Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Verzoendag - Yom Kippoer

 

Dit feest begint op (09 in de avond) 10 september 2016 in de avond tijdens zonsondergang begint de sabbat 

Yeshua verschijnt in de wolken bij zijn eerste terugkomst. Het jaar van Jubilee dat begint op 23 september 2015.

Lees de bijbelteksten op deze site.

Openbaring 1

3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.

The Mo'edim: Yom Kippur
Yom Teruah
Days of Elijah (
Worship Video w/ Lyrics) HD
The Genesis Timeline (30) 9.23.15 - Atonement! (1)
The Mantle of Elijah

(Waarschuwing: ik ben nog niet zeker van alle dagen, het is nieuw voor mij. M.a.w. er kunnen fouten in staan) 

  • = Sabbat Heilige samenkomst en geen dienstwerk (Sabbat begint de avond ervoor bij zonsondergang)
  • = Feest dagen tellen
  • ^ = 50 dagen tellen naar pinksteren
  • # = Extra feestdagen door mensen ingevoerd en gevierd door Yeshua
  • # = is voor mensen buiten Israel (Extra feestdagen door mensen ingevoerd en gevierd door Yeshua)
  • = Je mag alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft


Leviticus 16
2 
De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aäron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.

Openbaring 1

7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

 

Verzoendag/Yom Kipoer(10)

(Leviticus 23)

26 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN (YHWH) uws Gods.
29 Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
30 Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
31 Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
32 Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten. 

(Leviticus 25)
Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.

(Leviticus 16)

De grote verzoendag

En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aäron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;
   2 
De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aäron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel.
   3 Hiermede zal Aäron in het heilige gaan: met een vareen jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
   4 Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met den linnen hoed bedekkendit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
   5 En van de vergadering der kinderen Israëls zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
   6 Daarna zal Aäron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen.
   7 Hij zal ook beide de bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
   8 En Aäron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok.
   9 Dan zal Aäron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.
  10 Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.
  11 Aäron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.
  12 Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.
  13 En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.
  14 En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen. (Yeshua de Messias zijn blood zit aan de andere kant)
  15 Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.
  16 Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israëls, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden.
  17 En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël.
  18 Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars.
  19 En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israëls.
  20 Als hij nu zal geëindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen.
  21 En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zalhem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.
  22 Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten.
  23 Daarna zal Aäron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.
  24 En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen.
  25 Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken.
  26 En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
  27 Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden.
  28 Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen.
  29 En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
  30 Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.
  31 Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting.
  32 En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben.
  33 Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen.
  34 En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israëls van al hun zonden, eenmaal des jaarsverzoening te doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

(Exodus 30)

    10 En Aäron zal ééns in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE (YHWH)!
Het hefoffer
11 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
12 Als gij de som van de kinderen Israëls opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
13 Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar den sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
14 Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
15 De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN (YHWH) geeft om voor uw zielen verzoening te doen.
16 Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israëls nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israëls ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN (YHWH), om voor uw  zielen verzoening te doen.

Openbaring 2
10
Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

Rev 2:10
Fear none of those things which thou shalt suffer: behold, the devil shall cast some of you into prison, that ye may be tried; and ye shall have tribulation ten days: be thou faithful unto death, and I will give thee a crown of life.

De twee zilveren trompetten
 
 (Numeri 10)
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
Maar als zij met de éne zullen blazendan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israël.
Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Maar als gij ten tweeden male met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken geklank zullen zij blazen tot hun optochten.
Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
En de zonen van Aäron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
10 Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
 

 
Lev 23:27
Also 389 on the tenth 6218 [day] of this seventh7637 month 2320 [there shall be] a day 3117 of atonement 3725: it shall be an holy 6944convocation 4744 unto you; and ye shall afflict 6031your souls 5315, and offer 7126 an offering made by fire 801 unto the LORD 3068.
Lev 23:28
And ye shall do 6213 no work 4399 in that same 6106day 3117: for it [is] a day 3117 of atonement 3725, to make an atonement 3722 for you before 6440 the LORD 3068 your God 430.
Lev 23:29
For whatsoever soul 5315 [it be] that shall not be afflicted 6031 in that same 6106 day 3117, he shall be cut off 3772 from among his people 5971.
Lev 23:30
And whatsoever soul 5315 [it be] that doeth 6213any work 4399 in that same 6106 day 3117, the same soul 5315 will I destroy 6 from among 7130 his people 5971.
Lev 23:31
Ye shall do 6213 no manner of work 4399: [it shall be] a statute 2708 for ever 5769 throughout your generations 1755 in all your dwellings 4186.
Lev 23:32
It [shall be] unto you a sabbath 7676 of rest 7677, and ye shall afflict 6031 your souls 5315: in the ninth 8672 [day] of the month 2320 at even 6153, from even 6153 unto even 6153, shall ye celebrate7673 your sabbath 7676.

 

Grote verzoendag (Jom Kipoer)

De Grote Verzoendag, of 
Yom Kippur, is de belangrijkste sabbath van het jaar. Tussen Rosh Hashana en Grote Verzoendag liggen tien dagen van inkeer, om je zonden te belijden en het goed te maken met je medemens (Micha 7:19). Daarom is er aan het eind van de Nieuwjaarsdag een ritueel bad, zodat God de zonden kan afwassen en wegdoen in de diepten der zee. De Grote Verzoendag is de dag van nationale reiniging. Zoals bij Rosh Hashana de terugkeer of omkeer (tesjoeva) centraal staat, zo staat bij Yom Kippur het begrip verzoening (kappara) centraal.

Op Grote Verzoendag kwam de Hogepriester het Heilige der Heilige binnen in een wolk van ontstoken wierook, als teken van gebed dat tot God werd opgezonden (Psalm 141:2). Hierbij werd de Naam des Heren aangeroepen, YHWH. Slechts eenmaal per jaar gebeurde dit. 
Voordat de Hogepriester het Heiligdom binnen ging moest hij zich eerst wassen, en na afloop eveneens (Leviticus 16:4,24). Aäron moest zijn hogepriesterlijk gewaad afleggen en een linnen lijfrok aandoen, als heilige klederen. Na afloop deed hij zijn klederen van schoonheid en glorie weer aan. De Hogepriester waste zich op deze dag in totaal vijf maal geheel en tien maal alleen zijn handen en voeten. Op deze dag noemt de Hogepriester de Naam des Heren tien maal. Wanneer de mensen de Naam hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht uit respect voor God.

Er worden tegenwoordig twee Torah-gedeelten (parasjot) gelezen op deze dag, namelijk. Leviticus 16-18 en 19-20. Hierbij wordt de verzoening uit hoofdstuk 16 verbonden met conflictoplossing tussen mensen uit hoofdstuk 19. Het herstellen van de relatie tussen God en mens heeft consequenties voor de relatie tussen mensen onderling. Ook wordt dan als feestrol het boek Jona gelezen. Bij de afsluiting van de liturgie wordt er gebeden of men ingeschreven mag worden in het Boek des Levens (Daniël 12:1).

De Grote verzoendag is een dag van vasten (niet eten) en rust. Op deze dag gaat de hogepriester als opvolger van Aäron het gedeelte van de tempel in waar de ark van het verbond staat, het allerheiligste. Hij sprenkelt bloed op en voor de verzoeningsplaat die op de ark ligt.
Dit is het teken van de verzoening tussen God en zijn volk. De zonden van het volk worden bedekt (kipoer = bedekken) en staan zo niet meer tussen God en zijn volk in. 

Lev. 16:12-15 en 23:27-32

In Leviticus 16 worden voorschriften gegeven voor jom kipoer (), de Grote Verzoendag; de enige dag in het jaar dat een mens - alleen de hogepriester! - het heilige der heiligen mag binnengaan om verzoenend bloed op de kappórèt, het ‘verzoen­deksel’, te sprenkelen.

Na de verwoesting van de tempel in 70 n.Chr. kon het voorgeschreven ritueel niet meer plaatsvinden. Maar deze dag wordt nog steeds gehouden als een heel bijzondere dag van vasten en verootmoediging, van inkeer en ommekeer, van berouw en verzoening.

Jom kipoer valt op de tiende dag na rosj hasjana, de nieuwjaarsdag. De tien dagen voor jom kipoer zijn de zgn. ‘geduchte dagen’, dagen van inkeer, waarop je je ook bezint op evt. schuld tegenover mensen. Voor verzoening is berouw en bekering nodig; voor verzoening van overtredingen van de mens tegenover zijn naaste is onderlinge verzoening nodig.

Op jom kipoer wordt streng gevast (behalve door kleine kinderen en zieken). Men wast en zalft zich niet. Op deze dag draagt men witte kleren; er worden geen juwelen en geen leren schoenen gedragen. De mannen dragen bij de diensten een gebedsmantel en vaak een doodskleed. De synagoge blijft nacht en dag open, en er zijn er die daar het volle etmaal doorbrengen.

Jom kipoer begint (als alle dagen voor de joden) ’s avonds, met een dienst waarin het bekende kol nidré gezongen wordt.

De volgende dag wordt gelezen: Lev. 16, Num. 29:7-11, Jes. 57 en 58; Lev. 18 en Jona. En keer op keer wordt gebeden om vergeving; bij de gebeden slaat men zich berouwvol op de borst. Twee keer knielt men - iets wat verder alleen nog maar één keer, op nieuwjaarsdag, gedaan wordt in de synagoge.

Nog iets wat daar zelden gebeurt: op jom kipoer wordt ook een preek gehouden.

Aan het einde van de dag klinkt nog een indringend slotgebed, met aan het einde zeven keer de uitroep van het volk bij Elia op de Karmel: ‘de Here (YHWH), Hij is God!’. Dan klinkt nog de sjofar. Direct die avond nog wordt begonnen met de voorbereidingen voor het Loofhuttenfeest.

Kaars voor Jom Kipoer
Voordat jom kipoer begint steekt men een kaars aan die langer dan 25 uur brandt. Het licht gaat deze dag niet uit; het herinnert er voortdurend aan dat het jom kipoer is.

Aan het einde van de dag wordt er havdala gemaakt, d.w.z.: er wordt afscheid genomen van de dag en scheiding gemaakt tussen de geheiligde tijd en de volgende dag. Op jom kipoer wordt daarbij de speciale kaars, die de hele dag gebrand heeft, gebruikt en gedoofd.

In sommige landen en kringen is het gewoonte om op jom kipoer lichtjes te laten branden ter nagedachtenis aan en verering van (voor-) ouders. Overigens gebeurt dat niet alleen op jom kipoer: ook in de rest van het jaar kun je op begraafplaatsen kaarsen aantreffen, meestal in een blikje.
 

Leviticus 17

De offerplaats
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2 Spreek tot Aäron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Dit is het woord, hetwelk de HEERE geboden heeft, zeggende:
Een ieder van het huis Israëls, die een os, of lam, of geit in het leger slachten zal, of die ze slachten zal buiten het leger;
En dezelve aan de deur van de tent der samenkomst niet brengen zal, om een offerande den HEERE voor den tabernakel des HEEREN te offeren; het bloed zal dienzelven man toegerekend worden, hij heeft bloed vergoten; daarom zal dezelve man uit het midden zijns volks uitgeroeid worden;
Opdat, wanneer de kinderen Israëls hun slachtofferen brengen, welke zij op het veld slachten, dat zij die den HEERE toebrengen, aan de deur van de tent der samenkomst tot den priester, en dezelve tot dankofferen den HEERE slachten.
En de priester zal het bloed op het altaar des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst, sprengen; en hij zal het vet aansteken, tot een liefelijken reuk den HEERE.
En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten.
Zeg dan tot hen: Een ieder van het huis Israëls, en van de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die een brandoffer of slachtoffer zal offeren,
En dat tot de deur van de tent der samenkomst niet zal brengen, om hetzelve den HEERE te bereiden; diezelve man zal uit zijn volken uitgeroeid worden.
Verbod om bloed te eten
10 En een ieder uit het huis Israëls, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks uitroeien.
11 Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen.
12 Daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Geen ziel van u zal bloed eten; noch de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert, zal bloed eten.
13 Een ieder ook van de kinderen Israëls en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal deszelfs bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken.
14 Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel; daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Gij zult geens vleses bloed eten; want de ziel van alle vlees, dat is zijn bloed; zo wie dat eet, zal uitgeroeid worden.
15 En alle ziel onder de inboorlingen of onder de vreemdelingen, die een dood aas of het verscheurde zal gegeten hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal hij rein zijn.
16 Maar indien hij die niet wast, en zijn vlees niet baadt, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.

Leviticus 15

Wetten voor onreinheid
Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
Spreekt tot de kinderen Israëls, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.
Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.

‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer bij een man onrein vocht uit zijn lid vloeit, 
3 is hij onrein. Of er nu afscheiding uit zijn lid druipt of zijn lid door afscheiding verstopt raakt, hij is in beide gevallen onrein.(NBV)

Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
10 En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
11 Daartoe een ieder, wien hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
12 Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.
13 Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.
14 En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.
15 En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer, en een ten brandoffer; zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN, vanwege zijn vloed, verzoening doen.
16 Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens (een zaadlozing heeft gehad; NBV) zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
17 Ook alle kleed, en alle vel, aan hetwelk het zaad des bijliggens wezen zal, dat zal met water gewassen worden, en onrein zijn tot aan den avond.
18 Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben (Wanneer een man en een vrouw gemeenschap hebben gehad en er bij de man een zaadlozing heeft plaatsgevonden; NBV); daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
19 Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.
20 En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; mitsgaders (ook, bovendien) alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
20 Alles waarop ze tijdens haar menstruatie ligt of zit, wordt onrein.
21 En al wie haar leger (bed) aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
22 Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
23 Zelfs indien het op het leger geweest zal zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanroerde, hij zal onrein zijn tot aan den avond.
24 Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.
24 Wanneer een man gemeenschap met haar heeft, zodat hij met haar bloed in aanraking komt, blijft hij zeven dagen onrein. Alles waarop hij ligt, wordt ook onrein. (NBV)
25 Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al de dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.
26 Alle leger, waarop zij al de dagen haars vloeds gelegen zal hebben, zal haar zijn als het leger harer afzondering; en alle tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinigheid harer afzondering.
27 En zo wie die dingen aanroert, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
28 Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.
29 En op den achtsten dag zal zij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot den priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
30 Dan zal de priester een ten zondoffer en een ten brandoffer bereiden; en de priester zal voor haar, van den vloed harer onreinigheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN (YHWH).
31 Alzo zult gij de kinderen Israëls afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.
32 Dit is de wet desgenen, die den vloed heeft, en van wien het zaad der bijligging uitgaat; zodat hij daardoor onrein wordt;
33 Mitsgaders van een zwakke vrouw in haar afzondering, en van dengene, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben.

32-33 Tot zover de voorschriften omtrent mensen die vloeien uit hun geslachtsorganen: mannen die onrein zijn geworden door een zaadlozing, vrouwen die menstrueren, mannen die onrein vocht verliezen, vrouwen die aan bloedingen lijden, en mannen die gemeenschap hebben gehad met een vrouw die onrein was.
33 [32–33] (NBV)



Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen