Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Voedselwetten van YHWH

Genesis 1

29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.

Genesis 9

Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.
Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.

Paul Nisan website and shop: The raw life health show
Kunnen we alles eten?
Acts 10 - Peter's Vision

The Bible Unlocked: The Pork Deception!!!

1 Timótheüs 4

Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.
Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;
Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.

Forbidding to marry, and commanding to abstain from meats, which God hath created to be received with thanksgiving of them which believe and know the truth. For every creature of God is good, and nothing to be refused, if it be received with thanksgiving:
For it is sanctified by the word of God and prayer. (KJV)


Laat niemand je zeggen wat je wel of niet mag eten. Het staat allemaal in de Bijbel wat wel en niet mag.

Lukas 21

34 
En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens overkome.

1 Petrus 4

Want het is ons genoeg, dat wij den voorgaande tijd des levens der heidenen wil volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen;

Brasserij:
1) Het overmatig lekker eten en drinken 2) Smulpartij 3) Smul 4) Slemp 5) Slemperij 6) Slemppartij 7) Slampamperij 8) Zwelgerij 9) Zwelgpartij

Jesaja 66:17
Die zichzelven heiligen, en zichzelven reinigen in de hoven, achter een in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel, en muizen; te zamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE (YHWH).

Isa 66:17
They that sanctify themselves, and purify themselves in the gardens behind one tree in the midst, eating swine's flesh, and the abomination, and the mouse, shall be consumed together, saith the LORD. (KJV)

The Truth May Scare You (Part 17)
Acts 10 - Peter's Vision - 119 Ministries
Are All Things Now Considered Food? (1 Timothy 4:4)
Food-Info.
Kosher and Halal foods Not the Same
Friday q&a ; Kosher foods, mushrooms, IBS #284
Website over Kosher eten
E-vrijeproducten in Nederland

Leviticus 7
23 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Geen vet van een os, of schaap, of geit, zult gij eten.

Leviticus 11
Wetten over reine en onreine dieren
En de HEERE (YHWH) sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende tot hen:
Spreekt tot de kinderen Israëls, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.
    3 Al wat onder de beesten den klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeën klieften herkauwt, dat zult gij eten. (Koe)
Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: den kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;
En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;
En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.
Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeën, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn.
Van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas niet aanroeren, zij zullen u onrein zijn.
Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeën en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;
10 Maar al wat in de zeeën en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
11 Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.
12 Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
13 En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend
14 En de gier, en de kraai, naar haar aard;
15 Alle rave naar haar aard;
16 En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;
17 En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,
18 En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,
19 En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.
20 Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.
21 Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;
22 Van die zult gij deze eten: den sprinkhaan naar zijn aard, en den solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.
23 En alle kruipend gevogelte, dat vier voeten heeft, zal u een verfoeisel zijn.
24 En aan deze zult gij verontreinigd worden; zo wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
25 Zo wie van hun dood aas gedragen zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.
26 Alle beest, dat den klauw verdeelt, doch de klove niet in tweeën klieft, en niet herkauwt, zal u onrein zijn; zo wie hetzelve aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn.
27 En al wat op zijn poten gaat onder alle gedierte, op vier voeten gaande, die zullen u onrein zijn; al wie hun dood aas aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
28 Ook die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; zij zullen u onrein zijn.
29 Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;
30 En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;
31 Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.
32 Daartoe al hetgeen, waarop iets van dezelve vallen zal, als zij dood zijn, zal onrein zijn, hetzij van alle houten vat, of kleed, of vel, of zak, of alle vat, waarmede enig werk gedaan wordt; het zal in het water gestoken worden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal het rein zijn.
33 En alle aarden vat, waarin iets van dezelve zal gevallen zijn, al wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult dat breken.
34 Van alle spijze, die men eet, waarop het water zal gekomen zijndie zal onrein zijn; en alle drank, dien men drinkt, zal in alle vat onrein zijn.
35 En waarop iets van hun dood aas zal vallen, zal onrein zijn; de oven en de aarden pan zal verbroken worden; zij zijn onrein, daarom zullen zij u onrein zijn.
36 Doch een fontein, of put van vergadering der wateren, zal rein zijn; maar wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn.
37 En wanneer van hun dood aas zal gevallen zijn op enig zaaibaar zaad, dat gezaaid wordt, dat zal rein zijn.
38 Maar als water op het zaad gedaan zal worden, en van hun dood aas daarop zal gevallen zijn, dat zal u onrein zijn.
39 En wanneer van de dieren, die u tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
40 Ook die van hun dood aas gegeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; en die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.
41 Voorts alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, zal een verfoeisel zijn; het zal niet gegeten worden.
42 Al wat op zijn buik gaat, en al wat gaat op zijn vier voeten, of al wat vele voeten heeft, onder alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, die zult gij niet eten, want zij zijn een verfoeisel.
43 Maakt uw zielen niet verfoeilijk aan enig kruipend gedierte, dat kruipt; en verontreinigt u niet daaraan, dat gij daaraan verontreinigd zoudt worden.
44 Want Ik ben de HEERE (YHVH), uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.
45 Want Ik ben de HEERE (YHVH), Die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben.
46 Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde;
47 Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.

Deuteronomium 14

Van reine en onreine dieren
Gijlieden zijt kinderen des HEEREN, uws Gods; gij zult uzelven niet snijden, noch kaalheid maken tussen uw ogen, over een dode.
Want gij zijt een heilig volk den HEERE (YHVH), uw God; en u heeft de HEERE (YHVH) verkoren, om Hem tot een volk des eigendoms te zijn, uit al de volken, die op den aardbodem zijn.
Gij zult geen gruwel eten.
Dit zijn de beesten, die gijlieden eten zult; een os, klein vee der schapen, en klein vee der geiten;
5 Een hert, en een ree, en een buffel, en een steenbok, en een das, en een wilde os, en een gems.
Alle beesten, die de klauwen verdelen, en de kloof in twee klauwen klieven, en herkauwen onder de beesten, die zult gij eten.
Maar deze zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of van degenen, die den gekloofden klauw alleen verdelen: den kemel, en den haas, en het konijn; want deze herkauwen wel, maar zij verdelen den klauw niet; onrein zullen zij ulieden zijn.
Ook het varken; want dat verdeelt zijn klauw wel, maar het herkauwt niet; onrein zal het ulieden zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij niet aanroeren.
Dit zult gij eten van alles, wat in de wateren is; al wat vinnen en schubben heeft, zult gij eten.
10 Maar al wat geen vinnen en schubben heeft, zult gij niet eten; het zal ulieden onrein zijn.
11 Allen reinen vogel zult gij eten.
12 Maar deze zijn het, van dewelke gij niet zult eten: de arend, en de havik, en de zeearend;
13 En de wouw, en de kraai, en de gier naar haar aard;
14 En alle rave naar haar aard;
15 En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;
16 En de steenuil, en de schuifuit, en de kauw,
17 En de roerdomp, en de pelikaan, en het duikertje;
18 En de ooievaar, en de reiger naar zijn aard; en de hop, en de vledermuis;
19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden.
20 Al het rein gevogelte zult gij eten.
21 Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling (Aliens/Nephelims/gevallen engelen), die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE (YHWH), uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.

1 Korinthe 8

Over het offervlees
Aangaande nu de dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat wij allen te zamen kennis hebben. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.
En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk behoort te kennen.
Maar zo iemand God liefheeft, die is van Hem gekend.
Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan één.
Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn),
Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.
Doch in allen is de kennis niet; maar sommigen, met een geweten des afgods tot nog toe, eten als iets dat den afgoden geofferd is; en hun geweten, zwak zijnde, wordt bevlekt.
De spijze nu maakt ons Gode niet aangenaam; want hetzij dat wij eten, wij hebben geen overvloed; en hetzij dat wij niet eten, wij hebben geen gebrek.
Maar ziet toe, dat deze uw macht niet enigerwijze een aanstoot worde dengenen, die zwak zijn.
10 Want zo iemand u, die de kennis hebt, ziet in der afgoden tempel aanzitten, zal het geweten deszelven, die zwak is, niet gestijfd worden, om te eten de dingen, die den afgoden geofferd zijn?
11 En zal de broeder, die zwak is, door uw kennis verloren gaan, om welken Christus gestorven is?
12 Doch gijlieden, alzo tegen de broeders zondigende, en hun zwak geweten kwetsende, zondigt tegen Christus.
13 Daarom, indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere.

1 Korinthe 10

De Christelijke vrijheid
23 Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen stichten niet.
24 Niemand zoeke dat zijns zelfs is; maar een iegelijk zoeke dat des anderen is.
25 Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil;
26 Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
27 En indien u iemand van de ongelovigen noodt, en gij daar gaan wilt, eet al wat ulieden voorgesteld wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil.
28 Maar zo iemand tot ulieden zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om desgenen wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en om des gewetens wil. Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
29 Doch ik zeg: om het geweten, niet van uzelven, maar des anderen; want waarom wordt mijn vrijheid geoordeeld van een ander geweten?
30 En indien ik door genade der spijze deelachtig ben, waarom word ik gelasterd over hetgeen, waarvoor ik dankzeg?
31 Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods (YHVH).
32 Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.
33 Gelijkerwijs ik ook in alles allen behaag, niet zoekende mijn eigen voordeel, maar het voordeel van velen, opdat zij mochten behouden worden.

Genesis 32

24 Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging.
25 En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde.
26 En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.
27 En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob.
28 Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.
29 En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.
30 En Jakob noemde den naam dier plaats Pniël: Want, zeide hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.
31 En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.
32 Daarom eten de kinderen Israëls de verrukte zenuw niet, die op het gewricht der heup is, tot op dezen dag, omdat Hij het gewricht van Jakobs heup aangeroerd had, aan de verrukte zenuw.


JUBILEES 3
30 And to Adam alone did He give (the wherewithal) to cover his shame, of all the beasts and cattle.
31 On this account, it is prescribed on the heavenly tablets as touching all those who know the judgment of the Torah, that they should cover their shame, and should not uncover themselves as the Gentiles uncover themselves.

JUBILEES 6
4 And YAHWEH smelt the goodly savior, and He made a covenant with him that there should not be any more a flood to destroy the earth; that all the days of the earth seed-time and harvest should never cease; cold and heat, and summer and winter, and day and night should not change their order, nor cease forever.
5 'And you, increase you and multiply upon the earth, and become many upon it, and be a blessing upon it. The fear of you and the dread of you I will inspire in everything that is on earth and in the sea.
6 And behold I have given unto you all beasts, and all winged things, and everything that moves on the earth, and the fish in the waters, and all things for food; as the green herbs, I have given you all things to eat.
7 But flesh, with the life thereof, with the blood, you shall not eat; for the life of all flesh is in the blood, lest your blood of your lives be required. At the hand of every man, at the hand of every (beast) will I require the blood of man.
8 Whoso sheds man's blood by man shall his blood be shed, for in the image of YAHWEH made He man.
9 And you, increase you, and multiply on the earth.’
10 And Noah and his sons swore that they would not eat any blood that was in any flesh, and he made a covenant before YAHWEH forever throughout all the generations of the earth in this month.
11 On this account He spoke to you that you should make a covenant with the children of Yisrael in this month upon the mountain with an oath, and that you should sprinkle blood upon them because of all the words of the covenant, which YAHWEH made with them forever.
12 And this testimony is written concerning you that you should observe it continually, so that you should not eat on any day any blood of beasts or birds or cattle during all the days of the earth, and the man who eats the blood of beast or of cattle or of birds during all the days of the earth, he and his seed shall be rooted out of the land.
13 And do you command the children of Yisrael to eat no blood, so that their names and their seed may be before YAHWEH our Sovereign Ruler continually.
14 And for this Torah there is no limit of days, for it is forever. They shall observe it throughout their generations, so that they may continue supplicating on your behalf with blood before the altar; every day and at the time of morning and evening they shall seek forgiveness on your behalf perpetually before YAHWEH that they may keep it and not be rooted out.
15 And He gave to Noah and his sons a sign that there should not again be a flood on the earth.
16 He set His bow in the cloud for a sign of the eternal covenant that there should not again be a flood on the earth to destroy it all the days of the earth.
17 For this reason it is ordained and written on the heavenly tablets, that they should celebrate the "Feast of Weeks" in this month once a year, to renew the covenant every year.
18 And this whole festival was celebrated in heaven from the day of creation till the days of Noah -twenty six jubilees and five weeks of years [1309-1659 A.M.]: and Noah and his sons observed it for seven jubilees and one week of years (350 years), till the day of Noah's death, and from the day of Noah's death his sons did away with it until the days of Abraham, and they eat blood.



 (Rund, schaap, geit, hert, eend, sprinkhaan, kip) Deut 14.

Niet alle regels hieronder zijn van YHVH dus dat zijn menselijke regels en gelden dus niet voor mensen die YHVH echt willen dienen. (Ik weet nog niet welke wel en niet gelden, maar in ieder geval kijk in de Bijbel zelf alles goed na van wat YHVH zelf zegt).


Kasjroetlijst
:http://www.nik.nl/category/kasjroetlijst-nederland/
KASJROETLIJSTOPPERRABBINAAT VOOR NEDERLAND 5774 –versie mei 2014 (PDF)
 
KASJROET
 
Kasjroet (Hebreeuws: כשרות betekent "competentie") is het geheel van spijswetten dat in het jodendom bepaalt of voedsel wel of niet door joden gegeten mag worden. Voedsel dat aan deze spijswetten voldoet, wordt in het Nederlands traditioneel kosjer of koosjer genoemd.
 
 
ACHTERGROND
 
De basis voor kasjroet staat in de Thora, in Leviticus en Deuteronomium14:3-21. Specifiek staat in Deuteronomium 14:6: "elk dier, dat gespleten hoeven heeft (beide hoeven geheel gekloofd) en herkauwt onder de dieren, mag je eten". Voor vissen geldt dat zij vinnen en schubben moeten hebben (Deut. 14:9) en ook mogen niet alle vogels worden gegeten. Verder is aas verboden, alsook insecten met vleugels. Het komt er dus op neer dat men wel rundschaapgeit en hert mag eten maar niet kameel,varkenpaard of haas. Ook palinggarnaal en kreeft zijn verboden.
Volgens de regels van kasjroet moeten goedgekeurde dieren onverdoofd en op rituele wijze worden geslacht, om aan de eisen van kasjroet te voldoen. Dit noemt men sjechita. Hierbij moeten de messen vlijmscherp en kaarsrecht zijn om het dier onmiddellijk te kunnen doden, waarna al het bloed, wat nog niet bij de halssnede het lichaam heeft verlaten, verwijderd wordt door het vlees veelvuldig te zouten; de consumptie van bloed is namelijk strikt verboden.
 
Enkele andere kasjroet-wetten, in kort bestek:
 
  • Het is verboden om binnen een uur volgens de Nederlandse traditie (volgens andere tradities: zes uur, of drie uur) na de consumptie van vleesproducten melkproducten te consumeren. Ook mag eetgerei (borden en bestekken) van vleesproducten nooit voor melkproducten worden gebruikt en vice versa.
  • Vis telt als neutraal (parwe of minnisj) en mag zowel met vleesproducten (zie onder) als melkproducten worden gegeten.
  • Vlees en vis mogen niet tegelijk worden gegeten, maar wel binnen één maaltijd.
  • Er is een voorkeur voor brood dat door joden wordt gebakken. Volgens veel rabbijnen is dit een vereiste; volgens anderen een sterke voorkeur.
  • Men mag geen vlees eten van een nog levend dier.
  • Niet-Joodse wijn is altijd verboden, ongeacht de ingrediënten.
  • Voedsel dat gekookt is door een niet-Jood mag niet worden genuttigd.
  • Sommig keukengerei kan koosjer worden gemaakt door het in een ritueel bad onder te dompelen.
 
Een aantal wetten is plaats- of tijdgebonden: er zijn kajroet-wetten die alleen gelden voor het agrarisch product van het land Israël en, onafhankelijk daarvan, voor Pesach. 
 
BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN
 
Als voedsel in overeenstemming is met de regels van kasjroet, dan noemt men het koosjer (Jiddisch "kosher" van Hebreeuwsכשר-kasjèr). Is het niet in overeenstemming met de kasjroet, dan noemt men het niet-koosjer en soms ook treife (Jiddisch van het Hebreeuws: טריפה-treefa). Letterlijk betekent dat dat laatste iets anders: treife is een dier dat een natuurlijke dood gestorven is en dus niet gegeten mag worden omdat het niet volgens de regels van kasjroet is geslacht. De uitdrukking "niet koosjer" wordt ook wel in overdrachtelijke zin gebruikt als men wil aangeven dat iets niet pluis, niet in orde of verdacht is.
 
 
HECHSJER
 
Hechsjer is het Hebreeuwse woord voor een rabbinale verklaring van kasjroet (kosjerheidscertificering). Alle kosjere winkels (behalve supermarkten) moeten een te'oedat hechsjer (kosjerheidscertificaat) hebben hangen. Dit wordt door de certificerende rabbijn of rabbinale rechtbank/organisatie verstrekt voor een bepaalde periode. Zaken die een te'oedat hechsjer vereisen zijn onder anderen restaurants, bakkerijen en fast-foodzaken. In Nederland wordt dit door het Opperrabbinaat voor Nederland verzorgd.
Met name in Israël, maar in toenemende mate ook in de Verenigde Staten, is het in tegenstelling tot in Nederland gebruikelijk om een klein symbooltje (ca. 1 cm doorsnee), doorgaans het logo van de rabbijn of het rabbinaat in kwestie, op de verpakking van ieder voorverpakt product te plaatsen. Enkel de tekst 'kosjer' is niet voldoende, aangezien er verschillende gradaties van kosjerheidscertificering bestaan. De meeste orthodoxe joden eten alleen voedsel met het hechsjer van een beperkt aantal hechsjeriem (meervoud); de meest vertrouwde hechsjeriem in dit opzicht is die van de Edah HaChareidis en die van rabbijn Landau uit Bnei Brak. Andere bekende hechsjerim in Israël zijn die van rabbijnen Kook en Rubin uit Rechovot; de rabbinale rechtbank Chassam Sofer uit Bnei Brak; de rabbinale rechtbank van rabbijn Ovadia Yosef; Machzikei HaDas van de chassidische beweging Belz, Shearis Yisroel van de Litvaks, de Sefardische rabbijn Shlomo Machpoud, en anderen. In de Verenigde Staten zijn met name de Orthodox Union(OU), Organized Kashrus (OK) en het Central Rabbinical Congress (CRC) bekend.
 
 
KOSJER OF KOOSJER
 
De correcte Jiddische uitspraak is 'kosjer' met een korte 'o'. In het Nederlands taalgebruik, zowel onder joden als de algemene bevolking, is dit woord geleidelijk verbasterd naar een lange 'oo'. Zowel het Opperrabbinaat voor Nederland als het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, die de kasjroetcertificering in Nederland verzorgen, gebruiken echter de spelling kosjer met een enkele 'o'.



Geactualiseerd: augustus 2013 / Updated August 2013

ALGEMENE INFORMATIE

E-nummers van ongeoorloofde kleurstoffen:
E 120 (cochenille, karmijnzuur en karminezuur),
E 163 (anthocyaninen)
Aspartaam (E951) is kankerverwekkend
Emulgator: (sojalecithine) Kan van varken zijn als er niets bij vermeld staat.

Euronummers van ongeoorloofde emulgatoren:
E 422, 430, 431, 432, 433, 434, 435, 436, 441, 445, 470, 471, 472, 473, 474, 475, 476, 477, 478, 479,
481, 482, 483, 491, 492, 493, 494, 495, 542, 570, 571, 572, 573, 640, 915, 1000, 1518 en 4796.

- See more at: http://www.nik.nl/2010/06/algemene-informatie-e-nummers/#sthash.ZruGTLF6.dpuf

general information

E-nummers van not permitted coloring agents:
E 120 carmine dye (cochenille, karmijnzuur en karminezuur),
E 163 (anthocyaninen)

Euronummers van not permitted emulsifiers:
E 422, 430, 431, 432, 433, 434, 435, 436, 441, 445, 470, 471, 472, 473, 474, 475, 476, 477, 478, 479,
481, 482, 483, 491, 492, 493, 494, 495, 542, 570, 571, 572, 573, 640, 915, 1000, 1518 en 4796.

- See more at: http://www.nik.nl/2010/06/algemene-informatie-e-nummers/#sthash.ZruGTLF6.j4uPc8hf.dpuf



Handelingen 10
De hoofdman Cornelius

En er was een zeker man te Cesaréa, met name Cornelius, een hoofdman over honderd, uit de bende, genaamd de Italiaanse;
Godzalig en vrezende God, met geheel zijn huis, en doende vele aalmoezen aan het volk, en God geduriglijk biddende.
Deze zag in een gezicht klaarlijk, omtrent de negende ure des daags, een engel Gods tot hem inkomen, en tot hem zeggende: Cornelius!
En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God.
En nu, zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus.
Deze ligt te huis bij een Simon, lederbereider, die zijn huis heeft bij de zee; deze zal u zeggen, wat gij doen moet.
En als de engel, die tot Cornelius sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisknechten, en een godzaligen krijgsknecht van degenen, die gedurig bij hem waren;
En als hij hun alles verhaald had, zond hij hen naar Joppe.
En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure.
10 En hij werd hongerig, en begeerde te eten. En terwijl zij het bereidden, viel over hem een vertrekking van zinnen.
11 En hij zag den hemel geopend, en een zeker vat tot hem nederdalen, gelijk een groot linnen laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde;
12 In hetwelk waren al de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.
13 En er geschiedde een stem tot hem: Sta op, Petrus! slacht en eet.
14 Maar Petrus zeide: Geenszins, Heere! want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was.
15 En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.
16 En dit geschiedde tot drie maal; en het vat werd wederom opgenomen in den hemel.
17 En alzo Petrus in zichzelven twijfelde, wat toch het gezicht mocht zijn, dat hij gezien had, ziet, de mannen, die van Cornelius afgezonden waren, gevraagd hebbende naar het huis van Simon, stonden aan de poort.
18 En iemand geroepen hebbende, vraagden zij, of Simon, toegenaamd Petrus, daar te huis lag.
19 En als Petrus over dat gezicht dacht, zeide de Geest tot hem: Zie, drie mannen zoeken u;
20 Daarom sta op, ga af, en reis met hen, niet twijfelende; want ik heb hen gezonden.
21 En Petrus ging af tot de mannen die van Cornelius tot hem gezonden waren, en zeide: Ziet, ik ben het, dien gij zoekt; wat is de oorzaak, waarom gij hier zijt?
22 En zij zeiden: Cornelius, een hoofdman over honderd, een rechtvaardig man, en vrezende God, en die goede getuigenis heeft van het ganse volk der Joden, is door Goddelijke openbaring vermaand van een heiligen engel, dat hij u zou ontbieden te zijnen huize, en dat hij van u woorden der zaligheid zou horen.
23 Als hij hen dan ingeroepen had, ontving hij ze in huis. Doch des anderen daags ging Petrus met hen heen, en sommigen der broederen, die van Joppe waren, gingen met hem.
24 En des anderen daags kwamen zij te Cesaréa. En Cornelius verwachtte hen, samengeroepen hebbende die van zijn maagschap en bijzonderste vrienden.
25 En als het geschiedde, dat Petrus inkwam, ging hem Cornelius tegemoet, en vallende aan zijn voeten, aanbad hij.
26 Maar Petrus richtte hem op, zeggende: Sta op, ik ben ook zelf een mens.
27 En met hem sprekende, ging hij in, en vond er velen, die samengekomen waren.
28 En hij zeide tot hen: Gij weet, hoe het een Joodsen man ongeoorloofd is, zich te voegen of te gaan tot een vreemde; doch God heeft mij getoond, dat ik geen mens zou gemeen of onrein heten.
29 Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen, ontboden zijnde. Zo vraag ik dan, om wat reden gijlieden mij hebt ontboden.
30 En Cornelius zeide: Over vier dagen was ik vastende tot deze ure toe, en ter negende ure bad ik in mijn huis.
31 En ziet, een man stond voor mij, in een blinkend kleed, en zeide: Cornelius! uw gebed is verhoord, en uw aalmoezen zijn voor God gedacht geworden.
32 Zend dan naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus; deze ligt te huis in het huis van Simon, den lederbereider, aan de zee, welke, hier gekomen zijnde, tot u spreken zal.
33 Zo heb ik dan van stonde aan tot u gezonden, en gij hebt welgedaan, dat gij hier gekomen zijt. Wij zijn dan allen nu hier tegenwoordig voor God, om te horen al hetgeen u van God bevolen is.
34 En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is;
35 Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
36 Dit is het woord, dat Hij gezonden heeft den kinderen Israëls, verkondigende vrede door Jezus Christus; deze is een Heere van allen.
37 Gijlieden weet de zaak, die geschied is door geheel Judéa, beginnende van Galiléa, na den doop, welken Johannes gepredikt heeft;
38 Belangende Jezus van Názareth, hoe God Hem gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.
39 En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft, beide in het Joodse land en te Jeruzalem; Welken zij gedood hebben, Hem hangende aan het hout.
40 Dezen heeft God opgewekt ten derden dage, en gegeven, dat Hij openbaar zou worden;
41 Niet al den volke, maar den getuigen, die van God te voren verkoren waren, ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was.
42 En heeft ons geboden den volke te prediken, en te betuigen, dat Hij is Degene, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en doden.
43 Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam.
44 Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
45 En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd.
46 Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus:
47 Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, welke den Heiligen Geest ontvangen hebben, gelijk als ook wij?
48 En hij beval, dat zij zouden gedoopt worden in den Naam des Heeren. Toen baden zij hem, dat hij enige dagen bij henwilde blijven.

  Act 10:15   And 2532 the voice 5456 [spake] unto 4314 him 846again 3825 1537 the second time 1208, What 3739God 2316 hath cleansed 2511 , [that] call 2840 0 not3361 thou 4771 common 2840 .

  Act 10:28   And 5037 he said 5346 unto 4314 them 846, Ye 5210know 1987 how 5613 that it is 2076 an unlawful thing111 for a man 435 that is a Jew 2453 to keep company 2853 , or 2228 come unto 4334 one of another nation 246; but 2532 God 2316 hath shewed1166 me 1698 that I should not 3367 0 call 3004 any3367 man 444 common 2839 or 2228 unclean 169.

Handelingen 10

15 En voor de tweede maal hoorde hij de stem: ‘Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.’
28 Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het Joden verboden is met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen, maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen. 

Kosher and Halal foods Not the Same


Exodus 23

25 En gij zult den HEERE (YHWH) uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren.

Ezechiël 4

En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen, en linzen, en gierst, en spelt; en doe die in een vat, en maak die u tot brood;
12 En gij zult een gerstekoek eten,

Zaaddragende planten en de vruchtdragende bomen zijn het oorspronkelijke voedsel voor de mens.
Granen, groenten, noten en vruchten.

Markus 1

En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilden honig.

Genesis 18

God verschijnt aan Abraham bij Mamre
Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.
En hij zeide: Heere (YHWH)! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet van Uw knecht voorbij.
Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.
En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.
En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.
Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.
10 En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.
11 Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.
12 Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?
13 En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
14 Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
15 En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.
Verwoesting van Sódom en Gomórra aangekondigd
(In het jaar 2108 is dit geweest Izak was in dat jaar geboren en dat was in dat jaar van de belofte dat dit plaatsvond)
16 Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sódom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.
17 En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?
18 Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?
19 Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
20 Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sódom en Gomórra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is,
21 Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten.
22 Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sódom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.
Abraham bidt voor Sódom
23 En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?
24 Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn?
25 Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
26 Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sódom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil.
27 En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!
28 Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden.
29 En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
30 Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
31 En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil.
32 Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
33 Toen ging de HEERE weg, als Hij geëindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats.



Insecten eten,we doen het allemaal alleen weten we het niet


Ik zag pas een programma op tv,en daar kwam op dat we allemaal wel eens insecten eten.


Insecten eten we massaal op,
Op tv kwam van de week dat wij Nederlanders massaal insecten op eten,maar ik dacht toen nog,ik eet die vieze beestjes nooit.Tot dat ik me erin ging verdiepen,en nu blijkt dus dat insecten dus gewoon in bepaalde dingen zitten verwerkt,en dat we dat niet eens weten.

Insecten eten we massaal op,

Op tv kwam van de week dat wij Nederlanders massaal insecten op eten,maar ik dacht toen nog,ik eet die vieze beestjes nooit.Tot dat ik me erin ging verdiepen,en nu blijkt dus dat insecten dus gewoon in bepaalde dingen zitten verwerkt,en dat we dat niet eens weten.

 

We eten gemiddeld per persoon zo`n 500 gram insecten per jaar, een halve kilo dus. En aangezien die beestjes niet zo zwaar zijn,zijn er dit dus aardig veel. 

Als je op etiketten kijkt die op bepaalde voedingsmiddelen staan, zie je nooit iets van insecten staan,en de reden daarvoor is dat veel mensen anders de producten zullen laten staan, tenminste dat zou ik wel doen,en denk nog vele andere mensen.

Het E-nummer,

Deze insecteningrediënten worden onder een bepaald E-nummer op het etiket gezet. Ik vroeg me ook wel eens af wat die E-nummers nou eigenlijk betekenen,nou een bepaald nummer staat dus voor insecten.

Dit is het nummer E-120 oftewel een kleurstof die in een product zit, wat gemaakt is van een bepaald insekt. En nu ga ik vertellen waar deze kleurstof E-120 van insecten dus gemaakt in zit. 

Dit zit verwerkt in die lekkere roze koeken en rode m&m`s

Die kleurstof die word toegepast bij die roze koeken en m&m`s word gemaakt van luizen uit peru. Die beestjes worden verwerkt en geeft die mooie kleurstof af, die dus gebruikt word in een bepaald voedingsmiddel.

In bepaalde dierenspeciaalzaken liggen deze beestjes te wachten totdat iemand ze koopt om bijvoorbeeld aan een leguaan te geven,die iemand als huisdier heeft.Maar in de toekomst moet het dus zo worden dat wij die ook een keer gaan eten.Ze schijnen heel erg gezond te zijn,en prima te zijn als vleesvervanger.En de sprinkhaan word wereldwijd het meeste gegeten,en in recepten verwerkt.

Ik kan me niet voorstellen dat mensen dit eten,maar in mexico word dit dus zo verkocht als snack.Dus als je eens in mexico komt,eet smakelijk.


Insecten als voedsel

Algemeen

Insecten worden tegenwoordig steeds meer gezien als bron van eiwitten in menselijk voedsel. In veel landen is het eten van insecten normaal, maar in delen van de westerse cultuur zoals westelijk Europa niet. Insecten zijn koudbloedig en zijn zeer efficiënt in het omzetten van voedsel. Ze besteden geen energie aan het warm houden van het lichaam, en hierdoor leveren ze relatief veel meer eiwitten dan warmbloedige dieren.

Het eten van insecten wordt wel entomofagie genoemd, en in een groot deel van de wereld worden sommige insecten of de larven ervan vaak gegeten en erg gewaardeerd als eiwitrijk voedsel. Vaak worden deze dan gekookt, gebakken of geroosterd genuttigd, maar veelal ook rauw of soms levend. Hoewel het eten van andere geleedpotigen zoals kreeften in het moderne Europa gebruikelijk is en deze als lekkernij worden gezien, is het eten van insecten eerder ongebruikelijk en wordt als bizar ervaren. Toch werden ook in Europa nog niet zo lang geleden insecten soms nog in voedsel verwerkt. Een voorbeeld is de meikeversoep die in Frankrijk en Duitsland werd gegeten, en niet alleen in tijden van nood.

Gebakken sprinkhanen

Een typisch gerecht in de straten van Bangkok: insecten, met onder meer gefrituurde sprinkhanen en meelwormen.

Andere insecten die wel als voedsel worden gebruikt zijn sprinkhanen, reuzenwaterwantsen, keverlarven en kakkerlakken, die meestal worden gebakken voor consumptie. In sommige landen zoals Thailand vindt ook consumptie plaats van dieren zoals spinnen, schorpioenen en duizendpotigen. Deze worden meestal van eventuele gifkaken en -stekels ontdaan waarna ze worden gefrituurd. Het eten van insecten is in sommige landen ook onderdeel van de militaire training, omdat soldaten zo beter kunnen overleven.

Sprinkhanen zijn halal, ofwel toegestaan voor moslims om te eten. Andere insecten als vliegen, muskieten en wespen daarentegen zijn haram: verboden om te eten. In het Joodse geloof zijn enkel vier soorten sprinkhanen koosjer, alle andere insecten en geleedpotigen zijn treife of niet-koosjer. Honing van bijen echter mag wel worden geconsumeerd, omdat bijen de honing immers niet zelf produceren, maar slechts verzamelen.

Op Sardinië wordt wel Casu marzu gegeten, beter bekend als madenkaas. Deze kaas ‘rijpt’ doordat de vliegenlarven de kaas opeten en weer uitscheiden. Volgens kenners wordt de kaas beter naarmate de larven er langer in leven en de kaas meerdere malen hebben verteerd. De traditionele kaas wordt plaatselijk nog wel gemaakt, ondanks een verbod vanwege risico op voedselvergiftiging.

Mensen kunnen ongemerkt (delen van) insecten binnenkrijgen bij een normaal voedingspatroon. Insectenlarven kunnen namelijk terechtkomen in producten waar ze van eten, zoals graan (brood), vruchten (jam, yoghurt) en noten (borrelnootjes, snoep, pindakaas).

De smaak van insecten

“Er zijn drie miljoen soorten insecten. Daarvan zijn er nu achthonderdduizend beschreven. Slechts vijfduizend zijn er giftig.” En de rest zouden we gewoon kunnen eten. Arnold van Huis, hoogleraar tropische entomologie aan de Wageningen Universiteit, is al vijftien jaar lang pleitbezorger van het onderzoek naar entomofagie: de menselijke consumptie van insecten.
Zijn verhaal is helder en overtuigend. Wereldwijd groeit de bevolking en neemt de welvaart toe; de vleesconsumptie in landen als China is in de afgelopen tien jaar verdubbeld. Onze planeet is echter te klein voor de hoeveelheid vee die nodig is om alle zeven miljard mensen van traditionele dierlijke eiwitten te voorzien. “Vlees wordt op den duur een luxeproduct,” voorspelt Van Huis.  Een mogelijke oplossing voor de dreigende eiwitcrisis zijn insecten: hoogwaardig voedsel met een vergelijkbare voedingswaarde als rund- of varkensvlees.
Gedroogde insecten bevatten per honderd gram tussen de veertig en 75 gram eiwit, en daarnaast de voornaamste aminozuren, vetzuren, ijzer en vitaminen. Het grote verschil is dat de ecologische voetafdruk van een kilo eiwitten uit sprinkhanen, meelwormen of krekels vele malen kleiner is dan die van een kilo conventioneel vlees.  Insecten zijn een geschikte bron van dierlijke eiwitten, legt Van Huis uit. “Ze zijn koudbloedig en hoeven daarom hun lichaamstemperatuur niet op peil te houden. De omzetting van voer naar vlees verloopt daardoor veel efficiënter.” Bovendien is voor de kweek aanzienlijk minder – schaarse – landbouwgrond nodig en is de uitstoot van broeikasgassen, methaan en ammonia beperkt.

Bron: Wikipedia, National Geographic, Wageningen Universiteit


Ook jij eet al insecten

Ook jij eet al insecten… Wellicht zonder dat je het weet?!

Dus nog los van die ene vlieg die in je bord soep belandt, zijn er behoorlijk wat insectendeeltjes vermalen door je voorverpakte voedsel. Wij eten per jaar zo’n 500 gram insecten die in bewerkt voedsel zitten. En dat is heel normaal. Er zijn zelfs afspraken over gemaakt met de levensmiddelenindustrie over hoeveel insectendeeltjes een bepaald product mag bevatten. Het is namelijk vrijwel onmogelijk om alle insecten te verwijderen uit fruit en (blad)groenten. Daarom mag bijvoorbeeld volgens de officiële richtlijnen in de Verenigde Staten onderstaande producten insecten bevatten:

  • Diepvriesbroccoli > 60 bladluizen;
  • 200 gram tomatenketchup > 3 fruitvlieglarven;
  • 25 gram kerriepoeder > 100 insectenfragmenten;
  • Blikje 100 gram paddestoelen > 74 mijten;
  • 1 ons vijgenpasta > 13 insectenhoofdjes
  • 1 ons rozijnen > 34 fruitvliegjes

Hoe roze koeken roze worden..Roze koeken insecten (bladluis).
Ooit wel eens bij stil gestaan dat er eten in jouw plaatselijke super ligt dat bewust van insecten gemaakt is? Je wel eens afgevraagd hoe roze koeken zo roze komen? De kleurstof wordt gemaakt van schildluizen die leven op cactussen in Peru en inmiddels ook gekweekt worden op bijv. Lanzarote. En dat is goede handel: deze insecten kosten namelijk 30 euro per gram, en zijn daarmee meer waard dan goud!

E120
Oja, en niet alleen roze koeken worden gemaakt van luizen, rode M&Ms en aardbeienyoghurt, milkshakes ook trouwens. Nieuwsgierig naar de kleurstof E120 ofwel karmijnrood: bekijk de uitzending van De Kinderen van de Keuringsdienst

E904
Een harsachtige afscheidingsproduct van de kleine lakschildluis (of de commercieel gekweekte boomluis) die voornamelijk voorkomt op diverse boomsoorten in India en omringende landen.

In voedingsmiddelen wordt het glansmiddel E904 gebruikt als waxcoating bij fruit, bonbons en suikergoed. In de farmaceutische industrie wordt het gebruikt om medicijnen maagzuur-resistent te maken en geschikt te maken voor vertraagde afgifte van de capsule-inhoud.


Matteüs 4
4. 
Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat.

Amos 8
11.
Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN (YHWH).


Recepten:

Smoothie.nl


2 chiquita bananen
2 Sinaasappels
1 Pink Lady appel
1 hand spinazie
scheut roosvicee






Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen