Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
De sleutel

Door op 11 december 2011 – 07:54 

De Bijbel is voor de meeste mensen een gesloten boek.

Jesaja 29:11-12:Zo werd het gezicht van dit alles voor u als de woorden van een verzegeld boek, dat men aan iemand geeft, die lezen kan, terwijl men zegt: Lees dit eens; maar hij antwoordt: Ik kan niet, want het is verzegeld. Of het boek wordt gegeven aan iemand die niet lezen kan, terwijl men zegt: Lees dit eens; maar hij antwoordt: Ik kan niet lezen.”

Zeer weinigen kennen of begrijpen het Woord van God niet. Omdat zij dit niet willen verstaan, en ook geen tijd hebben of willen maken, om te onderzoeken, daarom hebben zij de uitleg daarvan maar aan hun predikant overgelaten. Maar de meeste predikanten zijn behept met kerkpolitiek en hun kerkelijke dogma’s. Zij zijn behept met hun leerstellingen, en overleveringen van zienswijze van mensen, ongeacht of dit het Woord van God is of niet. Zij werken voor loon en zijn daarom huurlingen, en geen gezondenen. Daarom leren zij naar hun kerkelijke dogmatiek, en zoeken verder de gunst van mensen. God heeft over hen een geest van diepe slaap uitgegoten.


Jesaja 29:13:
En de Here zeide: Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is.

De Bijbel vergeestelijkt

De Bijbel wordt hoofdzakelijk vergeestelijkt en de vertalingen worden met regelmaat ingekleurd met godsdienstige dingenen zelfs met onschriftuurlijke zieningen van hun dogmatiek. De prediking is niet van belang. Het geeft mensen geen antwoord omtrent de tijd waarin wij nu leven. Het tragisch gevolg is onkunde, geestelijke doodsheid en een onverzadigbare honger in de meeste kerken. In de traditionele kerken is er geen Godsbeleving meer. De mensen worden jaar in en jaar uit met hetzelfde bezig gehouden, met dode godsdienst zonder dat hun leven enigszins verandert. De prediking centeren zich rondom liefde en nogmaals liefde. Liefde voor éénheid met iedereen, zelfs met Gods vijanden. Het zijn predikingen die ons volk passief gemaakt hebben. Zij bezitten geenszins meer de moed om op te staan voor wat rechtvaardig is. Wanneer mensen wel de waarheid kennen blijven de meesten toch stil, en blijven in hun kerken ter wille van de gunst der mensen. De invloed van de kerk is afgevlakt naar liefdadigheidswerken onder de heidenvolken, zij houden bazaars om de dure kerken en de dode predikanten te bekostigen. De kerken kunnen niet meer de machten van de hel bevechten. Zij hebben hun kracht verloren! Het is een club geworden waarbij de mensen aansluiten en hun ledengeld moeten betalen.
Het volk aan het Noordzee strand leeft in geestelijke duisternis en gaat te gronde wegens gebrek aan kennis.

Hosea 4:6: Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u…”

Jesaja 1:3:“Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar (Nederlands)-Israel heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht.

Satan gebruik deze onkunde om ons volk onder het juk en slavernij van de heidenen die in ons land verblijven te plaatsen. De profeet Jeremia beschrijft op een zeer accurate wijze de toestand van ons volk:“Knechten heersen over ons, niemand rukt ons uit hun hand” (Klaagliederen 5:8).

Satan haat de waarheid, want hij weet als mensen de waarheid ontdekken, zij vrije mensen zullen worden:

Johannes 8:32:En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Daarom zal satan en zijn aanhangers geen steen onaangeroerd laten liggen om de waarheid te bevechten, te verdraaien en weg te houden van Gods volk. Satan is de vader van de leugen.

 

Johannes 8:44:“Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.”

Hij gebruikt verdraaiingen van Gods beginselen en evangelie om een houvast over de mensen te krijgen. God werkt door iemands leven door middel van de waarheid. Satan werkt in iemands leven door middel van de leugen. Hij is de god van deze wereld die de menselijke zinnen (denken) verblinden (misleiding) zodat zij de waarheid niet kunnen zien, horen en verstaan.

 

2 Korinthiërs 4:4:“Ongelovigen, wier overleggingen de god eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

Indien mensen de waarheid kunnen zien, horen en verstaan dan zullen zij zich bekeren en God zal hen genezen.

 

Mattheüs 13:13-15:Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.

Wanneer de Heilige Geest de Waarheid voor iemand openbaard, brengt dit onherroepelijke vrijheid in die persoon terug:

2 Korinthiërs 3:17:“De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid”

De Here Jezus heeft gezegd: Mattheüs 13:16:“Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien en uw oren, omdat zij horen”

Niemand kan werkelijk gelukkig zijn als de duivel een houvast heeft over iemands leven. Echte vrijheid komt naar het luisteren naar de Waarheid. De Waarheid komt van God, want Jezus Woorden is de Waarheid

Johannes 17:17:“Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid.”

Er is geestelijk leven in de Bijbel. Maar het ligt dieper dan alleen de letter van de Bijbel. Er is diepte in het Woord van God welke alleen door de Heilige Geest onthuld kan worden. Er is kennis van het Woord welke niet door middel van onze zintuigen of verstand geleerd kan worden. Het kan allen door de Heilige Geest aan ons geopenbaard worden:

1 Korinthiërs 2:10:Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods

Ons verstand moet geopend worden zodat wij de Schriften kunnen verstaan:

Lucas 24:45:Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.

 

Wanneer de Heilige Geest die openbaring in onze levens geeft, wordt de Bijbel een totaal nieuw Boek, het leven en uitzicht zal veranderen. Wanneer het verstand verblind en in duisternis gedompeld is, door continue verdraaide vertolkingen van de Schrift, dit zal gaan wijken wanneer het licht van de Waarheid is binnen gekomen. Dit is dan het begin van onze rechtmatig erfdeel in de Gezalfde Verlosser om die in bezit te nemen.

 

Kolonel G.J. van Loon  Evangelist voor het Verloren Huis van Israël

Deuteronomium 18

Belofte van een groot Profeet

15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen;
15 Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HERE, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren.
16 Naar alles, wat gij van den HEERE, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geëist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des HEEREN, mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve.
16 Juist zoals gij van de HERE, uw God, gevraagd hebt op Horeb, op de dag der samenkomst, toen gij zeidet: Ik wil niet langer de stem van de HERE, mijn God, horen en dit grote vuur niet langer zien, opdat ik niet sterve.
17 Toen zeide de HEERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben.
17 Toen zeide de HERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben;
18 Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal.
18 een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied.
19 En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.
19 De man, die niet luistert naar de woorden welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen.
20 Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.
20 Maar een profeet, die overmoedig genoeg is om in mijn naam een woord te spreken, dat Ik hem niet gebood te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt – die profeet zal sterven.
21 Zo gij dan in uw hart zoudt mogen zeggen: Hoe zullen wij het woord kennen, dat de HEERE niet gesproken heeft?
21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de HERE niet gesproken heeft?
22 Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de HEERE niet gesproken heeft; door trotsheid heeft die profeet dat gesproken; gij zult voor hem niet vrezen.
22 als een profeet spreekt in de naam des HEREN en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de HERE niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen.

IJverig zoeken naar G-ds woord en dan zal je hem vinden en begrijpen. Dan opent hij je ogen naar G-ds woord en krijg je veel inzicht waarvan de meeste mensen dromen maar niet vinden omdat men niet ijverig genoeg zoekt.


Handelingen 26

17 Verlossende u van dit volk, en van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende;
18 Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.

Openbaring 3

20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.


1 Johannes 3

24 
En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.


2 Korinthe 3

De uitnemendheid van het Nieuwe Testament boven het Oude
1
 Beginnen wij onszelven wederom u aan te prijzen? Of behoeven wij ook, gelijk sommigen, brieven van voorschrijving aan u, of brieven van voorschrijving van u?

2 Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen;

3 Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten.

4 En zodanig een vertrouwen hebben wij door Christus bij God.

5 Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God;

6 Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments (Hernieuwde verbond van Mozes), niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

7 En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts, die te niet gedaan zou worden.

8 Hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?

9 Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening der rechtvaardigheid overvloedig in heerlijkheid.

10 Want ook het verheerlijkte is zelfs niet verheerlijkt in dezen dele, ten aanzien van deze uitnemende heerlijkheid.

11 Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is, hetgeen blijft, in heerlijkheid.

12 Dewijl wij dan zodanige hoop hebben, zo gebruiken wij vele vrijmoedigheid in het spreken;

13 En doen niet gelijkerwijs Mozes, die een deksel op zijn aangezicht leide, opdat de kinderen Israëls niet zouden sterk zien op het einde van hetgeen te niet gedaan wordt.

14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.

15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart.

16 Doch zo wanneer het tot den Heere (YHWH) zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.

17 De Heere (YHWH) nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.

18 En wij allen, met ongedekten aangezichte (Sluier van Mozes) de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.



Deuteromium 10
1
 Ter zelver tijd zeide de HEERE tot mij: Houw u twee stenen tafelen, als de eerste, en klim tot Mij op dezen berg; daarna zult gij u een kist van hout maken.

2 En Ik zal op die tafelen schrijven de woorden, die geweest zijn op de eerste tafelen, die gij gebroken hebt; en gij zult ze leggen in die kist.

3 Alzo maakte ik een kist van sittimhout, en hieuw twee stenen tafelen als de eerste; en ik klom op den berg, en de twee tafelen waren in mijn hand.

4 Toen schreef Hij op de tafelen, naar het eerste schrift, de tien woorden, die de HEERE, ten dage der verzameling, op den berg, uit het midden des vuurs, tot ulieden gesproken had; en de HEERE gaf ze mij.

5 En ik keerde mij, en ging af van den berg, en leide de tafelen in de kist, die ik gemaakt had; en aldaar zijn zij, gelijk als de HEERE mij geboden heeft.

6 (En de kinderen Israëls reisden van Beeroth-bene-jaakan en Mosera. Aldaar stierf Aäron, en werd aldaar begraven; en zijn zoon Eleazar bediende het priesterambt in zijn plaats.

7 Van daar reisden zij naar Gudgod, en van Gudgod naar Jotbath, een land van waterbeken.)

8 Ter zelver tijd scheidde de HEERE den stam Levi uit, om de ark des verbonds des HEEREN te dragen, om voor het aangezicht des HEEREN te staan, om Hem te dienen, en om in Zijn Naam te zegenen, tot op dezen dag.

9 Daarom heeft Levi geen deel noch erve met zijn broederen; de HEERE is zijn Erfdeel, gelijk als de HEERE, uw God, tot hem gesproken heeft.

10 En ik stond op den berg, als de vorige dagen, veertig dagen en veertig nachten; en de HEERE verhoorde mij ook op datzelve maal; de HEERE heeft u niet willen verderven.

11 Maar de HEERE zeide tot mij: Sta op, ga op de reize, voor het aangezicht des volks, dat zij inkomen, en erven het land, dat Ik hun vaderen gezworen heb, hun te geven.

12 Nu dan, Israël! wat eist de HEERE, uw God van u dan den HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den HEERE, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;

13 Om te houden de geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede, u ten goede.

14 Ziet, des HEEREN (YHWH), uws Gods, is de hemel, en de hemel der hemelen, de aarde, en al wat daarin is.

15 Alleenlijk heeft de HEERE lust gehad aan uw vaderen, om die lief te hebben, en heeft hun zaad na hen, ulieden, uit al de volken verkoren, gelijk het te dezen dage is.

16 Besnijdt dan de voorhuid uws harten, en verhardt uw nek niet meer.

17 Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht (Cherubin) aanneemt, noch geschenk (a bribe) ontvangt;

18 Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve.

19 Daarom zult gijlieden den vreemdeling liefhebben, want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

20 Den HEERE, uw God, zult gij vrezen; Hem zult gij dienen, en Hem zult gij aanhangen, en bij Zijn Naam zweren.

21 Hij is uw Lof, en Hij is uw God. Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen, die uw ogen gezien hebben.

22 Uw vaderen togen af naar Egypte met zeventig zielen; en nu heeft u de HEERE, uw God, gesteld als de sterren des hemels in menigte.


Reverse Interlinear
English (KJV)   [?] Strong's Root Form (Hebrew) Parsing
 

For the LORD

h3068   

יְהֹוָה Yĕhovah

 

your God

h430   

אֱלֹהִים 'elohiym

 

is God

h430   

אֱלֹהִים 'elohiym

 

of gods,

h430   

אֱלֹהִים 'elohiym

 

and Lord

h113   

אָדוֹן 'adown

 

of lords,

h113   

אָדוֹן 'adown

 

a great

h1419   

גָּדוֹל gadowl

 

God,

 

h410   

אֵל 'el

 

a mighty,

h1368   

גִּבּוֹר gibbowr

 

and a terrible,

h3372   

יָרֵא yare'

which regardeth

h5375   

נָשָׂא nasa'

not persons,

h6440   

פָּנִים paniym

 

nor taketh

h3947   

לָקַח laqach

reward:

 

h7810   

שֹׁחַד shachad


Lexicon :: Strong's H430 - 'elohiym

אֱלֹהִים

Transliteration
'elohiym
Pronunciation
el·ō·hēm' (Key) 
Part of Speech
masculine noun
Root Word (Etymology)
Dictionary Aids

TWOT Reference: 93c

KJV Translation Count — Total: 2,606x
The KJV translates Strongs H430 in the following manner: God (2,346x), god (244x), judge (5x),GOD (1x), goddess (2x), great (2x), mighty (2x), angels (1x), exceeding (1x), God-ward (with H4136) (1x), godly (1x).
Outline of Biblical Usage
  1. (plural)

    1. rulers, judges

    2. divine ones

    3. angels

    4. gods

  2. (plural intensive - singular meaning)

    1. god, goddess

    2. godlike one

    3. works or special possessions of God

    4. the (true) God

    5. God

Strong’s Definitions [?](Strong’s Definitions Legend)
אֱלֹהִים ʼĕlôhîym, el-o-heem'; plural of H433; gods in the ordinary sense; but specifically used (in the plural thus, especially with the article) of the supreme God; occasionally applied by way of deference to magistrates; and sometimes as a superlative:—angels, × exceeding, God (gods) (-dess, -ly), ×(very) great, judges, × mighty.

Lexicon :: Strong's H113 - 'adown

אָדוֹן

Transliteration
'adown
Pronunciation
ä·dōn' (Key) 
Part of Speech
masculine noun
Root Word (Etymology)
From an unused root (meaning to rule)
Dictionary Aids

TWOT Reference: 27b

KJV Translation Count — Total: 335x
The KJV translates Strongs H113 in the following manner: lord (197x), master(s) (105x),Lord (31x), owner (1x), sir (1x).
Outline of Biblical Usage
  1. firm, strong, lord, master

    1. lord, master

      1. reference to men

        1. superintendent of household,of affairs

        2. master

        3. king

      2. reference to God

        1. the Lord God

        2. Lord of the whole earth

    2. lords, kings

      1. reference to men

        1. proprietor of hill of Samaria

        2. master

        3. husband

        4. prophet

        5. governor

        6. prince

        7. king

      2. reference to God

        1. Lord of lords (probably = "thy husband, Yahweh")

    3. my lord, my master

      1. reference to men

        1. master

        2. husband

        3. prophet

        4. prince

        5. king

        6. father

        7. Moses

        8. priest

        9. theophanic angel

        10. captain

        11. general recognition of superiority

      2. reference to God

        1. my Lord,my Lord and my God

        2. Adonai (parallel with Yahweh)

Strong’s Definitions [?](Strong’s Definitions Legend)
אָדוֹן ʼâdôwn, aw-done'; or (shortened) אָדֹן ʼâdôn; from an unused root (meaning to rule); sovereign, i.e. controller (human or divine):—lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'.

 

Exodus 21

33 En wanneer iemand een kuil opent, of wanneer iemand een kuil graaft, en hij dekt hem niet toe, en een os of ezel valt daarin;

34 De heer des kuils zal het vergelden; hij zal aan deszelfs heer het geld wederkeren; doch dat dode zal zijns wezen.

Openbaring 9

1 En de vijfde engel heeft gebazuind, en ik zag een ster, gevallen uit den hemel op de aarde, en haar werd gegeven de sleutel van den put des afgronds.

2 En zij heeft den put des afgronds geopend; en er is rook opgegaan uit den put, als rook eens groten ovens; en de zon en de lucht is verduisterd geworden van den rook des puts.

3 En uit den rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben.

4 En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.

5 En hun werd macht gegeven, niet dat zij hen zouden doden, maar dat zij zouden van hen gepijnigd worden vijf maanden; en hun pijniging was als de pijniging van een schorpioen, wanneer hij een mens gestoken heeft.

6 En in die dagen zullen de mensen den dood zoeken, en zullen dien niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.

7 En de gedaanten der sprinkhanen waren den paarden gelijk, die tot den oorlog bereid zijn; en op hun hoofden waren als kronen, het goud gelijk, en hun aangezichten als aangezichten van mensen.

8 En zij hadden haar als haar der vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.

9 En zij hadden borstwapenen als ijzeren borstwapenen; en het gedruis hunner vleugelen was als een gedruis der wagens, wanneer vele paarden naar den strijd lopen.

10 En zij hadden staarten den schorpioenen gelijk, en er waren angels in hun staarten; en hun macht was de mensen te beschadigen vijf maanden.

11 En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij den naam Apollyon.

12 Het ene wee is weggegaan, ziet, er komen nog twee weeën na dezen.

13 En de zesde engel heeft gebazuind, en ik hoorde een stem uit de vier hoornen des gouden altaars, dat voor God was,

14 Zeggende tot den zesden engel, die de bazuin had: Ontbind de vier engelen, die gebonden zijn bij de grote rivier, den Eufraat.

15 En de vier engelen zijn ontbonden geworden, welke bereid waren tegen de ure, en dag, en maand, en jaar, opdat zij het derde deel der mensen zouden doden.

16 En het getal van de heirlegers der ruiterij was tweemaal tien duizenden der tien duizenden; en ik hoorde hun getal.

17 En ik zag alzo de paarden in dit gezicht, en die daarop zaten, hebbende vurige, en hemelsblauwe, en sulfervervige borstwapenen; en de hoofden der paarden waren als hoofden van leeuwen, en uit hun monden ging vuur, en rook, en sulfer,

18 Door deze drie werd het derde deel der mensen gedood, namelijk door het vuur, en door den rook, en door het sulfer, dat uit hun monden uitging.

19 Want hun macht is in hun mond, en in hun staarten; want hun staarten zijn aan de slangen gelijk, en hebben hoofden, en beschadigen met dezelve.

20 En de overige mensen, die niet gedood zijn door deze plagen, hebben zich niet bekeerd van de werken hunner handen, dat zij niet zouden aanbidden de duivelen; en de gouden, en zilveren, en koperen, en stenen, en houten afgoden, die noch zien kunnen, noch horen, noch wandelen;

21 En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.




Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen