Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Kalender

"maand", Chodesh, betekent "nieuwe [maan]"

Nieuwe maan Hebreewse maand Kanaänitische Naam Moderne versie Landbouw seizoen Klimaat Festivals
1 Nisan 
(
YHWH Nieuwjaar)
Abib Maart/April
Jubilees 6:23
Gersteoogst
Laatste regens

1 - Bijbels Nieuwjaar Rosh HaShanna
14 -
Pascha
15 tot 21 -
Feest Ongezuurde Broden
na de sabbat tussen 15 tot 21 d - Eerstelingenfeest
+ 49d - Shavuot (Wekenfeest)
2 Iyyar Ziv April/Mei Algemene Oogst
3 Sivan Mei/Juni Tarweoogst wijnstok Dressing


 
Droge Seizoen

X (+7 Sabbaten) - Shavuot (Pinksteren)
4 T(h)ammuz (afgod)
Juni/Juli Vroege Druivenoogst
5 Ab/Av/Aaw Juli/Augustus Oogst: druiven, vijgen, olijven 9 - Vernietiging van de 2e Tempel (-587)
6 Elul Augustus/September Zomerfruit
7 Tishri (Juda's Nieuwjaar) Ethanim September/Oktober Ploegen, Olijf Oogst 1 - Feest der Bazuinen
10 -
Verzoendag
15 tot 21- 
Loofhuttenfeest
8 Mar Cheshvan Bul Oktober/November Olijf Oogst, Graan planten Vroege regen 
9 Chislev/Kislev November/December Graan planten 25 - Toewijding van Tempel (-148)
10 Tebet(h)   December/Januari Laat planten, Lente groei

Regen Seizoen
 
11 Shebat (Heidens Nieuwjaar)   Januari/Februari Laat planten, Winter Vijgen
12 Adar   Februari/Maart Vlas trekken, Amandelbloesem
13 Adar Sheni (2e Adar)   Tussenvoegen (extra) Maand Barley Aviv= Gerst rijp voor de eerste oogst

 

Feesten van YHWH
1. Sabbat Van Vrijdagavond- tot zaterdagavond zonsondergang en samenkomst
2. Nieuwe maansabbat Bij elke Nieuwe maan (wanneer je de maan niet ziet)
3. Rosh Ha Sjana (Nieuwjaar) 1e dag Nisan, bij nieuwe maan in maart (Pascha)
4. Pascha 14e dag Nisan, tussen twee avonden (Heilige avondmaal)
5. Feest ongezuurde broden 15e tot en met 22e dag Nisan,(1e Sabbat en 8e dag Sabbat en feesten) 
(7 dagen produkten zonder gist in huis)
6. Eerstelingenfeest

1e dag NA de Sabbat tussen 15e en 22e dag Nisan
(Je mag geen brood, geroost koren, groene aren op diezelve dag eten)

7. Wekenfeest (Shavuaot) 7 volle weken na het eerstelingenfeest (50e dag = Pinksteren)
8. Feest der Bazuinen 1e dag 7e mnd (Sabbat en gedenkdag des geklanks)
9. Yom Kippoer (Verzoendag)

10e dag, 7e mnd  (het goed maken met YHWH)
(Sabbat, je zonden belijden en rein wassen voor YHWH)

10. Loofhuttenfeest 15e dag, 7e mnd, 7 dagen (1e Sabbat en 8e dag Sabbat en feesten)
11. Chanoeka  (Inwijdingsfeest) 25e kislev (28 nov 2013 bij zonsondergang) Olie Heilige Geest Lichtfeest
12. Poerim (Lotenfeest)

14e dag Adar,  1e dag (soort) vasten (herdenken Ester 3 vasten dagen)
15e dag Adar,  2e dag feest vieren (binnenland, Israël)
(een soort carnaval, dronken worden in de Heilige geest)

 

Als de (berekende, astronomische-) Nieuwe Maan ná zonsondergang valt, dan wordt de Nieuwe Maan pas overdag de dag erna gevierd.
Als de (berekende, astronomische-) Nieuwe Maan vóór zonsondergang valt -al is het maar een paar minuten- dan geldt van die lopende dag overdag als Nieuwe Maansdag.

Time of Conjunction (New Moon) Jerusalem Time: (Day 1 begins at sundown)


 
(Waarschuwing: ik ben nog niet zeker van alle dagen, het is nieuw voor mij. M.a.w. er kunnen fouten in staan)
  • = Sabbat Heilige samenkomst en geen dienstwerk (Sabbat begint de avond ervoor bij zonsondergang)
  • = Feest dagen tellen
  • ^ = 50 dagen tellen naar pinksteren
  • # = Extra feestdagen door mensen ingevoerd en gevierd door Yeshua
  • # = is voor mensen buiten Israel (Extra feestdagen door mensen ingevoerd en gevierd door Yeshua)
  • = Je mag alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft
 

Time: Time: Our Creator's Calendar - The Foundation - Part 1 - The Foundation
Time: Our Creator's Calendar - 
The Foundation - Part 2
The Truth 
About God's Annual Holy Days (Part 1)
The Truth 
About God's Annual Holy Days (Part 2)
The Truth 
About God's Annual Holy Days (Part 3)
Biblical Calendar 
The Biblical Calendar "
Sabbaths and New Moons"


Maand 7 1 Zondag 2 Maandag 3 Dinsdag 4 Woensdag 5 Donderdag 6 Vrijdag Sabbat/שַׁבָּת
Tishri 13 september 14 september 15 september 16 september 17 september 18 september 19 september
Nieuwe maan 13 september 2015
08:42:30
High Sabbath 2 3 4  5 6 7
 
  20 september 21 september 22 september 23 september 24 september 25 september 26 september
  8 9
High Sabbath 11 12 13 14
 
  27 september 28 september 29 september 30 september 1 oktober 2 oktober 3 oktober
  High Sabbath 16 17 18 19 20 21
 
  4 oktober 5 oktober 6 oktober 7 oktober 8 oktober 9 oktober 10 oktober
  High Sabbath 23 24 25 26 27 28
 
  11 oktober 12 oktober 13 oktober        
  29 30 Halve rustdag Sabbat/שַׁ        
Nieuwe maan
13 oktober 2015

02:06:39
       


Maand 8
1 Zondag 2 Maandag 3 Dinsdag 4 Woensdag 5 Donderdag 6 Vrijdag Sabbat/שַׁבָּת
Bul/Mar Cheshvan     13 oktober 14 oktober 15 oktober 16 oktober 17 oktober
Nieuwe maan13 oktober 2015
02:06:39
    Halve rustdag Sabbat/שַׁ 2 3 4 5
     
  18 oktober 19 oktober 20 oktober 21 oktober 22 oktober 23 oktober 24 oktober
  6 7
8 9 10 11 12
 
  25 oktober 26 oktober 27 oktober 28 oktober 29 oktober 30 oktober 31 oktober
  13 14 15 16 17 18 19
 
  1 november 2 november 3 november 4 november 5 november 6 november 7 november
  20 21 22 23 24 25 26
 
  8 november 9 november 10 november 11 november      
  27 28 29 Halve rustdag Sabbat/שַׁ      
Nieuwe maan
11 november 2015

18:47:45
     



Maand 9
1 Zondag 2 Maandag 3 Dinsdag 4 Woensdag 5 Donderdag 6 Vrijdag Sabbat/שַׁבָּת
Chislev/Kislev       11 november 12 november 13 november 14 november
Nieuwe maan
11 november 2015

18:47:45
      Halve rustdag Sabbat/שַׁ 2 3 4
       
  15 november 16 november 17 november 18 november 19 november 20 november 21 november
  5 6
7 8 9 10 11
 
  22 november 23 november 24 november 25 november 26 november 27 november 28 november
  12 13 14 15 16 17 18
 
  29 november 30 november 1 december 2 december 3 december 4 december Chanoeka
  19 20 21 22 23 24 25
 
  6 december 7 december 8 december 9 december  10 december 11 december 12 december
  26 27 28 29 30 Halve rustdag Sabbat/שַׁ  
Nieuwe maan
11 december 2015

11:29:59
   


Maand 1: Nisan

Nehemia 2,1
Het was in de maand nisan, in het twintigste regeringsjaar van Artaxerxes. De wijn stond op tafel. Ik nam de wijn en bood die de koning aan. Nooit had hij iets op me aan te merken gehad,

Ester 3,7
In de eerste maand van het twaalfde regeringsjaar van koning Ahasveros, de maand nisan, liet Haman in zijn persoonlijke aanwezigheid het poer werpen, dat wil zeggen het lot, over alle dagen en over alle maanden, een voor een, tot en met de twaalfde maand, de maand adar.

Ester_(Grieks) 1,1
[A] In het tweede jaar van de regering van koning Artaxerxes de Grote, op de eerste dag van de maand nisan, had Mordechai, de zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een droom.

Ester_(Grieks) 13,9
Op de drieëntwintigste dag van de eerste maand van datzelfde jaar, de maand nisan, werden de schrijvers ontboden. Zij schreven de Joden wat er aan de oppersatrapen en aan de andere bestuurders van alle honderdzevenentwintig satrapieën van India tot Ethiopië bevolen was, aan ieder in de eigen taal van zijn provincie.
 

Maand 2: Ziv/Ziw (KJV=Zif)

1 Kon 6,1
Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israëls uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Sálomo over Israël, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde.

1 Kon 6,37
In het vierde jaar werd de grond van het huis des HEEREN gelegd, in de maand Ziv;




Maand 3: Sivan

Esther 8

Toen werden de schrijvers van de koning geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op de drie en twintigste ervan, en er werd geschreven naar alles, wat Mórdechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van India af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.


Ester 8,9
Meteen daarna, op de drieëntwintigste dag van de derde maand, de maand siwan, werden de schrijvers van de koning ontboden. Er werd een bevel op schrift gesteld dat precies zo luidde als Mordechai het wilde en dat gericht was aan de Joden, aan de satrapen en de gouverneurs, en aan de hoofden van alle provincies, van India tot Nubië, honderdzevenentwintig provincies. Voor elke provincie was er een bevel in haar eigen schrift en voor elk volk in zijn eigen taal, ook voor de Joden in hun eigen schrift en hun eigen taal.

Baruch 1,8
Inmiddels had Baruch de voorwerpen ontvangen die uit de tempel van de Heer waren geroofd; op 10 siwan zouden ze naar Juda worden teruggebracht. Het ging om het zilveren tempelgerei dat koning Sedekia van Juda, de zoon van Josia, had laten maken,

Maand 4: (Tammuz is een afgod)


Ezechiël 8 

13 
‘Ik zal je nog meer van hun gruwelijke daden laten zien,’ zei hij, 
14 en hij bracht me naar de ingang van de noordelijke poort van de tempel van de HEER. Daar zaten vrouwen die rouwden om de god Tammuz
15 ‘Heb je het gezien, mensenkind?’ vroeg hij mij. ‘En nog gruwelijker dingen zal ik je laten zien!’

14 En Hij bracht mij tot de deur der poort van het huis des HEEREN, die naar het noorden is, en ziet, daar zaten vrouwen, bewenende den Thammuz.


Maand 5:


Num 33,38
Toen ging de priester Aäron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israëls uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand.

2 Kon 25,8
Daarna in de vijfde maand, op den zevenden der maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnézar, den koning van Babel) kwam Nebuzáradan, de overste der trawanten, de knecht des konings van Babel, te Jeruzalem.

1 Kron 27,8
De vijfde, in de vijfde maand, was Samhuth, de Jizrahiet, de overste; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

Ezra 7,8
En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.

Ezra 7,9
Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.

Jer 1,3
Ook geschiedde het tot hem in de dagen van Jójakim, zoon van Josía, koning van Juda, totdat voleind werd het elfde jaar van Zedekía, zoon van Josía, koning van Juda; totdat Jeruzalem gevankelijk werd weggevoerd in de vijfde maand.

Jer 28,1
Voorts geschiedde het in hetzelfde jaar, in het begin des koninkrijks van Zedekía, koning van Juda, in het vierde jaar, in de vijfde maand, dat Hanánja, zoon van Azur, de profeet, die van Gíbeon was, tot mij sprak, in het huis des HEEREN, voor de ogen der priesteren en des gansen volks, zeggende:

Jer 52,12
Daarna, in de vijfde maand, op den tienden der maand (dit jaar was het negentiende jaar van den koning Nebukadrézar, den koning van Babel), als Nebuzáradan, de overste der trawanten, die voor het aangezicht des konings van Babel stond, te Jeruzalem gekomen was;


Ez 20,1
En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.

Zach 7,3
Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?

Zach 8,19
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.


Maand 6:


1 Kron 27,9
De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoïet; in zijn afdeling waren er ook vier en twintig duizend.

Ez 8,1
Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op de vijfde van de maand, toen ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand van de Heere HEERE daar over mij viel.

Hag 1,1
In het tweede jaar van de koning Daríus, in de zesde maand, op de eerste dag van de maand, geschiedde het woord des HEEREN, door de dienst van Haggaï, de profeet, tot Zerubbábel, de zoon van Sealthiël, de vorst van Juda, en tot Jósua, de zoon van Józadak, de hogepriester, zeggende:

Hag 2,1
Op de vier en twintigste dag van de maand, in de zesde maand, in het tweede jaar van de koning Daríus.

Luk 1,26
En in de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galiléa, genaamd Názareth;

Luk 1,36
En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelf bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.



Maand 7:


Gen 8,4
En de ark rustte in de zevende maand, op de zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararát.

Lev 16,29
En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op de tiende van de maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, ingeborene noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.

Lev 23,24
Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op de eerste van de maand, zult gij een rust hebben, een gedenkdag des geklanks, een heilige samenroeping.

Lev 23,27
Doch op de tiende van deze zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult de HEERE een vuuroffer offeren.

Lev 23,34
Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Op de vijftiende dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen de HEERE zijn.

Lev 23,39
Doch op de vijftiende dag van de zevende maand, als gij de inkomst van het land zult ingezameld hebben, zult gij het feest des HEEREN zeven dagen vieren; op de eerste dag zal er rust zijn, en op de achtste dag zal er rust zijn.

Lev 23,41
En gij zult dat feest de HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.

Lev 25,9
Daarna zult gij in de zevende maand, op de tiende van de maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op de verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.

Num 29,1
Evenzo in de zevende maand, op de eerste van de maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn.

Num 29,7
En op de tiende van deze zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;

Num 29,12
Evenzo op de vijftiende dag van deze zevende maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; maar zeven dagen zult gij de HEERE een feest vieren.

1 Kon 8,2
En alle mannen van Israël verzamelden zich tot de koning Sálomo, in de maand Ethanim op het feest; dat is de zevende maand.

2 Kon 25,8
Daarna in de vijfde maand, op de zevende van de maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnézar, de koning van Babel) kwam Nebuzáradan, de overste der lijfwachten, de knecht van de koning van Babel, te Jeruzalem.

2 Kon 25,25
Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismaël, de zoon van Nethánja, de zoon van Elisáma, van het koninklijk zaad, kwam, en tien mannen met hem; en zij sloegen Gedália, dat hij stierf; alsook de Joden en de Chaldeeën, die met hem te Mizpa waren.

1 Kron 27,10
De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraïm; in zijn afdeling waren er ook vier en twintig duizend.

2 Kron 5,3
En alle mannen van Israël verzamelden zich tot de koning op het feest, dat was in de zevende maand.

2 Kron 7,10
Doch op de drie en twintigste dag van de zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Sálomo, en Zijn volk Israël gedaan had.

2 Kron 31,7
In de derde maand begonnen zij de grond van die hopen te leggen, en in de zevende maand voltooiden zij.

Ezra 3,1
Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israëls in de steden waren, verzamelde zich het volk, als een enig man, te Jeruzalem.

Ezra 3,6
Van de eerste dag af van de zevende maand begonnen zij de HEERE brandoffers te offeren; doch de grond van de tempel des HEEREN was niet gelegd.

Ezra 7,8
En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar van deze koning.

Neh 8,1
Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israëls in hun steden waren,

Neh 8,3
En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op de eerste dag van de zevende maand.

Neh 8,15
En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israëls in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;

Est 2,16
Alzo werd Esther gebracht tot de koning Ahasvéros, tot zijn koninklijk huis, in de tiende maand, welke is de maand Tebeth, in het zevende jaar van zijn rijk.

Jer 28,17
Alzo stierf de profeet Hanánja in datzelfde jaar, in de zevende maand.

Jer 41,1
Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismaël, de zoon van Nethánja, de zoon van Elísama, van het koninklijke zaad, en de oversten des konings, te weten tien mannen, met hem kwamen tot Gedália, de zoon van Ahíkam, te Mizpa; en zij aten aldaar brood tesamen, te Mizpa.

Ez 20,1
En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op de tiende van die maand, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om de HEERE te vragen; en zij zaten neer voor mijn aangezicht.

Ez 30,20
Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op de zevende van de maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

Ez 45,20
Alzo zult gij ook doen op de zevende in die maand; vanwege de afdwalende, en vanwege de onverstandige; alzo zult gij het huis verzoenen.

Ez 45,25
In de zevende maand, op de vijftiende dag van de maand zal hij op het feest evenzo doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.

Hag 2,2
In de zevende maand, op de een en twintigste van de maand, geschiedde het woord des HEEREN door de dienst van de profeet Haggaï, zeggende:

Zach 7,5
Spreek tot het ganse volk van dit land, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gij Mij, Mij enigszins gevast?

Zach 8,19
Alzo zegt de HEERE der heerscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal het huis van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en de vrede lief.

1 Koningen 8

En alle mannen van Israël verzamelden zich tot den koning Sálomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand.

Maand 8: Bul


1 Koningen 6

37 In het vierde jaar werd de grond van het huis des HEEREN gelegd, in de maand Ziv;
38 En in het elfde jaar, in de maand Bul, welke is de achtste maand, was dit huis volmaakt, naar al zijn stukken en naar al zijn behoren; alzo heeft hij zeven jaren daaraan gebouwd.

Maand 9: Kislew/Chisleu


Neh 1,1
De geschiedenissen van Nehemía, zoon van Hachálja. En het geschiedde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, als ik te Susan in het paleis was;

Nehemia 1,1
Verslag van Nehemia, de zoon van Chachalja. In de maand kislew van het twintigste jaar, toen ik mij in de burcht van Susa bevond,

Zach 7,1

Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Daríus, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharía, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.

Zacharia 7,1
In het vierde jaar van koning Darius richtte de HEER zich tot Zacharia. Het was op de vierde dag van de negende maand, de maand kislew.

1 Makkabeeën 1,54
Op 15 kislew van het jaar 145 liet de koning een verwoestende gruwel op het altaar bouwen en in de andere steden van Judea liet hij altaren neerzetten.

1 Makkabeeën 4,52
Op de vijfentwintigste van de negende maand, te weten de maand kislew, van het jaar 148

1 Makkabeeën 4,59
Judas bepaalde samen met zijn broers en de hele volksvergadering dat het feest van de altaarinwijding jaarlijks acht dagen met blijdschap en vreugde gevierd zou worden, te beginnen op 25 kislew.

2 Makkabeeën 1,9
Vier daarom in de maand kislew het Loofhuttenfeest.

2 Makkabeeën 1,18
Op 25 kislew zullen wij de reiniging van de tempel vieren. We voelen ons verplicht u hiervan in kennis te stellen, opdat ook u het Loofhuttenfeest viert en het Feest van het vuur, dat is ingesteld toen Nehemia de tempel en het altaar had herbouwd en offers opdroeg.

2 Makkabeeën 10,5
Op dezelfde dag van dezelfde maand dat deze door vreemdelingen  (Aliëns/Nephelims/Reuzen) was ontwijd, op 25 kislew, vond de reiniging van de tempel plaats.
Maand 10: Tebeth

Est 2,16
Alzo werd Esther gebracht tot de koning Ahasvéros, tot zijn koninklijk huis, in de tiende maand, welke is de maand Tebeth, in het zevende jaar van zijn rijk.



Maand 11: Tebet(h)


Zacharia 1

Visioenen
Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand sebat, in het tweede regeringsjaar van Darius, richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo. Dit is zijn relaas.

 



Maand 12: Adar

Ezra 6,15
In het zesde regeringsjaar van koning Darius, op de derde dag van de maand adar, was de tempel gereed.


Ester 3,7
In de eerste maand van het twaalfde regeringsjaar van koning Ahasveros, de maand nisan, liet Haman in zijn persoonlijke aanwezigheid het poer werpen, dat wil zeggen het lot, over alle dagen en over alle maanden, een voor een, tot en met de twaalfde maand, de maand adar.

Ester 3,13
En er werden door boden in alle provincies van het koninkrijk brieven verspreid waarin stond dat op één bepaalde dag, en wel op de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, alle Joden moesten worden gedood en volledig uitgeroeid, jong en oud, vrouwen en kinderen inbegrepen, en dat hun bezittingen mochten worden buitgemaakt.

Ester 8,12
In alle provincies van koning Ahasveros zou dit recht gelden voor één bepaalde dag, en wel de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar.

Ester 9,1
De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen.

Ester 9,15
De Joden in Susa sloten zich dus ook op de veertiende dag van de maand adar aaneen en ze doodden in Susa nog eens driehonderd man. Maar hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan.

Ester 9,16
Ook de andere Joden, elders in de provincies van het koninkrijk, hadden zich aaneengesloten en hun leven verdedigd. Op de dertiende dag van de maand adar verzekerden zij zich van rust door vijfenzeventigduizend van hun belagers te doden; hun bezittingen echter raakten ze met geen vinger aan. Op de veertiende van die maand hadden ze rust, en ze maakten van die dag een dag van feestmalen en feestvreugde.

Ester 9,19
Zo komt het dat de Joden van het platteland, die in niet-ommuurde steden wonen, de veertiende dag van de maand adar vieren met feestvreugde en feestmalen en elkaar op die dag lekkernijen sturen.

Ester 9,21
Daarin verplichtte hij hen ertoe om elk jaar opnieuw zowel de veertiende als de vijftiende dag van de maand adar te vieren,

Ester_(Grieks) 3,16
Zo ging Ester bij koning Artaxerxes binnen, in het zevende jaar van zijn regering, in de twaalfde maand, de maand adar.

Ester_(Grieks) 4,7
In het twaalfde regeringsjaar van Artaxerxes stelde Haman een decreet op, en hij wierp het lot over alle dagen en over alle maanden, een voor een, om een dag vast te stellen waarop heel Mordechais volk zou omkomen. Het lot viel op de veertiende dag van de maand adar.

Ester_(Grieks) 4,13
Afschriften van deze brief werden door boden overal in het rijk verspreid. Er werd in bevolen om op één bepaalde dag van de twaalfde maand, de maand adar, het Joodse volk uit te roeien; hun bezittingen mochten worden buitgemaakt.

Ester_(Grieks) 5,6
verordenen wij dat degenen die worden aangeduid in het bevelschrift van Haman, onze gevolmachtigde en onze tweede vader, radicaal en onverbiddelijk moeten worden uitgeroeid, vrouwen en kinderen inbegrepen, zonder dat ook maar iemand wordt ontzien, en wel nog in het huidige jaar, op de veertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar.

Ester_(Grieks) 13,12
dit gold in heel Artaxerxes’ rijk voor één dag, en wel voor de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar.

Ester_(Grieks) 14,20
en sta hun terzijde, zodat ze zich tegen hun belagers kunnen verweren wanneer de tijd van de verdrukking aanbreekt, de u bekende dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar.

Ester_(Grieks) 16,1
[9] Op de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, was de brief van de koning overal ontvangen.

Ester_(Grieks) 16,15
Zo sloten de Joden in Susa zich ook op 14 adar aaneen. Ze doodden driehonderd man, maar plunderen deden ze niet.

Ester_(Grieks) 16,16
Ook de overige Joden, elders in het koninkrijk, sloten zich aaneen en verdedigden zich als één man. Zij verzekerden zich van rust door op 13 adar vijftienduizend van hun belagers om te brengen. Plunderen deden ze niet.

Ester_(Grieks) 16,19
Dat is de reden waarom voor de Joden die verspreid over de buitenlandse provincies wonen 14 adar een vrolijke feestdag is, waarop iedereen lekkernijen stuurt aan zijn bekenden, en waarom voor de inwoners van de steden in het moederland daarnaast ook 15 adar een blijde feestdag is, waarop ze elkaar lekkernijen sturen.

Ester_(Grieks) 16,21
Hij wilde dat 14 en 15 adar vaste feestdagen werden,

BIJBELSE KALENDER
Oorspronkelijke
Hebreeuwse naam Bijbelse
Hebreeuwse naam Moderne
Hebreeuwse naam Vermelding in TeNaCH
[het z.g. Oude Testament]

1e maand ]>arh >dx Chodesh haRishon byba Aviv ]cyn
Nisan Ex. 13:4; 23:15, 34:18, Dt.16:1, Neh. 2:1, Est. 3:7
2e maand yn>h >dx Chodesh haSheni vz
Ziv ryya Iyar Ex. 16:1, Num. 1:1, 9:11, 1 Kon. 6:1, 1 Kon. 6:37
3e maand y>yl>h >dx Chodesh haSh’lishi ]vyc
Sivan Ex. 19:1, 2 Kron. 15:10, 31:7, Est. 8:9, Ezech. 31:1
4e maand yiybrh >dx Chodesh haR’vi’i zvmt
Tamuz 2 Kon 25:3, Jer. 39:2, 52:6, Ezech. 1:1
5e maand y>ymxh >dx Chodesh haChamishi ba
Av Num. 33:38, 2 Kon. 25:8, Jer. 1:3, 28:1, 52:12
6e maand y>y>h >dx Chodesh haShishi lvla
Elul Neh. 6:15, Ezech. 8:1
7e maand yiyb>h >dx Chodesh haSh’vi’i ,ynta Etanim yr>t
Tish’ri Lev. 16:29, Num. 29:1, 1 Kon. 8:2, Neh. 8:14
8e maand ynym>h >dx Chodesh haSh’mini lvb Bul ]v>xrm
Chesh’van 1 Kon. 6:38, 12:32-33, 1 Kron. 27:11, Zach. 1:1
9e maand yiy>th >dx Chodesh haT’shi’i vkck
Kis’lev Ezr. 10:9, Jer. 36:9, 36:22, Hag. 2:10, Zach. 7:1
10e maand yry>ih >dx Chodesh haAsiri tbu
Tevet 2 Kon. 25:1, Ezr. 10:16, Est. 2:16, Jer. 39:1
11e maand r>i9yt>ih Ch. haEsh’tei-asar ub>
Sh’vat Dt. 1:3, Zach. 1:7
12e maand r>i9,yn>h Ch. haSh’neim-asar a rda
Adar I Ezr. 6:15, Est. 3:7, 3:13, 8:12, 9:15,17,19,21
13e maand r>i9h>vl>h Ch. haSh’losha-asar b rda
Adar II

De maanden op de Bijbelse kalender

In de Bijbel komen wij drie systemen tegen waarmee de Israëlieten de maanden gingen aanduiden.
Oorspronkelijk hadden de maanden geen afzonderlijke namen. De Israëlieten noemden hen gewoon ‘de eerste maand’, ‘de tweede maand’, enz., evenals de dagen van de week. Van de oude Hebreeuwse maandnamen die daarnaast gebruikt werden, worden er slechts vier in TeNaCH [het Oude Testament] genoemd, namelijk Aviv [lente], de eerste maand, Ziv [bloeitijd], de tweede maand, Etanim [stromende beken], de zevende maand, en Bul [regen], de achtste maand. Deze namen komen uit de Fenicische kalender. Uit de eerste drie namen van deze maanden blijkt, dat men reeds in Bijbelse tijden schrikkelmaanden invoegde, want anders zouden deze maandnamen doorgaans niet geklopt hebben met de situatie in de natuur, waarop zij betrekking hebben.

De huidige Joodse kalender is op de oude Babylonische kalender gebaseerd. Dat was eveneens een echte maankalender met schrikkelmaanden. Dit systeem was door de Israëlieten tijdens de ballingschap overgenomen van de Babyloniërs en was ook na de terugkeer in Israël in gebruik.

De namen van de Babylonische maanden zijn nog bekend: Nisanu, Ayaru, Simanu, Du’uzu, Abu, Ululu, Tash’ritu, Arach’sam’na, Kis’limu, Tebetu, Shabatu en Adaru.
Deze namen waren echter veranderd en luidden nu Nisan, Iyar, Sivan, Tamuz, Av, Elul, Tish’ri, Mar’chesh’van, Kis’lev, Tevet, Sh’vat en Adar.

Nisan (Aviv) = maart/april, Iyar (Ziv) = april/mei, Sivan = mei/juni, Tamuz = juni/juli, Av = juli/augustus, Elul = augustus/september,
Tish’ri (Etanim) = september/oktober, Chesh’van ofwel Mar’chesh’van (Bul) = oktober/november, Kis’lev = november/december,
Tevet = december/januari, Sh’vat = januari/februari, Adar I = februari/maart, Adar II = maart (schrikkelmaand).

Nehemía 6

15 De muur nu werd volbracht, op den vijf en twintigsten van Elul, in twee en vijftig dagen.

1 Makkabeeën 14

27 Dit is een afschrift van de tekst op de bronzen platen:
Op 18 elul van het jaar 172, het derde regeringsjaar van hogepriester Simon, is ons in Asaramel
28 op een grote bijeenkomst van de priesters, het volk, de leiders van het volk en de oudsten van het land het volgende meegedeeld: 

Exodus 13

Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.

Exodus 23

15 Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde brodeneten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.

Exodus 34

18 Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.

Deuteronomium 16

Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.

Nehemía 2

Koning Arthahsasta geeft Nehemía verlof Jeruzalem te herbouwen
Toen geschiedde het in de maand Nisan, in het twintigste jaar van den koning Arthahsasta, als erwijn voor zijn aangezicht was, dat ik den wijn opnam, en gaf hem den koning; nu was ik nooit treurig geweest voor zijn aangezicht.

Zacharía 1

Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Daríus, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharía, den zoon van Beréchja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
 

Esther 3

In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasvéros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.


  1. Nisan
  2. Ziv/Ziw
  3. Sivan/Siwan
  4. vierde maand
  5. vijfde maand
  6. Elul
  7. Et(h)anim
  8. Bul
  9. Kislew/Chisleu 
  10. Tebeth
  11. Sebat/schebat
  12. Adar

Hebrew Date Converter: Hebcal Jewish Calendar
Actuele maanstand
Jewish Calendar

Creator's Calendar - Ep 1 - By Michael Rood
Creator's Calendar - 
Ep 2 - By Michael Rood
Creator's Calendar - Ep 3 - By Michael Rood
Creator's Calendar - Ep 4 - By Michael Rood
Creator's Calendar - 
Ep 5 - By Michael Rood
Creator's Calendar - Ep 6 - By Michael Rood
Creator's Calendar - 
Ep 7 - By Michael Rood
Creator's Calendar - Ep 8 - By Michael Rood

Hebreeuws Engels Aantal Lengte Civil Equivalent
Nissan (in het Hebreeuws)  Nissan 1 30 dagen Maart-april
Ijar (in het Hebreeuws)  Ijar 2 29 dagen April-mei
Sivan (in het Hebreeuws)  Sivan 3 30 dagen Mei-juni
Tammuz (in het Hebreeuws)  Tammuz 4 29 dagen Juni-juli
Av (in het Hebreeuws)  Av 5 30 dagen Juli-augustus
Elul (in het Hebreeuws)  Elul 6 29 dagen Augustus-september
Tishri (in het Hebreeuws)  Tishri 7 30 dagen September-oktober
Cheshvan (in het Hebreeuws)  Cheshvan 8 29 of 30 dagen Oktober-november
Kislev (in het Hebreeuws)  Kislev 9 30 of 29 dagen November-december
Tevet (in het Hebreeuws)  Tevet 10 29 dagen December-januari
Sjewat (in het Hebreeuws)  Sjewat 11 30 dagen Januari-februari
Adar I (in het Hebreeuws) Adar I (schrikkeljaren alleen) 12 30 dagen Februari-maart
Adar (in het Hebreeuws)
Adar II (in het Hebreeuws)
Adar 
(de zogenaamde Adar Beit in een schrikkeljaar)
12 
(13 in een schrikkeljaar)
29 dagen Februari-maart
Bron:


Loofhuttenfeest:
15 Tishrei 5774 / 19 september 2013



Leviticus 23

Leviticus 23

Wetten der hoogtijden
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.
Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.
In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.
En op den vijftienden dag derzelver maand is het feest van de ongezuurde broden des HEEREN; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.
Op den eersten dag zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
Maar gij zult zeven dagen vuuroffer den HEERE offeren; en op den zevenden dag zal een heilige samenroeping wezen; geen dienstwerk zult gij doen.
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
10 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij in het land zult gekomen zijn, hetwelk Ik u geven zal, en gij zijn oogst zult inoogsten, dan zult gij een garf der eerstelingen van uw oogst tot den priester brengen.
11 En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
12 Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
13 En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
14 En gij zult geen brood, noch geroost koren, noch groene aren eten, tot op dienzelven dag, dat gij de offerande uws Gods zult gebracht hebben; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn;
16 Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren.
17 Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE.
18 Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
19 Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
20 Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester.
21 En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij een heilige samenroeping zult hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het is een eeuwige inzetting in al uw woningen voor uw geslachten.
22 Als gij nu den oogst uws lands zult inoogsten, gij zult, in uw inoogsten, den hoek des velds niet ganselijk afmaaien, en de opzameling van uw oogst niet opzamelen; voor den arme en voor den vreemdeling zult gij ze laten; Ik ben de HEERE, uw God!
23 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
24 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.
25 Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren.
26 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren.
28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.
29 Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
30 Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven.
31 Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen.
32 Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.
33 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
34 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Op den vijftienden dag van deze zevende maand zal het feest der loofhutten zeven dagen den HEERE zijn.
35 Op den eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen.
36 Zeven dagen zult gij den HEERE vuurofferen offeren; op den achtsten dag zult gij een heilige samenroeping hebben, en zult den HEERE vuuroffer offeren; het is een verbodsdag; gij zult geen dienstwerk doen.
37 Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;
38 Behalve de sabbatten des HEEREN, en behalve uw gaven, en behalve al uw geloften, en behalve al uw vrijwillige offeren, welke gij den HEERE geven zult.
39 Doch op den vijftienden dag der zevenden maand, als gij het inkomen des lands zult ingegaderd hebben, zult gij des HEEREN feest zeven dagen vieren; op den eersten dag zal er rust zijn, en op den achtsten dag zal er rust zijn.
40 En op den eersten dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn.
41 En gij zult dat feest den HEERE zeven dagen in het jaar vieren; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42 Zeven dagen zult gij in de loofhutten wonen; alle inboorlingen in Israël zullen in loofhutten wonen;
43 Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israëls in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!
44 Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israëls uitgesproken.

Psalmen 81

Blaas op de bazuin bij, bij volle maan, op onze feestdag.
Want dit is een verordening in Israël, een bepaling van de God van Jakob.


Lev 23,2
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.

Lev 23,4
Deze zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd.

Lev 23,37
Dit zijn de gezette hoogtijden des HEEREN, welke gij zult uitroepen tot heilige samenroepingen, om den HEERE vuuroffer, brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en drankofferen, elk dagelijks op zijn dag, te offeren;

Lev 23,44
Alzo heeft Mozes de gezette hoogtijden des HEEREN tot de kinderen Israëls uitgesproken.

Num 10,10
Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

Num 15,3
En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;

Num 29,39
Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.

1 Kron 23,31
En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN;

2 Kron 2,4
Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israël.

2 Kron 8,13
Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.

2 Kron 31,3
Ook het deel des konings van zijn have tot de brandofferen, tot de brandofferen des morgens en des avonds, en de brandofferen der sabbatten, en der nieuwe maanden, en der gezette hoogtijden; gelijk geschreven is in de wet des HEEREN.

Ezra 3,5
Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.

Neh 10,33
Tot het brood der toerichting, en het gedurig spijsoffer, en tot het gedurig brandoffer, der sabbatten, der nieuwe maanden, tot de gezette hoogtijden, en tot de heilige dingen, en tot de zondofferen, om verzoening te doen over Israël; en tot alle werk van het huis onzes Gods.
14.
Jes 1,14

Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.

Ez 36,38
Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Ez 44,24
En over een twistzaak zullen zij staan om te richten; naar Mijn rechten zullen zij hen richten; en zij zullen Mijn wetten en Mijn inzettingen op al Mijn gezette hoogtijden houden, en Mijn sabbatten heiligen.

Ez 45,17
En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls.

Ez 46,9
Maar als het volk des lands voor het aangezicht des HEEREN komt, op de gezette hoogtijden, die door den weg van de noorderpoort ingaat om te aanbidden, zal door den weg van de zuiderpoort weder uitgaan; en die door den weg van de zuiderpoort ingaat, zal door den weg van de noorderpoort weder uitgaan; hij zal niet wederkeren door den weg der poort, door dewelke hij is ingegaan, maar recht voor zich henen uitgaan.

Ez 46,11
Voorts op de feesten, en op de gezette hoogtijden zal het spijsoffer zijn, een efa tot een var, en een efa tot een ram; maar tot de lammeren, een gave zijner hand; en olie, een hin tot een efa.

Hos 2,10
En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.

Zach 8,19
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.



Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen