44,24
En over een twistzaak zullen zij staan om te richten; naar Mijn rechten zullen zij hen richten; en zij zullen Mijn wetten en Mijn inzettingen op al Mijn gezette hoogtijden houden, en Mijn sabbatten heiligen.

Ez 45,17
En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls.

Ez 46,9
Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.

Ez 46,11
Voorts op de feesten, en op de gezette hoogtijden zal het spijsoffer zijn, een efa tot een var, en een efa tot een ram; maar tot de lammeren, een gave zijner hand; en olie, een hin tot een efa.

Hos 2,10
En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.1.
Lev 23,2

Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.

Lev 23,4
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.

Lev 23,37
Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;

Lev 23,44
Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israëls uitgesproken.

Num 10,10
Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

Num 15,3
En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;

Num 29,39
Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.

1 Kron 23,31
En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN;

2 Kron 2,4
Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israël.

2 Kron 8,13
Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.

2 Kron 31,3
Ook het deel des konings van zijn have tot de brandofferen, tot de brandofferen des morgens en des avonds, en de brandofferen der sabbatten, en der nieuwe maanden, en der gezette hoogtijden; gelijk geschreven is in de wet des HEEREN.

Ezra 3,5
Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.

Neh 10,33
Tot het brood der toerichting, en het gedurig spijsoffer, en tot het gedurig brandoffer, der sabbatten, der nieuwe maanden, tot de gezette hoogtijden, en tot de heilige dingen, en tot de zondofferen, om verzoening te doen over Israël; en tot alle werk van het huis onzes Gods.

Ez 36,38
Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Ez 44,24
En over een twistzaak zullen zij staan om te richten; naar Mijn rechten zullen zij hen richten; en zij zullen Mijn wetten en Mijn inzettingen op al Mijn gezette hoogtijden houden, en Mijn sabbatten heiligen.

Ez 45,17
En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls.

Ez 46,9
Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.

Ez 46,11
Voorts op de feesten, en op de gezette hoogtijden zal het spijsoffer zijn, een efa tot een var, en een efa tot een ram; maar tot de lammeren, een gave zijner hand; en olie, een hin tot een efa.

Hos 2,10
En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.

Zach 8:19
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.

2 Tessalonicenzen 3

Doe uw dagelijks werk
Voor het overige, broeders en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij u.
Verzoek om voorbede
Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;
Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar.
En opdat wij mogen verlost worden van de ongeschikte en boze mensen; want het geloof is niet aller.
Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen.
Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken enbewaren van den boze.
De Heer geeft ons de overtuiging dat u doet wat wij u opdragen en dat zult blijven doen.
En wij vertrouwen van u in den Heere, dat gij, hetgeen wij u bevelen, ook doet, en doen zult.
Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.
Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus.
Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven.
Vermaningen
En wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijk broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar deinzetting, die hij van ons heeft.
U weet zelf wat het betekent ons na te volgen. Toen we bij u waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd
Want gijzelven weet, hoe men ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u;
en op niemands kosten geleefd. Integendeel, we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van u tot last te zijn.
En wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn;
Niet dat we geen aanspraak konden maken op uw ondersteuning, maar we wilden onszelf tot voorbeeld stellen, zodat u ons zou navolgen.
Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.
10 Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten.
10 Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.
11 We horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen, dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden.
11 Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.
12 In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen.
12 Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende,hun eigen brood eten.
13 Broeders en zusters, doe het goede, zonder op te geven,
13 En gij, broeders, vertraagt niet in goed te doen.
14 en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen.
14 Maar indien iemand ons woord, door dezen briefgeschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;
15 Behandel hen echter niet als vijanden, maar wijs hen als uw broeders en zusters terecht.
15 En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.
16 Moge de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.
Groeten
16 De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u all
17 Ik, Paulus, groet u in mijn eigen handschrift. Dat is in elke brief het waarmerk dat ik hem zelf geschreven heb.
17 De groetenis met mijn hand, van Paulus; hetwelk is een teken in iederen zendbrief; alzo schrijf ik.
18 De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen.
18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.


Jesaja 9

Voorzegging van het Messiaanse rijk
Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.
Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.
Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;
Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
Bedreigingen tegen het koninkrijk van Israël
De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israël.
En al dit volk zal het gewaar worden, Efraïm en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende:
De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;
10 Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:
11 De Syriërs van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israël opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
12 Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet.
13 Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israël den kop en den staart, den tak en de bieze, op één dag.
14 (De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)
15 Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.
16 Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
17 Want de goddeloosheid brandt als vuur, doornen en distelen zal zij verteren, en zal aansteken de verwarde struiken des wouds, die zich verheven hebben als de verheffing des rooks.
18 Vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, zal het land verduisterd worden; en het volk zal zijn als een voedsel des vuurs: de een zal den ander niet verschonen.
19 Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;
20 Manasse Efraïm, en Efraïm Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.


Hebreeën 7

Het hogepriesterschap van Melchizédek
Want deze Melchizédek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;
Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes;
Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid.
Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft uit den buit.
En die uit de kinderen van Levi het priesterdom , hebben wel bevel om tienden te nemen van het volk, naar de wet, dat is, van hun broederen, hoewel die uit de lenden van Abraham voortgekomen zijn.
Maar hij, die zijn geslachtsrekening uit hen niet heeft, die heeft van Abraham tienden genomen, en hem, die de beloftenissen had, heeft hij gezegend.
Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is.
En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft.
En, om zo te spreken, ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven;
10 Want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizédek tegemoet ging.
11 Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware (want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizédek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aäron?
12 Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet.
13 Want Hij, op Wien deze dingen gezegd worden, behoort tot een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar begeven heeft.
14 Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap.
15 En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizédek een ander priester opstaat:
16 Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
17 Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizédek.
18 Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil;
19 Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken.
20 En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden;
21 Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizédek).
22 Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.
23 En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven;
24 Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap.
25 Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
26 Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;
27 Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.
28 Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet isgevolgdstelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is.

Dr. Ben Carson SLAMS Obama To His Face - with BIBLICAL Principles


Hebreeën 10

Het ene offer van Christus volmaakt in eeuwigheid
Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan.
Anderszins zouden zij opgehouden hebben, geofferd te worden, omdat degenen, die den dienst pleegden, geen geweten meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde;
Maar nu geschiedt in dezelve alle jaren weder gedachtenis der zonden.
Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.
Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd.
Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!
Als Hij te voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden);
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
10 In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied.
11 En een iegelijk priester stond wel allen dag dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen;
12 Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods;
13 Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.
14 Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
15 En de Heilige Geest getuigt het ons ook;
16 Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;
17 En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.
18 Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.
Vermaning tot volharding in het geloof
19 Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,
20 Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;
21 En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods;
22 Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.
23 Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);
24 En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;
25 En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.
26 Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;
27 Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.
28 Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;
29 Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?
30 Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen.
31 Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.
32 Doch gedenkt de vorige dagen, in dewelke, nadat gij verlicht zijt geweest, gij veel strijd des lijdens hebt verdragen.
33 Ten dele, als gij door smaadheden en verdrukkingen een schouwspel geworden zijt; en ten dele, als gij gemeenschap gehad hebt met degenen, die alzo behandeld werden.
34 Want gij hebt ook over mijn banden medelijden gehad, en de roving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat gij hebt in uzelven een beter en blijvend goed in de hemelen.
35 Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.
36 Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen;
37 Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.
38 Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.
39 Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behouding der ziel.


Matthéüs 7

Oordelen en bidden
Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.
En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?
Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?
Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.
Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.
Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?
10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?
11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!
12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
De smalle weg
13 Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;
14 Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
15 Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.
16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?
17 Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.
18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.
19 Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.
21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?
23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!
Het huis op de rots
24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
25 En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.
26 En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;
27 En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.
28 En het is geschied, als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer;
29 Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden.

2 Thessalonicenzen 2

Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

Johannes 7

18 Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.

Matthéüs 23

Jezus' oordeel over de schriftgeleerden en farizeeën
Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,
Zeggende: De schriftgeleerden en de farizeeën zijn gezeten op den stoel van Mozes;
Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.
Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.
En al hun werken doen zij, om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot.
En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;
Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi!
Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.
En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Eén is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is.
10 Noch zult gij meesters genoemd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus.
11 Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.
12 En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.
13 Maar wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan.
14 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.
15 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt.
16 Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.
17 Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?
18 En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig.
19 Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt?
20 Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is.
21 En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont.
22 En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit.
23 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.
24 Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.
25 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste des drinkbekers, en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid.
26 Gij blinde farizeeër, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde.
27 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle onreinigheid.
28 Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid.
29 Wee u, gij schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden, want gij bouwt de graven der profeten op, en versiert de graftekenen der rechtvaardigen;
30 En zegt: Indien wij in de tijden onzer vaderen waren geweest, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten.
31 Aldus getuigt gij tegen uzelven, dat gij kinderen zijt dergenen, die de profeten gedood hebben.
32 Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen!
33 Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden?
34 Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij sommigen doden en kruisigen, en sommigen uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad;
35 Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharía, den zoon van Barachía, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar.
36 Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
37 Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen; en gijlieden hebt niet gewild.
38 Ziet, uw huis wordt u woest gelaten.
39 Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!


Jesaja 44

Gods oppermacht en de ijdelheid der afgoden
Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb!
Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!
Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.
Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toenoemen met den naam van Israël.
Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.
En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.
Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen andere rotssteen: Ik ken er geen?
De formeerders van gesneden beelden zijn al te zamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen; zij zien niet, en zij weten niet, daarom zullen zij beschaamd worden.
10 Wie formeert een god, en giet een beeld, dat geen nut doet?
11 Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden.
12 De ijzersmid maakt een bijl, en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; ook lijdt hij honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt.
13 De timmerman trekt het richtsnoer uit, hij tekent het af met den draad, hij maakt het effen met de schaven, en tekent het met den passer, en maakt het naar de beeltenis eens mans, naar de schoonheid van een mens, dat het in het huis blijve.
14 Als hij zich cederen afhouwt, zo neemt hij een cypressenboom of een eik, en hij versterkt zich onder de bomen des wouds; hij plant een olmboom, en de regen maakt dien groot.
15 Dan is het voor den mens om te verbranden, dan neemt hij daarvan, en warmt er zich bij; ook ontsteekt hij het, en bakt er brood bij; daarenboven maakt hij er een god van, en buigt zich daarvoor, hij maakt er een gesneden beeld van, en knielt er voor neder.
16 Zijn helft brandt hij in het vuur, bij de andere helft daarvan eet hij vlees; hij braadt een gebraad, en hij wordt verzadigd; ook warmt hij zichzelven, en hij zegt: Hei! ik ben warm geworden, ik heb het vuur gezien!
17 Het overige nu daarvan maakt hij tot een god, tot zijn gesneden beeld; hij knielt er voor neder, en buigt zich, en bidt het aan, en zegt: Red mij, want gij zijt mijn god!
18 Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.
19 En niemand van hen brengt het in zijn hart, en er is noch kennis noch verstand, dat hij zeggen zou: De helft daarvan heb ik verbrand in het vuur, ja, ook op de kolen daarvan heb ik brood gebakken, ik heb vlees daarbij gebraden, en heb het gegeten; en zou ik het overblijfsel daarvan tot een gruwel maken, zou ik nederknielen voor hetgeen van een boom gekomen is?
20 Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem ter zijde afgeleid; zodat hij zijn ziel niet redden kan, noch zeggen: Is er niet een leugen in mijn rechterhand?
21 Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israël! Want gij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd; gij zijt Mijn knecht, Israël, gij zult van Mij niet vergeten worden.
22 Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.
23 Zingt met vreugde, gij hemelen! want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de HEERE heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israël.
24 Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en Die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de HEERE, Die alles doet, Die den hemel uitbreidt, Ik alleen, en Die de aarde uitspant door Mijzelven;
25 Die de tekenen der leugendichters vernietigt, en de waarzeggers dol maakt; Die de wijzen achterwaarts doet keren, en Die hun wetenschap verdwaast;
26 Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten.
27 Die tot de diepte zegt: Verdroog, en uw rivieren zal Ik verdrogen.
28 Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.


Jesaja 42
De Knecht des HEEREN
Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.
Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben ; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.
Alzo zegt God, de HEERE (YHVH), Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:
Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Ik ben de HEERE (YHVH), dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
10 Zingt den HEERE (YHVH) een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.
11 Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.
12 Laat ze den HEERE (YHVH) de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.
13 De HEERE (YHVH) zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
14 Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.
15 Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.
16 En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.
17 Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, en met schaamte beschaamd worden.
18 Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.
19 Wie is er blind dan Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN (YHVH)?
20 Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; ofschoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.
21 De HEERE had lust aan hem, om Zijner gerechtigheid wil; Hij maakte hem groot door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.
22 Maar nu is het een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt: Geeft ze weder.
23 Wie onder ulieden neemt zulks ter ore? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?
24 Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël den rovers? Is het niet de HEERE (YHVH), Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.
25 Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte.

1 Timótheüs 2

Vermaning tot voorbidding
Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;
Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.
Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;
Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.
Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;
Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

Hebreeën 4

Christus overtreft de hogepriesters van het oude verbond
14 Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
15 Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
16 Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.


Handelingen 4

12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.


Hebreeën 9

Het volmaakte offer van Christus
Zo had dan wel ook het eerste verbond rechten van de godsdienst, en het wereldlijk heiligdom.
Want de tabernakel was toebereid, namelijk de eerste, in welken was de kandelaar, en de tafel, en de toonbroden, welke genaamd wordt het heilige;
Maar achter het tweede voorhangsel was de tabernakel, genaamd het heilige der heiligen;
Hebbende een gouden wierookvat, en de ark des verbonds, alom met goud overdekt, in welke was de gouden kruik, daar het Manna in was, en de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds.
En boven over deze ark waren de cherubijnen der heerlijkheid, die het verzoendeksel beschaduwden; van welke dingen wij nu van stuk tot stuk niet zullen zeggen.
Deze dingen nu, aldus toebereid zijnde, zo gingen wel de priesters in den eersten tabernakel, te allen tijde, om degodsdiensten te volbrengen;
Maar in den tweeden tabernakel ging alleen de hogepriester, eenmaal des jaars, niet zonder bloed, hetwelk hij offerde voor zichzelven en voor des volks misdaden.
Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had;
Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten;
10 Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd.
11 Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel,
12 Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
13 Want indien het bloed der stieren en bokken, en de as der jonge koe, besprengende de onreinen, hen heiligt tot de reinigheid des vleses;
14 Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?
15 En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.
16 Want waar een testament is, daar is het noodzaak, dat de dood des testamentmakers tussenkome;
17 Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft.
18 Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd.
19 Want als al de geboden, naar de wet van Mozes, tot al het volk uitgesproken waren, nam hij het bloed der kalveren en bokken, met water, en purperen wol, en hysop, besprengde beide het boek zelf, en al het volk,
20 Zeggende: Dit is het bloed des testaments, hetwelk God aan ulieden heeft geboden.
21 En hij besprengde desgelijks ook den tabernakel, en al de vaten van den dienst met het bloed.
22 En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.
23 Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn, door deze dingen gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze.
24 Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;
25 Noch ook, opdat Hij Zichzelven dikwijls zou opofferen, gelijk de hogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed;
26 (Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnszelfs offerande.
27 En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel;
28 Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid.

Openbaring 18

11 En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt;
12 Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen;

Galaten 2

En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.

Galaten 3

Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

Deuteronomium 12

Bevel aangaande den waren godsdienst
Dit zijn de inzettingen en de rechten, die gijlieden zult waarnemen om te doen, in dat land, hetwelk u de HEERE, uwer vaderen God, gegeven heeft, om het te erven; al de dagen, die gijlieden op den aardbodem leeft.
Gij zult ganselijk vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen, en op de heuvelen, en onder allen groenen boom.
En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.
Gij zult den HEERE, uw God, alzo niet doen!
Maar naar de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen;
En daarheen zult gijlieden brengen uw brandofferen, en uw slachtofferen, en uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en uw geloften, en uw vrijwillige offeren, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen.
En aldaar zult gijlieden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, eten en vrolijk zijn, gijlieden en uw huizen, over alles, waaraan gij uw hand geslagen hebt, waarin u de HEERE, uw God, gezegend heeft.
Gij zult niet doen naar alles, wat wij hier heden doen, een ieder al wat in zijn ogen recht is.
Want gij zijt tot nu toe niet gekomen in de rust en in de erfenis, die de HEERE, uw God, u geven zal.
10 Maar gij zult over de Jordaan gaan, en wonen in het land, dat u de HEERE, uw God, zal doen erven; en Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom, en gij zult zeker wonen.
11 Dan zal er een plaats zijn, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen; daarheen zult gij brengen alles, wat ik u gebiede: uw brandofferen, en uw slachtofferen, uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en alle keur uwer geloften, die gij den HEERE beloven zult.
12 En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gijlieden, en uw zonen, en uw dochteren, en uw dienstknechten, en uw dienstmaagden, en de Leviet, die in uw poorten is; want hij heeft geen deel noch erve met ulieden.
13 Wacht u, dat gij uw brandofferen niet offert in alle plaats, die gij zien zult.
14 Maar in de plaats, die de HEERE in een uwer stammen zal verkiezen, daar zult gij uw brandofferen offeren, en daar zult gij doen al wat ik u gebiede.
15 Doch naar allen lust uwer ziel zult gij slachten en vlees eten, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u geeft, in al uw poorten; de onreine en de reine zal daarvan eten, als van een ree, en als van een hert.
16 Alleenlijk het bloed zult gijlieden niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.
17 Gij zult in uw poorten niet mogen eten de tienden van uw koren, en van uw most, en van uw olie, noch de eerstgeboorten van uw runderen en van uw schapen, noch enige uwer geloften, die gij zult hebben beloofd, noch uw vrijwillige offeren, noch het hefoffer uwer hand.
18 Maar gij zult dat eten voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is; en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, over alles, waaraan gij uw handen geslagen hebt.
19 Wacht u, dat gij den Leviet niet verlaat, al uw dagen in uw land.
20 Wanneer de HEERE, uw God, uw landpale zal verwijd hebben, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gij zeggen zult: Ik zal vlees eten; dewijl uw ziel lust heeft vlees te eten, zo zult gij vlees eten, naar allen lust uwer ziel.
21 Zo de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, verre van u zal zijn, zo zult gij slachten van uw runderen en van uw schapen, die de HEERE u gegeven heeft, gelijk als ik u geboden heb; en gij zult eten in uw poorten, naar allen lust uwer ziel.
22 Doch gelijk als een ree en een hert gegeten wordt, alzo zult gij dat eten; de onreine en de reine zullen het te zamen eten.
23 Alleen houdt vast, dat gij het bloed niet eet; want het bloed is de ziel; daarom zult gij de ziel met het vlees niet eten;
24 Gij zult dat niet eten; op de aarde zult gij het uitgieten als water;
25 Gij zult dat niet eten; opdat het u, en uw kinderen na u, welga, als gij zult gedaan hebben, wat recht is in de ogen des HEEREN.
26 Doch uw heilige dingen, die gij hebben zult, en uw geloften zult gij opnemen, en komen tot de plaats, die de HEERE verkiezen zal;
27 En gij zult uw brandofferen, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar des HEEREN, uws Gods; en het bloed uwer slachtofferen zal op het altaar des HEEREN, uws Gods, worden uitgegoten; maar het vlees zult gij eten.
28 Neemt waar, en hoort al deze woorden, die ik u gebiede, opdat het u, en uw kinderen na u, welga tot in eeuwigheid, als gij zult gedaan hebben wat goed en recht is in de ogen des HEEREN, uws Gods.
29 Wanneer de HEERE, uw God, voor uw aangezicht zal hebben uitgeroeid de volken, naar dewelke gij heengaat, om die erfelijk te bezitten; en gij die erfelijk zult bezitten, en in hun land wonen;
30 Wacht u, dat gij niet verstrikt wordt achter hen, nadat zij voor uw aangezicht zullen verdelgd zijn; en dat gij niet vraagt naar hun goden, zeggende: Gelijk als deze volken hun goden gediend hebben, alzo zal ik ook doen.
31 Gij zult alzo niet doen den HEERE, uw God; want al wat den HEERE een gruwel is, dat Hij haat, hebben zij hun goden gedaan; want zij hebben ook hun zonen en hun dochteren met vuur verbrand voor hun goden.
32 Al dit woord, hetwelk ik ulieden gebiede, zult gij waarnemen om te doen; gij zult daar niet toedoen, en daarvan niet afdoen.


1 Korinthe 11

Aanwijzing voor het Heilig Avondmaal
17 Dit nu, hetgeen ik u aanzegge, prijs ik niet, namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.
18 Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;
19 Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.
20 Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten.
21 Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is hongerig, en de andere is dronken.
22 Hebt gij dan geen huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet.
23 Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
24 En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
25 Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
26 Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.
27 Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
28 Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
29 Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30 Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31 Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32 Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
33 Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
34 Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.

Mat 26:28 (KJV)
For 1063 this 5124 is 2076 my 3450 blood 129 of the new 2537 testament/covenant/anew 1242, which 3588 is shed 1632for 4012 many 4183 for 1519 the remission 859 of sins 266.


Lexicon Results
Strong's G1242 - diathēkē
διαθήκη

Transliteration

diathēkē

Pronunciation

dē-ä-thā'-kā (Key)

Part of Speech

feminine noun

Root Word (Etymology)

TDNT Reference

Vines

Outline of Biblical Usage

1) a disposition, arrangement, of any sort, which one wishes to be valid, the last disposition which one makes of his earthly possessions after his death, a testament or will

2) a compact, a covenant, a testament (anew/opnieuw)

a) God's covenant with Noah, etc.

Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 33
AV — covenant 20, testament 13

Markus 14

De zalving te Bethanië
En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
10 En Judas Iskáriot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
11 En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
De paastijd
12 En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
13 En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
14 En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
15 En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
16 En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Ontmaskering van Judas
17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
18 En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.
21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
Instelling van het Heilig Avondmaal
22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

 
Ex 13:4
Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.

Ex 23:15
Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.

Ex 34:18
Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.

Deut 16:1
Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.



Exodus 20

De wet der tien geboden
Toen sprak God al deze woorden, zeggende:
Ik ben de HEERE (YHVH) uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE (YHVH) uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
Gij zult den Naam des HEEREN (YHVH) uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE (YHVH) zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.
Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt.
Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen;
10 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;
11 Want in zes dagen heeft de HEERE (YHVH) den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE (YHVH) den sabbatdag, en heiligde denzelven.
12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE (YHVH) uw God geeft.
13 Gij zult niet doodslaan.
14 Gij zult niet echtbreken.
15 Gij zult niet stelen.
16 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
17 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
18 En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre.
19 En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven!
20 En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet.
21 En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was.
22 Toen zeide de HEERE (YHVH) tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: Gij hebt gezien, dat Ik met ulieden van den hemel gesproken heb.
23 Gij zult nevens Mij niet maken zilveren goden, en gouden goden zult gij u niet maken.
24 Maakt Mij een altaar van aarde, en offert daarop uw brandofferen, en uw dankofferen, uw schapen, en uw runderen; aan alle plaats, waar Ik Mijns Naams gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen, en zal u zegenen.
25 Maar indien gij Mij een stenen altaar zult maken, zo zult gij dit niet bouwen van gehouwen steen; zo gij uw houwijzer daarover verheft, zo zult gij het ontheiligen.
26 Gij zult ook niet met trappen tot Mijn altaar opklimmen, opdat uw schaamte voor hetzelve niet ontdekt worde.

Exodus 34

De twee nieuwe stenen tafelen
Toen zeide de HEERE (YHVH) tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.
En wees bereid tegen den morgenstond; dat gij in den morgenstond op den berg Sinaï klimt, en stel u aldaar voor Mij, op den top des bergs.
En niemand zal met u opklimmen; dat er ook niemand gezien worde op den gansen berg; ook het kleine vee, noch runderen zullen tegenover dezen berg niet weiden.
Toen hieuw hij twee stenen tafelen, gelijk de eerste; en Mozes stond des morgens vroeg op, en klom op den berg Sinaï, gelijk als hem de HEERE (YHVH) geboden had; en hij nam de twee stenen tafelen in zijn hand.
God verschijnt aan Mozes
De HEERE (YHVH) nu kwam nederwaarts in een wolk, en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit den Naam des HEEREN (YHVH).
Als nu de HEERE (YHVH) voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE (YHVH), HEERE (YHVH), God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.
Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.
Mozes nu haastte zich en neigde het hoofd ter aarde, en hij boog zich.
En hij zeide: Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de HEERE (YHVH) in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot een erfdeel!
Vernieuwing van het verbond
10 Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN (YHVH)werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe.
11 Onderhoudt gij hetgeen Ik u heden gebiede! zie, Ik zal voor uw aangezicht uitdrijven de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten.
12 Wacht u, dat gij toch geen verbond maakt met den inwoner des lands, waarin gij komen zult; dat hij misschien niet tot een strik worde in het midden van u.
13 Maar hun altaren zult gijlieden omwerpen, en hun opgerichte beelden zult gij verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen.
14 (Want gij zult u niet buigen voor een anderen god; want des HEEREN (YHVH) Naam is IJveraar! een ijverig God is Hij!)
15 Opdat gij misschien geen verbond maakt met den inwoner van dat land; en zij hun goden niet nahoereren, noch hun goden offerande doen, en hij u nodigende, gij van hun offerande etet.
16 En gij voor uw zonen vrouwen neemt van hun dochteren; en hun dochteren, haar goden nahoererende, maken, dat ook uw zonen haar goden nahoereren.
17 Gij zult u geen gegoten goden maken.
18 Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.
19 Al wat de baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder vanhet grote en kleine vee.
20 Doch den ezel, die de baarmoeder opent, zult gij met een stuk klein vee lossen; maar indien gij hem niet zult lossen, zo zult gij hem den nek breken. Al de eerstgeborenen uwer zonen zult gij lossen, en men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen.
21 Zes dagen zult gij arbeiden, maar op den zevenden dag zult gij rusten; in den ploegtijd en in den oogst zult gij rusten.
22 Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is.
23 Al wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren HEEREN (YHVH), den God van Israël.
24 Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven, en uw landpalen verwijden, dan zal niemand uw land begeren, terwijl gij henen opgaan zult, om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods, driemaal in het jaar.
25 Gij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet offeren met gedesemd brood; het slachtoffer van het paasfeest zal ook niet vernachten tot den morgen.
26 De eerstelingen van de eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN (YHVH) uws Gods brengen. Gij zult het bokje in de melk zijner moeder niet koken.
27 Verder zeide de HEERE (YHVH) tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid dezer woorden heb Ik een verbond met u en met Israël gemaakt.
28 En hij was aldaar met den HEERE (YHVH), veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood, en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.
29 En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinaï afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak.
30 Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
31 Toen riep Mozes hen; en Aäron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
32 En daarna traden al de kinderen Israëls toe; en hij gebood hun al wat de HEERE (YHVH) met hem gesproken had op den berg Sinaï.
33 Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.
34 Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN (YHVH) kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls, wat hem geboden was.
35 Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.


Ezechiël 45

Voorschriften omtrent de offers
  9 Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israëls! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstotingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE (YHVH).
10 Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.
11 Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.
12 En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.
13 Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.
14 Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie; gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.
15 Voorts een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het waterrijke land van Israël, tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere HEERE (YHVH).
16 Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israël.
17 En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls.
18 Alzo zegt de Heere HEERE (YHVH): In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.
19 En de priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes, en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars, en aan de posten der poorten van het binnenste voorhof.
20 Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die maand; vanwege den afdwalende, en vanwege den slechte; alzo zult gijlieden het huis verzoenen.
21 In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten.
22 En de vorst zal op denzelven dag voor zichzelven, en voor al het volk des lands, bereiden een var des zondoffers.
23 En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer den HEERE (YHVH) bereiden, van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.
24 Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.
25 In de zevende maand, op den vijftienden dag der maand zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.

Ezechiël 46

Het offer van den vorst
Alzo zegt de Heere HEERE (YHVH): De poort van het binnenste voorhof, die naar het oosten ziet; zal de zes werkdagen gesloten zijn; maar op den sabbatdag zal zij geopend worden; ook zal zij geopend worden op den dag van de nieuwe maan.
En de vorst zal ingaan door den weg van het voorhuis derzelve poort van buiten, en zal staan aan den post van de poort; en de priesters zullen zijn brandofferen en zijn dankofferen bereiden, en hij zal aanbidden aan den dorpel der poort, en daarna uitgaan; doch de poort zal niet gesloten worden tot op den avond.
Ook zal het volk des lands aanbidden voor de deur derzelve poort, op de sabbatten en op de nieuwe manen, voor het aangezicht des HEEREN (YHVH).
Het brandoffer nu, dat de vorst den HEERE (YHVH) zal offeren, zal op den sabbatdag zijn, zes volkomen lammeren, en een volkomen ram.
En het spijsoffer, een efa tot den ram, maar tot de lammeren zal het spijsoffer een gave zijner hand zijn; en olie, een hin tot een efa.
Maar op den dag van de nieuwe maan, een var, een jong rund, van de volkomene, en zes lammeren, en een ram; volkomen zullen zij zijn.
En ten spijsoffer zal hij bereiden een efa tot den var, en een efa tot den ram; maar tot de lammeren, zoals zijn hand bekomen zal; en een hin olie tot een efa.
En als de vorst ingaat, zal hij door den weg van het voorhuis der poort ingaan, en door deszelfs weg weder uitgaan.
Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN (YHVH) komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.
10 De vorst nu zal in het midden van hen ingaan, als zij ingaan; en als zij uitgaan, zullen zij samen uitgaan.
11 Voorts op de feesten, en op de gezette hoogtijden zal het spijsoffer zijn, een efa tot een var, en een efa tot een ram; maar tot de lammeren, een gave zijner hand; en olie, een hin tot een efa.
12 En als de vorst een vrijwillig offer zal doen, een brandoffer of dankofferen tot een vrijwillig offer den HEERE (YHVH), zo zal men hem de poort openen, die naar het oosten ziet; en hij zal zijn brandoffer en zijn dankofferen doen, gelijk als hij zal gedaan hebben op den sabbatdag; en als hij weder uitgaat, zal men de poort sluiten, nadat hij uitgegaan zal zijn.
13 Wijders zult gij een volkomen eenjarig lam dagelijks bereiden ten brandoffer den HEERE (YHVH); alle morgens zult gij dat bereiden.
14 En gij zult ten spijsoffer daarop doen, alle morgens een zesde deel van een efa, en olie een derde deel van een hin, om de meelbloem te bedruipen; tot een spijsoffer den HEERE (YHVH), tot eeuwige inzettingen, geduriglijk.
15 Zij zullen dan het lam, en het spijsoffer, en de olie alle morgens bereiden tot een gedurig brandoffer.
16 Alzo zegt de Heere HEERE (YHVH): Wanneer de vorst aan iemand van zijn zonen een geschenk zal geven van zijn erfenis, dat zullen zijn zonen hebben; het zal hun bezitting zijn in erfenis.
17 Maar wanneer hij van zijn erfenis een geschenk zal geven aan een van zijn knechten, die zal dat hebben tot het vrijjaar toe; dan zal het tot den vorst wederkeren; het is immers zijn erfenis, zijn zonen zullen het hebben.
18 En de vorst zal niets nemen van de erfenis des volks, om hen van hun bezitting te beroven; van zijn bezitting zal hij zijn zonen erf nalaten; opdat niet Mijn volk, een iegelijk uit zijn erfenis, verstrooid worde.
19 Daarna bracht hij mij door den ingang, die aan de zijde der poort was, tot de heilige kameren, den priesteren toebehorende, die naar het noorden zagen, en ziet, aldaar was een plaats aan beide zijden, naar het westen.
20 En hij zeide tot mij: Dit is de plaats, alwaar de priesters het schuldoffer en het zondoffer zullen koken; en waar zij het spijsoffer zullen bakken, opdat zij het niet uitbrengen in het buitenste voorhof, om het volk te heiligen.
21 Toen bracht hij mij in het buitenste voorhof, en voerde mij om in de vier hoeken des voorhofs; en ziet, in elken hoek des voorhofs was een ander voorhofje.
22 In de vier hoeken des voorhofs waren voorhofjes met schoorstenen, van veertig ellen de lengte, en dertig de breedte; dezelve vier hoekhofjes hadden enerlei maat.
23 En er was rondom in dezelve een ringmuur, rondom deze vier; en er waren keukens gemaakt beneden aan de ringmuren rondom.
24 En hij zeide tot mij: Dit zijn de keukens, alwaar de dienaars des huizes het slachtoffer des volks zullen koken.

Jesaja 56

Beloften en vermaning tot vroomheid
Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.
Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.
En de vreemde, die zich tot den HEERE (YHVH) gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE (YHVH) heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom.
Want alzo zegt de HEERE (YHVH) van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond;
Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden.
En de vreemden, die zich tot den HEERE (YHVH) voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN (YHVH) lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden;
Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.
De Heere HEERE (YHVH), Die de verdrevenen van Israël vergadert, spreekt: Ik zal tot Hem nog meer vergaderen, nevens hen, die tot Hem vergaderd zijn.
Al gij gedierten des velds, komt om te eten, ja, al gij gedierten in het woud!
10 Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief.
11 En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.
12 Komt herwaarts, zeggen zij: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, ja, groter, veel treffelijker.
 
The Spring Feasts of YeHoVaH begins with Passover/Pesach this year on Monday April 14th at evening. This month of April the Gregorian day and the Hebrew day is the same day i.e. April 14th is also Aviv/Nisan 14th. Aviv is the Hebrew name of the month and Nisan is the Babylonian Name of the month acquired during the exile in Babylon. House of Israel will celebrate Passover on Monday evening April/Aviv 14th. We have plans to Broadcast the Passover Celebration Live but we are still planning how to accomplish it so stay tuned for more details.

The Feast of Matza/Unleavened bread begins at Sundown on Monday April/Aviv 14th and all day the 15th until Sundown April/Aviv 21st. Tuesday the 15th of April/Aviv and Monday the 21st of April/Aviv are Holy Convocations. We will broadcast these services Live at 1 PM Tuesday the 15th of April/Aviv and Monday the 21st at House of Israel on www.ArthurBaileyMinistries.com/TV.

The Day of Firstfruits is April/Aviv 20th which begins the count up to Shavuot/Pentecost also called feast of weeks on June 8th/Sivan 10th. Shavuot or the day of Pentecost is called the feast of weeks because of the seven week count from Firstfruits on Sunday April/Aviv 20th to June 8th/Sivan 10th.
See Leviticus 23:4-25.

These are called the Spring Feasts of YeHoVaH. Leading up to Passover we are commanded to remove leaven from our homes and to eat nothing with leaven in it from April 14th at evening until sundown April 21st. 

RECAP:
Passover, is the evening of April 14th.
Feast of Unleavened Bread is from sundown April 14th until sundown April 21st.
Firstfruits is April 20th.
Pentecost is June 8th

First Fruits Offerings can be made anytime April 14th at evening until the last day of Unleavened bread

Dt 16:16 Three times in a year shall all thy males appear before
YeHoVaH thy Elohim in the place which he shall choose; in the feast of unleavened bread, and in the feast of weeks, and in the feast of tabernacles:
and they shall not appear before YeHoVaH empty: 

 



Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen