Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
De eerste opstanding

Mattheüs 22:23
Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceën, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.

Mattheüs 22:28
In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?

Mattheüs 22:30
Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.

Mattheüs 22:31
En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:

Mattheüs 27:53
En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.

Marcus 12:18
En de Sadduceën kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:

Marcus 12:23
In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.

Lukas 2:34
En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.

Lukas 14:14
En gij zult zalig zijn, omdat zij niet hebben, om u te vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.

Lukas 20:27
En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceën, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,

Lukas 20:33
In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad.

Lukas 20:35
Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;

Lukas 20:36
Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.

Johannes 5:29
En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.

Johannes 11:24
Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.

Johannes 11:25
Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;

Johannes 12
48 Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.

Handelingen 1:22
Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, een derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding.

Handelingen 2:31
Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.

Handelingen 4:2
Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.

Handelingen 4:33
En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van den Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen.

Handelingen 17:18
En sommigen van de Epikureische en Stoische wijsgeren streden met hem; en sommigen zeiden: Wat wil toch deze klapper zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde.

Handelingen 17:32
Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.

Handelingen 23:6
En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceën, en het andere van de Farizeën, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeër, eens Farizeërs zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.

Handelingen 23:8
Want de Sadduceën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeën belijden het beide.

Handelingen 24:15
Hebbende hoop op God, welke dezen ook zelf verwachten, dat er een opstanding der doden wezen zal, beiden der rechtvaardigen en der onrechtvaardigen.

Handelingen 24:21
Dan van dit enig woord, hetwelk ik riep, staande onder hen: Over de opstanding der doden word ik heden van ulieden geoordeeld!

Handelingen 26:23
Namelijk dat de Christus lijden moest, en dat Hij, de Eerste uit de opstanding der doden zijnde, een licht zou verkondigen dezen volke, en den heidenen.

Romeinen 1:4
Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere:

Romeinen 6:5
Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;

1 Korinthiërs 15:12
Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?

1 Korinthiërs 15:13
En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt.

1 Korinthiërs 15:21
Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.

1 Korinthiërs 15:42
Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;

Filippensen 3:10
Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende;

2 Timotheüs 2:18
Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding alrede geschied is, en verkeren sommiger geloof.

Hebreeën 6:2
Van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwig oordeel.

Hebreeën 11:35
De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden.

1 Petrus 1:3
Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.

1 Petrus 3:21
Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;

Openbaring 20:5
Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding.

Openbaring 20:6
Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

2 Makkabeeën 7:9
En als hij nu in de uiterste adem was, zeide hij: Gij booswicht, gij beneemt ons wel het tegenwoordige leven, maar de koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, tot een eeuwige opstanding des levens weder opwekken.

2 Makkabeeën 7:14
En als hij sterven zou, sprak hij aldus: Het is beter de hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven zijn.

2 Makkabeeën 12:43
En enige voorraad gemaakt hebbende uit een hoofdschatting, van tweeduizend drachmen zilver, zond die naar Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans wel en edel doende, daar hij dacht aan de opstanding.

Johannes 6

 

38 Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
39 En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.
40 En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
41 De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.
42 En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
43 Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.
44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
46 Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.
47 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
48 Ik ben het Brood des levens.
49 Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
50 Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
51 Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
52 De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
54 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem
opwekken ten uitersten dage.

 



 The Resurrection - 23rd SEPT Rapture de-bunked

Organizations That Show Interest In Rebuilding The Temple Include:
The Temple Institute

Matthéüs 24

De grote verdrukking
15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)
16 Dat alsdan, die in Judéa zijn, vlieden op de bergen;
17 Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;
18 En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen.
19 Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!
20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.
21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.
22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden. (Wij zijn hier nog niet door Yehsua bijeen vergaderd door Zijn engelen).
23 Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet.
24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
25 Ziet, Ik heb het u voorzegd!
26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet.
27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.
28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.
De komst van Christus
29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. (na de verdrukking komt Yeshua ons halen met zijn Engelen)
30 En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve. (Dan 12:1)

(Hier worden wij pas verzameld door Yeshua ons halen met zijn Engelen)

32 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
33 Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur.
34 Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Daniël 12

De verzegelde woorden
En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. (Matt 24:31)
En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.
De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk. (Zijn wij die leraars dan niet die zich nu goed aan het voorbereiden zijn op Zijn komst en de 1e opname/opstanding).
En gij, Daniël! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.
 

Jesaja 7

14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd (al mä) zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.

Strong's H5959 - `almah

Genesis 24

43 Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd "al mä", die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;


Michaël
  • Michaël is een Hebreewse jongensnaam. Het betekent `Wie is als God?`.
  • Aartsengel, Israëls beschermer die aan het einde der tijden tegen de draak ten strijde zal trekken (Openbaring 12:7).

Immanuël
  •  'God met ons'. Jesaja (Jesaja 7:14) gebruikt deze belijdenis als naam voor een kind dat uit een jonge vrouw. De profeet wilde daarmee uitdrukken dat de bevrijding van Israel nabij was. Mattheüs betrok deze woorden op het kind Jezus. Zie ook maagdelijke geboorte.

  • Shortened from אַיִל (H352) 'el: God, the one true God, Jehovah
  • im·mä·nü·āl'

Daniël 12

In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend.
De verzegelde woorden
En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.
Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.
En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.
3 De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd.
De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk.
Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.’
En gij, Daniël! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.
Toen zag ik, Daniël, twee anderen staan, de ene aan deze oever van de rivier, de andere aan de overkant.
En ik, Daniël, zag, en ziet, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van den oever der rivier, en de ander aan gene zijde van den oever der rivier.
Een van hen zei tegen de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond: ‘Hoe lang duurt het tot het einde van deze wonderbaarlijke gebeurtenissen?’
En hij zeide tot den Man, bekleed met linnen, Die boven op het water der rivier was: Tot hoe lang zal het zijn, dat er een einde van deze wonderen zal wezen?
Daarop hoorde ik de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond spreken. Hij hief beide handen op naar de hemel en zwoer bij de eeuwig Levende: ‘Eén tijd, een dubbele en een halve tijd:wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.’
En ik hoorde dien Man, bekleed met linnen, Die boven op het water van de rivier was, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar den hemel, en zwoer bij Dien, Die eeuwiglijk leeft, dat na een bestemden tijd, bestemde tijden, en een helft, en als Hij zal voleind hebben te verstrooien de hand des heiligen volks, al deze dingen voleind zullen worden.
Ik hoorde het, maar begreep het niet en zei: ‘Mijn heer, hoe zal dit alles aflopen?’
Dit hoorde ik, doch ik verstond het niet; en ik zeide: Mijn Heere! wat zal het einde zijn van deze dingen?
Maar hij zei: ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd.
En Hij zeide: Ga henen, Daniël! want deze woorden zijn toegesloten en verzegeld tot den tijd van het einde.
10 Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren en louteren, maar de wettelozen zullen wetteloos handelen; en geen van de wettelozen zal het begrijpen, maar de verlichten zullen het wel begrijpen.
10 Velen zullen er gereinigd en wit gemaakt, en gelouterd worden; doch de goddelozen zullen goddelooslijk handelen, en geen van de goddelozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.
11 En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken.
11 En van dien tijd af, dat het gedurig offer zal weggenomen, en de verwoestende gruwel zal gesteld zijn, zullen zijn duizend tweehonderd en negentig dagen.
12 Gelukkig is de mens die blijft wachten en dertienhonderdvijfendertig dagen bereikt.
12 Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot duizend driehonderd vijf en dertig dagen.
13 Maar jij, ga het einde tegemoet. Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om je bestemming te bereiken.’
 


Daniël 1
En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing. 

De eerste opstanding.

Handelingen 24

13 En zij kunnen niet bewijzen, waarvan zij mij nu beschuldigen.
14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;
15 Hebbende hoop op God, welke dezen ook zelf verwachten, dat er een opstanding der doden wezen zal, beiden der rechtvaardigen en der onrechtvaardigen.


Openbaring 11

De zevende engel
15 En de zevende engel heeft gebazuinden er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.
16 En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neder op hun aangezichten, en aanbaden God,
17 Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;
18 En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienstknechten, den profeten, en den heiligen, en dengenen, die Uw Naam vrezen, den kleinen en den groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.
19 En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.


1 Korintiërs 15

De opstanding van de doden
Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is
De opstanding der doden
Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;
en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen.
Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat,
Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat,
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.
En dat Hij is van Céfas gezien, daarna van de twaalven.
Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.
Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen.
Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.
Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.
En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd.
Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.
10 Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade.
10 Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.
11 Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen.
11 Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzo prediken wij, en alzo hebt gij geloofd.
12 Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan?
12 Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?
13 Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt;
13 En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt.
14 en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos.
14 En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.
15 Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan.
15 En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft, Dien Hij niet heeft opgewekt, zo namelijk de doden niet opgewekt worden.
16 Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt.
16 Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt.
17 Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden
17 En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.
18 en worden de doden die Christus toebehoren niet gered.
18 Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn.
19 Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.
19 Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.
20 Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.
21 Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens.
21 Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.
22 Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.
22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
23 Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.
23 Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
24 En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
24 Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.
25 Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’.
25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
26 De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood,
26 De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.
27 want er staat: ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd.’ Wanneer er ‘alles’ staat, is dat natuurlijk uitgezonderd degene die alles aan hem onderwerpt.
27 Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft.
28 En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.
28 En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.
29 Wat denken zij die zich voor de doden laten dopen te bereiken? Als de doden toch niet worden opgewekt, waarom zouden zij zich dan voor hen laten dopen?
29 Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden? Waarom worden zij voor de doden ook gedoopt?
30 En waarom zouden wij ons voortdurend aan gevaren blootstellen?
30 Waarom zijn ook wij alle ure in gevaar?
31 Elke dag sterf ik opnieuw, broeders en zusters, zo waar als ik dankzij Christus Jezus, onze Heer, trots op u kan zijn.
31 Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere.
32 In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’
32 Zo ik, naar den mens, tegen de beesten gevochten heb te Éfeze, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.
33 Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.
33 Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden.
34 Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.
34 Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte.
 
35 Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’
35 Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen?
36 Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen.
36 Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is;
37 En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders.
37 En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen.
38 God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm.
38 Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam.
39 Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een vis.
39 Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten, en een ander der vissen, en een ander der vogelen.
40 Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam.
40 En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse.
41 De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering.
41 Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster.
42 Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt,
42 Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;
43 wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.
43 Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.
44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
44 Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam.
45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest.
45 Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest.
46 Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke.
46 Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke.
47 De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels.
47 De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel.
48 Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede.
48 Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen.
49 Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
49 En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.
50 Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.
50 Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet.
51 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden,
51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;
52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.
52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
53 Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke.
53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
54 En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen.
54 En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
55 Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’
55 Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?
56 De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet.
56 De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.
57 Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.
57 Maar God(e) zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.
58 Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.
58 Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.

Openbaring 20

De eerste opstanding en de tweede dood
Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand.
20
De satan voor duizend jaren gebonden
En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;
Hij greep de draak, de slang van weleer, die ook duivel of Satan wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren.
En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;
Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten.
En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.
De eerste opstanding
Ook zag ik tronen, en aan hen die erop zaten werd recht gedaan. Het zijn de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de messias.
En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.
De andere doden kwamen niet tot leven voordat de duizend jaar voorbij waren. Dit is de eerste opstanding.
Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding.
Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van de messias zijn en duizend jaar lang samen met hem heersen.
Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.
De satan geheel overwonnen
Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.
En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden.
Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee.
En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.
Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen.
En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.
10 En de duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel gegooid, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd, tot in eeuwigheid.
10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.
Het laatste oordeel
11 Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets.
11 En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
12 Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.
12 En ik zag de doden, klein (o.a. door abortus) en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is: en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
13 De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden.
13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.
14 Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel.
14 En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
15 Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.
15 En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.

2 Tessalonicenzen 2

De openbaring van den antichrist
En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
De wederkomst des Heren
Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem,
Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.
dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak.
Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs,
Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?
En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd.
Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, die hem nu wederhoudt, die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is.
En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt.
Hemzeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen,
10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.
11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;
11 En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven,
12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.
12 opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.
Opwekking tot standvastigheid
13 Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;
13 Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.
14 Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.
14 Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus.
15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief.
15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn.
16 En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,
16 En Hij, onze Here Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft,
17 Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.
17 trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord.

Lukas 8

Het dochtertje van Jaïrus opgewekt. De kranke vrouw
49 Als Hij nog sprak, kwam er een van het huis des oversten der synagoge, zeggende tot hem: Uw dochter is gestorven; zijt den Meester niet moeielijk.
50 Maar Jezus, dat horende, antwoordde hem, zeggende: Vrees niet, geloof alleenlijk, en zij zal behouden worden.
51 En als Hij in het huis kwam, liet Hij niemand inkomen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, en den vader en de moeder des kinds.
52 En zij schreiden allen, en maakten misbaar over hetzelve. En Hij zeide: Schreit niet; zij is niet gestorven; maar zij slaapt.
53 En zij belachten Hem, wetende, dat zij gestorven was.
54 Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!
55 En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan; en Hij gebood, dat men haar te eten geven zou.
56 En haar ouders ontzetten zich; en Hij beval hun, dat zij niemand zouden zeggen hetgeen geschied was.

Lukas 16
31 Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.


Opname van de gemeente

  1. Micha 7
  2. Het gevolg van de opname van de gemeente
  3. Naar de climax
  4. Openbaring van de antichrist
  5. Gezien vanuit de aarde
  6. Gezien vanuit de hemel

Micha 7

Over de opname van de gemeente heb ik gesproken in de hoofdstukken Tijdslijn in Gods heilsplan 1 en Tijdslijn in Gods heilsplan 2. Ik ga er dus vanuit, dat de gemeente van Jezus zal worden opgenomen, voordat de antichrist zich zal openbaren, voordat de kornuiten van de satan en hij zelf op aarde worden geworpen en voordat Christus zal terugkomen. 

Als wij zijn opgenomen, is het eigelijk helemaal niet meer interessant wat er hier op aarde zal gebeuren. Maar het neemt niet weg, dat God nog lang niet klaar is met Zijn heilsplan. En daarom is het leerzaam en zinvol en eervol om dit toch allemaal te noemen.

Back to Top

Het gevolg van de opname van de gemeente

Doordat de gemeente is opgenomen, zal dat kleine beetje rechtvaardigheid dat de wereld nog heeft zijn weggenomen. Dit lezen we in Micha 7:1-4

 Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer, waarnaar ik smacht. 2 Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, iedereen belaagt zijn naaste. 3 Ze bekwamen zich in het kwaad: alleen voor geld stellen leiders een onderzoek in, rechters spreken recht tegen betaling, hooggeplaatsten zeggen wat hun het beste uitkomt, en zo houden zij het recht op afstand. 4 De deugdzaamste van hen is als een doornstruik, de oprechtste is erger dan een stekelhaag. De dag van straf, door uw wachters aangekondigd, is gekomen, en het volk is in beroering!

In vers 2 lezen we over zij die trouw waren, de oprechte, de vrome, de rechtschapene, de goedertierene en eerlijke mensen, dat zij verdwenen zijn. God gebruikt door Zijn profeet Micha het voorbeeld van een oogst. En als er geoogst is, en je bent te laat, dan ben je de ongelukkige. Verder lezen we dat Christus nog niet is wedergekomen, al het kwaad er nog is en dat de dag van de straf van God aanstaande is.

Back to Top

Naar de climax

Op het moment van dit schrijven is alles, maar dan ook echt alles bezig om de weg voor de antichrist te bereiden, zodat straks het niet meer dan logisch is dat de wereld hem nodig heeft, als de wereldse redder en verlosser. Jezus zelf wijst ons op de tekenen, zoals de toename van misleiding, oorlogen, natuurrampen, wetteloosheid, epidemieën en massale afval.

Hierboven ziet u de enorme toename aan oorlogen en natuurrampen. Het allerlaatste blauwe blokje zijn alle oorlogen vanaf het jaar 2000 en alle huidige oorlogen tot het 2008. Ziet u dat deze bijna even veel zijn als alle oorlogen van 1800 tot 1900, terwijl deze eeuw nog maar 8 jaar oud is. Als je het verhoudingsgewijs zou invullen dan kom je op de volgende rekensom.

16 oorlogen in 8 jaar = 2 oorlogen per jaar = 200 oorlogen in 100 jaar en als je dat naast het totaal van 1900 tot 2000 zet (43 oorlogen) dan zie je over wat voor een enorme climax de Here zelf spreekt.

Daarom durf ik best te stellen, dat het met alle voorbeelden van Jezus zo is.

Vanaf 11 september maakt terrorisme en de angst daarvoor een enorme plek in de wereld. Dit is ook een uiterste, een climax in de wetteloosheid en de verachtzaming van de wet. De terrorist maakt zelf zijn wetten, en beslist zelf wie mag leven en wie sterft! Kijk naar Irak! Vandaag de dag komt het amper nog in het nieuws, wanneer een terrorist zich heeft opgeblazen. Het haalt het nieuws alleen nog als er meer dan 20, 30 doden zijn gevallen. Dit gebeurt dagelijks in de hele wereld.

Klimaat: ons klimaat veranderd. De gevolgen daarvan zijn onomkeerbaar. Dit heeft een dusdanige impact op de hele wereld, dat zelfs wetenschappers elk jaar hun verwachtingen moeten bijstellen.

GGO's: (genetische gemanipuleerde organismen) De wetenschap knutselt er op los. We kunnen steeds meer en er mag steeds meer. Maar ook de gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Was het God zelf niet die ons verbood te eten van de levensboom?

De afval: de kerken stromen leeg en alternatieven schieten als paddestoelen uit de grond. Het is vandaag gek als je zegt dat je van Jezus houd, maar heel normaal als je een Boeda beeldje in de vensterbank hebt staan of aan Yoga doet.

Wetteloosheid: Niet alleen terrorisme, maar wat dacht je van graaicultuur. Het maakt niet uit of je hoog of laag in de maatschappij staat. Of het nou gaat om handel in voorkennis of diefstal van een pakje kauwgom. Het neemt hand over hand toe. Probeert u maar eens op te zoeken hoe het zit met het aantal veroordelingen voor levenslang in Nederland. Dat stijgt. Ik hoef het niet eens op te zoeken, maar ik weet bijna zeker dat het grafiekje er ongeveer net zo zal uit zien als het bovenstaande.

Overheden kampen steeds vaker, met problemen die nationaal alleen, haast niet te dragen zijn en kiezen dan steeds vaker om bijvoorbeeld het Europees of mondiaal aan te pakken. Het maakt daarbij dan ook niet meer uit, wat u of ik vind. Centralisatie is de oplossing. Deze wordt natuurlijk aangedragen, door niemand anders dan satan zelf in de vorm van de nieuwe wereld ordes. Dit is voor een christen ook helemaal niet erg, want wij mogen nog steeds blijven uitzien naar Jezus en dat is wat ons blijft sterken.

Als je nu denkt, die Velema komt weer met de nieuwe wereld orde en alles is van satan.... De bijbel zelf zegt dit. Het verhaal van Babel. Centralisatie van de wereld en wereldmachten. Dat is wat er vandaag de dag, elke dag op nieuw gebeurt. Dat is niet erg, dat is de eindtijd. Elke dag komen we dichter bij een Europese regering, elke dag zijn er fusies en worden bedrijven gecentraliseerd.

Het doel van de wegbereiders van satan, de NWO, is het volgende:

"Het scheppen van wereldwijde climaxerende chaos en problematiek, zodat geen enkel mens dit nog kan oplossen en de antichrist zelf als aardse redder en verlosser de wereld kan verlossen / redden, waardoor iedereen hem zal dienen en zich zal onderwerpen." (Overigens zullen ze zelf dit nooit van zichzelf zeggen, mede doordat dit reeds in het verborgene gebeurt (2 Thess. 2))

Volgens mij zijn wij daar niet zo ver meer van af. Gelukkig weten wij, dat God hierin de touwtjes in handen heeft. De openbaring van de antichrist wordt weerhouden door de gemeente, tot de gemeente hem niet meer weerhoud en dat is als wij zijn opgenomen.

Satan zal zich openbaren aan de mensheid als de grote verlosser. De weg hier naar toe, word al jaren voorbereid door zijn dienaren, leden van de NWO. Maar in dit alles, wordt men tegengehouden door wat de Bijbel de wederhouder noemt.

 

2 Thess. 2:6-8

En nu, wat hem weerhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde op zijn eigen tijd. 7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt reeds gewerkt; alleen, Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. 8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

 

Hier staat dat satan op zijn eigen tijd zich zal openbaren, maar dat dat niet eerder kan, dan wanneer Die hem nu weerhoudt, uit het midden zal weggedaan zal worden.

De vraag die je jezelf dan stelt is: wie is Die uit vers 7?

Misschien wordt het wat duidelijker als ik de vraag anders stel. Wie is er sterker dan satan, omdat Hij hem overwonnen heeft, en kan hem daardoor tegenhouden? Je zegt dan direct: Jezus!!! Amen, helemaal waar.

Maar dat zijn ook wij. Hoezo? Wij zijn immers in Christus,

 

Rom.12:5

Alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.

Paulus spreekt hier over de gemeente, het lichaam van Christus, waar wij deel van uit maken. Dat is de reden dat satan zich nog niet kan openbaren is, omdat Jezus, in ons is, de gemeente van Christus.

En dan staat er, dat hij uit het midden weggedaan zal worden.

Het is maar goed dat er niet Hij (Christus) staat, maar hij (het lichaam van Christus), met een kleine h. Anders stond er dat Jezus uit zijn gemeente zou gaan en dat de satan zich vervolgens zou kunnen openbaren. Maar dat staat er niet.

Er staat hier, dat hij, duidend op dat wat de satan weerhoudt zich te openbaren, eerst wordt weggedaan. Hiervan ben ik van mening dat het hier gaat om de opname van de gemeente.

Back to Top

Openbaring van de antichrist

Hier is een apart artikel over geschreven. Lees hier onder hoe dit gezien wordt vanuit de hemel en aarde.

Back to Top

Gezien vanuit de aarde

OP AARDE:

Nadat de gemeente is opgenomen, zal er in de wereld zeer verbaasd gereageerd worden. En zoals mensen altijd al doen, zal men zoeken naar een verklaring voor deze gebeurtenis.

 

2 Thess. 2:8-12
En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; 9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen; 10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in hen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; 12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

 

Het gaat hier om de openbaring van de antichrist, de wolf in schaapskleren. Dus als de mensen zoeken naar een verklaring voor een wereldwijde verdwijning van vele vele mensen, dan zegt God, dat Hij, een kracht der dwaling stuurt.

 

Als de bijbel spreekt over kracht, krachten of machten is dat doorgaans de betekenis van iets uit de onzienbare wereld, tenzij anders vermeld. Wanneer wij zijn opgenomen dan worden wij in de hemel geplaatst en ontvangen wij de aanstelling tot Zonen Gods. Waardoor wij delen in Gods rijkdom etc. lees erfenis ontvangen. Deze aanstelling tot Zonen Gods is ook wat de engelen van God hebben. (lees UFO's en christen zijn 1,2 & 3)

 

Openbaringen 12:

1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden.

Hier lezen we dat de vrouw, Israël, in verwachting is van een mannelijke zoon. Die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden. Ik hoop dat de meeste hier in ieder geval Jezus zelf in herkennen. Maar aangezien Jezus niet hoeft te vluchten voor de duivel of de draak, omdat Hij hem heeft overwonnen, is dit het beeld van Jezus, als hoofd en het lichaam van Christus als gemeente. Wanneer de tijd rijp is voor God, zal deze vrouw de gemeente baren en zal de gemeente vrijwel direct naar God worden gebracht. En lezen we dat God ook voor de vrouw zorgt en haar veilig onderkomen bied in de woestijn, alwaar zij een tijd, tijden en een halve tijd zal wachten tot de Messias zelf haar zal verlossen. Dit speelt zich af in de 2e helft van de 70e week van Daniël.

Back to Top

Gezien vanuit de hemel

De gemeente is bij God, word aangesteld tot Zonen Gods en dan lezen we wat er direct daarna gebeurt, als de mannelijke zoon is binnen gebracht. 

Openbaring 12:7-12

Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand 8 maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. 9 De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid. 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn Messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. 11 Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. 12 Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’ 

We lezen dat er vervolgens oorlog in de hemel uitbrak. En dat satan met zijn engelen uit de hemelen worden geworpen. En in vers 11 lezen we wie die oorlog hebben gewonnen, namelijk: Zij, die daar zijn, hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis, de voorwaardes om behouden te blijven, overwonnen. Zij waren niet aan het leven (op aarde) gehecht en hebben de dood aanvaard (oude leven afgelegd, waardoor ze nu kunnen leven in de hemel). Dit is toch minstens het beeld van de gemeente. 

Jesaja 24:14,23

14 Daarginds barst men uit in gejuich, vanaf de zee bejubelt men de majesteit van de HEER. 

Voor ons is het feest en voor de wereld en in het bijzonder het Joodse volk is het Wee!

Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 2 ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. 3 Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. 4 Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’” 5 Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. 6 De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. 7 De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. 8 Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. 9 Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” 10 De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. 11 Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, 12 en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. 13 Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. 14 Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”

De bruiloftsgasten, het Joodse volk, zijn als eerste uitgenodigd om te delen in de heerlijkheid van God. God zelf sloot een verbond met hen. Zij wilden niet. Daarna stuurde God zijn eigen Zoon, maar de Joden mishandelden en doden Hem. Daarna zij God, verzamel dan maar een ratjetoe die wel met Mij dit feest wil vieren. Dat zijn wij, de heidenen.

Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren. Hier spreekt de bijbel over de eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten.

Eerst de gemeente, dan Israël. Niet omdat ik dat wil, maar omdat God dat wil. Het is Zijn woord en niet de mijne.

Back to Top
Dan 10,13
Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield;

Dan 10,21
nochtans zal ik u mededelen wat geschreven staat in het boek der waarheid. – En niet één staat mij vastberaden tegen hen terzijde, behalve uw vorst Michaël.

Dan 12,1
Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden.

Judas 1,9
Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u!

Op 12,7
En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog,

Dan 11:45
And he shall plant 5193 the tabernacles 168 of his palace 643 between the seas 3220 in the glorious6643 holy 6944 mountain 2022; yet he shall come935 to his end 7093, and none shall help 5826 him.

Dan 12:1
And at that time 6256 shall Michael 4317 stand up5975 , the great 1419 prince 8269 which standeth5975 for the children 1121 of thy people 5971: and there shall be 1961 a time 6256 of trouble 6869, such as never was since there was a nation 1471[even] to that same time 6256: and at that time6256 thy people 5971 shall be delivered 4422 , every one that shall be found 4672 written 3789 in the book 5612.

Dan 12:2
And many 7227 of them that sleep 3463 in the dust6083 of the earth 127 shall awake 6974 , some to everlasting 5769 life 2416, and some to shame 2781[and] everlasting 5769 contempt 1860.

Dan 12:3
And they that be wise 7919 shall shine 2094 as the brightness 2096 of the firmament 7549; and they that turn many 7227 to righteousness 6663 as the stars 3556 for ever 5769 and ever 5703.

Dan 12:4
But thou, O Daniel 1840, shut up 5640 the words1697, and seal 2856 the book 5612, [even] to the time 6256 of the end 7093: many 7227 shall run to and fro 7751 , and knowledge 1847 shall be increased 7235 .


Michaël
 is een Hebreewse jongensnaam = `Die als God is`.
De aartsengel Michaël is volgens de christelijke traditie de aanvoerder van de hemelse legers in de strijd tegen de duivel.
De vrouwelijke vorm is Michelle, Michaëla of Michaela. (Baraq Obama zijn vrouw)

Lexicon Results
Strong's G2424 - Iēsous
Ἰησοῦς

Transliteration

Iēsous

Pronunciation

ē-ā-sü's (Key)

Part of Speech

proper masculine noun

Root Word (Etymology)

Of Hebrew origin יְהוֹשׁוּעַ (H3091)

TDNT Reference

Vines

Outline of Biblical Usage

Jesus = "Jehovah is salvation"

1) Jesus, the Son of God, the Saviour of mankind, God incarnate

2) Jesus Barabbas was the captive robber whom the Jews begged Pilate to release instead of Christ

3) Joshua was the famous captain of the Israelites, Moses' successor (Ac. 7:45, Heb. 4:8)

4) Jesus, son of Eliezer, one of the ancestors of Christ (Lu. 3:29)

5) Jesus, surnamed Justus, a Jewish Christian, an associate with Paul in the preaching of the gospel (Col. 4:11)

Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 975
AV — Jesus 972, Jesus (Joshua) 2, Jesus (Justus) 1


Lexicon Resultaten
Strong's G1694 - Emmanouel
Ἐμμανουήλ

Transliteratie

Emmanouel

Uitspraak

em-ma-nu-A'L (Key)

Woordsoort

juiste mannelijke zelfstandig naamwoord

Root Word (Etymologie)

Van Hebreeuwse oorsprong עִמָּנוּאֵל (H6005)

TWNT Referentie

Overzicht van Bijbelse gebruik

Emmanuel = "God met ons"

1) de titel toegepast op de Messias, geboren uit de maagd, Mt 1:23, Is. 7:14, omdat Jezus was God verenigd met de mens, en liet zien dat God woonde met de mens

Authorized Version (KJV) Vertaling Count - Totaal: 1
AV - Emmanuel een


Lexicon Results
Strong's G2316 - theos
θεός

Transliteration

theos

Pronunciation

the-o's (Key)

Part of Speech

masculine noun

Root Word (Etymology)

Of uncertain affinity; a deity, especially (with ὁ (G3588)) the supreme Divinity

TDNT Reference

Vines

Outline of Biblical Usage

1) a god or goddess, a general name of deities or divinities

2) the Godhead, trinity

a) God the Father, the first person in the trinity

b) Christ, the second person of the trinity

c) Holy Spirit, the third person in the trinity

3) spoken of the only and true God

a) refers to the things of God

b) his counsels, interests, things due to him

4) whatever can in any respect be likened unto God, or resemble him in any way

a) God's representative or viceregent

1) of magistrates and judges

Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 1343
AV — God 1320, god 13, godly 3, God-ward + 4214 2, misc 5

Lexicon Results
Strong's G3177 - methermēneuō
μεθερμηνεύω

Transliteration

methermēneuō

Pronunciation

me-ther-mā-nyü'-ō (Key)

Part of Speech

verb

Root Word (Etymology)

TDNT Reference

n/a

Vines

Outline of Biblical Usage

1) to translate into the language of one with whom I wish to communicate, to interpret


Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 7

Lexicon Resultaten
Strong's G4151 - pneuma
πνεῦμα

Transliteratie

pneuma

Uitspraak

pnyü'-MA (Key)

Woordsoort

onzijdig zelfstandig naamwoord

Root Word (Etymologie)

TWNT Referentie

Vines

Overzicht van Bijbelse gebruik

1) de derde persoon van de drie-enige God, de Heilige Geest, alleszins gelijk, even eeuwig met de Vader en de Zoon

a) soms aangeduid op een manier die zijn persoonlijkheid en karakter (de "Heilige" Geest benadrukt)

b) soms aangeduid op een manier die zijn werk en macht (de Geest van "Waarheid", benadrukt)

c) nooit aangeduid als een gedepersonaliseerde kracht

2) de geest, dat wil zeggen de vitale belangrijkste waarmee het lichaam wordt geanimeerd

a) de rationele geest, de kracht waarmee de mens voelt, denkt, beslist

b) de ziel

3) een geest, dat wil zeggen een eenvoudige essentie, ontdaan van alle of ten minste alle grovere materie, en in het bezit van de macht van het weten, verlangen, beslissen en handelen

a) een leven gevende geest

b) een menselijke ziel die het lichaam verlaat

c) een geest hoger dan de mens, maar lager dan God, dat wil zeggen een engel

1) gebruikt van demonen of boze geesten, die werden opgevat als bewonen de lichamen van de mensen

2) de geestelijke natuur van Christus, hoger dan de hoogste engelen en gelijk aan God, de goddelijke natuur van Christus

4) de beschikking over of invloed die vult en regelt de ziel van iemand

a) de efficiënte bron van alle macht, genegenheid, emotie, verlangen, enz.

5) een beweging van lucht (een zachte explosie)

a) van de wind, vandaar de wind zelf

b) adem van de neusgaten of mond


[Bekijk dit woord in Trench's Synoniemen hier .]

Authorized Version (KJV) Vertaling Count - Total: 385
AV - Spirit 111, Heilige Geest 89, Geest (van God) 13, Geest (van de Heer) 5, (My) Spirit 3, Spirit (van de waarheid) 3, Spirit (van Christus) 2, de menselijke (geest) 49, (kwaad) geest 47, spirit (algemeen) 26, geest 8, (Jezus 'eigen)geest 6, (Jezus 'eigen) ghost 2, misc 21

Lexicon Resultaten
Strong's G2424 - Iesous
Ἰησοῦς

Transliteratie

Iesous

Uitspraak

E-à-Su's (Key)

Woordsoort

juiste mannelijke zelfstandig naamwoord

Root Word (Etymologie)

Van Hebreeuwse oorsprong יְהוֹשׁוּעַ (H3091)

TWNT Referentie

Vines

Overzicht van Bijbelse gebruik

Jezus = "Jehovah is redding"

1) Jezus, de Zoon van God, de Verlosser van de mensheid, de vleesgeworden God

2) Jezus Barabbas was de gevangene rover die de Joden smeekte Pilatus om in plaats van Christus los te

3) Joshua was de beroemde kapitein van de Israëlieten, Mozes 'opvolger (Hand. 7:45, Hebr. 4:8)

4) Jezus, zoon van Eliezer, een van de voorouders van Christus (Luk. 3:29)

5) Jezus, bijgenaamd Justus, een Joodse christen, een geassocieerde deelneming met Paul in de prediking van het evangelie (Kol. 4:11)

Authorized Version (KJV) Vertaling Count - Total: 975
AV - Jesus 972, Jezus (Joshua) 2, Jezus (Justus) 1

Strong's G2424 - Iēsous
Ἰησοῦς

Transliteration

Iēsous

Pronunciation

ē-ā-sü's (Key)

Part of Speech

proper masculine noun

Root Word (Etymology)

Of Hebrew origin יְהוֹשׁוּעַ (H3091)

TDNT Reference

Vines

Outline of Biblical Usage

Jesus = "Jehovah is salvation"

1) Jesus, the Son of God, the Saviour of mankind, God incarnate

2) Jesus Barabbas was the captive robber whom the Jews begged Pilate to release instead of Christ

3) Joshua was the famous captain of the Israelites, Moses' successor (Ac. 7:45, Heb. 4:8)

4) Jesus, son of Eliezer, one of the ancestors of Christ (Lu. 3:29)

5) Jesus, surnamed Justus, a Jewish Christian, an associate with Paul in the preaching of the gospel (Col. 4:11)

Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 975
AV — Jesus 972, Jesus (Joshua) 2, Jesus (Justus) 1


1Cr 15:18
Then 686 they also 2532 which are fallen asleep2837 in 1722 Christ 5547 are perished 622 .


1CR 15:18
Dan 686 ook 2532 die ontslapen zijn 2837 in 1722Christus 5547 zijn omgekomen 622 .


1 Thessalonicenzen 4

Over de wederkomst van Christus
13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus,wederbrengen met Hem.
15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;
17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.
18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.


Openbaring 3
19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
21 Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
22 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.


John 6
39 And this is the Father's will which hath sent me, that of all which he hath given me I should lose nothing, but should raise it up again at the last day.
40 And this is the will of him that sent me, that every one which seeth the Son, and believeth on him, may have everlasting life: and I will raise him up at the last day.
44 No man can come to me, except the Father which hath sent me draw him: and I will raise him up at the last day.
54 Whoso eateth my flesh, and drinketh my blood, hath eternal life; and I will raise him up at the last day.

John 11
24 Martha saith unto him, I know that he shall rise again in theresurrection at the last day.


 




Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen