Familie
de Gier
Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen
Jood

Matthéüs 27

37 
En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn beschuldiging geschreven: DEZE IS (Jezus) YESHUA, DE KONING DER JODEN.

JOOD

1) Bijbelse figuur of naam 2) Hebreeër 3) Israëliet 4) Rasnaam 5) etnische aanduiding (hoofdletter) 6) religieuze aanduiding (kleine letter)

Aanhanger van het joodse geloof in de god van Abraham, Izaäk en Jakob, met als heilig boek de Thora

Jood, m. (joden), belijder der israelietische godsdienst. tot de mozaïsche leer behoorende;


Het woord Jood betekent 
Godlover, iedereen die God looft is dus een ‘Jood’.
En omdat de besnijdenis een beeld is van “de besnijdenis van het hart”, kan iedereen van wie het hart ont-dekt is, met recht claimen ‘besneden’ te zijn.
(Judah = "praised")
Een Jood behoort tot het Joodse volk, het Jodendom (in etnisch-culturele zin), de Joodse gemeenschap, enz.

De mensen die zich nu "Joden" noemen nemen Yeshua niet aan en de mensen die zich nu "Christenen" noemen nemen het oude testament (de wetten van YHWH, geschreven door Mozes) niet aan. Dus eigenlijk staan beiden groepen op 1 been dus wankel in het geloof.

We all come from Adam and Eve so being Jewish means to do what YHWH wants.

(Messianic) Jew:
follower of the Jewish faith in the God of Abraham, Isaac and Jacob, whose holy book is the Torah (and a follower of Yeshua)

Wie is een Jood volgens de orthodoxe joden (mensen)?
"Een jood is degene die een joodse moeder heeft of degene die zich bekeerd heeft tot het Judaisme. Het is belangkrijk te weten dat jood-zijn niets van doen heeft met wat men gelooft of doet. Iemand geboren uit niet-joodse ouders die niet het formele bekeringsproces gevolgd heeft (volgens de mensen), maar alles gelooft wat orhtodoxe joden geloven en alle wetten en bepalingen onderhoudt is geen jood, zelfs volgens de liberale standpunten. En iemand die geboren is uit een joodse moeder die helemaal niets gelooft en zich aan geen enkele bepaling van het Judaisme houdt, is een jood, zelfs in de ogen van de orthodoxen."

Antwoord:
Is dit niet bizar. Het heeft niets met een volk te maken, maar met het verbond dat jij als individu sluit met YHWH.
Bovendien waren Yeshua zijn voorouders uit mannelijke lijn tot zijn moeder waren Jood en Zijn Vader was natuurlijk bijzonder ONZE YHWH.
Bij de vrouwelijke lijn waren er ook niet Joodse vrouwen tussen.

Bovendien hoe komt het dan dat iedereen verklaard dat het via de moeder komt het Joods-zijn?

In de Joodse wet gaat de genealogie via de vader en niet de moeder. Zie Numeri 1:2: Neemt het aantal op van de gehele vergadering der Israëlieten naar hun geslachten en families, overeenkomstig het aantal namen, allen die van het mannelijk geslacht zijn.


Antwoord: Is dit niet tegenstrijdig bij de orthodoxe Joden? Bovendien is YHWH de Jood van ALLE Joden en dus ook mannelijke lijn.
Wie durft YHWH een leugenaar te noemen?

Verscheiden mensen hebben gevraagd over Koning David of hij een Jood was, gezien het feit dat één van zijn vrouwelijke voorouders, Ruth, niet Joods was. Deze conclusie is gebaseerd op twee foute veronderstellingen: ten eerste was Ruth Joods, en zelfs als was zij dat niet, dan had dat geen effect gehad op Davids status van Jood. Ruth trad tot het Jodendom toe voordat zij met Boaz trouwde en baarde hem Obed. Zie Ruth 1:16, waar Ruth duidelijk maakt dat het haar bedoeling is Joods te worden. Nadat Ruth tot het Jodendom was bekeerd, was zij een Jodin en al haar kinderen die naar haar conversie geboren werden, waren dus ook Joods. Maar zelfs als Ruth niet Joods was toen Obed geboren werd, dan zou dat toch geen invloed hebben op Koning Davids status als Jood, want Ruth was een voorouder van de vader van David, niet van Davids moeder, en de status van Koning David wordt bepaald door zijn moeder.

De Tora specificeert nergens dat de matrilineaire afstamming gebruikt moet worden; er zijn echter een aantal passages in Tora waaruit valt af te leiden dat het kind van een Joodse vrouw en een niet-Joodse man een Jood is en verscheidene andere passages waaruit blijkt dat het kind van een niet-Joodse vrouw en een Joodse man geen Jood is.

Israeli Jew - Rabbi's son accepts Yeshua (Jesus) the Messiah


The term "Jew" is derived from the name of Jacob's fourth son, Judah--Yehudah, in the Hebrew--and may have originally applied only to Judah's descendents, who comprised one of the twelve tribes of Israel. On his deathbed, Jacob assigned Judah the role of leader and king--a prophesy that was fulfilled in 869 BCE when all twelve tribes submitted to the reign of King David of the tribe of Judah.


After the death of David's son, King Solomon, a civil dispute split the twelve tribes of Israel into two kingdoms: the Kingdom of Judah in the south, which included the tribes of Judah and Benjamin (and some Levites and priests) and was centered around the capital Jerusalem and the Holy Temple; and the northern Kingdom of Israel, which included the other ten tribes.

In the 5th century BCE, the Kingdom of Israel was conquered by Assyrian King Sennaherib, and the ten tribes were exiled and lost. The only remaining Israelites were the residents of the Kingdom of Judah, and the term "Yehudi" or "Jew" came to refer to all the Israelites, regardless of their tribal ancestry.

But there is also a deeper meaning to the name "Jew. The first individual to be called a Jew (Yehudi) in the Scriptures was Mordecai, of Purim fame. "There was a man, a Yehudi, in Shushan the capital, whose name was Mordecai . . . a Yemini" (Esther 2:5). The Talmud (Tractate Megillah 12b) asks on this: "He is called a Yehudi, implying that he descended from Judah; he then is called Yemini, implying that he is a Benjaminite!" Rabbi Jochanan responds: "He was a Benjaminite. Yet he was called a Yehudi because he rejected idolatry--and anyone who rejects idolatry is called a Yehudi."

The commentaries explain that the name Yehudah shares the same root as the Hebrew word hoda'ah, which means acknowledgement or submission. One who acknowledges G‑d's existence and submits to His authority--to the extent that he is willing to sacrifice his life for the sanctification of His name--he is called a Yehudi.

Hence Abraham is commonly referred to as "The First Jew." As the first person to use his own cognitive abilities to discover and recognize the one G‑d, reject the idolatrous ways of his ancestors and contemporaries, actively publicized the truth of G‑d and was prepared to give his very life for these goals--Abraham epitomized "Jewishness" many centuries before the term came into common use.
BY ROCHEL CHEIN

1 Korinthe 9

20 En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet zijn, winnen zou.
21 Degenen, die zonder de wet zijnben ik geworden als zonder de wet zijnde (God(e) nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen, die zonder de wet zijn, winnen zou.

We zijn allemaal Joden en Israëlieten. De Joden (Juda) en Jafeth (Christenen, heiden = niet Jood) Galaten 3:28)
Israëlieten: de collectieve naam voor de leden van de 12 stammen van Israël en Jafeth's afstammelingen.

2 stammen: Juda en 
Joseph/Efraim/Israël/Jafeth.

Deuteronomium 30
Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE (YHWH), uw God, gedreven heeft; 
En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 
3 En de HEERE (YHWH), uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal wederkeren en u vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had. 
4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE (YHWH), uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen. 
5 En de HEERE, uw God, zal u brengen in het land, dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen. 
6 En de HEERE (YHWH), uw God, zal uw hart besnijdenen het hart van uw zaad, om den HEERE, uw God, lief te hebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel, opdat gij levet. 
7 En de HEERE, uw God, zal al die vloeken leggen op uw vijanden en op uw haters, die u vervolgd hebben. 
8 Gij dan zult u bekeren, en der stemme des HEEREN (YHWH) gehoorzaam zijn, en gij zult doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede. 
9 En de HEERE, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk uwer hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want de HEERE zal wederkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft; 
10 Wanneer gij der stemme des HEEREN, uws Gods, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn inzettingen, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer gij u zult bekeren tot den HEERE, uw God, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 
11 Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre. 
12 Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve HOREN late, dat wij het doen? 
13 Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
14 Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. 
15 Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade. 
16 Want ik gebiede u heden, den HEERE (YHWH), uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. 
17 Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient; 
18 Zo verkondig ik ulieden heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet VERLENGEN op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit. 
19 Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad; 
20 Liefhebbende den HEERE, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. 

Jesaja 56:1-8
Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. 
Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen. 
3 En de vreemde, die zich tot den HEERE gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom. 
4 Want alzo zegt de HEERE (YHWH) van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond
Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden. 
En de vreemden, die zich tot den HEERE (YHWH) voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden; 
Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken. 
8 De Heere HEERE (YHWH), Die de verdrevenen van Israel vergadert, spreekt: Ik zal tot hem nog meer vergaderen, nevens hen, die tot hem vergaderd zijn.




Surat Al-Baqarah (The Cow) - سورة البقرة 
2:7
2:7
Sahih International
Allah has set a seal upon their hearts and upon their hearing, and over their vision is a veil. And for them is a great punishment.

Jesaja 29 
13 
Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezenmensengeboden zijn, die hun geleerd zijn; 
18 En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.
Isa 29
 18 And in that day shall the deaf hear the words of the book, and the eyes of the blind shall see out of obscurity, and out of darkness. (KJV)

Exodus 34
29 En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinaï afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak. 
30 Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden. 
35 Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken. 

Psalmen 119
18 Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien hoe wonderlijk mooi uw wet is.

Jesaja 25
7 Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.

2 Korintiërs 3
13 en zijn we niet als Mozes, die zijn gezicht met een sluier bedekte, zodat de Israëlieten niet konden zien dat de glans verdween. 
14 Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen. 
15 Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen. 
16 Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. 

13 En doen niet gelijkerwijs Mozes, die een deksel op zijn aangezicht leide, opdat de kinderen Israëls niet zouden sterk zien op het einde van hetgeen te niet gedaan wordt.

14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.

15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart.

16 Doch zo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.

17 De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.

18 En wij allen, met ongedekten aangezichte (besnijdenis van hart, de sluier van Mozes is opgelicht) de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.

 

2 Korintiërs 4
Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan:


Ezechiël 37

15 Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
16 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen.
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot één worden in uw hand.
18 En wanneer de kinderen van uw volk tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEEREZiet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal hen met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen één worden In Mijn hand.
20 De houten nu, waarop gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hun ogen.
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEEREZiet, Ik zal de kinderen Israëls (Christenen en de 10 verloren stammen israel) halen uit het midden der heidenen, waarheen zij getrokken zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en hen brengen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enige Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, waarin zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen één Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hun Vorst zijn tot in eeuwigheid.
26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
27 En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
28 En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israël heilig, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.

Jesaja 8
14 Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

Genesis 37

En Israël had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok (vele naties van verschillende huidskleur).


Handelingen 11

26 
En het is geschied, dat zij een geheel jaar samen vergaderden in de Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te Antiochíë Christenen (volgeling, leerlingen, discipelen) genaamd werden.

Discipelen:
  • Te gebruiken voor personen die de leer, denkwijze of het voorbeeld van een leraar of leider leren, accepteren en er zich door laten leiden, bijvoorbeeld de belijdende volgelingen van een religieuze leider of aanhangers van een bepaalde denkwijze.
  • volgelingen van Jezus van Nazareth
  • Leerlingen, volgelingen van Jezus (Marcus 3:13-19), twaalf in getal. Daarmee vertegenwoordigen zij symbolisch het gehele joodse volk, de twaalf stammen, de afstammelingen van de twaalf zonen van Jacob.

Handelingen 26

28 En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen (volgeling, leerlingen, discipelen) te worden.

1 Petrus 4

Leven en lijden als Christenen
Dewijl dan Christus voor ons in het vlees geleden heeft, zo wapent gij u ook met dezelfde gedachte, namelijk dat wie in het vlees geleden heeft, die heeft opgehouden van de zonde;
Om nu niet meer naar de begeerlijkheden der mensen, maar naar den wil van God, den tijd, die overig is in het vlees, te leven.
Want het is ons genoeg, dat wij den voorgaande tijd des levens der heidenen wil volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen;
Waarin zij zich vreemd houden, als gij niet medeloopt tot dezelfde uitgieting der overdadigheid, en u lasteren;
Dewelke zullen rekenschap geven Dengene, Die bereid staat om te oordelen de levenden en de doden.
Want daartoe is ook den doden het Evangelie verkondigd geworden, opdat zij wel zouden geoordeeld worden naar den mens in het vlees, maar leven zouden naar God in den geest.
En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden.
Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken.
Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren.
10 Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods.
11 Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.
12 Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u ietsvreemds overkwame;
13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
14 Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.
15 Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als een, die zich met eens anders doen bemoeit;
16 Maar indien iemand lijdt als een Christen (volgeling, leerlingen, discipelen), die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele. (Volgelingen van de Weg)
17 Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?
18 En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?
19 Zo dan ook die lijden naar den wil van God, dat zij hun zielen Hem, als den getrouwen Schepper, bevelen met weldoen.

Discipelen:
Leerlingen, volgelingen van Jezus (Marcus 3:13-19), twaalf in getal. Daarmee vertegenwoordigen zij symbolisch het gehele joodse volk, de twaalf stammen, de afstammelingen van de twaalf zonen van Jacob.



Jeremia 50
Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

Mattheus 10
Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Mattheus 15
24 Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik (Yeshua) ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.


What is Messianic Judaism?


Bron:

"So many Christians do not know that!

Christianity is nothing more than Judaism with the acceptance of Yeshua as the Mashiach
Hard to grasp for some... God bless you!"

Er is een verschil tussen: rabbinical judaism / rabbijnse jodendom en Messianic Judaism / Messiaanse jodendom.

Pagan/gentiles/heiden/GOJIM [1) Niet jood 2) Niet-israëliet 3) Persoonsbenaming]
גוי קדוש/A holy nation/een heilige natie

Voor de moslims zijn Joden en Christenen 1 volk, het volk van "het boek" (de Bijbel)

De hele Bijbel (O.T. en N.T.) is een Joods boek geschreven door Joden.

 

Messiasbelijdende
 Joden 
Messiaans Platform
De Nederlandse Vereniging van Jesjoea Hammasjiach Belijdende Joden
Beth Yeshua Joodse Messiasbelijdende Gemeente
Messiasbelijdende Joden in Nederland
Stichting steun Messias belijdende Joden


Handelingen 11
26 
En het is geschied, dat zij een geheel jaar samenvergaderden in de Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te Antiochíë Christenen genaamd werden.

Handelingen 26

28 
En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.

1 Petrus 4

16 
Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.


Markus 12

Het grootste gebod
28 En een der schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle?
29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere (YHWH), onze God, is een enig Heere.
30 En gij zult den Heere (YHWH), uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
31 En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.
32 En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij:
33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
34 En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.

Deuteronomium 6

Hoor, Israël! de HEERE (YHWH), onze God, is een enig HEERE (YHWH)!
Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.

Leviticus 19

    18 
Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als                 uzelven; Ik ben de HEERE!

Deze 2 geboden (OT: Deut 6:4-5 , Lev 19:18; NT: Markus 12:29-31) staan NIET in de Koran.
Wij (Joden en Christenen) worden door de Moslims (Gojim) "the people of the book" genoemd.

Sahih International (koran 5:51)
O you who have believed, do not take the Jews and the Christians as allies. They are [in fact] allies of one another. And whoever is an ally to them among you - then indeed, he is [one] of them. Indeed, Allah guides not the wrongdoing people.

Muhsin Khan (koran 1:7)
The Way of those on whom You have bestowed Your Grace , not (the way) of those who earned Your Anger (such as the Jews), nor of those who went astray (such as the Christians).

Sahih International (koran 2:109)
Many of the People of the Scripture wish they could turn you back to disbelief after you have believed, out of envy from themselves [even] after the truth has become clear to them. So pardon and overlook until Allah delivers His command. Indeed, Allah is over all things competent.

Sahih International (koran 2:120)
And never will the Jews or the Christians approve of you until you follow their religion.
Say, "Indeed, the guidance of Allah is the [only] guidance." If you were to follow their desires after what has come to you of knowledge, you would have against Allah no protector or helper.

Sahih International (koran 3:67)
Abraham was neither a Jew nor a Christian,
but he was one inclining toward truth, a Muslim [submitting to Allah ] (Lie/Leugen). And he was not of the polytheists.

Sahih International (koran 5:60)
Say, "Shall I inform you of [what is] worse than that as penalty from Allah ? [It is that of] those whom Allah has cursed and with whom He became angry and made of them apes and pigs and slaves of Taghut. Those are worse in position and further astray from the sound way."

Johannes 13

34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
35 Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

1 Johannes 2

Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

1 Johannes 3

23 
En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en  elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.

1 Johannes 4

20 
Indien  iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?
21 En  dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.

Johannes 15

12 
Dit  is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.

Leviticus 19

18 
Gij  zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij  zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!

Matthéüs 22

39 
En het tweede aan dit gelijk, is: Gij  zult uw naaste liefhebben als uzelven.

Éfeze 5

En  wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en  Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.

1 Thessalonicenzen 4

Van  de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gij zelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben.

1 Petrus 4

Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want  de liefde zal menigte van zonden bedekken.

Romeinen 12

Toewijding aan God
Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
Want door de genade, die mij gegeven is, zeg ik een iegelijk, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, gelijk als God een iegelijk de mate des geloofs gedeeld heeft.
Want gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;
Alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.
Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is,
Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren;
Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid.
Onderlinge liefde
De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.
10 Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een den ander voorgaande.
11 Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.
12 Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
13 Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
14 Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.
15 Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
16 Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij uzelven.
17 Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.
18 Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.
19 Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
20 Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.
21 Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.

1 Johannes 3

De kinderen Gods
Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods zouden genaamd worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hijzal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.
Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.
En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.
Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet; een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.
Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.
Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.
Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.
10 Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft.
11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben.
12 Niet gelijk Kaïn, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.
13 Verwondert u niet, mijn broeders, zo u de wereld haat.
14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood.
15 Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende.
16 Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen.
17 Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?
18 Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.
19 En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.
20 Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.
21 Geliefden! Indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God;
22 En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.
23 En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
24 En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.

1 Timótheüs 4

De afval in de laatste tijden
Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,
Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid;
Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.
Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;
Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.
Vermaning tot getrouwe ambtsvervulling
Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt.
Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.
Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.
Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.
10 Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen.
11 Beveel deze dingen, en leer ze.
12 Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.
13 Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome.
14 Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.
15 Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles.
16 Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.

 


The Tents of Shem Part 1
The Tents of Shem Part 2
The Tents of Shem Part 3
The Tents of Shem Part 4
The Glory Has Departed
prophecy club 5 deceptions of islam from speaker Avi Lipkin full length (vanaf ± 6 min)

MUSLIMS ATTACK CHRISTIANS IN AMERICA OVER SHARIA LAW
BAN SHARIA LAW WORLDWIDE


2 Korinthe 3

De uitnemendheid van het Nieuwe Testament boven het Oude
Beginnen wij onszelven wederom u aan te prijzen? Of behoeven wij ook, gelijk sommigen, brieven van voorschrijving aan u, of brieven van voorschrijving van u?
Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen;
Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten.
En zodanig een vertrouwen hebben wij door Christus bij God.
Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God;
Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der lettermaar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts, die te niet gedaan zou worden,
Hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?
Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening der rechtvaardigheid overvloedig in heerlijkheid.
10 Want ook het verheerlijkte is zelfs niet verheerlijkt in dezen dele, ten aanzien van deze uitnemende heerlijkheid.
11 Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.
12 Dewijl wij dan zodanige hoop hebben, zo gebruiken wij vele vrijmoedigheid in het spreken;
13 En doen niet gelijkerwijs Mozes, die een deksel op zijn aangezicht legde, opdat de kinderen Israëls (Christenen en de 10 verloren stammen van Israel) niet zouden sterk zien op het einde van hetgeen te niet gedaan wordt.
14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.
15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart.
16 Doch zo wanneer het tot den Heere (YHWH) zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen. (Dit geldt voor de Christenen)
17 De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.
18 En wij allenmet ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.


Romeinen 9:32 
Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots; (Dit geldt voor de Joden)

Rom 9,33 

Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Jes 8,14

Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots (Joden) en tot een rotssteen der struikeling 
(Christenen en de 10 stammen van Israel) den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.

1 Petr 2,7
U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar den ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Dien de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis;



Which veil?
Welke sluier?
  • What was the purpose of the veil that covered Moses face?
Wat was het doel van de bedekte sluier op Mozes zijn gezicht.
  • To keep people from looking at his face.
Om de mensen niet zijn gezicht te laten zien.


Exodus 34

30 Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
31 Toen riep Mozes hen; en Aäron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
32 En daarna traden al de kinderen Israëls toe; en hij gebood hun al wat de HEERE met hem gesproken had op den berg Sinaï.
33 Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.
34 Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls, wat hem geboden was.
35 Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.

2 Korinthe 3

14 
Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.
  • Did the veil keep them from understanding the law?
Deed de sluier hun voorkomen dat ze de wetten niet begrepen?
  • No, the law was given at the time his face shone. Not when it was covered.
Nee, de wetten waren gegeven tijdens dat zijn gezicht blinkte. Niet toen het bedekt was.
  • How could that veil affect anything now?
Hoe kan die sluier nu nog invloed hebben?

The veil was placed over his face after he delivered the Word from God/YHWH
De sluier werd geplaatst op zijn gezicht nadat hij het Woord van God/YHWH gebracht had.

Could it be that Paul is showing that just as Moses’ face was covered so that others would not see the glory of God/YHWH, that now their faces are the ones covered from seeing God’s glory?
Zou het kunnen dat Paulus laat zien dat net als Mozes 'gezicht bedekt was zodat anderen niet de glorie van God/JHWH kunnen zien, dat nu hun gezichten bedekt zijn van het zien van Gods heerlijkheid?
  • Why?
Waarom?

Jesaja 6

10 
Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.

Deuteronomium 28

En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.
  15 Daarentegen zal het geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.

Jesaja 53

Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
  • A curse for rebellion
Een vloek voor opstand

Klaagliederen 3

65 
Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!
  • The law brings curses
De wet brengt vloeken
 

Deuteronomium 28

  15 Daarentegen zal het geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.

Romeinen 8

Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
  • Think of biblical laws as physical laws (gravity)
Denk aan bijbelse wetten als natuurwetten (zwaartekracht) 
  • Disobeying God’s/YHWH’s commands is sin and it brings curses (death)
Ongehoorzaam zijn aan de geboden God's / YHWH's is zonde en het brengt vloeken (dood)
  • Christ removes the veil
Christus verwijdert de sluier

2 Korinthe 3

15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart.
16 Doch zo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.

  • The veil that Jeremiah referred to is the veil that covers their hearts and keeps them from understanding to walk in His ways because of the Curse of the law.
De sluier die Jeremia aangeduid is de sluier die hun hart bedekt en houdt hen van het begrip om te wandelen in Zijn wegen als gevolg van de vloek van de wet.
  • Only in Christ is that veil and the curse removed
Alleen in Christus is die sluier en de vloek verwijderd 
  • Concluding thoughts

Afsluitende gedachten (eindconclusie)

  • It is not the veil of Moses that keeps people from understanding the scriptures.

Het is niet de sluier van Mozes dat de mensen van het begrijpen van de Schriften houdt.

  • The veil as mentioned by the prophet Jeremiah is what keeps people from seeing or understanding (the curse of rebellion). 

De sluier zoals genoemd door de profeet Jeremia is wat weerhoudt mensen van het zien of begrijpen (de vloek van rebellie).

  • This curse is removed by Christ

Deze vloek wordt verwijderd door Christus

The Tutor
Wich veil?
The Lost sheep

Genesis 29

35 En zij werd weer bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik de HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op met baren.

Galaten 3

26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.
    27  Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.
   28 
Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus.
29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Joden die in Christus zijn, zijn pas échte Joden. En heidenen (Christenen) die in Christus zijn, zijn pas échte Joden. Zij loven beiden God in Jezus Christus. Samen zijn we dus geestelijke JODEN, God-lovers. Samen zijn we dus ook christenen. Zoals geschreven staat:
"En bij zijn (Jezus) komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart (heidenen), en vrede aan hen, die dichtbij waren (Joden, God lovers); want door Hem hebben wij BEIDEN in één Geest de toegang tot de Vader." (Efez. 2 verzen 17 en 18)

Galaten 3

De gerechtigheid niet uit de doch uit het geloof
O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?
Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?
Hebt gij zoveel tevergeefs geleden? Indien maar ook tevergeefs!
Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend;
Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.
En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.
Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.
10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
11 En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
12 Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.
13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.
14 Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.
15 Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.
16 Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van één: En uw zade; hetwelk is Christus.
17 En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.
18 Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven.
Het doel der Wet
19 Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.
20 En de Middelaar is niet Middelaar van één, maar God is één.
21 Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.
22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.
23 Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.
24 Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.
25 Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.
26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.
27 Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.
28 Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus.
29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Numeri 15

Wetten voor verschillende offeranden
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE.
En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
10 En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
11 Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
12 Naar het getal, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getal.
13 Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE.
14 Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
15 Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.
16 Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.
17 Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
18 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,
19 Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
20 De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
21 Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.
22 Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft;
23 Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de HEERE geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
24 Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
25 En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israëls, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
26 Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israëls vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.
27 En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
28 En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des HEEREN, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
29 Den inboorling der kinderen Israëls, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.
30 Maar de ziel, die iets zal gedaan hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
31 Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.


Openbaring 3

Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.

Johannes 4
    21 
Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.
22 Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden.
23 Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden.
24 God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem (YHWH) aanbidden in geest en waarheid.

Jeremía 31
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;
33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.
 
waar het om gaat
Waar het in Rom.2:28,29 om gaat is dat een ware Jood (= Godlover) niet slechts naar het vlees Joods is, maar het ook naar het hart is. Daarmee rekt Paulus het begrip ‘Jood’ niet uit, zodat ook heidenen daarbij inbegrepen zijn, maar hij beperkt het juist tot het gelovige volk.

toekomst voor het Joodse volk!

Wanneer de tijdelijke verharding die over Israël is gekomen, van Godswege zal worden opgeheven, zal een gelovig Israël overblijven (Rom.11:25). D.w.z. het hart van volk zal worden besneden (lees: de bedekking wordt weggenomen; Deut.30:6 vergl. 2Kor.3:16) en het zal een volk van Godlovers worden!
Laat niemand het wagen om de beloften die GOD (YHWH) aan dit volk onder ede heeft beloofd, af te pakken.

Romeinen 2

Onboetvaardigheid der Joden
Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.
En wij weten, dat het oordeel Gods (YHWH) naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen.
En denkt gij dit, o mens, die oordeelt degenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?
Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?
Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.
Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden;
Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den Griek;
10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en ook den Griek.
11 Want er is geen aanneming des persoons bij God.
De Joden en de Wet
12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;
13 Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;
14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet;
15 Als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende).
16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.
17 Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God,
18 En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de wet;
19 En gij betrouwt uzelven te zijn een leidsman der blinden, een licht dergenen, die in duisternis zijn;
20 Een onderrichter der onwijzen, en een leermeester der onwetenden, hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de wet.
21 Die dan een anderen leert, leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij?
22 Die zegt, dat men geen overspel doen zal, doet gij overspel? Die van de afgoden een gruwel hebt, berooft gij het heilige?
23 Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?
24 Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.
De Joden en de besnijdenis
25 Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden.
26 Indien dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?
27 En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?
28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch (niet) die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;
29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

Lexicon :: Strong's G2453 - Ioudaios

Ἰουδαῖος

Transliteration
Ioudaios
Pronunciation
ē-ü-dī'-os (Key) 
Part of Speech
adjective
Root Word (Etymology)
From Ἰούδα (G2448) (in the sense of Ἰούδας(G2455) as a country)
Dictionary Aids

Vine's Expository Dictionary: View Entry

TDNT Reference: 3:356,372

Trench's Synonyms: xxxix. Ἑβραῖος, Ἰουδαῖος, Ἰσραηλίτης.

KJV Translation Count — Total: 196x
The KJV translates Strongs G2453 in the following manner: Jew (193x), of Judea (1x),Jewess (2x).
Outline of Biblical Usage
  1. Jewish, belonging to the Jewish nation

  2. Jewish as respects to birth, origin, religion

Strong’s Definitions [?](Strong’s Definitions Legend)
Ἰουδαῖος Ioudaîos, ee-oo-dah'-yos; from G2448 (in the sense of G2455 as a country); Judæan, i.e. belonging to Jehudah:—Jew(-ess), of Judæa.
Thayer's Greek Lexicon

G2453


Romeinen 9

Droefheid van Paulus over het ongeloof in Israël
Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),
Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige is.
Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn het vlees;
Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;
Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te in der eeuwigheid. Amen.
Gods vrijmacht
Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.
Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaäk zal u het zaad genoemd worden.
Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.
Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben.
10 En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaäk, onzen vader.
11 Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende;
12 Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen.
13 Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.
14 Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Dat zij verre.
15 Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.
16 Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.
17 Want de Schrift zegt tot Faraö: Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde.
18 Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.
19 Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?
20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?
21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het éne vat ter ere, en het andere ter onere?
22 En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid;
23 En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?
24 Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.
25 Gelijk Hij ook in Hoséa zegt: Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.
26 En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.
27 En Jesaja roept over Israël: Al ware het getal der kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.
28 Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.
29 En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indien de Heere Sebaôth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sódom geworden, en Gomórra gelijk gemaakt geweest.
30 Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is.
31 Maar Israël, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen.
32 Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;
33 Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Handelingen 15

14 Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.
15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
16 Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten,
17 Opdat de overblijvende mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
18 Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.

Galaten 2
14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

 

Strong's G2453 - Ioudaios
Ἰουδαῖος

Transliteration

Ioudaios

Pronunciation

ē-ü-dī'-os (Key)

Part of Speech

adjective

Root Word (Etymology)

From Ἰούδα (G2448) (in the sense ofἸούδας (G2455) as a country)

TDNT Reference

Vines

Outline of Biblical Usage

1) Jewish, belonging to the Jewish nation

2) Jewish as respects to birth, origin, religion


[View this word in Trench's Synonyms here.]

Authorized Version (KJV) Translation Count — Total: 196
AV — Jew 193, of Judea 1, Jewess 2

Éfeze 2

Verlossing uit genade
En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;
In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;
Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,
Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;
Niet uit de werken, opdat niemand roeme.
10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Heidenen en Joden één in Christus
11 Daarom gedenkt, dat gij (heidenen), die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen (Joden), die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
12 Dat gij (heidenen) in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen/aliëns van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.
13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,
15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;
16 En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.
17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.
18 Want door Hem (Yeshua) hebben wij beiden den toegang door één Geest tot den Vader.
19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;
20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;
21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;
22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

Ezechiël 47

21 Ditzelve land nu zult gij ulieden uitdelen naar de stammen Israëls.
22 Maar het zal geschieden, dat gij hetzelve zult doen vallen in erfenis voor ulieden, en voor de vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen ulieden zijn, als een inboorling onder de kinderen Israëls; zij zullen met ulieden in erfenis vallen, in het midden der stammen Israëls.
23 Ook zal het geschieden, in den stam, bij welken de vreemdeling verkeert, aldaar zult gij hem zijn erfenis geven, spreekt de Heere HEERE.

Handelingen 15

De vergadering te Jeruzalem
En sommigen, die afgekomen waren van Judéa, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.
Als er dan geen kleine wederstand en twisting geschiedde bij Paulus en Bárnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd, Paulus en Bárnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.
Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenícië en Samaría, verhalende de bekering der heidenen; en deden al den broederen grote blijdschap aan.
En te Jeruzalem gekomen zijnde, werden zij ontvangen van de Gemeente, en de apostelen, en de ouderlingen; en zij verkondigden, wat grote dingen God met hen gedaan had.
Maar, zeiden zij, er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der farizeeën, die gelovig zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden, en gebieden de wet van Mozes te onderhouden.
En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.
En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
En God (YHWH), de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;
En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
10 Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?
11 Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.
12 En al de menigte zweeg stil, en zij hoorden Bárnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
13 En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.
14 Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.
15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
16 Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten,
17 Opdat de overblijvende mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
18 God(e) (YHWH) zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.
19 Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;

20 
Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.
20 maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf.

21 
Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen.
22 Toen heeft het den apostelen en den ouderlingen, met de gehele Gemeente, goed gedacht, enige mannen uit zich te verkiezen, en met Paulus en Bárnabas te zenden naar Antiochíë: namelijk , die toegenaamd wordt Bársabas, en Silas, mannen, die voorgangers waren onder de broeders.
23 En zij schreven door hen dit navolgende: De apostelen, en de ouderlingen, en de broeders wensen den broederen uit de heidenen, die in Antiochíë, en Syrië, en Cilícië zijn, zaligheid.
24 Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden;
25 Zo heeft het ons eendrachtelijk te zamen zijnde, goed gedacht, enige mannen te verkiezen, en tot u te zenden, met onze geliefden, Bárnabas en Paulus.
26 Mensen, die hun zielen overgegeven hebben voor den Naam van onzen Heere Jezus Christus.
27 Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die ook met den mond hetzelfde zullen verkondigen.
28 Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen:
29 Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen. Vaart wel.
30 Dezen dan, hun afscheid ontvangen hebbende, kwamen te Antiochíë; en de menigte vergaderd hebbende, gaven zij den brief over.
31 En zij, dien gelezen hebbende, verblijdden zich over de vertroosting.
32 Judas nu en Silas, die ook zelven profeten waren, vermaanden de broeders met vele woorden, en versterkten hen.
33 En als zij daar een tijd lang vertoefd hadden, lieten hen de broeders wederom gaan met vrede, tot de apostelen.
34 Maar het dacht Silas goed aldaar te blijven.

Titus 1

De dwaalleraars te Kreta
10 Want er zijn ook vele ongeregelden, ijdelheidsprekers en verleiders van zinnen, inzonderheid die uit de besnijdenis zijn;
11 Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.
12 Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretenzen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.
13 Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.
14 En zich niet begeven tot Joodse fabelen, en geboden der mensen, die hen van de waarheid afkeren.
15 Alle dingen zijn wel rein den reinen, maar den bevlekten en ongelovigen is geen ding rein, maar beide hun verstand en geweten zijn bevlekt.
16 Zij belijden, dat zij God kennen, maar zij verloochenen Hem met de werken, alzo zij gruwelijk zijn en ongehoorzaam, en tot alle goed werk ongeschikt.

 


 
Wanneer ben je officieel Joods

edeleolijf 29-11-2010 13:20- permalink- in eyeopener




Er wordt geleerd dat je officieel Joods bent als je moeder Joods is en dit wordt doorgegeven door de vrouwelijke bloedlijn van de generaties .. maar is dat wel zo .. Jezus is verwekt door de Heilige Geest maar Jezus werd niet naar het bloed automatisch een Jood, (dan alleen naar het vlees) hoe zit dit nu werkelijk ?!


Jezus was verwekt door de Heilige Geest en was zondeloos, dus kon ook geen bloed krijgen van de moeder, want de ziel van het vlees is in het bloed.
De Bijbel leert heel duidelijk dat Jezus verwekt werd in de schoot van een Joodse vrouw door het werk van de Heilige Geest en dat is beslist niet door medewerking van de man Jozef.
Jezus was een mens zonder zonde terwijl vanaf Adam alle mensen geboren worden met Adams zondige natuur en onderworpen aan de vloek en de eeuwige dood, Jezus was zonder zonde en daarom niet onderworpen aan de dood. Jezus had niet Adams zondige natuur geërfd.
De zonde word dus niet overgebracht door het vlees maar door het bloed.
Jezus was niet uit het bloed van de mens. Zo heeft God op een wondere manier bewerkt dat Jezus naar het vlees volkomen mens was en toch niet het zondige bloed van een zondig mens had. Dat was het gevolg van de maagdelijke geboorte.

Maar wat is dan de oorsprong van het bloed.
Men weet nu met zekerheid, dat het bloed, dat door de aderen stroomt niet afkomstig is van de moeder, maar in het lichaam van de vrucht zelf geproduceerd wordt, nadat het eicel in aanraking is gekomen met het mannelijk sperma.
Een niet bevrucht ei kan nooit bloed voortbrengen omdat het ei de essentiële delen voor de produktie van bloed mist. Alleen nadat het mannelijke element het ei is binnengedrongen, kan het bloed zich ontwikkelen.
Het mannelijke element heeft leven toegevoegd aan het ei. Leven zit in het bloed overeenkomstig de Schrift, want Mozes zegt: want de ziel (engels: het leven) van het vlees is in het bloed.
Omdat er geen leven in het ei is, totdat het mannelijke sperma zich ermee verenigt, en het leven in het bloed is, volgt hieruit, dat het mannelijke sperma de bron van het leven is, de zetel van het leven, denk daar maar eens goed over na.
Dus, geen bloed van de moeder, dit is een wetenschappelijk gegeven.
De moeder brengt de foetus voort met de voedzame elementen voor de opbouw van dat kleine lichaampje in de verborgenheid van haar schoot. Maar al het bloed in dat kleine lichaampje wordt alleen door bijdrage van de vader in het embryo gevormd. Vanaf het ogenblik van de conceptie tot de geboorte van het kind komt er geen enkele druppel bloed van de moeder in het lichaampje van het kind.
De placenta vormt alleen de verbinding tussen moeder en kind, al het bloed in dat kind wordt geproduceerd in het kind zelf, er zal nooit geen bloed van de moeder naar het kind of van het kind naar de moeder vloeien.
Het kind krijgt niet het bloed van de moeder maar heeft zijn eigen bloed, het bloed van een kind komt zelfs niet in aanraking met het bloed van de moeder, het heeft ieder zijn eigen bloedcirculatie.
Vandaar dat het kind ook niet dezelfde bloedgroep behoeft te hebben als de moeder heeft, dat zou wel zo moeten zijn als beiden het zelfde bloed hadden.
Hoe wonderlijk heeft God de maagdelijke geboorte voorbereid. Toen Hij de vrouw schiep, maakte Hij haar zo, dat het bloed nooit kon overgaan op haar kind. Het bloed is het gevolg van het aandeel van de man. Adam was het hoofd van het gehele menselijke geslacht en het is zijn bloed, dat Adams zonde overbrengt.
God maakte het echter mogelijk dat er Iemand geboren zou worden als Zoon van Adam, zonder dat hij het zondige natuur van Adam zou bezitten. Hij zou niet van Adams bloed zijn. Dit is wetenschappelijke, biologische reden voor de zondeloosheid van de Here Jezus.

Dus de theorie dat de Joodse vrouw het Joodse geslacht voortbrengt gaat niet op (mijn visie) , want het is de man die het Leven voortbrengt in het bloed. En het is ook Bijbels, want God spreekt altijd over de mannenlijn in het geslachtsregister en niet over de vrouwenlijn.

JP
- See more at: http://edeleolijf.punt.nl/content/2010/11/wanneer-ben-je-officieel-joods#sthash.Ou6e8y8G.dpuf
 
 
Jesus Christ (Yeshua) is the Son of God - PROOF (Copy)


Lukas 24

Verschijning aan de elf apostelen
36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.
38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.
40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage;
47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
48 En gij zijt getuigen van deze dingen.
49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.

Deuteronomium 12

23 
Alleen houdt vast, dat gij het bloed niet eet; want het bloed is de ziel; daarom zult gij de ziel met het vlees niet eten;

Leviticus 17

Verbod om bloed te eten
10 En een ieder uit het huis Israëls, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks uitroeien.
11 Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen.
12 Daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Geen ziel van u zal bloed eten; noch de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert, zal bloed eten.
13 Een ieder ook van de kinderen Israëls en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal deszelfs bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken.
14 Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel; daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Gij zult geens vleses bloed eten; want de ziel van alle vlees, dat is zijn bloed; zo wie dat eet, zal uitgeroeid worden.
15 En alle ziel onder de inboorlingen of onder de vreemdelingen, die een dood aas of het verscheurde zal gegeten hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal hij rein zijn.
16 Maar indien hij die niet wast, en zijn vlees niet baadt, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.

Matthéüs 27

Toen heeft Judas, die Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilverenpenningen den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht,
Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien.

Romeinen 5

Vergelijking van Christus met Adam
12 Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.
15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.
16 En niet, gelijk de schuld was door den één, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit één misdaadtot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.
17 Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door dien énen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door dien Enen, namelijk Jezus Christus.
18 Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.
19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien énen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
20 Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;
21 Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.

Jeremía 11
Verbondsbreking
Het woord, dat tot Jeremía geschied is, van den HEERE, zeggende:
Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;
Zeg dan tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Vervloekt zij de man, die niet hoort de woorden dezes verbonds,
Dat Ik uw vaderen geboden heb, ten dage als Ik hen uit Egypteland, uit den ijzeroven, uitvoerde, zeggende: Zijt Mijner stem gehoorzaam, en doet dezelve, naar alles wat Ik ulieden gebiede; zo zult gij Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn;
Opdat Ik den eed bevestige, dien Ik uw vaderen gezworen heb, hun te geven een land, vloeiende van melk en honig, als het is te dezen dage. Toen antwoordde ik en zeide: Amen, o HEERE!
En de HEERE zeide tot mij: Roep al deze woorden uit in de steden van Juda, en in de straten van Jeruzalem, zeggende: Hoort de woorden dezes verbonds, en doet dezelve.
Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem!
Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iegelijk naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden dezes verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben.
Voorts zeide de HEERE tot mij: Er is een verbintenis bevonden onder de mannen van Juda, en onder de inwoners van Jeruzalem.
10 Zij zijn wedergekeerd tot de ongerechtigheden hunner voorvaderen, die Mijn woorden geweigerd hebben te horen; en zij hebben andere goden nagewandeld, om die te dienen; het huis Israëls en het huis van Juda hebben Mijn verbond gebroken, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb.
11 Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal een kwaad over hen brengen, uit hetwelk zij niet zullen kunnen uitkomen; als zij dan tot Mij zullen roepen, zal Ik naar hen niet horen.
12 Dan zullen de steden van Juda en de inwoners van Jeruzalem henengaan, en roepen tot de goden, dien zij gerookt hebben; maar zij zullen hen gans niet kunnen verlossen ten tijde huns kwaads.
13 Want naar het getal uwer steden zijn uw goden geweest, o Juda! en naar het getal der straten van Jeruzalem hebt gijlieden altaren gesteld voor die schaamte, altaren om den Baäl te roken.
14 Gij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op; want Ik zal niet horen, ten tijde als zij over hun kwaad tot Mij zullen roepen.
15 Wat heeft Mijn beminde in Mijn huis te doendewijl zij die schandelijke daad met velen doet, en het heilige vlees van u geweken is? Wanneer gij kwaad doet, dan springt gij op van vreugde.
16 De HEERE had uw naam genoemd een groenen olijfboom, schoon van liefelijke vruchten; maar nu heeft Hij met een geluid van een groot geroep een vuur om denzelven aangestoken, en zijn takken zullen verbroken worden.
17 Want de HEERE der heirscharen, Die u heeft geplant, heeft een kwaad over u uitgesproken; om der boosheid wil van het huis Israëls envan het huis van Juda, die zij onder zich bedrijven, om Mij te vertoornen, rokende den Baäl.


Ester 2,5
Nu woonde er in de burcht van Susa een zekere Mordechai, een Jood. Hij was een zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin.

Ester 3,4
Dit vroegen ze hem elke dag weer, zonder dat hij zich iets van hun woorden aantrok. Toen lichtten ze Haman erover in, om te zien of Mordechai in zijn houding zou kunnen volharden; hij had hun namelijk verteld dat hij een Jood was.

Ester 9,29
Koningin Ester, de dochter van Abichaïl, stelde samen met de Jood Mordechai een tweede schrijven op om Poeriem nadrukkelijk verplicht te stellen.

Ester 10,3
Mordechai, de Jood, volgde in rang immers onmiddellijk op koning Ahasveros. Hij stond bij de Joden in aanzien en was bij hen allen geliefd, want hij streefde het geluk van zijn volk na en was een pleitbezorger voor het welzijn van allen die tot dit volk behoorden.

Johannes 3,25
Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel.

Johannes 4,9
De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.

Handelingen 18,2
Daar leerde hij Aquila kennen, een Jood uit Pontus, die kort daarvoor met zijn vrouw Priscilla uit Italië was gekomen omdat Claudius had bevolen dat alle Joden Rome moesten verlaten. Paulus bracht hun een bezoek,

Handelingen 18,24
Intussen arriveerde er in Efeze een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften.

Handelingen 19,34
Maar toen men merkte dat hij een Jood was, hief de menigte de kreet aan: ‘Groot is de Artemis van Efeze!’ Dit geschreeuw hield wel twee uur aan.

Handelingen 21,39
Paulus zei: ‘Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad. Ik zou graag willen dat u me toestemming geeft om het volk toe te spreken.’

Handelingen 22,3
‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen geeft vandaag blijk van hetzelfde.

Romeinen 2,17
En u die uzelf een Jood noemt, op de wet vertrouwt en u op God laat voorstaan;

Romeinen 2,29
Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God.

1 Korintiërs 9,20
Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen.

Galaten 2:14
Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

Ester_(Grieks) 1,2
Deze Mordechai was een Jood, een van de mensen die samen met Jechonja, de koning van Juda, door koning Nebukadnessar van Babylonië als ballingen uit Jeruzalem waren weggevoerd, en hij woonde in de stad Susa. Hij was een invloedrijk man, die een functie aan het koninklijk hof bekleedde.

Ester_(Grieks) 3,5
Nu woonde er in Susa een zekere Mordechai, een Jood. Hij was een zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin,

Ester_(Grieks) 4,4
Dit vroegen ze hem elke dag weer, zonder dat hij zich iets van hun woorden aantrok. Uiteindelijk lichtten ze Haman erover in dat Mordechai geen gehoor wilde geven aan het gebod van de koning en dat hij hun had verteld dat hij een Jood was.

Ester_(Grieks) 11,10
De koning zei tegen Haman: ‘Dat is een goed voorstel. Doe dit allemaal voor de Jood Mordechai, die een functie aan het hof bekleedt, en laat niets van wat u hebt voorgesteld achterwege.’

Ester_(Grieks) 15,17
In alle steden en provincies heerste blijdschap en vreugde onder de Joden en zetten zij het vrolijk op een drinken zodra het bevelschrift er werd opgehangen. En uit angst voor de Joden lieten veel heidenen zich besnijden en werden Jood. (vleselijke besnijdenis)

1 Makkabeeën 2,23
Hij was nog niet uitgesproken, of er trad voor het oog van de menigte een Jood naar voren die overeenkomstig het bevel van de koning een offer wilde brengen op het altaar in Modeïn.

Toevoegingen_Daniël 3,28
Toen de Babyloniërs hiervan hoorden, waren ze zo verontwaardigd dat ze zich tegen de koning keerden. ‘Onze koning is een Jood geworden!’ zeiden ze. ‘Hij heeft Bel vernietigd, de draak gedood en de priesters vermoord.’




"Want niet hij is een Jood,die het uiterlijk is, en niet dát is de besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood, die het in het verborgene is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God." (Romeinen 2 verzen 28 en 29)

Nu zouden we deze studie al kunnen beëindigen, want het antwoord is al gegeven. Maar omdat velen traag zijn in het omwentelen van hun gedachtenleven, lijkt het goed om dit nader uiteen te zetten.

DE EERSTE JOOD WAS EEN ACHTERKLEINZOON VAN ABRAHAM
De naam Jood komt van de naam van Juda, een van de zonen van Jakob.
Jakob was een zoon van Izaäk. Izaäk was een zoon van Abraham.
Daardoor was dus Juda een achterkleinzoon van Abraham.

LEA ZEI: "NU ZAL IK GOD LOVEN."
Bij Abraham begon er een nieuw tijdperk voor de wereld. Hij werd immers uitverkoren door God om het begin te zijn van een heel nieuw volk omdat Hij God geloofde en lief had. De belofte van heil voor de mensheid werd door God in de belofte aan Abraham een nieuwe impuls gegeven.
Toch werd de verzamelnaam voor het nageslacht van Abraham niet, zoals je logischer wijs zou mogen veronderstellen Abrahamieten maar: Joden. Dus vernoemd naar Juda.
Dat had een oorzaak. Als we nog veel verder terugdenken weten we dat we van Adam afstammen. Maar aan bepaalde mensen, die God lief hadden en in Hem geloofden gaf Hij het voorrecht dat hun naam zou voortleven. Zo bleef de naam van Juda tot op heden de naam van het volk dat God bedoeld had om zijn getuige te zijn.
Waarom? Omdat zijn moeder, Lea, zei bij de geboorte van Juda: 'nu zal ik God loven'.
Jood staat ook wel voor: Godlover. Of Joden vroeger en nu beantwoord hebben aan die naam is een andere zaak. Vanwege die vraag is ook de titel van deze studie een voortvloeisel. Is elke Jood wel een Jood?

BEN JIJ OOK EEN ZOON OF DOCHTER VAN ABRAHAM?
De Bijbel zegt: "U bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn." (Galaten 2 vers 7) Paulus heeft het hier over hen die Jezus gelovig aanvaard hadden.
Dit staat tegenover hen, die weliswaar biologische Joden (Abrahamieten) zijn, maar die van het volbrengen en van het vervullen van wetten en ceremoniën Gods goedkeuring verwachten. En het staat ook tegenover die biologische Joden die atheïstisch zijn.

SCHEIDING TUSSEN JODEN (mensen) EN HEIDENEN (mensen) Wat brengt Paulus' redenering hierboven (Galaten 2 vers 7) teweeg? Dit: er vindt een onoverkomelijke scheiding plaats tussen opnieuw geboren mensen, door het geloof in Jezus Christus, en tussen hen die Hem verwerpen en hun eigen bedenksels blijven nalopen en daarmee God denken te behagen.
Als Paulus zegt: "U bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn." gaat het dus niet meer over Joden en heidenen. Maar over mensen.

CHRISTENEN ZIJN ECHTE JODEN
Christenen zijn echte Joden. Zie maar in Galaten 3 vers 29: "Indien u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen."
En daardoor ook zaad van Juda (dus Jood) en daardoor, nog beter, ook zaad van Jezus, (dus christen)
"Hierbij is geen sprake van Jood of Griek (heiden), van slaaf en vrije, van mannelijk en vrouwelijk: u allen bent immers één in Christus Jezus." (Gal. 3 vers 28)

Conclusie is: We zijn geen Adamieten, geen Abrahamieten, geen Judeërs (Joden), we zijn Christenen, genoemd naar de Volmaakte Juda.

Biologische Joden die heil verwachten van dat biologisch Jood zijn, moeten weten dat heil van God hen alleen ten deel valt in Jezus' offer, dat Hij ook voor hen moest brengen. Joden die in Christus zijn, zijn pas échte Joden. En heidenen die in Christus zijn, zijn pas échte Joden. Zij loven beiden God in Jezus Christus. Samen zijn we dus geestelijke JODEN, God-lovers. Samen zijn we dus ook christenen. Zoals geschreven staat:
"En bij zijn (Jezus) komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart (heidenen), en vrede aan hen, die dichtbij waren (Joden); want door Hem hebben wij BEIDEN in één Geest de toegang tot de Vader." (Efez. 2 verzen 17 en 18)

Wel geloof ik dat God Joodse christenen bijzonder wil gebruiken, meer dan christenen uit de heidenen. En dat zal in de toekomst blijken.
Zij zullen de eeuwen vergoed krijgen waarin zij zoveel hebben moeten lijden omdat zij, naar het vlees, Gods volk zijn.

Ik hoop dat ik met deze verhandeling een beetje mag bijdragen aan de evenwichtigheid van meningen over dit onderwerp.

Bron: Vlamingo490 Cornelis

JUBILEES 1
22 And YAHWEH said to Mosheh: 'I know their contrariness and their thoughts and their stiffneckedness, and they will not be obedient till they confess their own sin and the sin of their fathers.
23 And after this they will turn to Me in all uprightness and with all their heart and with all their soul, and I will circumcise the foreskin of their heart and the foreskin of the heart of their seed, and I will create in them a kodesh spirit, and I will cleanse them so that they shall not turn away from Me from that day unto eternity.
24 And their souls will cleave to Me and to all My commandments, and they will fulfill My commandments, and I will be their ABBA (Father) and they shall be My children.
25 And they all shall be called children of the living YAHWEH, and every malak and every spirit shall know, yes, they shall know that these are My children, and that I am their ABBA in uprightness and righteousness, and that I love them.

Romeinen 10

Gods gerechtigheid door de Joden verworpen
Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.
Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.
Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.
Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.
Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.
Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen.
Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen.
Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.
Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.
10 Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.
11 Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.
12 Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want éénzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.
13 Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.
14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?
15 En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!
16 Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?
17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
18 Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.
19 Maar ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenendie geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.
20 En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden.
21 Maar tegen Israël zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.


Romeinen 11

De toekomst van Israël
Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.
God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elía, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende:
Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel.
Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben.
Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.
En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.
Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.
(Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.
En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen.
10 Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.
11 Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.
12 En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!
13 Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;
14 Of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht.
15 Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?
16 En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.
17 En zo enige der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden,
18 Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.
19 Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik zou ingeënt worden.
20 Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.
21 Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook mogelijk u niet spare.
22 Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden.
23 Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeënt worden; want God is machtig om dezelve weder in te enten.
24 Want indien gij afgehouwen zijt uit den olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature in den goeden olijfboom ingeënt; hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden?
25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.
26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
27 En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen.
28 Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil;
29 Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.
30 Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;
31 Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.
32 Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn.
Lofzang
33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
34 Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
35 Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden?
36 Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Can a Gentile be a Messianic Jew?
Postby Guest » Tue May 29, 2012 2:01 pm

Shalom. Although I consider myself a Messianic Jew, the Rabbi and congregation, which consists primarily of native Messianic Jews appear to take issue with "former Gentiles" calling themselves Messianic Jews. Also, there appears to always be an emphasis or statement at each service on "to the Jew first" and we, who are born again and observant of all Messianic beliefs and customs, are always referred to as "Gentile believers." I am no longer a Gentile which means heathen, nor am I of the world, but I have been grafted in as a Jew. I write this to say that I appreciate your saying "the remnant of those who were FORMERLY Gentiles." I believe that calling those who are not native Jews, "Gentile believers" does not facilitate the "one new man" that Yeshua strongly wanted us to become.

Re: Can a Gentile be a Messianic Jew?
Postby admin » Tue May 29, 2012 2:06 pm

Guest wrote:
...the Rabbi and congregation, which consists primarily of native Messianic Jews appear to take issue with "former Gentiles" calling themselves Messianic Jews. we... are always referred to as "Gentile believers." ... <snip>


Shalom.... You are correct to focus on the "one new man" idea (Eph. 2:14-21), since that is clearly the overall goal of the God's great plan of universal redemption. Moreover, I would never be part of a group of people who believe in a "class system" among believers in Yeshua, unless it is based on the principle that the greatest of them should live as the lowest servant of all. Pride based on human flesh, DNA, office, etc., is absurd once you understand the meaning of the Torah and the central message to "love the stranger." After all, Yeshua Himself came from a line of "Gentile" women including Tamar, Rahab, Ruth... Those Jews in your congregation might think they are doing the Jewish community a favor by making themselves *appear* to be culturally Jewish, etc., but they are really doing a disservice to God Almighty, and it may even be they are not yet fully converted believers in the Messiah and His mission to redeem the entire world. Shalom


- John Parsons
www.hebrew4christians.com

Rom 11:17 
En zo enige der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden,

Rom 11:19 
Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik zou ingeënt worden.

Rom 11:23 
Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeënt worden; want God is machtig om dezelve weder in te enten.

Rom 11:24 
Want indien gij afgehouwen zijt uit den olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature in den goeden olijfboom ingeënt; hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden?

 

Galaten 5

Het recht gebruik der Christelijke vrijheid
Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.
Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn.
En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.
Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.
Want wij verwachten door den Geest, uit het geloof, de hoop der rechtvaardigheid.
Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.
Gij liept wel; wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn?
Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept.
Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.
10 Ik vertrouw van u in den Heere, dat gij niet anders zult gevoelen; maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.
11 Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd.
12 Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!
13 Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde.
14 Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven.
15 Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt.

Jeremía 4

Besnijdt u den HEERE (YHWH) en doet weg de voorhuiden uws harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijn grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.

Jer 4:4

Circumcise yourselves to the LORD, and take away the foreskins of your heart, ye men of Judah and inhabitants of Jerusalem: lest my fury come forth like fire, and burn that none can quench it, because of the evil of your doings.
 

Openbaring 14

12 Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus (Yeshua). Het oude en nieuwe testament m.a.w de hele Bijbel.

Psalmen 119

142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
151 Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.

Johannes 17

17 Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

Johannes 14

Jezus (Yeshua) zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

Romeinen 3

Voorrecht van de Joden
Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?
Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.
Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?
Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.
Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.)
Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?
Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?
En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.
Alle mensen zondaren
Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
10 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één;
11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
12 Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.
13 Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
14 Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
16 Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
17 En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
18 Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
Rechtvaardiging door het geloof
21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
27 Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
29 Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen;
30 Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.
31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

Kolossenzen 3

Opwekking tot Christelijke heiliging des levens
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.
Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.
Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,
10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
11 Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.
12 Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;
13 Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.
14 En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.
15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en weest dankbaar.
16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.
17 En al wat gij doet met woorden of met werkendoet het alles in den Naam van den Heere Jeszus, dankende God en den Vader door Hem.

 

Oude testament is geschreven door:

Genesis: Door Mozes (een Jood)
Exodus:
 Door Mozes (een Jood)
Leviticus: Door Mozes (een Jood)
Numeri: Door Mozes (een Jood)
Deuteronomium:
 Door Mozes (een Jood)
Jozua: Door Jozua (een Jood)
Richteren: Door de profeten Samuël, Gad en Nathan (Joden)
Ruth: 
Door een onbekende schrijver (een Jood)
1 Samuël:
 Door een onbekende schrijver (een Jood)
2 Samuël: Door een onbekende schrijver (een Jood)
1 Koningen: Door een onbekende schrijver (een Jood)
2 Koningen:
 Door een onbekende schrijver (een Jood)
1 Kronieken:
 Door een onbekende schrijver (een Jood)
2 Kronieken:
 Door een onbekende schrijver (een Jood)
Ezra: Door de priester Ezra (een Jood)
Nehemia: Door de profeet Nehemia (een Jood)
Esther: 
Door een onbekende schrijver (een Jood)
Job: Door waarschijnlijk Mozes (een Jood)a
Psalmen: Door Koning David en vele anderen (een Jood)

Spreuken: Door Koning Salomo (een Jood)
Prediker: Door een onbekende schrijver (een Jood)
Hooglied: Door Salomo (een Jood)
Jesaja: Door de profeet Jesaja (een Jood)
Jeremia: Door de profeet Jeremia (een Jood)
Klaagliederen:
 Door de profeet Jeremia (een Jood)
Ezechiël: 
Door de profeet Ezechiël (een Jood)
Daniël: 
Door de profeet Daniël (een Jood)
Hosea:
 Door de profeet Hosea (een Jood)
Joël:
 Door de profeet Joël (een Jood)
Amos:
 Door de profeet Amos (een Jood)
Obadja:
 Door de profeet Obadja (een Jood)
Jona:
 Door de profeet Jona (een Jood)
Micha:
 Door de profeet Micha (een Jood)
Nahum:
 Door de profeet Nahum (een Jood)
Habakuk:
 Door de profeet Habakuk (een Jood)
Zefanja: 
Door de profeet Habakuk (een Jood)
Haggaï: Door de profeet Haggaï (een Jood)
Zacharia:
 Door de profeet Zacharia (een Jood)
Maleachi:
 Door de profeet Maleachi (een Jood)

Nieuwe testament is geschreven door:

Mattheus: De apostel Mattheus (een Jood)
Markus: Johannes Markus een reisgenoot van de apostelen Paulus en Petrus (een Jood)
Lukas: Een arts bevriend met de apostel Paulus (?)
Johannes: De apostel Johannes (een Jood)
Romeinen: De apostel Paulus (een Jood)
1 Corinthiërs: De apostel Paulus (een Jood)
2 Corinthiërs: De apostel Paulus (een Jood)
Galaten: De apostel Paulus (een Jood)
Efeziërs: De apostel Paulus (een Jood)
Filippenzen: De apostel Paulus (een Jood)
Colossenzen: De apostel Paulus (een Jood)
1 Thessalonicenzen:
 De apostel Paulus (een Jood)
2 Thessalonicenzen: De apostel Paulus (een Jood)
1 Timotheüs: De apostel Paulus (een Jood)
2 Timotheüs: De apostel Paulus (een Jood)
Titus: De apostel Paulus (een Jood)
Filémon: De apostel Paulus (een Jood)
Hebreeën: (?) 
Jakobus: Een broer van Yeshua (Jesus) (een Jood)
1 Petrus: De apostel Petrus (een Jood)
2 Petrus: De apostel Petrus (een Jood)
1 Johannes: De apostel Johannes (een Jood)
2 Johannes: De apostel Johannes (een Jood)
3 Johannes: De apostel Johannes (een Jood)
Judas: Een broer van Yeshua (Jesus) (een Jood)
Openbaring: De apostel Johannes (een Jood)

Zoals je kunt zien is het net als het oude testament geschreven voor en door Joden die Yeshua willen volgen en dienen.
Wij zijn dus Joodse Christenen/Messiaanse Joden en dus geen heidenen.
Moslims en niet gelovigen zijn de heidenen.

prophecy club 5
deceptions of islam from speaker Avi Lipkin full length (zie bij: 5 min) ahl el kitar

Jewish Virtual Library

CLEARING UP SOME OF THE CONFUSION FOUND AMONG SOME MESSIANIC BELIEVERS REGARDING JEWS, GENTILES, AND THE LAW OF MOSES by Rev. Fred Klett

Today among some within the movement called

Messianic Judaism there is confusion regarding the promises of God to Jewish and Gentile believers in Jesus. There is also a corresponding uncertainty as to what obligation Jewish and Gentile believers have to keep the Law of God. Many are saying it is a sin for Jewish believers if they don't keep kosher.  Many Gentiles are even keeping kosher!  Some Gentile believers in Jesus are even "converting" and becoming "Jewish."  Perhaps we can best express these issues by posing and then answering the following questions:

 

1. Are there different promises given to Jewish and Gentile believers in Jesus?

 

2. Are believers today to keep the Law of Moses?

 

3. Are there differing obligations before God for Jewish and Gentile believers?

Let's examine the scriptures and see what we find to answer these questions.

 

1. Are there different promises given to Jewish and Gentile believers?

This question implies there may be some difference between Jewish and Gentile believers in Jesus and therefore there may be additional promises given to Jewish believers which are not given to Gentiles who trust Messiah.

Let's think about this. On what basis do we receive the promises of God? Do we receive them because of anything in us? Do we receive salvation because of our etnic background? Absolutely not. John 1:12-13 says: "Yet to all who received Him, to those who believed in His name, He gave the right to become children of God --children born not of natural descent, nor of human decision or a husband's will, but born of God." So entrance into the family of God is not by natural descent, not even by natural human will, but it is through supernatural birth by the will of God. True, the gospel is for the Jew first and the God has a special interest in people because of the patriarchs, but without from faith no benefit is derived from the promises.

Jesus said something shocking and disturbing to native born Israelites who rejected Him: "If you were Abraham's children then you would do the things Abraham did. As it is you are determined to kill me....You belong to your father, the devil" (John 8:39-44). Unbelieving Jews, no less than unbelieving Gentiles, are of their father the devil. Furthermore, God is able to make children of Abraham, spiritually speaking, from Gentiles. Why do I say this? Because He can even make them out of stones! John the baptizer said: "Do not think you can say to yourselves `We have Abraham as our father'. I tell you that out of these stones God can raise up children for Abraham" (Matthew 3:9). If God can make children for Abraham out of stones than how much easier out of Gentiles! Indeed, Abraham himself was a Gentile! God called him and justified him by faith. "Abraham believed God and it was credited to him as righteousness" (Genesis 15:6).

From the very beginning receiving the promise was of faith, not merely natural descent. Ruth, the Moabitess, became the ancestor of King David himself. According to the Rabbis, a proselyte to Judaism comes into all the covenant promises of God! They are right --but a Judaism which denies its Messiah saves no one and brings no one into the promises of God. It is only through New Covenant Judaism, also known as Christianity, that the promises given to Abraham are realized both for Jew and Gentile. I don't mean to cause offense, but Rabbinic Judaism at it's core denies Messiah, and is therefore a false religion. It is just as false as apostate liberal Christianity which equally denies Messiah. Both groups are of the spirit of Antichrist. "Who is the liar? It is the man who denies that Jesus is the Messiah. Such a man is the antichrist..." (1 John 1:22). Congregations which deny Jesus are called "Synagogues of Satan" and not true Jews by Jesus himself (Rev. 2:9). Apostate Judaism is no better than apostate Christianity, Unitarianism, Jehovah's Witnesses, etc. All may have some truth in them but all deny Jesus and oppose the truth. But I digress. The point is that the promises of God are received by faith. Apart from true faith one has nothing.

Romans 4:11 tells us of Abraham: "So then he is the father of all who believe but have not been circumcised...." So Gentiles who share in Abraham's faith are children of Abraham right along with Jews who share in the faith of Abraham. How can this be? How is it that Gentiles become children of Abraham?

Here is the key concept: Jesus himself is the ultimate seed of Abraham. Please seriously consider the implications of what Galatians says. We are told Messiah is the one who alone is truly worthy to inherit the promises of Abraham. Galatians 3:16 states: "The promises were spoken to Abraham and to his seed. The scripture does not say `and to seeds,' meaning many people, but "and to your seed", meaning one person, who is Messiah".

 

Galatians 3:16 clearly says that Jesus alone is the heir of the promises to Abraham, this one person, not many people. Sorry. I didn't say this, Paul did. It doesn't matter what your ethnic background is, you can make no claim on the promises to Abraham in unbelief apart from Messiah. But through faith in Messiah, both Jew and Gentile can come into Messiah's inheritance. Certainly the gospel is "for the Jew first" (Romans 1:16).  Paul says: "You are all (Jews and Gentiles who believe) sons of God through faith in Messiah Jesus, for all of you who were baptized into Messiah have clothed yourselves with Messiah. There is neither Jew nor Greek, slave nor free, male nor female, you are all one in Messiah Jesus. If you belong to Messiah then you are Abraham's seed, and heirs according to the promise" (Galatians 3:26-29). Do you see it? Jesus is the heir to all the promises.  Believers are united to him and only by that become co-heirs with him.

"He redeemed us in order that the blessing given to Abraham might come to the Gentiles..." (Galatians 3:14). Gentiles believers come into the full blessing of Abraham and full reception of the promises given to Abraham because of the principle of "sonship."

We become accepted in the beloved son Jesus and all Jesus owns he gives to us. Believers are "heirs of God and fellow heirs with Messiah" (Romans 8:17). Gentiles who believe become full heirs of the promises given to Israel. Paul states: "This mystery is that through the gospel the Gentiles are heirs together with Israel, members together of one body, and sharers together in the promise in Christ Jesus" (Ephesians 3:6). Clearly, beyond any doubt at all, the Bible teaches that Gentile Christians come into the full inheritance of Israel. There are no promises given to Israel that Gentile Christians do not share in, for indeed, Gentiles who believe are now "fellow citizens with God's people and members of God's household" (Ephesians 2:11-19). The Bible clearly says that Gentile Christians are citizens of Israel. All this is because Jesus is the true heir and the true son of Abraham, and if we are in Messiah we have it all. What could possibly be added?

But some will still insist, in spite of what the above verses clearly state: "Are there are not promises given to ethnic Israel yet to be received? Does God not have any special place for the Jewish people?" Certainly he does! He has promised them the greatest blessing ever promised to any people: He has promised that they will one day return to the gospel. There is no greater blessing promised to the Jewish people than restoration to Messiah promised in Romans chapter 11. If you think there is something lacking in this statement perhaps you do not fully understand the fabulous extent of the gospel promise. If you think the Jewish people are somehow cheated out of something because there is nothing to be had beyond what we have in Messiah, perhaps you yourself do not really realize the extent of the glorious blessings in Messiah. Think about it. If you believe there is something to be had in addition to Messiah aren’t you diminishing what we have in Messiah? I say if you have Messiah you have everything, as you are a fellow heir with him! And without him you have nothing!

All the promises of God find their fulfillment in Messiah. "For no matter how many promises God has made, they are `Yes' in Messiah" (1 Corinthians 1:20). It is in Messiah that ethnic Israel can experience the promises they have been given. Only in Messiah. Apart from Jesus ethnic Israel has only one promise: to be brought back to Him. And how precious and valuable beyond riches and realms is this promise to return to faith in Jesus!

In Messiah all who believe are promised much, much more than the portion of land given to Abraham, for "the meek shall inherit the earth" (Matthew 5:5). The promise to Abraham was threefold: Land, seed, and blessing. In Messiah, the true seed, we have full blessing, but we also have all the land. Not just a portion of the Middle East, but all the land, that is, the whole earth! The promise is still to "the Jew first, and also to the Gentile" (Romans 1:16), but there is no reception of the promise at all apart from the gospel. There are no promises given to ethnic Israel which are not received by Gentiles who are in Messiah. What belongs to Messiah also belongs to all who trust in him, are baptized into Him, and who are clothed with Him. In Messiah all are fellow heirs to all that belongs to Him -- the whole earth! What more could anyone want?

“When we cry, "Abba! Father!" it is the Spirit himself bearing witness with our spirit that we are children of God, and if children, then heirs, heirs of God and fellow heirs with Messiah, provided we suffer with him in order that we may also be glorified with him” (Romans 8:15b-17). The promise to Abraham and his descendants, that they should inherit the world, did not come through the law but through the righteousness of faith. (Romans 4:13)

Read that again. All believers are heirs of God and fellow heirs with Messiah! We inherit the WHOLE WORLD through faith. Is there something more you want?

 

2. Are believers to keep the Law of Moses?

Let's make it crystal clear that "by observing the Law no one will be justified" and "if righteousness could be gained through the Law, Messiah died for nothing!" (Galatians 2:16 & 21).  Just as Abraham was justified by faith, so also through faith in Jesus we can be justified. "But now a righteousness from God, apart from Law, has been made known, to which the Law and the prophets testify" (Romans 3:21). Observing the Law will save absolutely no one. But what about after salvation? We know we are saved apart from the Law, but don't we follow the Law now out of obedience and love?

Believers do not in any way have an obligation to practice the Ceremonial Law today. It has been fulfilled in Messiah and was but a typological shadow of the greater reality to come. What do I mean by the Ceremonial Law? Simply the Laws associated with the Levitical system of purification and atonement. These are clearly fulfilled in Messiah. this is the whole teaching of the book of Hebrews. This Old Testament ceremonial Law is "obsolete," says Hebrews 8:13, and will "soon disappear." The Levitical rites and practices are obsolete and never again to be re-instituted. They are "spiritual dinosaurs" belonging to another age and priesthood now past. Never again will God's people go back to that which was "only a shadow of the good things that are coming -- not the realities themselves" (Hebrews 10:1).

So the Levitical laws of atonement and purification are no longer to be observed by believers. We have them fulfilled in Messiah, who has come in the new and superior "Order of Melchizedek" according to Psalm 110:4 and Hebrews 7:11-18.

What do those Levitical rites include? The sacrifices for sin found in Leviticus chapters 1-8 and 16, the rules for the Levitical priesthood found in chapters 9-10, which has been fulfilled and replaced with the Melchizedek priesthood, and the Laws of ritual purity, including the laws of clean and unclean animals, childbirth, mildew, skin diseases, and discharges (Leviticus chapters 11-15). We can't follow these laws since they are associated with a priesthood and Temple no longer in existence. The laws against eating blood were connected with the Levitical sacrificial system, according to chapter 17. There are, however, some "moral" laws in Leviticus found in chapters 18-20, but mixed in with them are some laws which only make sense within the context of the Temple priesthood and some which only make sense for the particular historical, cultural and agricultural setting of the Mosaic economy. Great care must be taken when seeking to apply the principles of these laws today!

Are the Levitical Kosher laws really obsolete? Has God done away with them? Without a doubt, yes. There are several passages which could be cited, but let's just consider one. With laser-beam clarity Paul states: "All food is Kosher (clean)" (Romans 14:20).  Paul, addressing a congregation of Jewish and Gentile believers, says even what the Gentiles eat is now clean.

New Covenant Kosher is both easier and harder than Levitical kosher. The intent of the heart comes into play. Though all food is Kosher, we must take into account what may stumble another (Romans 14:21) and remember that in all we do, including what we eat, it must be done to the glory of Messiah (1 Corinthians 10:31). This is our kashrut. Certainly we are free to keep any kind of dietary laws we want, according to what may help further our witness and what suits our tastes, but there is no requirement for anyone to keep Levitical Kosher. It is obsolete as far as obeying God is concerned.

Is the whole Law of Moses irrelevant to our practice today? Of course not. On the positive side, all the moral commandments of the Torah are still relevant for us. God's nature does not change and His moral laws are still our guide today. We are to keep the heart of the Law. We are to "love the LORD your God with all of our heart, soul, mind, and strength" and "love your neighbor as yourself." We have the Ten Commandments, and beyond them we have examples, explanations, and applications of how they were to be obeyed. Also, the civil laws of the Bible give us insight into how we are to govern ourselves, but again, they must be understood in their historical context and how they too point to Messiah. The civil penalty of "hanging on a tree" (Deuteronomy 21:23) was an application of the curse. Jesus was hung on the tree to remove the curse and achieve our blessing (Galatians 3:13-14). Even the civil law had spiritual implications and we must interpret and apply it accordingly. All of the Law of Moses is relevant for all believers today, but it must be understood in terms of the completed revelation of God found in the New Covenant scriptures and the completed redemption Messiah has brought.

 

3. Are there differing obligations before God for Jewish and Gentile believers?

I believe the answer to this question becomes obvious in light of what we have seen. If not, consider these verses:

"For in Messiah Jesus neither circumcision nor uncircumcision has any value. The only thing that counts is faith expressing itself through love." (Galatians 5:6)

"For he himself is our peace, who has made the two one and has destroyed the barrier, the dividing wall of hostility, by abolishing in his flesh the law with its commandments and regulations. His purpose was to create in himself one new man out of the two....Consequently, you (Gentiles) are no longer foreigners and aliens, but fellow citizens with God's people and members of God's household....a holy temple in the Lord." (Ephesians 2:14-21)

"In him you were also circumcised, in the putting off of the sinful nature, not with a circumcision done by the hands of men but with the circumcision done by Messiah, having been buried with him in baptism and raised with him through your faith in the power of God, who raised him from the dead. When you were dead in your sins and in the uncircumcision of your sinful nature, God made you alive with Messiah. He forgave us all our sins, having canceled the written code, with its regulations, that was against us and that stood opposed to us; he took it away, nailing it to the cross.... Therefore do not let anyone judge you by what you eat or drink, or with regard to a religious festival, a New Moon celebration or a Sabbath day. These are a shadow of the things that were to come; the reality, however, is found in Messiah. Since you died with Messiah to the basic principles of this world, why, as though you still belonged to it, do you submit to its rules: `Do not handle! Do not taste! Do not touch!'? These are all destined to perish with use, because they are based on human commands and teachings. Such regulations indeed have an appearance of wisdom, with their self-imposed worship, their false humility and their harsh treatment of the body, but they lack any value in restraining sensual indulgence. Since, then, you have been raised with Messiah, set your hearts on things above, where Messiah is seated at the right hand of God. Set your minds on things above, not on earthly things. Here there is no Greek or Jew, circumcised or uncircumcised, barbarian, Scythian, slave or free, but Messiah is all, and is in all. Therefore, as God's chosen people, holy and dearly loved, clothe yourselves with compassion, kindness, humility, gentleness and patience. Bear with each other and forgive whatever grievances you may have against one another. Forgive as the Lord forgave you. And over all these virtues put on love, which binds them all together in perfect unity. (Colossians 2:11-3:14)

 

What do we see in these verses?

The barrier between Jew and Gentile has been broken down in Messiah and He has made one new man from the two. ONE NEW MAN. Gentiles are now fellow citizens of Israel and have become part of the new Messianic Temple. There is no Greek or Jew, all who believe are part of God's CHOSEN PEOPLE. No longer does God require circumcision, since ALL WHO BELIEVE ARE CIRCUMCISED IN MESSIAH..

Jewish believers are the same as Gentile believers in terms of what God requires of them. Both have come into the New Covenant.  This is the covenant they both operate under. Jesus said that all partake of the Lord's Supper receive the sign of the "New Covenant in my blood which is poured out for you" (Luke 22:20) and that Paul was to the Corinthians a minister of the New Covenant to them, not of the letter that kills, but of the Spirit (2 Corinthians 3:6). Both Jewish and Gentile believers in Messiah participate in the SAME NEW COVENANT, and are therefore bound by the SAME principles of conduct, the moral teachings of God's Law, but not the ceremonial laws.

If Jewish believers in Jesus, or even Gentiles, for that matter, wish to keep Jewish customs, even Kosher laws, even Rabbinic Kosher Laws, for that matter, they are free to in certain circumstances as long as it is clear to them and to unbelievers they are in contact with that this is in no way required by God and that it in no way establishes righteousness before God. In rare circumstances, for example if having an Orthodox Jewish friend over for a meal, we need to keep kosher in order to remove any stumbling blocks to belief. It probably isn't a good idea to invite Jewish friends to a pork roast!  But we must not give our Jewish friends the impression that keeping these ceremonial Laws are what really pleases God.  If we do this we put another stumbling block before them which obscures the gospel. This is ultimately destructive the those Jewish people we seek to reach. We must tell them it is Jesus who makes us Kosher!  And most Jewish people do not keep kosher.  If believers make a big show of keeping kosher than may actually alienate shrimp-eating Reform Jews!

Sometimes this can mean keeping Jewish traditions in order to facilitate our witness as to the fulfillment of these same traditions in Messiah. However, we are limited as to how far we can and should go. No tradition, which in it's very keeping denies the fulfillment of the Law in Messiah, can be kept. This means the Levitical sacrifices and laws of clean and unclean. Anyone is free to abstain from pork or dog meat, but we should never do it because we think God requires it. Anyone is free to slaughter a goat, but never as a sin offering. Anyone is free to circumcise his child as a cultural exercise, but never as something still required by God. Baptism is the New Covenant sign for both Jewish and Gentile believers, not outward circumcision.

Furthermore, praying a prayer which states that God has commanded certain things found only in Rabbinic tradition (the traditional prayer for lighting Sabbath and Hanukkah candles for example) is denying the authority of the apostles and the New Covenant and affirming the authority of the rabbis and their oral law. Sadly some Messianic groups still say such prayers.

Are we free from all law?  No. Both Jewish and Gentile believers, by God's strength and God's grace, in loving gratitude, are obligated to keep the Moral Law of God summarized in the Ten Commandments, and to give God glory in all things we do.  Both are to keep the commands of Messiah to bring a new depth to the moral laws and to realize their strengthened spiritual meanings, as Jesus taught us.  This is the direction we are to take with the Law.

Conclusion

Though this is only a start, but I hope this has clarified some of the issues we see arising out of some trends in Messianic Judaism regarding the Law and the Promises. I hope the relationship between Jews and Gentiles in Messiah has been clarified, the relationship of all believers to the Law has been made more understandable, and that it has been seen that the great fulfillment of the promises made to Abraham has been made available to all who believe, to the Jew first, then the Gentile, through Jesus, Israel's Messianic King and the conqueror of the Gentiles.


Handelingen 11

26 En het is geschied, dat zij een geheel jaar samenvergaderden in de Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen (volgelingen van Jezus van Nazareth) eerst te Antiochíë Christenen genaamd werden.

Handelingen 26

28 En Agrippa (Romein met joodse voorouders) zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.

1 Petrus 4

16 Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.

Romeinen 16

Die voor mijn leven hun hals gesteld hebben; denwelken niet alleen ik danke, maar ook al de Gemeenten der heidenen (Naties).


 
Genesis 17:11
En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.

Genesis 17:14
En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.

Genesis 17:23
Toen nam Abraham zijn zoon Ismaël, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had.

Genesis 17:24
En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.

Genesis 17:25
En Ismaël, zijn zoon, was dertien jaren oud, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.

Gen 34:14
En zij zeiden tot hen: Wij zullen deze zaak niet kunnen doen, dat wij onze zuster aan een man geven zouden, die de voorhuid heeft; want dat ware ons een schande.

Exodus 4:25
Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!

Leviticus 12:3
En op den achtsten dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden.

Leviticus 19:23
Als gij ook in dat land gekomen zult zijn, en alle geboomte ter spijze geplant zult hebben, zo zult gij de voorhuid daarvan, deszelfs vrucht, besnijden; drie jaren zal het u onbesneden zijn, daarvan zal niet gegeten worden.

Deuteronomium 10:16
Besnijdt dan de voorhuid uws harten, en verhardt uw nek niet meer.

Jozua 5:7
Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.

Jeremia 9:25
Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik bezoeking zal doen over alle besnedenen (Joden en Christenen), met degenen, die de voorhuid hebben (Moslims, atheïst en andere geloven);

Jeremia 9:26
Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls (Joden, Christenen en de 10 stammen van Israel) heeft de voorhuid des harten.

Lexicon :: Strong's H6189 - `arel

עָרֵל

Transliteration
`arel
Pronunciation
ä·rāl' (Key)
Part of Speech
masculine noun
Root Word (Etymology)
Dictionary Aids

TWOT Reference: 1695b

KJV Translation Count — Total: 35x
The KJV translates Strongs H6189 in the following manner: uncircumcised (34x), uncircumcised person (1x).
Outline of Biblical Usage
  1. uncircumcised, having foreskin

Strong’s Definitions [?](Strong’s Definitions Legend)
עָרֵל ʻârêl, aw-rale'; from H6188; properly, exposed, i.e. projecting loose (as to the prepuce); used only technically, uncircumcised (i.e. still having the prepuce uncurtailed):—uncircumcised (person).


Lexicon :: Strong's H6188 - `arel

עָרֵל

Transliteration
`arel
Pronunciation
ä·rāl' (Key)
Part of Speech
verb
Root Word (Etymology)
A primitive root
Dictionary Aids

TWOT Reference: 1695

KJV Translation Count — Total: 2x
The KJV translates Strongs H6188 in the following manner: count as uncircumcised (1x), foreskin be uncovered (1x).
Outline of Biblical Usage
  1. to remain uncircumcised, count uncircumcised, count as foreskin

    1. (Qal)

      1. to regard as uncircumcised

      2. to remain unharvested (fig.)

    2. (Niphal) to be counted as uncircumcised

Strong’s Definitions [?](Strong’s Definitions Legend)
עָרֵל ʻârêl, aw-rale'; a primitive root; properly, to strip; but used as denominative from H6189; to expose or remove the prepuce, whether literal (to go naked) or figurative (to refrain from using):—count uncircumcised, foreskin to be uncovered.


Habakuk 2:16
Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot de voorhuid; de beker der rechterhand des HEEREN zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.

Handelingen 11:3
Zeggende: Gij zijt ingegaan tot mannen, die de voorhuid hebben, en hebt met hen gegeten.

Romeinen 2,25
Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden.

Romeinen 2:26
Indien dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?

Romeinen 2:27
En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?

Romeinen 3:30
Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.

Romeinen 4:9
Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis, of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.

In deze verschilende bijbelvertalingen staan leugens. Volgens mij is de engelse vertaling de juiste.

Jeremiah 9

25 Someday I will punish the nations of EgyptEdomAmmon, and Moab, and the tribes of the desert(Moslims) The men of these nations are circumcised, but they don't worship me(They worship Satan/Allah) And it's the same with you people of Judah (today so called Jews)Your bodies are circumcised, but your hearts are unchanged.

23 Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;

24 Maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent, dat Ik de HEERE ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde, want in die dingen heb Ik lust, spreekt de HEERE.

25 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik bezoeking zal doen over alle besnedenen, met degenen, die de voorhuid hebben;

26 Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls heeft de voorhuid des harten.

24 maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent, dat Ik de Eeuwige ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe; want in zodanigen heb Ik behagen, luidt het woord van de Eeuwige. 25 Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik bezoeking zal doen over alle besnedenen die toch de voorhuid hebben; 26 over Egypte en Juda, Edom en de Ammonieten, Moab en allen, die in de verst afgelegen hoeken van de woestijn wonen; want alle volkeren zijn onbesneden, maar het gehele huis van Israël bestaat uit onbesnedenen van hart.

Jer 9:24

But let him that glorieth glory in this, that he understandeth and knoweth me, that I am the LORD which exercise lovingkindness, judgment, and righteousness, in the earth: for in these things I delight, saith the LORD.

Jer 9:25
Behold, the days come, saith the LORD, that I will punish all them which are circumcised with the uncircumcised;

Jer 9:26
Egypt, and Judah, and Edom, and the children of Ammon, and Moab, and all that are in the utmost corners, that dwell in the wilderness: for all these nations are uncircumcised, and all the house of Israel are uncircumcised in the heart.



Matthéüs 5

De roeping der discipelen
13 Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden.
14 Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.
15 Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn;
16 Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.


Rabbi Simcha Pearlmutter – A Voice Cries in the Wilderness

Rabbi Simcha Pearlmutter was an orthodox Jewish rabbi who came to know Yeshua as the Mashiach on his own, without contacting Christians, or even reading Matthew-Revelation. He set out to disprove Yeshua, only to find Yeshua pursuing him, and this through his studies in the Torah, and in Jewish literature, and more importantly in the siddurim and machzorim – the prayers composed by our Sages speaking of Yeshua. He came to believe, as he reports also that other rabbis who visited him in his 25 years in the desert of Israel also believe: that Yeshua is the Mashaich, the Mashiach HaShem.

He went home to be with the L-rd in 1999, and was a man who was ahead of his time. He saw something that only our generation is beginning to see: a teshuvah (Turning basck to God) of both Christians and Jews to Torah, and to each other as one people: Israel.

You may download or listen to Rabbi Simcha Pearlmutter’s tapes below.

The following were provided by the gracious work of Annelore Rasco, for Or Tzion, Inc.

They are provided free of charge by JerusalemCouncil.org because we believe Rabbi Simcha’s message deserves to be heard.

A Voice Cries in the Wilderness (August 1989)
by Annelore Rasco, for Or Tzion, Inc.

  • History of Ir Ovot Part I download
    - An interview of Rabbi Simcha Pearlmutter by Annelore Rasco
  • History of Ir Ovot Part II download
    - An interview of Rabbi Simcha Pearlmutter by Annelore Rasco
  • Ruth – How Gentiles Join Israel Part I download
    - by Rabbi Simcha Pearlmutter
  • Ruth – How Gentiles Join Israel Part II download
    - by Rabbi Simcha Pearlmutter
  • Shuva & Aliyah – Jews Come Home Part I download | listen
    - by Rabbi Simcha Pearlmutter
  • Shuva & Aliyah – Jews Come Home Part II download | listen
    - by Rabbi Simcha Pearlmutter

 Bron: http://jerusalemcouncil.org/articles/teaching/rabbi-simcha-pearlmutter-a-voice-cries-in-the-wilderness/

 

 


Testimony of rabbi Simcha Pearlmutter

 

Psalmen 51

Boetpsalm
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathséba was ingegaan.
Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.
Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken,en rein zijt in Uw richten.
Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.
Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.
Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.
10 Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.
11 Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.
12 Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.
13 Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.
14 Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.
15 Zo zal ik den overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.
16 Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God mijns heils! zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vrolijk roemen.
17 Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen.
18 Want Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze geven; in brandofferen hebt Gij geen behagen.
19 De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.
20 Doe wel bij Sion naar Uw welbehagen; bouw de muren van Jeruzalem op.
21 Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dan zullen zij varren offeren op Uw altaar.

NCF Whistleblowers
 

Ashkenazi en Royal bloedlijnen



Laat ons duidelijk zijn wanneer er over joodse bankiers wordt gesproken, word hierbij een selecte groep bedoeld DIE HET JUDAÏSME HEBBEN GEADOPTEERD EN MISBRUIKT VANUIT WELLICHT POLITIEKE REDENEN, HET GAAT HIER OM EEN UITERST KLEINE KLIEK VAN ZEER INVLOEDRIJKE MENSEN!! Dus niet het joodse volk in het algemeen die uiteindelijk net als de globale bevolking misleid en misbruikt worden, zij hebben hier niets mee te maken!! Velen staan onder invloed van het Zionisme, wat niet betekend dat elke aanhanger van het Zionisme een onbetrouwbaar persoon is. Er is een groot verschil tussen de burgers en de invloedrijke stromingen waar wij met zijn allen van geboorte tot ons graf onder gebukt gaan, "inclusief het het Joodse volk zelf", die hun jongeren zien sneuvelen voor de zelfde leugens in de zelfde oorlogen, net als Palestijnen, Amerikanen, Europeanen en vele anderen… Mede door de haat die ze voor elkaar voelen.


 
 

VERDEEL EN HEERS 
DANKZIJ DE ENORM GEFINANCIËRDE PROPAGANDA NETWERKEN. Het gaat niet om de Joodse burgers! LATEN WIJ DIT GOED ONTHOUDEN! Ook zij zijn misleide en misbruikte slachtoffers die onze steun en begrip nodig hebben om gezamenlijk te kunnen werken aan een betere wereld voor iedereen (
Luister).
 
 
De meeste joden stammen af van de Khazar uit Khazarië . Een stukje land dat ligt tussen de Zwarte en de Kaspische Zee (foto) en nu wordt bezet door Georgië. Deze Ashke-Nazi-joden deden kabbala en brachten gruwelijk levende offers aan hun goden. Na hevig protest heeft hun koning 740 na Christus voor een andere religie gekozen, namelijk het jodendom. Als gevolg daarvan werd het aantal joden in de wereld met een factor 10 vermenigvuldigd. Omdat de Khazars nogal van macht houden zwermden ze uit over centraal en oost Europa waar ze de handel en het bankwezen dicteren. Ashke-nazi (joden? Zionisten(video) (zijn dan ook geen echteJoden van oorsprong.

NCF Link): The Khazarian Supremacy (HIDDEN DOCUMENTARY)


Orthodoxe Joden geloven dat de Zionistische ideologie (Ashke-Nazi) haaks staat op de Thora. Volgens orthodoxe Joden is Zionisme antisemitisch omdat het lijnrecht staat tegenover het gedachtengoed van het Jodendom (video). Volgens het orthodox Jodendom zijn de Thora en de Joodse wetten goddelijk van oorsprong, altoosdurend en onvervreemdbaar, en dienen ze strikt gevolgd te worden. Alle orthodox Joden zijn tegen het Zionisme omdat ze menen dat het Zionisme werd gecreëerd om de Thora en zijn heilige door God gegeven geboden te vervangen door nationalistische, naar macht strevende idealen die verre van heilig zijn. Het is tijd!(video)

NCF (Link): 1933 Zionists sign a deal with Hitler (The Transfer Agreement)


De Rothschild ‘s waren afkomstig van de deze Ashke-Nazi bloedlijn. In de 18de eeuw verrijkten de Rothschild ‘s zichzelf al aan oorlogen (waaronder de Amerikaanse revolutie (1775-1783). In 1880 stuurt men twee miljoen opgejaagde AshkeNazi-joden naar de Verenigde Staten om daar met hun hulp een democraat tot president te kiezen. Daarna vermoorden ze de tsaar en zetten een bloedige Russische Revolutie op touw en bedenken de Russische concentratiekampen, waarin ettelijke miljoenen mensen sterven (video).

 
De Generale Maatschappij werd in 1822 opgericht door Koning Willem Ials de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt, in 1814 werd het eiland Banka (Indonesië) door de Engelsen uitgeruild tegen het "etablissement Cochin (Indië). Een jaar later (18 juni 1815) werd Napoleon Bonaparte (foto) definitief verslagen door een combinatie van Britse/NederlandseHanoveraanse en Pruisische legers, tijdens de veldslag bij Waterloo (toenmalig Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, nu België). Dit gebeurde onder leiding van de hertog van WellingtonBlusher en de Prins Willem van Oranje-Nassau. (Willem Frederik George Lodewijk(video).
 
 
De Rothschild ‘s hebben voor en tijdens deze slag naast Engeland, Duitsland ook Frankrijk en dus Napoleon gefinancierd door middel van goudsmokkel overzee. Men creëerde de juiste beleggingssituatie ten kosten van oorlogen, dood en verderf, hierdoor kregen de Rothschild ‘s in een slag de controle over de helft van ‘s werelds rijkdommen, zo ook over de Bank van Engeland en de volle aandelenhandel, wat tot op heden niet is veranderd. De belangenverstrengeling tussen de Koninklijke huizen en de Ashke-Nazi (Rothschild’s) waren toen al een feit voor eeuwig verenigd (video).

 
Onze ergste vijanden zijn niet Iran, niet China, niet Korea en ook niet Syrie, Venezuela, Afghanistan of welk land dan ook. Ons grootste probleem zijn onze eigen leiders, onze multinationals en onze overheden die hun ziel verkopen en zich laten gijzelen voor eigen belang (video).
 

 
 
 
 

Het bij Banka (Indonesië) behorende eiland Billiton wilden de Engelsen behouden maar werd op 17 maart 1824 door de Engelsen overgedragen aan de Nederlanders. Het was de kapitaalkrachtige prins Willem Willem Frederik Hendrik (foto) die als eerste staatshoofd van de Staat der Nederlanden garant stond voor het krediet. Daarmee was het koninklijk huis voor 100% aandeelhouder. Dit heeft zich verder ontwikkeld en is in 1924overgegaan in het toen opgerichte bedrijf Gemeenschappelijke Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton (GMB) waarin de Nederlandse staat voor 5/8 deelnam. Het koninklijk huis bleef groot aandeelhouder, waarmee de belangenverstrengeling tussen de Staat der Nederlanden en het koninklijk huis tot stand is gebracht. In 1970 werd Billiton overgenomen door Shell


 

Volgens Eustace Mullins (videoeen Amerikaans schrijver, onderzoeker, schilder, fotograaf, dichter en essayistdie die op 2 februari 2010 overleed was Pound op grond van politieke overwegingen zonder proces gevangengezet door president Franklin Delano Roosevelt, uit angst dat Pound zou doorgaan met het verspreiden van zijn mening over "het verraad van Roosevelt en de bankierswereld", die lang van tevoren geweten zouden hebben van de Japanse aanval op Pearl Harbor om de VS te betrekken bij de voor hen lucratieve Tweede Wereldoorlog, waarin alle partijen, ook Hitler en Japan, vrijwel volledig gefinancierd werden door de grote bankiersfamilies Rothschild, Warburg, Oppenheimer, Schiff, Rockefeller, etc. In opdracht van Pound onderzocht Mullins tussen 1949 en 1952 The Federal Reserve, de centrale bank van de VS die de Rothschilds volgens hem via samenzwering, omkoping en chantage tijdens het kerstreces van 1913 opgericht hadden weten te krijgen Eustace Mullins laatste intervieuw (video)(Meer video’s Eustace Mullins)

In onderstaande video een boekbespreking over een boek waarvan iedereen op de hoogte zou moeten zijn (video)

 

Deze Bloedlijnen waaronder Rothschild ‘s hebben zichzelf in de afgelopen 200 jaar aan elke oorlog en revolutie/opstand gigantisch verrijkt. Daardoor werden zij na elke oorlog met grote sprongen invloedrijker en machtiger, wat heden niet anders is. Alois Hitler (1837-1903) (foto) (een Rothschild) de vader van Adolf Hitler, was deonwettige zoon van Maria Anna Schicklgruber en Baron Rothschild. Een geheim document is opgesteld waaruit bleek dat Maria Anna Schicklgruber in Wenen woonde op het moment dat zij zwanger werd en werkzaam was als bediende in het huis van Baron Rothschild. Zodra de familie haar zwangerschap ontdekte werd ze teruggestuurd naar haar huis in Spital, waar Adolf Hitler zijn vader, Alois op 7 juni 1837 geboren werd.




NCF (Link): NA-tional ZI-onism NAZI and the Jews

JOODSE BRONNEN TONEN AAN DAT DE NAAM HITLER BEWIJST DAT HITLER JOOD OF VAN JOODSE AFKOMST WAS. DE FAMILIE HITLER KOMT VOLGENS BRONNEN IN DE JOODSE MEDIA VAN 01 JUNI 1933 OORSPRONKELIJK UIT DE PLAATS PLANNAU IN BOHEMIA. VOLGENS DEZELFDE BRONNEN IN DE JOODSE MEDIA WIJST ONDERZOEK UIT DAT IEDEREEN DIE HITLER HEET, JOOD IS, OF AFSTAMT VAN DE JODEN.(video)

Sluitend bewijs


 

                               
 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 







Eerst stuurt men in 1880 twee miljoen opgejaagde Ashkenazi-joden naar de Verenigde Staten om daar met hun hulp een democraat tot president te kiezen. Daarna vermoorden Ashkenazi-joden de tsaar en zetten een bloedigeRussische Revolutie op touw en bedenken de Russische concentratiekampen, waarin ettelijke miljoenen mensen sterven.


 


Ook werden eind 1800 cocaplanten (video)door het koloniale Nederland verbouwd op plantages in Indonesië waarvoor in 1900 de Nederlandse Cocaine Fabriek (foto) (videoin Amsterdam opgericht werd en uitgroeide tot het grootste cocaïne fabriek ter wereld met het Nederlands koningshuis als grootaandeelhouder. Nederland leverde in de eerste en tweede wereldoorlog cocaïne en efedrine aan o.a. de Nazi’s maar ook de geallieerde soldaten die zo elkaar mentaal verdoofd onder invloed afmaakten waaraan de Oranjes grof hebben verdiend. Hierdoor was ook na de oorlog een wereldmarkt ontstaan voor verslaafden die bevoorraad werden door Nederland. In de jaren 70 werd het Nederlandse Cocaïne Fabriek overgenomen door AkzoNobel onder een andere naam, te weten: NCF Holding BV.1908 werd een onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsomstandigheden bij Billiton, die in vele opzichten niet rooskleurig waren. Zo tierde er de opiumhandel

 

 

 

 


Chemie-farmaceutische kartels, Auswitch en de samenwerking tussen Zionisme en National Socialisme

Zionist Theodore Herzl rond 1895 over Joden

It is essential that the sufferings of Jews.. . become worse. . . this will assist in realization of our plans. . .I have an excellent idea. . . I shall induce anti-Semites to liquidate Jewish wealth. . . The anti-Semites will assist us thereby in that they will strengthen the persecution and oppression of Jews. The anti-Semites shall be our best friends (video)

Bron: jewsagainstzionism.com

NCF (Link): ONE THIRD of the HOLOCAUST

Overigens sloeg Joseph Goebbels zelf de medaille die de band tussen Hitler en de Zionisten bevestigde. Dat is deze medaille.


Vervolgens wordt in Duitsland een hyperinflatie gecreëert die door de Ashkenazi handelsgeest wordt uitgebuit en zet men Hitler in het zadel. Men financiert daarop de Duitse, Russische en Amerikaanse oorlogsindustrie en verbiedt het (videoemigreren van joden naar de Verenigde Staten (video). Zij worden voor het blok gezet: of door de nazi’s in kampen gestopt of naar Palestina emigreren. Wanneer de Duitsers verliezen krijgen zij de Holocaust in de schoenen geschoven. Een Holocaust die nodig was om het zionisme op gang te brengen, hetgeen uiteindelijk moest leiden tot een Israëlische staat op Arabisch grondgebied, hetgeen een belofte inhoudt voor allerlei relletjes. Aan dit laatste werkt de Britse regering mee, beter gezegd de Britse tak van het Huis van Rothschild een Ashkenazi jood.

 

 

 

Het zijn er bij lange na géén zes miljoen. Nooit geweest ook en de industriële vergassing heeft niet plaatsgevonden. Ook de beroemde historicus Robert Jan Van Pelt toont dit aan in het standaardwerk Auschwitz.Er zijn tussen de 1,7 en 3,3 miljoen joden vermoord, en in Auschwitz zijn rond de twee honderdduizend mensen vergast. De betrouwbaarste berekeningen staan hierhier en hier. Auschwitz was overigens 100% particulier initiatief en eigendom van IG-Farben wat het geesten kind was van de joodse Rothschild bankiers, die ook Hitler betaald hebben samen met Rockefeller, Esso, Shell en Wall Street. Ook de grootvader van de laatste president Bush profiteerde als manager van het Nazi regiem van de slavenarbeiders van dat kamp. Een beetje zoeken op internet leert al snel dat begin jaren negentig van vorige eeuw het aantal vermoorde joden van Auschwitzofficieel drastisch naar beneden is bijgesteld van vier naar één miljoen. Dat is een verschil van drie miljoen wat van de beruchte geholocauste zes miljoen afgetrokken hoort te worden. Zes miljoen min drie miljoen is géén zes miljoen.

NCF (Link):
The Bush Nazi connection.

Er ontstond een relatie tussen de Ashkenazi bankiers en de koningshuizen, deze laatste konden namelijk de geleende kredieten terug halen bij hun onderdanen om vervolgens weer oorlogen te voeren. De Ashkenazi bankiers begrepen dit zeer snel en maakten deals en veroorzaakte oorlogen tussen koninklijke bloedlijnen waar het gewone volk slachtoffer van was. Dit was zeer winstgevend en strategisch zeer belangrijk om de wereld macht naar hun te verplaatsen en over te nemen. (video)



Alle Zionisten zijn Nazi’s, Niet alle Nazi’s zijn Zionisten (videoNazi is de samenvoeging van de woorden Nationaal Socialisme en Zionisme (video). Het is niet anders. De geschiedenis is een leugen (video). De Joden zijn volgens de Nazi’s misgassers omdat prominente Zionisten hen dit influisteren. Dàt is de contemporaine geschiedenis. Eerst is er Theodor Herzl met zijn fantasie het racisme op te hitsen om Joodse rijkdommen te liquideren om bezit te kunnen nemen over Israël, vervolgens is er Adolf Hitler die het plan de campagne vervolmaakt (video).

Van 4 miljoen slachtoffers:


naar anderhalf miljoen slachtoffers:


Israël is geen land wat gesticht is op basis van democratische principes. Het is gesticht op basis van de fascistische ideologie van de pseudo joods liberale elite. Israël is perse géén Joodse staat. Het is een staat van elitaire Nazi’s. Wannabe Romeinen. Zionisten zijn de Nazi’s. De Duitsers waren bereidwillige beulen van de Zionisten. Dat is even vervelend anno 2011 wanneer Israël de wereld op de kop zet omdat het vindt dat Iran zich niet tegen kleine satan bewapenen mag. The transfer agreements  (video) is een pact wat de Duitsers sloten met het zionisme (video). Het was destijds voor iedereen verboden om eigendommen mee te nemen naar een ander land. Iedereen was iedereen, ook de Duitsers niet. Maar Europese joden mochten wel vertrekken naar Israël met hun hebben en houden. Er is nooit sprake geweest van een totale vernietiging van alle Joden, de zionistische Joden werden als het uitverkoren volk gespaard en kregen bezit over Israël ten koste van een wereldoorlog.




NCF (Link): Zionist agains Jews


 
Wel werden de anti-zionistische joden vernietigd de joden die tegen de staat Israël zijn. En de arme sloebers, het Joodse klootjesvolk, die gewoonweg het geld niet hadden om te vluchten. De niet zionistische Jood is feitelijk gebrandofferd door de Zionistische (Joden) om Israël in bezit te krijgen. Holocaust is het joodse woord voor brandoffer. Naar idee van zionisten koning Theodore Herzl. Hitler hielp bereidwillig en werd op zijn beurt van support voorzien via Nederland door de Amerikaanse familie Bush (foto) (onderbouw) (videoDe familie die mede hoofdverantwoordelijk is voor de recente oorlogsmisdade genocide en westers terrorisme in Irak, Afghanistan, 9/11 enz (video).
 

De Rothschilds, IG Farben, Prins Bernhard en antisemitisme



NCF (Link): Chemie-farmaceutische kartels (Nazi) gijzelen Nederlands Koningshuis voor Europese staatsgreep.
De overname van de Oranje-rechten 
(video). 


Met het verschijnen van Bernhard van Lippe-Biesterfeld is definitief een einde gekomen aan de oranje-dynastie of wat daar voor heeft door moeten gaan. Nazi Bernhard van Lippe-Biesterfeld werd geboren op 29 Juli 1911 in Jena (Duitsland). Hij legde zijn doctoraalexamen in 1935 af en ging werken voor IG Farben, het Duits chemisch bedrijf dat Zyklon B voor Auschwitz  leverde(een op cyanide basis gemaakte pesticide) en waar hij vervolgens spion voor was. Hij was lid van de SA in Berlijn, de Sturmabteilung van Hitlers NSDAP en nodigde vooraanstaande Nazi’s uit op zijn huwelijk met koningin Juliana.

Tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 (dus tot vlak vóór het begin van de spoorwegstaking) werden door de Nederlandse spoorwegen met 93 extra treinen meer dan 100.000 joden naar Westerbork vervoerd. Vanuit Westerbork zorgden de NS ook voor een stipte dienstregeling naar de vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor. De familie Bush streek de winst op van deslavenarbeid in de ertsmijnen van Auschwitz. Deze hielp de theorie van de 'raszuiverheid' ontwikkelen en verboden samen met nazi-Duitsland het emigreren van joden naar de Verenigde Staten. Zij werden voor het blok gezet of door de NA/ZI's in kampen gestopt (video) of naar Palestina geëmigreerd 1(video) 2(video) Israël en het geloof in de heilige holocaust.

Oud NS-directeur en verzetsman G.F.H. Giesberger, die via een illegale zender in contact stond met de ballingenregering in Londen, heeft in 1953 tegenover de Parlementaire Enquêtecommissie onder ede verklaard dat hij herhaaldelijk aan Londen heeft gevraagd wat er in verband met de deportaties van de joden gedaan moest worden: "Londen antwoordde: Niets! doorgaan!".



Bernhard wilde dan ook Nederlands Nazi stadhouder (foto) worden voor Hitler wat uiteindelijk ook gebeurde. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 verliet het Nederlands koningshuis op 13 mei 1940 op advies van Generaal Winkelman het land en vluchtte naar Engeland begeleid door nazi Prins Bernhard en de Nederlandse koningin Wilhelmina en zijn gezin. Dit met de voorkennis dat ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering daarmee zichzelf heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland is geworden wat werd aangestuurd vanuit het Hitler-KabinetJan Donner was raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden. Hij nam op 13 maart 1944 ontslag als raadsheer, zonder afstand te nemen van het beleid van de Hoge Raad tijdens de bezetting, waarna hij na de bezetting op 5 mei 1945 weer kon terugkeren als raadsheer bij de Hoge Raad voor de voortzetting van het Hitler-Kabinet

Niemand beter als Jan Donner was dan ook op de hoogte van het feit dat door het vluchten van de Nederlandse regering en staatshoofd Koningin Wilhelmina naar Londen ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering zichzelf daarmee vanaf 13 mei 1940 heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland is geworden wat werd aangestuurd vanuit het Hitler-Kabinet. Seyss-Inquart kon op die manier als Rijksstadhouder de plaats van Wilhelmina overnemen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Wilhelmina in Londen en werd onder meer door haar radiotoespraken het symbool van het Nederlandse verzet. Hierdoor is Nederland vanaf dat moment volgens de toen van kracht zijnde Nederlandse Grondwet officieel in handen van de bezetters, namelijk de Nazi’s waaronder Bernhard zelf (video).
Een van de redenen waarom Wilhelmina naar grote waarschijnlijkheid hieraan heeft deelgenomen is omdat de lijn van Willem van Oranje ophoudt bij de achterkleinzoon van stadhouder Willem III tevens koning van Engeland. Willem III (1650-1702) had geen nageslacht, zodat na zijn dood de titel Prins van Oranje wettelijk naar zijn volle neef Frederik III koning in Pruisen ging. Na de dood van Willem III -1650-1702 (achterkleinzoon van Willem van Oranje),hield de lijn van Oranje op (Stamboom) omdat deze Willem III geen nageslacht had en alleen de oudste zoon van de Prins van Oranje volgens de dynastie de titel erfprins van Oranje mocht voeren.
Ook Willem III (1817-1890) trouwde op latere leeftijd (61 jaar) met Emma en was onvruchtbaar door syfilis waardoor hij geen kinderen bij Emma kon voortbrengen, derhalve werd het tweede eskader hulptroepen ingeroepen, de ambtelijke secretaris van de koning Sebastiaan Mattheus Sigismund de Ranitz. (Hiervoor is ook als biologische vader Jhr.mr.Joan Roëll {1844-1914} genoemd, doch dit is om meerdere redenen volkomen ongeloofwaardig) de toondoofheid van Wilhelmina en de Ranitz is meer overtuigend) {Voor het redden van de dynastie fraudeerde Willem III bij de aangifte in het bevolkingsregister, door niet naar de strekking van de Grondwet etc. te stellen dat op dinsdag 31 augustus 1880 des avonds om zes uur, Wilhelmina Helena Paulina Maria, mitsgaders datzelfde kind een dochter is van Hem, Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk, koning der Nederlanden en Emma van Waldeck-Pyrmont, terwijl hem bekend moet zijn geweest dat hij niet de biologische vader was en met die verklaring indruiste tegen de Grondwettelijke, regels Salische wet en Castiliaanse stelsel voor troonopvolging. 
Als gevolg van deze kunstgreep is Wilhelmina (foto) geboren en ontstond zo de lijn De Ranitz-Waldeck Pyrmont. Algemeen wordt aangenomen dat toondoofheid erfelijk is, Wilhelmina leed daar aan, De Ranitz ook, maar haar vermeende ouders niet. Wilhelmina huwde prins Hendrik(1876-34), ook die bleek aan syfilis te lijden, als gevolg waarvan Wilhelmina vier miskramen op rij moest doorstaan, alvorens Juliana werd geboren (geadopteerd). Hier stopt de lijn De Ranitz-Waldeck Pyrmont, immers door haar syphilis kon Wilhelmina geen kinderen krijgen, bekend is dat zij het Hendrik bijzonder kwalijk nam, dat hij die overdraagbare aandoening bij zich had en na Juliana volgde de laatste miskraam. 
 
Vanaf het begin is de geruchtenmachine op gang gekomen, dat Juliana door Wilhelmina is geadopteerd van een moeder uit Soest. Deze hardnekkige geruchten houden nog steeds aan en slechts DNA onderzoek kan uitsluitsel geven. Maar er is meer: Volgens Mr. Carry Hamburger van Knoops & Partners [de juridische bron] zou Maria (Claire) Jacoba Roovers (foto) die volgens de Burgerlijke Stand van de gemeente Ginneken is geboren 11 maart 1927 een onwettige dochter van Juliana zijn, echter door prins Hendrik in februari 1926 verwekt en actueel in november 1926 geboren.

 

De uiteindelijk vijf miskramen van Wilhelmina hingen samen met haar syfilis, naar buiten werd meegedeeld dat het tyfus was. Wilhelmina was in feite net als prins Hendrik tot na 1910 ook onvruchtbaar door haar syfilis. Na de “geboorte”(lees adoptie Juliana) probeerde Wilhelmina nogmaals ZELF een kind te krijgen. Dit werd de vijfde miskraam. Een effectieve behandeling van Syfilis was pas na 1910 mogelijk ,tenminste dat dacht men, middels het toen ontdekte middel  Salvarsan. Wie is de biologische vader en nog belangrijker: Wie is de biologische (Soesterse) moeder van Juliana?? Met behulp van het DNA van Elizabeth is vastgesteld dat het de botten van de Romanovs waren. Prinses Juliana weigerde DNA af te staan. Waarom? Gezien vorenstaande schijnt er geen jota Romanov DNA en erfelijk Oranje DNA (zelfs niet het gepikte Oranje) in Wilhelmina en Juliana te zitten en is het Nederlandse huidige staatshoofd Beatrix afkomstig uit een familie van nieuwe rijken, de pseudo-Oranjes, terwijl de echte Oranjes tot keizer werden gekroond in Duitsland. Niet alleen Juliana weigerde in 1991 DNA af te staan,ook Beatrix weigert dit en gelijktijdig ontkent prinses Margarita DNA materiaal te hebben afgestaan. Waar is men bang voor?

 

Wilhelmina keerde op 13 maart 1945 terug in Nederland en trad op 4 september 1948 af ten gunste van haar dochter Juliana, mede uit teleurstelling over de haar weer opgelegde afzijdigheid inzake staatskwesties. Wat gebeurde met het koninklijk bezit van koningin Wilhelmina waar de Duitsers zich over ontfermde, en hoe kwam het koninklijk bezit na de oorlog weer terug. Geallieerde werden in het belang van de Nederlandse staat om de tuin geleid. Het Hitler kabinet heeft zich dan ook geruisloos voortgezet vanuit Nederlands grondgebied, uitgebreid met de Benelux, Europa, Amerika en uiteindelijk de rest van de wereld. Wat Koning Leopold III van België verhinderen door een voltooid "Politiek testament" en wel op grond van de volgende feiten, waarvoor ons verzoek schrift aan de Belgische Federale Overheid

Verzoekschrift 31/01/13 met ontvangstbevestiging
Aanvullend verzoekschrift 19/04/13 met ontvangstbevestiging

Wilhelmina had grote moeite met de snelheid waarmee Nederlands-Indië werd opgegeven wat verstrekkendefinanciële gevolgen met zich mee bracht (video

De vrijheden die deze op zichzelf al chantabele prins zich heeft kunnen aanmeten, zijn als volgt te verklaren:

•de wetenschap van de adoptie van Juliana;

•de wetenschap van de criminele, seksueel-pedofiele escapades van Hendrik en het afkopen van schandalen door Wilhelmina;

•de wetenschap dat De Ranitz de vader was van Wilhelmina;

De zaken die hij heeft geregeld voor deze nieuw opgezette dynastieke lijn zijn eveneens opvallend te noemen:

• desertie en landverraad, voorafgaande aan de collaboratie met Nazi-Duitsland tijdens de bezetting;

• het uitroeien van zoveel mogelijk “links” verzet vlak voor de bevrijding in 1945;

• het samen met schoonmoeder Wilhelmina uitvoeren van de staatsgreep van 1945 ten behoeve van Juliana;

• door connecties met Rothschild/Warburg/Mellon/Dupont elementen organiseren van subversieve activiteiten, zoals de Bilderberg conferenties (video Must See), de Gladio, een geheime terreur van de N.A.V.O (video) en het World Wide Fund for Nature (WWF)

• het arrangeren van huwelijken, zoals van zijn oudste dochter Beatrix (videomet die vreemde Prins Claus en zijn oudste kleinzoon Willem Alexander met een vreemde Argentijnse (video

Tenslotte
Waar we nu mee hebben te maken is een familie die het staatshoofd levert, maar die niets meer met de Oranje-Nassau’s heeft uit te staan. Er hoeft wat ons betreft geen diepgravend onderzoek naar afstamming meer plaats te vinden. Er is nimmer bewijs geleverd door de huidige familie dat zij rechten kunnen laten gelden op ‘s lands hoogste positie. Grondwettelijk dienen zij af te stammen van koning Willem I. Zij hebben geweigerd het sluitende bewijs te leveren door geen DNA test ten behoeve van de identificatie van de Romanov Tsarenfamilie toe te staan. Alle twijfel kan op die manier worden weggenomen, maar men heeft het (heel verklaarbaar) niet willen doen.Oranje DNA
Op 11 september 1961 wordt in Zwitserland The World Wildlife Fund (WWF) opgericht. Prins Bernhard (foto) wordt benoemd tot president. De zogenaamde Club van 1001, wiens lidmaatschap geheim was en is, het zijn allen grote industriëlen, bankiers. De invloedrijksten ter wereld. Zoals Prins Philip (foto) van Groot-Brittannië zoals, Thijssen in Duitsland, alle grote namen zijn erbij. of Ford in de VS, de vertegenwoordigers van het voormalige Apartheidsregime in Zuid-Afrika, vele rechts-radicale conservatieven, dictators als Mobutu of de Argentijnse junta. Dit zijn ‘old boys’ netwerken, achter de schermen van WWF. Als je dit bekijkt MUST SEE (video) !!!! dan wordt het duidelijk dat bepaalde belangen, voornamelijk in de energiesector en nu ook in de agro-industrie, zoals Monsanto(video)dat deze belangen WWF (foto) gebruiken om hun milieumisdaden te verdoezelen (video).”In de eerste jaren richt het WWF zich uitsluitend op de bescherming van diersoorten, maar al snel wordt duidelijk dat dit werk alleen kan slagen, als ook de leefgebieden van dieren worden beschermd. Daarom verandert de naam al snel in World Wide Fund for Nature (WWF). Direct na de oprichting ontstaan overal in de wereld nationale afdelingen van WWF. (Niets is wat het lijkt)

Wat zich werkelijk politiek afspeelt is dat het Nederlandse koningshuis aan het hoofd van een wereldwijde complot staat waaronder de Rothschild ‘s om een wereldregeringin het leven te roepen met het Engelse koningshuis aan het hoofd, hun positie is versterkt sinds de twee Engelse koningshuizen die aanspraak zouden maakten op 'koninklijk' bloed, de Spencers en Windsors zich verenigd hebben in Prins William, waardoor na zijn geboorte (video) Diana Spencer afgedankt kon worden (video1/2/3).Echter is het DNA de achilleshiel van koninklijke families. De Londenseschandaalkrant News of the World van Rupert Murdoch probeerde in 2004 via een verleidelijke dame haren van prins Harry in bezit te krijgen om aan te kunnen tonen dat hij geen nazaat is van Charles, maar het resultaat is van een slippertje van Diana. Het plan mislukt dankzij de vroegtijdige inzet van Scotland Yard. Het Engels Koningshuis is namelijk in het bezit van de troon van David (video).

NCF; (Link): Hitler lived in Argentina until 1962



WO III
Ik weet niet wat waarheid is of niet, maar dat wij als Christenen dit misschien ook zo mee gaan maken die optie is er waarschijnlijk wel. Maar weet dat Yeshua de enige weg is en blijft tot je lichamelijke dood. Je ziel kunnen ze niet van je afnemen die blijft van Jezus Christus.

Scheiding tussen de joden en het volk tijdens de Tweede Wereldoorlog

In dit artikel vertel ik hoe de scheiding tussen de joden en het volk tijdens de Tweede Wereldoorlog verliep. Deze onderscheid ik in 3 fases, hoe het verliep in de beginfase, hoe de verdere scheiding verliep en hoe de totale scheiding en deportatie verliep.

De scheiding tussen de joden en het volk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hoe verliep de scheiding tussen de joden en het volk in de beginfase?

 

In Duitsland was de jodenhaat al een lange tijd aan de gang. Aan het begin van de jaren 30 telden Nederland 137.000 joden. Doordat in Duitsland de vervolging van joden al lange tijd aan de gang was nam het aantal joden toe tot 160.000 in Nederland omdat veel joden probeerden te vluchten vanuit Duitsland naar Nederland. Nederland had een groot aantal joden toegelaten maar ook een groot aantal teruggestuurd naar Duitsland. Door de jodenhaat in Duitsland was Nederland op dit vlak minder tolerant. Toen de jodenhaat in Duitsland was verergerd zijn veel joden gevlucht vanuit Nederland naar Engeland en ook naar Frankrijk. De Kristalnacht was dan ook een grote waarschuwing voor veel joden die nog probeerde te vluchten uit Duitsland. Hitler was dan ook een  groot symbool van angst geworden voor de joden en vele joden voelde zich daaarom ook niet veilig.Na de inval van de Duitsers in mei 1940 was de jodenvervolging in Nederland ook goed voelbaar. Toch gingen de Duitsers mild om met Nederlanders. De Duitsers waren van mening dat de Nederlanders tot hetzelfde Arische ras behoorden. De Duitsers probeerden dan ook het normale leven van de Nederlanders door te laten gaan. Zij probeerden op een rustige manier aanhangers te winnen. Doordat zij ook een geringde ondersteuning kregen of tenminste verdraggelijkheid van de bevolking konden de Duitsers steeds meer maatregelen tegen de joden gebruiken. In het najaar van 1940 werd er een begin gemaakt met het plaatsen van borden in restaurants en koffiehuizen met daarop:’Joden niet gewenst’. Onder druk van de Nederlandse NSB leden, kwamen de borden daadwerkelijk overal te hangen. In 1941 werd deze maatregel verergerd,
waardoor het verboden werd om voor joden hier te komen met uitzondering van speciale gelegenheden die dan alleen voor joden zelf waren. Hierdoor konden de Duitsers de joden afzonderen van het normale volk. Ook mochten joden niet meer naar het strand, parken, bioscopen, hotels of andere openbare plekken. De Duitsers probeerden de joden in bedwang te houden door voor hen afzonderlijk gelegenheden te houden. De scheiding tussen de joden en het zuivere volk namen ze ook zeer serieus doordat de Duitsers besloten dat joden geen donor meer mocht zijn. Zij vonden dat joods bloed alleen door joodse aderen mocht stromen. Ook werden zij gescheiden bij verenigingen. Alle joden werd eind 1941 het lidmaatschap van een vereniging ontzegd. Ze mochten alleen nog lid zijn van een joodse vereniging. Joodse kinderen werd het in de provinciale hoofdsteden verboden om naar openbare of particuliere scholen te gaan. Op lokaal niveau moest de gemeente het zelf uitmaken. Vaak werden de joodse kinderen onder invloed van Duitsers en NSB’ers van school gestuurd.


Hoe verliep de verdere scheiding en registratie van de joden?

Nadat er al vele maatregelen in kracht waren tegen de joden werden zij steeds meer gescheiden van het normale volk. Rijkscommissaris Seyss-Inquart had de taak om in Nederland ook het nationaalsocialisme te kweken, zodat deze zelf maatregelen tegen de Joden kon ondernemen. Hij besefte dat hij heel geleidelijk de joden moest isoleren van het normale volk. En zo gebeurde het ook. Heel geleidelijk aan, zodat de Nederlanders nauwelijks in protest kwamen. Na steeds vele kleine veranderingen, werden de privileges van de joden steeds minder. Maar steeds een klein beetje en ook vaak met sussende worden dat de maatregel maar tijdelijk was of dat het goed was voor de joden zelf. Doordat de joden gescheiden werden merkte het andere volk hier steeds minder van. Dit kwam ook omdat de maatregelen alleen de joden troffen. In Amsterdam werd voor alle joden verplicht om in bepaalde wijken te gaan wonen. Zo kwamen zij nog minder in aanraking met de rest van het volk. Verder werden de maatregelen steeds erger waardoor ook daadwerkelijk twee duidelijke, verschillende groepen ontstonden. Het volk had nog maar heel weinig contact met de joden of zelfs helemaal geen contact meer. Hierdoor wisten veel niets van de verergerende situatie. Dit was natuurlijk wat de Duitsers probeerden te bereiken zodat zij steeds verder konden gaan.

De Duitsers moesten natuurlijk ook weten wie een jood was anders konden zij hen niet opsporen als er problemen waren. Natuurlijk ook met de achterliggende gedachte van de latere deportatie. Dit was ook nodig voor de grote verhuizingen en ook zodat alle maatregelen goed gebruikt konden worden. Alle joden moesten zich op 10 januari 1941 laten registreren. Bijna iedereen gaf gehoor aan dit bevel. Vele zagen de ernst van deze actie nog niet. Je moest je melden bij een gemeentehuis of bij een ambt. Eenmaal bij het gemeentehuis werd alles uitgezocht wie je was en kreeg je als je een jood was, een grote J op je persoonsbewijs.

In Nederland werd het ook verplicht voor alle joden een Jodenster te dragen. Deze beslissing werd gepubliceerd op 29 april 1942. Op zondag 3 mei 1942 moesten allen joden deze zespuntige Jodenster dragen. Deze sterren werden heel goedkoop en snel gemaakt. Ook moesten deze altijd goed zichtbaar zijn.

 

Hoe verliep de totale scheiding en deportatie van de joden?

De Duitsers hadden alles nu zoals zij het wilden. Ze hadden de joden voor een heel groot deel gescheiden van de rest van het volk. Veel joden hadden geen onderling contact meer met niet-joden. De joden hadden nog maar weinig privileges waardoor velen van het volk niet wisten wat er aan de hand was. Ook hadden zij geen mogelijkheden meer om via enige media de rest van het volk te bereiken. Ze woonde afzonderlijk en hadden een eigen samenleving. Het contact was in principe verbroken. Toch wouden de Duitsers verder gaan. In de zomer van 1942 begonnen zij met de deportatie. Dit was het uiterste scheiden van joden met de rest van het volk. Velen joden werden gedeporteerd naar werkkampen of zogeheten concentratiekampen. Binnen deze muren was er geen enkel contact meer mogelijk. Ook brieven werden vaak onderschept en aangepast. De deportatie was niet uiterst moeilijk voor de Duitsers omdat een groot deel van de joden zich geregistreerd had. Ook was het handig voor de Duitsers dat alle joden gezamenlijk in getto’s woonde. Zo werden zeer velen opgepakt tijdens razzia’s. hierbij barricadeerde de Duitsers alle bekende uitwegen. En gingen ze deur na deur langs op zoek naar joden. Als er joden aangetroffen werden , werden deze meegenomen en op een vrachtwagen gezet. Bijna alle joden werden in een bepaalde straat gevonden tijdens een razzia. Zo gingen de Duitsers systematies straat na straat af om elke mogelijk onderduikende jood te vinden. Als je eenmaal opgepakt was tijdens een razzia of gewoon zelf gekomen was werd je gedeporteerd naar de kampen dit ging vaak onder zeer slechte omstandigheden. Er zijn er dan ook een tal die de deportatie naar kampen niet hebben overleefd.

Eenmaal in de kampen was het leven een hel. Velen hebben deze kampen niet overleefd. Dit was dan ook de bedoeling van deze concentratiekampen en vernietigingskampen. Op deze manier konden de Duitsers het joodse ras geheel verwijderen zodat er volgens hen een steeds zuiverdere ras ontstond. Dit betekende dat de joden definitief werden gescheiden van de rest van het volk en het doel bereikt was. Er bleken in 1941, bij een Duitse telling 140.552 joden te wonen in Nederland. Naar schatting woonden er 160.000 joden in net voor de Tweede wereldoorlog in Nederland. Van hen zijn er naar schatting in de Tweede Wereldoorlog 106.000 omgekomen.

Conclusie
Hoe verliep de scheiding tussen de joden en het volk tijdens de tweede wereldoorlog?

Toen Nederland bezet was door de Duitsers, begon de scheiding tussen de joden en de rest van het volk. In het begin ging het heel rustig. De Duitsers hadden hier nog een gering aantal aanhangers. Nadat zij een kleine tijd rustig waren geweest met maar kleine maatregelen genomen te hebben tegen de joden, begonnen de Duitsers op een ingenieuze wijze de joden van het volk te scheiden. Er kwamen steeds kleine maatregelen die alleen betrekkingen hadden op de joden. Ook steeds met een korte tijd ertussen. Bijna alle maatregelen waren erop gericht de joden te scheiden of privileges van hen af te pakken. Na enige tijd waren er al een hoop privileges afgepakt van de joden en was het contact met de rest van het volk dramatisch gezakt. Even later begonnen de Duitsers alle joden te registreren en samen te voegen in aparte wijken genaamd: ‘getto’s’. Ook werden er steeds meer maatregelen bijgevoegd. Joden werden verplicht een Jodenster te dragen en in hun persoonsbewijs stond een grote J van jood. Velen waren hier trots op,  niet wetend wat dit als gevaar meebracht. Nadat de Duitsers een alles geregistreerd hadden van wie een jood was en waar hij/zij woonde, begonnen de Duitsers met de deportatie. De deportatie werd ook wel gezien als de uiterste scheiding, omdat hierbij vrijwel al het contact werd verbroken. Veel joden zijn door razzia’s opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd waar zij hun einden vonden. Doordat de Duitsers vrijwel geen grote stappen namen in de beginfase hadden zij een duidelijke scheiding gecreëerd. Ook hebben de Duitsers op slimme wijze zo veel mogelijk informatie bemachtigd en uiteindelijk een groot deel van de joden gedeporteerd. Zo hebben zij door verschillende fases een scheiding gecreëerd tussen de joden en de rest van het volk, waardoor ze de joden makkelijk konden uitmoorden.



Jesaja 53

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.
En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.






 Lev 23:2

Speak unto the children of Israel, and say unto them,Concerning the feasts of the LORD (YHWH), which ye shall proclaim (Church) to be holy convocations, even these are my feasts.
 

Leviticus 23

2
 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN (YHWH), welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.

proclaim:
verkondigen, proclameren, uitroepen (call out), afkondigen, bekendmaken, uitvaardigen
be called out, be chosen
Convocations:
sacred assembly, sacred season, set feast, appointed season, appointed time, appointed sign or signal
Concerning:
sacred season, set feast, appointed season
Church:
the assembly of the Israelites, the whole body of Christians scattered throughout the earth


church;

 

g1577   

ἐκκλησία ekklēsia

which ye shall proclaim

h7121   

קָרָא qara'

convocations,

 

h4744   

מִקְרָא

unto them, Concerning thefeasts

h4150   

מוֹעֵדmow`ed

English (KJV)   [?] Strong's Root Form (Hebrew) Parsing
 

Speak

 

h1696   

דָּבַר dabar

unto the children

h1121   

בֵּן ben

 

of Israel,

h3478   

יִשְׂרָאֵלYisra'el

 

and say

h559   

אָמַר 'amar

unto them, Concerning thefeasts

h4150   

מוֹעֵדmow`ed

 

of the LORD,

h3068   

יְהֹוָהYĕhovah

 

which ye shall proclaim

h7121   

קָרָא qara'

to be holy

h6944   

קֹדֶשׁqodesh

 

convocations,

 

h4744   

מִקְרָאmiqra'

 

even these are my feasts.

h4150   

מוֹעֵדmow`ed



Lexicon :: Strong's H4744 - miqra'

מִקְרָא

Transliteration
miqra'
Pronunciation
mik·rä' (Key) 
Part of Speech
masculine noun
Root Word (Etymology)
Dictionary Aids

TWOT Reference: 2063d

Outline of Biblical Usage
  1. convocation, convoking, reading, a calling together

    1. convocation, sacred assembly

    2. convoking

    3. reading

Transliteration
qara'
Pronunciation
kä·rä' (Key) 
Part of Speech
verb
Root Word (Etymology)
A primitive root [rather identical with קָרָא(H7122) through the idea of accosting a person met]
Dictionary Aids

TWOT Reference: 2063

Outline of Biblical Usage
  1. to call, call out, recite, read, cry out, proclaim

    1. (Qal)

      1. to call, cry, utter a loud sound

      2. to call unto, cry (for help), call (with name of God)

      3. to proclaim

      4. to read aloud, read (to oneself), read

      5. to summon, invite, call for, call and commission, appoint, call and endow

      6. to call, name, give name to, call by

    2. (Niphal)

      1. to call oneself

      2. to be called, be proclaimed, be read aloud, be summoned, be named

    3. (Pual) to be called, be named, be called out, be chosen




Church = group of people with the same faith, or group of worshipers that is generally Christian.

Een kerk is een gebouw waar de christelijke godsdienstoefening en andere religieuze samenkomsten worden gehouden. Een kerk wordt ook wel bedehuis, gebedshuis, Godshuis of tempel genoemd.

Mat 16:18

And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it.



 

Lexicon :: Strong's G1577 - ekklēsia

ἐκκλησία

Transliteration
ekklēsia
Pronunciation
ek-klā-sē'-ä (Key) 
Part of Speech
feminine noun
Root Word (Etymology)
From a compound of ἐκ (G1537) and a derivative of καλέω (G2564)
Dictionary Aids

Vine's Expository Dictionary: View Entry

TDNT Reference: 3:501,394

Trench's Synonyms: i. Ἐκκλησία, συναγωγή, πανήγυρις.

Outline of Biblical Usage
  1. a gathering of citizens called out from their homes into some public place, an assembly

    1. an assembly of the people convened at the public place of the council for the purpose of deliberating

    2. the assembly of the Israelites

    3. any gathering or throng of men assembled by chance, tumultuously

    4. in a Christian sense

      1. an assembly of Christians gathered for worship in a religious meeting

      2. a company of Christian, or of those who, hoping for eternal salvation through Jesus Christ, observe their own religious rites, hold their own religious meetings, and manage their own affairs, according to regulations prescribed for the body for order's sake

      3. those who anywhere, in a city, village, constitute such a company and are united into one body

      4. the whole body of Christians scattered throughout the earth

      5. the assembly of faithful Christians already dead and received into heaven

 

מוֹעֵד

Transliteration
mow`ed
Pronunciation
mō·ād' (Key) 
Part of Speech
masculine noun
Root Word (Etymology)
Dictionary Aids

TWOT Reference: 878b

Outline of Biblical Usage
  1. appointed place, appointed time, meeting

    1. appointed time

      1. appointed time (general)

      2. sacred season, set feast, appointed season

    2. appointed meeting

    3. appointed place

    4. appointed sign or signal

    5. tent of meeting

    6.  




 
TheReligionofPeace.com
Guide to Understanding Islam


What does the 
Religion of Peace
Teach About...

Muslims Befriending Non-Believers
Question:
Are Muslims allowed to make friends with Christians, Jews or other non-Muslims?
Summary Answer:
Unbelievers are described by Muhammad (in the Qur'an) as "the vilest of animals" and "losers." Christians and Jews are hated by Allah to the extent that they are destined for eternal doom as a result of their beliefs. It would make no sense for Muhammad to then recommend them to be taken in as friends by Muslims. In fact, the Qur'an plainly commands believers not to take unbelievers as friends.
The Qur'an:
Qur'an (5:51) - "O you who believe! do not take the Jews and the Christians for friends; they are friends of each other; and whoever amongst you takes them for a friend, then surely he is one of them; surely Allah does not guide the unjust people."

Qur'an (5:80) - "You will see many of them befriending those who disbelieve; certainly evil is that which their souls have sent before for them, that Allah became displeased with them and in chastisement shall they abide." Those Muslims who befriend unbelievers will abide in hell.

Qur'an (3:28) - "Let not the believers Take for friends or helpers Unbelievers rather than believers: if any do that, in nothing will there be help from Allah: except by way of precaution, that ye may Guard yourselves from them..." This last part means that the Muslim is allowed to feign friendship if it is of benefit. Renowned scholar Ibn Kathir states that "believers are allowed to show friendship outwardly, but never inwardly."

Qur'an (3:118) - "O you who believe! do not take for intimate friends from among others than your own people, they do not fall short of inflicting loss upon you; they love what distresses you; vehement hatred has already appeared from out of their mouths, and what their breasts conceal is greater still; indeed, We have made the communications clear to you, if you will understand." This verse not only warns Muslims not to take non-Muslims as friends, but it establishes the deep-seated paranoia that the rest of the world is out to get them.

Qur'an (9:23) - "O ye who believe! Choose not your fathers nor your brethren for friends if they take pleasure in disbelief rather than faith. Whoso of you taketh them for friends, such are wrong-doers" Even family members are not to be taken as friends if they do not accept Islam. (This is the mildest interpretation of this verse from the 9th Sura, which also advocates "slaying the unbeliever wherever ye find them").

Qur'an (53:29) - "Therefore shun those who turn away from Our Message and desire nothing but the life of this world."

Qur'an (3:85) - "And whoever desires a religion other than Islam, it shall not be accepted from him, and in the hereafter he shall be one of the losers."

Qur'an (3:10) - "(As for) those who disbelieve, surely neither their wealth nor their children shall avail them in the least against Allah, and these it is who are the fuel of the fire." Those who do not believe in Muhammad are but fuel for the fire of Hell (also 66:6, 2:24. 21:98).

Qur'an (7:44) - "The Companions of the Garden will call out to the Companions of the Fire: "We have indeed found the promises of our Lord to us true: Have you also found Your Lord's promises true?" They shall say, "Yes"; but a crier shall proclaim between them: "The curse of Allah is on the wrong-doers" Muslims in heaven will amuse themselves by looking down on non-Muslims in Hell and mocking them while they are being tortured (see 22:19-22.

Qur'an (1:5-7) - "Show us the straight path, The path of those whom Thou hast favoured; Not the (path) of those who earn Thine anger nor of those who go astray" This is a prayer that Muslims are supposed to repeat each day. "Those who earn Thine anger" specifically refers to Jews and "those who go astray" refers to Christians (see Bukhari (12:749)).
From the Hadith:
Muslim (1:417) - Taken to mean that one's own relatives should not be taken as friends if they are not Muslim.

Abu Dawud (41:4815) - "The Prophet (peace be upon him) said: A man follows the religion of his friend; so each one should consider whom he makes his friend."

Abu Dawud (41:4832) - The Messenger of Allah [said] "Do not keep company with anyone but a believer and do not let anyone eat your food but one who is pious."

Bukhari (59:572) - "O you who believe! Take not my enemies And your enemies as friends offering them (Your) love even though they have disbelieved in that Truth (i.e. Allah, Prophet Muhammad and this Quran) which has come to you."

Ishaq 262 - "Some Muslims remained friends with the Jews, so Allah sent down a Qur'an forbidding them to take Jews as friends. From their mouths hatred has already shown itself and what they conceal is worse"

Ishaq 252 - The story of a young man who converts to Islam after hearing Muhammad. He then tells his own father that he can no longer have anything to do with him because, "I have become a Muslim and follow the religion of Muhammad." (To maintain a relationship with his son, the father "converts" as well). This is an important passage because it establishes that the principle of shunning is based merely on the status of non-Muslims as unbelievers, not on their relations toward Muslims. In this case, the father desperately loved his son and meant him no harm.
 
Additional Notes:
Cultural superiority is a doctrine of Islam that actually has a name; it's called Jahiliyya - and literally means that any culture without Islam is "ignorant and stupid."

Even though they are explicitly kufr (unbelievers, Qur'an 5:17, 4:44-59) Jews and Christians are given special status in the Quran. So, if Muhammad warned believers against taking them as friends, then it surely is not permissible for Muslims to befriend atheists or those of other religions.

Some Muslims interpret this to mean that they should not even act friendly toward nonbelievers. (Most, fortunately, do not). Islamic TV preacher Sheikh Muhammad Hassan says that a Muslim is not even permitted to smile at a non-Muslim. However, a fatwa from Islam Q&A, although warning Muslims against taking unbelievers as "sincere friends" does permit infidels to be dealt with "in a kind manner in the hope that they might become Muslim." (Of course, the same site also encourages Muslims to "stop keeping company with Christians and replace them with Muslim friends").

The book, al-Wala' wa'l-Bara' by Shaykh Muhammad Saeed al-Qahtani, lists 20 "types of alliances" with unbelievers that are forbidden to Muslims. These include "taking the disbelievers as friends," "trusting the disbelievers," "drawing near" to them and even living among them.

Some Muslims are embarrassed by verse 5:51 and have gone to elaborate lengths to modify its intent by interpreting the word 'friend' as "guardian" or "protector" - which are just two of several legitimate translations of the Arabic word. According to these apologists, the verse is referring to a Muslim's allegiance to a non-Muslim government (which is not all that comforting either).

However, the word awliyaa is used in verse 5:51 instead of other words that would be more direct if the meaning were "protector" - such as hamin. In fact, the politically correct translations that do use the word "protector" turn right around and use the word "friend" in other places for the same Arabic word - such as in verse 10:62.

In fact, it is verse 10:62 which proves that the word awliyaa truly means "friend" in the Quran and not "guardian" because it refers to associates of Allah (translated "friends of Allah"). If the word meant "guardian" then it would mean that Allah has guardians, which is blasphemy.

Apologists sometimes point to verse 60:8-9 which says that Allah doesn't necessarily forbid showing kindness to unbelievers, but to shun the ones "who warred against you on account of religion and have driven you out from your homes and helped to drive you out." This is an obvious reference to the Meccans, whose leaders expelled Muhammad and his handful of followers from Mecca (following his declaration of war against them). The verse was narrated shortly after their arrival in Medina, when it was necessary for the numerically disadvantaged Muslims to build alliances with non-Muslims in order to survive. The verses quoted above from Suras 9 and 5 are narrated at a much later, when Muslims had power. The verses expand the scope of unfriendliness to include anyone who is not Muslim.

Modern apologists such as Jamal Badawi try to cloud the straightforward interpretation of verse 5:51 by pointing out that Muslims are allowed to take non-Muslims as marriage partners, thus implying friendship. In fact, verse 2:221 explicitly forbids Muslims from marrying unbelievers, even though verse 5:5 allows it (Allah's change of mind corresponded somewhat curiously with Muhammad's own desire to marry a non-Muslim woman). Yusuf Ali reconciles the contradiction by saying that non-Muslims wives are "expected" to become Muslim.

In any event, only Muslim men are allowed to marry outside the faith. The women they marry relinquish control over their own lives, even to the extent that they cannot raise their own children in their own faith. All children must be raised Muslim. The non-Muslim woman also agrees to a lifetime of sexual servitude, and may be beaten if she does not submit.

This certainly doesn't sound like friendship to the rest of us. If your local Muslim cheerleader tries to pretend otherwise, then simply ask if a non-Muslim man may enter into this sort of "friendship" with a Muslim woman... then sit back and watch the backpedaling.

On the whole, Islam is very clear in teaching that there is no equality between believers and unbelievers, and hence no basis for a relationship of peers. Those who do not profess Muhammad are intended to exist in subjugation to those who do, then spend eternity in Hell. This does not preclude Muslims from acting friendly toward others, of course, but this does not constitute friendship as it is generally understood in the modern world.

TheReligionofPeace.com Home Page
© 2006 - 2015 TheReligionofPeace.com. All rights reserved.

The Quran, the Bible, and the Islamic Dilemma

Read Quran 3: 3-4

http://www.answeringmuslims.com
The Quran affirms the inspiration, preservation, and authority of the Christian scriptures (including the Torah and the Gospel). Yet the Quran contradicts the Christian scriptures on fundamental doctrines (e.g., Jesus' death, resurrection, and deity). By affirming scriptures that contradict Islam, the Quran self-destructs.
 

3:3
Sahih International
He has sent down upon you, [O Muhammad], the Book in truth, confirming what was before it. And He revealed the Torah and the Gospel.



3:4

3:4
Sahih International
Before, as guidance for the people. And He revealed the Qur'an. Indeed, those who disbelieve in the verses of Allah will have a severe punishment, and Allah is exalted in Might, the Owner of Retribution.
 

 

18:27

18:27
Sahih International
And recite, [O Muhammad], what has been revealed to you of the Book of your Lord. There is no changer of His words, and never will you find in other than Him a refuge.


 

7:157

7:157
Sahih International
Those who follow the Messenger (YESHUA), the unlettered prophet, whom they find written in what they have of the Torah and the Gospelwho enjoins upon them what is right and forbids them what is wrong and makes lawful for them the good things and prohibits for them the evil and relieves them of their burden and the shackles which were upon them. So they who have believed in him, honored him, supported him and followed the light which was sent down with him it is those who will be the successful.

 

5:47

5:47
Sahih International
And let the People of the Gospel judge by what Allah (YHWH) has revealed therein. And whoever does not judge by what Allah (YHWH) has revealed - then it is those who are the defiantly disobedient.

 

5:68

5:68
Sahih International
Say, "O People of the Scripture (The Book), you are [standing] on nothing until you uphold [the law of] the Torah, the Gospel, and what has been revealed to you from your Lord (YHWH)." And that which has been revealed to you from your Lord (YHWH) will surely increase many of them in transgression and disbelief. So do not grieve over the disbelieving people.

 

10:94

10:94
Sahih International
So if you are in doubt, [O Muhammad], about that which We have revealed to you, then ask those who have been reading the Scripture (The Book) before you. The truth has certainly come to you from your Lord (YHWH), so never be among the doubters.



In de Bijbel komt de term Joden pas in 2 Koningen 16 voor. 

Genesis 49 
28 Al deze stammen van Israël zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.

Exodus 24
4 Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël.

Exodus 28,21
21 En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen der zonen van Israël, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn.

Exodus 39 
14 Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israël, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.

Jozua 3
12 Nu dan, neemt gijlieden u twaalf mannen uit de stammen Israëls, uit iederen stam een man;

Jozua: 4
8 De kinderen Israëls nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israëls; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.

1 Kon 18 
31 En Elía nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israël zal uw naam zijn.

Ezra 6
17 En zij offerden, ter inwijding van dit huis Gods, honderd runderen, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren en twaalf geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israël, naar het getal der stammen Israëls.

Ezechiel 47 
13 Alzo zegt de Heere HEERE: Dit zal de landpale zijn, naar dewelke gij het land ten erve zult nemen, naar de twaalf stammen Israëls: Jozef twee snoeren.

Jakobus 1
1 Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.

Handelingen 8

Het Evangelie in Samaría
En Saulus had mede een welbehagen aan zijn dood. En er werd te dien dage een grote vervolging tegen de Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij werden allen verstrooid door de landen van Judéa en Samaría, behalve de apostelen.

1 Petrus 1

Opschrift en heilbede
Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, verstrooid in Pontus, Galátië, Kappadócië, Azië en Bithynië,

1 Thessalonicenzen 2

14 Want u, broeders, bent navolgers geworden van de gemeenten van God die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers als zij van de Joden,
15 die zowel de Heere Jezus als  hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind.
16 Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat vanhun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.



 

1 Korinthe 1

De wijsheid van de wereld en van God
18 Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God.
19 Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik teniet doen.
20 Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt?
21 Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven.
22 Immers, de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid;
23 wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid.
24 Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Griekenprediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.
25 Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
26 Let namelijk op uw roeping, broeders: er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken.
27 Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.
28 En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen,
29 opdat geen vlees voor Hem zou roemen.
30 Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing,
31 opdat het zal zijn zoals geschreven staat:  Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.
 
 

Zacharía 11

Straf der onboetvaardigen
Doe uw deuren open, o Libanon! opdat het vuur uw cederen vertere.
Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! dewijl het sterke woud nedergevallen is.
Er is een stem des gehuils der herderen, dewijl hun heerlijkheid verwoest is; een stem des gebruls der jonge leeuwen, dewijl de hoogmoed van de Jordaan verwoest is.
Alzo zegt de HEERE, mijn God: Weidt deze slachtschapen,
Welker bezitters hen doden, en houden het voor geen schuld; en een ieder dergenen, die ze verkopen, zegt: Geloofd zij de HEERE, dat ik rijk geworden ben; en niemand van degenen, die ze weiden, verschoont ze.
Zekerlijk, Ik zal niet meer de inwoners dezes lands verschonen, spreekt de HEERE; maar ziet, Ik zal de mensen overleveren, elkeen in de hand zijns naasten, en in de hand zijns konings, en zij zullen dit land te morzel slaan, en Ik zal ze uit hun hand niet verlossen.
Dies heb Ik deze slachtschapen geweid, dewijl zij ellendige schapen zijn; en Ik heb Mij genomen twee stokken, den een heb Ik genoemd LIEFELIJKHEID, en den anderen heb Ik genoemd SAMENBINDERS; en Ik heb die schapen geweid.
En Ik heb drie herders in één maand afgesneden; want Mijn ziel was over hen verdrietig geworden, en ook had hun ziel een walg van Mij.
En Ik zeide: Ik zal ulieden niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de een des anderen vlees verslinden.
10 En Ik nam Mijn stok LIEFELIJKHEID, en Ik verbrak denzelven, te niet doende Mijn verbond, hetwelk Ik met al deze volken gemaakt had.
11 Dus werd het te dien dage vernietigd, en alzo hebben de ellendigen onder de schapen, die op Mij wachtten, bekend, dat het des HEEREN woord was.
12 Want Ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt Mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben Mijn loon gewogen, dertig zilverlingen.
13 Doch de HEERE zeide tot Mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien Ik waard geacht ben geweest van hen! En Ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des HEEREN, voor den pottenbakker.
14 Toen verbrak Ik Mijn tweeden stok, SAMENBINDERS, te niet doende de broederschap tussen Juda en tussen Israël.
15 Verder zeide de HEERE tot Mij: Neem u nog eens dwazen herders gereedschap.
16 Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en derzelver klauwen zal hij verscheuren.
17 Wee den nietigen herder, den verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm zijn, en over zijn rechteroog; zijn arm zal ten enenmale verdorren, en zijn rechteroog zal ten enenmale donker worden.

Jeremía 23

Wee over de slechte herders
Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.
Daarom zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van de herderen, die Mijn volk weiden: Gijlieden hebt Mijn schapen verstrooid, en hebt ze verdreven, en hebt ze niet bezocht; ziet, Ik zal over u bezoeken de boosheid uwer handelingen, spreekt de HEERE.
En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen.
En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de HEERE.
De Spruit van David
Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige SPRUIT zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd.
Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israëls heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land.
Bestraffing der valse profeten
Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid.
10 Want het land is vol overspelers, want het land treurt vanwege den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht.
11 Want beiden profeten en priesters zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vind Ik hun boosheid, spreekt de HEERE.
12 Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE.
13 Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baäl, profeteerden, en Mijn volk Israël verleidden.
14 Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sódom, en haar inwoners als Gomórra.
15 Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.
16 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.
17 Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De HEERE heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen.
18 Want wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord?
19 Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.
20 Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten.
21 Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.
22 Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen.
23 Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?
24 Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.
25 Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd.
26 Hoe lang? Is er dan een droom in het hart der profeten, die de leugen profeteren? Ja, het zijn profeten van huns harten bedriegerij.
27 Die daar denken om Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten, door hun dromen, die zij, een ieder zijn naaste, vertellen; gelijk als hun vaders Mijn Naam vergeten hebben door Baäl.
28 De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.
29 Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?
30 Daarom, ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die Mijn woorden stelen, een ieder van zijn naaste;
31 Ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die hun tong nemen, en spreken: Hij heeft het gesproken;
32 Ziet, Ik wil aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de HEERE, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de HEERE.
33 Wanneer dan dit volk, of een profeet, of priester u vragen zal, zeggende: Wat is des HEEREN last? Zo zult gij tot hen zeggen: Wat last? Dat Ik ulieden verlaten zal, spreekt de HEERE.
34 En aangaande den profeet, of den priester, of het volk, dat zeggen zal: Des HEEREN last; dat Ik bezoeking zal doen over dien man en over zijn huis.
35 Aldus zult gijlieden zeggen, een iegelijk tot zijn naaste, en een iegelijk tot zijn broeder: Wat heeft de HEERE geantwoord, en wat heeft de HEERE gesproken?
36 Maar des HEEREN last zult gij niet meer gedenken; want een iegelijk zal zijn eigen woord een last zijn, dewijl gij verkeert de woorden van den levenden God, den HEERE der heirscharen, onzen God.
37 Aldus zult gij zeggen tot den profeet: Wat heeft u de HEERE geantwoord en wat heeft de HEERE gesproken?
38 Maar dewijl gij zegt: Des HEEREN last; daarom, zo zegt de HEERE: Omdat gij dit woord zegt: Des HEEREN last, daar Ik tot u gezonden heb, zeggende: Gij zult niet zeggen: Des HEEREN last;
39 Daarom, ziet, Ik zal u ook ganselijk vergeten, en u, mitsgaders de stad, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, van Mijn aangezicht laten varen.
40 En Ik zal u eeuwige smaadheid aandoen, en eeuwige schande, die niet zal worden vergeten.

Ezechiël 34

Profetie tegen de ontrouwe herders van Gods volk
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israëls, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?
Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.
De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardigheid.
Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren.
Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.
Daarom, gij herders! hoort des HEEREN woord!
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet;
Daarom, gij herders! hoort des HEEREN woord!
10 Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn.
11 Want zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken.
12 Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid.
13 En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israëls, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands.
14 Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israëls zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israëls.
15 Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE.
16 Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel.
17 Want gij, o Mijn schapen! de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken.
18 Is het u te weinig, dat gij de goede weide afweidt? Zult gij nog het overige uwer weide met uw voeten vertreden? En zult gij de bezonkene wateren drinken, en de overgelatene met uw voeten vermodderen?
19 Mijn schapen dan, zullen zij afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is?
Belofte van den enigen rechten Herder
20 Daarom zegt de Heere HEERE alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee.
21 Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt;
22 Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee.
23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.
24 En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken.
25 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.
26 Want Ik zal dezelve, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal den plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.
27 En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.
28 En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.
29 En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.
30 Maar zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis Israëls, spreekt de Heere HEERE.
31 Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide! gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.

Johannes 10

Gelijkenis van den goeden Herder
Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen.
Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.
En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.
Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden; overmits zij de stem des vreemden niet kennen.
Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus dan zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de Deur der schapen.
Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord.
Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.
10 De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben.
11 Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
12 Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen.
13 En de huurling vliedt, overmits hij een huurling is, en heeft geen zorg voor de schapen.
14 Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend.
15 Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen.
16 Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, en één Herder.
17 Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme.
18 Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
19 Er werd dan wederom tweedracht onder de Joden, om dezer woorden wil.
20 En velen van hen zeiden: Hij heeft den duivel, en is uitzinnig; wat hoort gij Hem?
21 Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?
Jezus op het feest der tempelwijding (chanoeka)
22 En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.
23 En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Sálomo.
24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit.
25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij.
26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.
27 Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.
28 En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
29 Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.
30 Ik en de Vader zijn één.
31 De Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen.
32 Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele treffelijke werken getoond van Mijn Vader; om welk werk van die stenigt gij Mij?
33 De Joden antwoordden Hem, zeggende: Wij stenigen U niet over enig goed werk, maar over gods lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt.
34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?
35 Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;
36 Zegt gijlieden tot Mij, Dien de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert God; omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?
37 Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet;
38 Maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken; opdat gij moogt bekennen en geloven, dat de Vader in Mij is, en Ik in Hem.
39 Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.
40 En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.
41 En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.
42 En velen geloofden aldaar in Hem.

Ezechiël 37

Israëls opstanding en hereniging. Het gezicht der beenderen
De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.
En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.
En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!
Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.
Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.
En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.
En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen.
En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.
10 En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.
11 Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.
12 Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.
13 En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!
14 En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
15 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
16 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen.
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot één worden in uw hand.
18 En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand.
20 De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hun lieder ogen.
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen één Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
27 En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
28 En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israël heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.

1 Kronieken 23

31 En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN;
32 En dat zij de wacht van de tent der samenkomst zouden waarnemen, en de wacht des heiligdoms, en de wacht der zonen van Aäron, hun broederen, in den dienst van het huis des HEEREN.

Nehemía 10

Vernieuwing van het verbond met God
28 En het overige des volks, de priesteren, de Levieten, de poortiers, de zangers, de Nethínim, en al wie zich van de volken der landen had afgescheiden tot Gods wet, hun vrouwen, hun zonen en hun dochteren, al wie wetenschap en verstand had;
29 Die hielden zich aan hun broederen, hun voortreffelijken, en kwamen in den vloek en in den eed, dat zij zouden wandelen in de wet Gods, die gegeven is door de hand van den knecht Gods, Mozes; en dat zij zouden houden, en dat zij zouden doen al de geboden des HEEREN, onzes Heeren, en Zijn rechten en Zijn inzettingen;
30 En dat wij onze dochteren niet zouden geven aan de volken des lands, noch hun dochteren nemen voor onze zonen.
31 Ook als de volken des lands waren en alle koren op den sabbatdag ten verkoop brengen, dat wij op den sabbat, of op eenanderen heiligen dag van hen niet zouden nemen; en dat wij het zevende jaar zouden vrij laten, mitsgaders allerhande bezwaarnis.
32 Voorts zetten wij ons geboden op, ons opleggende een derde deel van een sikkel in het jaar, tot den dienst van het huis onzes Gods;
33 Tot het brood der toerichting, en het gedurig spijsoffer, en tot het gedurig brandoffer, der sabbatten, der nieuwe maanden, tot de gezette hoogtijden, en tot de heilige dingen, en tot de zondofferen, om verzoening te doen over Israël; en tot alle werk van het huis onzes Gods.
34 Ook wierpen wij de loten, onder de priesters, de Levieten en het volk, over het offer van het hout, dat men brengen zou ten huize onzes Gods, naar het huis onzer vaderen, op bestemde tijden, jaar op jaar, om te branden op het altaar des HEEREN, onzes Gods, gelijk het in de wet geschreven is;
35 Dat wij ook de eerstelingen onzes lands en de eerstelingen van alle vrucht van al het geboomte, jaar op jaar, zouden brengen ten huize des HEEREN;
36 En de eerstgeborenen onzer zonen en onzer beesten, gelijk het in de wet geschreven is; en dat wij de eerstgeborenen onzer runderen en onzer schapen zouden brengen ten huize onzes Gods, tot de priesteren, die in het huis onzes Gods dienen.
37 En dat wij de eerstelingen onzes deegs, en onze hefofferen, en de vrucht aller bomen, most en olie, zouden brengen tot de priesteren, in de kameren van het huis onzes Gods, en de tienden onzes lands tot de Levieten; en dat dezelfde Levieten de tienden zouden hebben in alle steden onzer landbouwerij;
38 En dat er een priester, een zoon van Aäron, bij de Levieten zou zijn, als de Levieten de tienden ontvangen; en dat de Levieten de tienden der tienden zouden opbrengen ten huize onzes Gods, in de kameren van het schathuis.
39 Want de kinderen Israëls en de kinderen van Levi moeten hefoffer van koren, most en olie in die kameren brengen, omdat aldaar de vaten des heiligdoms zijn, en de priesteren, die dienen, en de poortiers, en de zangers; dat wij alzo het huis onzes Gods niet zouden verlaten.

2 Kronieken 31

Ook het deel des konings van zijn have tot de brandofferen, tot de brandofferen des morgens en des avonds, en de brandofferen der sabbatten, en der nieuwe maanden, en der gezette hoogtijden; gelijk geschreven is in de wet des HEEREN.

Jesaja 1

DE PROFEET JESAJA
Oordeel over het zondige volk Israël
Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkía, de koningen van Juda.
Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden.
Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.
Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen! Zij hebben den HEERE verlaten, zij hebben den Heilige Israëls gelasterd, zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts.
Waartoe zoudt gij meer geslagen worden? Gij zoudt des afvals des te meer maken; het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat.
Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.
Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden.
En de dochter van Sion is overgebleven als een hutje in den wijngaard, als een nachthutje in den komkommerhof, als een belegerde stad.
Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sódom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomórra gelijk zijn geworden.
Opwekking tot waarachtige bekering
10 Hoort des HEEREN woord, gij oversten van Sódom! neemt ter ore de wet onzes Gods, gij volk van Gomórra!
11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.
12 Wanneer gijlieden voor Mijn aangezicht komt te verschijnen, wie heeft zulks van uw hand geëist, dat gij Mijn voorhoven betreden zoudt?
13 Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.
14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.
15 En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet;want uw handen zijn vol bloed.
16 Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.
17 Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.
18 Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.
19 Indien gijlieden willig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten;
20 Maar indien gij weigert, en wederspannig zijt, zo zult gij van het zwaard gegeten worden; want de mond des HEEREN heefthet gesproken.
21 Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden! Zij was vol recht, gerechtigheid herbergde daarin, maar nu doodslagers.
22 Uw zilver is geworden tot schuim; uw wijn is vermengd met water.
23 Uw vorsten zijn afvalligen, en metgezellen der dieven, een ieder van hen heeft de geschenken lief, en zij jagen de vergeldingen na; den wezen doen zij geen recht, en de twistzaak der weduwe komt voor hen niet.
24 Daarom spreekt de Heere, HEERE der heirscharen, de Machtige Israëls: O wee! Ik zal Mij troosten van Mijn wederpartijders. Ik zal Mij wreken van Mijn vijanden.
25 En Ik zal Mijn hand tegen u keren, en Ik zal uw schuim op het allerreinste afzuiveren, en Ik zal al uw tin wegnemen.
26 En Ik zal u uw rechters wedergeven, als in het eerste, en uw raadslieden als in den beginne; daarna zult gij een stad der gerechtigheid, een getrouwe stad, genoemd worden.
27 Sion zal door recht verlost worden, en haar wederkerenden door gerechtigheid.
28 Maar er zal verbreking zijn der overtreders, en der zondaars te zamen; en die den HEERE verlaten, zullen omkomen.
29 Want zij zullen beschaamd worden om der eiken wil, die gijlieden begeerd hebt, en gij zult schaamrood worden, om der hoven wil, die gij verkoren hebt.
30 Want gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water heeft.
31 En de sterke zal wezen tot grof vlas, en zijn werkmeester tot een vonk, en zij zullen beiden te zamen branden, en er zal geen uitblusser wezen.

Hoséa 2

Het verbond Gods met Israël verbroken en daarna hernieuwd
1 Twist tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.
Opdat Ik ze niet naakt uitstrope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd; ja, make ze als een woestijn, en zette ze als een dor land, en dode ze door dorst;
En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
Want hunlieder moeder hoereert, die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.
Daarom, ziet, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.
En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.
Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baäl gebruikt hebben.
Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.
En nu zal Ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen harer boelen; en niemand zal haar uit Mijn hand verlossen.
10 En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.
11 En Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom, waarvan zij zegt: Deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn boelen gegeven hebben; maar Ik zal ze stellen tot een woud, en het wild gedierte des velds zal ze vreten.
12 En Ik zal over haar bezoeken de dagen des Baäls, waarin zij dien gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.
13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.
15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baäl!
16 En Ik zal de namen der Baäls van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.
17 En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen.
18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.
19 En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.
20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren.
21 En de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreël verhoren.
22 En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Rucháma; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!

Hoséa 5

De vorsten en priesters van Juda bestraft en tot bekering geroepen
Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israëls! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.
En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.
Ik ken Efraïm, en Israël is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraïm! nu hoereert, en Israël verontreinigd is.
Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.
Dies zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.
Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.
Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.
Blaast de bazuin te Gíbea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!
Efraïm zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israëls heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.
10 De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.
11 Efraïm is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.
12 Daarom zal Ik Efraïm zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.
13 Als Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.
14 Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn.
15 Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.

 


Openbaring 2

1 Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechter hand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt:

2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen (Paus) zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden;

3 En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden.

4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.

5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.

6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaieten haat, welke Ik ook haat.

7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

8 En schrijf aan den engel der Gemeente van die van Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en weder levend is geworden:

9 Ik weet uw werken, en verdrukking, en armoede (doch gij zijt rijk), en de lastering dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar zijn een synagoge des satans.

10 Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

11 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden.

12 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pergamus is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft:

13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, daar de satan woont.

14 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.

15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaieten houden; hetwelk Ik haat.

16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.

17 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

18 En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.

20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zich zelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.

21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.

22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.

24 Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;

25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.

26 En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.

28 En Ik zal hem de morgenster geven.

29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Openbaring 3

1 En schrijf aan den engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.

2 Zijt wakende, en versterk het overige, dat sterven zou; want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God.

3 Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.

4 Doch gij hebt enige weinige namen ook te Sardis, die hun klederen niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, overmits zij het waardig zijn.

5 Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

6 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

7 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:

8 Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.

9 Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.

10 Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.

11 Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.

12 Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.

13 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

14 En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!

16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.

17 Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.

18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

21 Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

22 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.



THE SMOKING GUN!

 

 

NY TIMES HEADLINE: OCTOBER 6, 1940

 'NEW WORLD ORDER PLEDGED TO JEWS'

 

From opening paragraph:

"....Arthur Greenwood member without portfolio in the British War Cabinet, assured the Jews of the United States that when victory was achieved an effort would be made to found a New World Order..."


THE SETTING:

Germany is in total control of the European war situation. The French have signed an armistice with Germany and are out of the war. The British army has been forced to evacuate the continent at Dunkirk (Hitler had graciously allowed them to escape). The Soviets and Americans are not in the war, and Hitler has a very generous peace offer on the table for Britain.

As they had during their losing days of World War I, British politicians reach out to international Jewry for help in inducing America into the war. During World War I, Britain's 'Balfour Declaration' promised Palestine to the Jews in exchange for bringing about U.S. entry. Now, 'Lord Arthur Greenwood's Declaration' is offering them THE WORLD!

Note one of Greenwood's amazingly prophetic statements contained in the article below, 'When we have achieved victory, and we assuredly shall..."

But there is absolutely no chance of British victory unless the U.S. can be dragged into the conflict. Therefore, Greenwood must already know that the U.S. will enter the war (which it does 14 months later). This official promise of a 'New World Order' is clearly intended to further encourage American Jewish support for entering the war.

Greenwood promises: "In the rebuilding of civilized society after the war, there should and will be a real opportunity for Jews everywhere to make a distinctive and constructive contribution." 

In other words, Lord Greenwood is saying: "Get America in and we'll give you all of Europe after the war!"  Greenwood's imperialist 'dance with the Devil' will prove fatal. After the war, Britain would end up broke and lose control of her own Empire to the Marxist Jews as well.

 

War Cabinet member Arthur Greenwood





99 Degree's of MaSonic POWER, Lies and Control
Jew World Order Exposed


Messianic Jews Win Citizenship Victory in Israel

Supreme Court rules Messianic believers must be granted citizenship rights in many cases.
 

For decades, Israel has made it next to impossible for immigrant Messianic Jews, who affirm belief in Jesus as Messiah, to become citizens of Israel. Often, if Messianic believers disclosed their faith in 'Yeshua,' the name they use for Jesus, government authorities would reject their citizenship application.

But last week, the Supreme Court of Israel, ruled on a case involved 12 Messianic Jews who sued the government Ministry of the Interior for their legal 'right of return' (and then to become citizens of Israel).

The court in its ruling said:

The parties have submitted to us the following notification:

"In their notification dated 13.04.08 the Respondents declared, that the fact that a person is a "Messianic Jew" has no bearing on an application according to Sec. 7 of the Law of Citizenship, as well as an application according to Sec. 4(A)(a) of the Law of Return (as long as the person applying according the abovementioned section of the Law of Return is not considered to be Jewish, as described in section 4B of the Law of Return).

The Respondents declare that in accordance with their notification they will process the applications of all Petitioners as soon as possible, as well as the application of Alvetina Zibareva, and Valentina Zibareva who requested to join the petition on 01.04.08 to the extent that their request is similar.

Due to these circumstances the representatives of the Petitioners requested to remove the petition without a ruling regarding court costs.

The Petition is removed by consent as aforesaid.

One blogger explains the ruling this way:

I received a communication today that clarifies the settlement reached yesterday in Israel...

The ruling would not cover all Messianic Jews, but would cover many of them: If a person was not a Jew previously (religious definition) but is a descendant of Jews, then they can make aliyah (citizenship) without discrimination for their current faith in Yeshua.

According to CBN:

"This is yet another battle won in our war to establish equality in Israel for the Messianic Jewish community just like every other legitimate stream of faith within the Jewish world," said Calev Myers, founder and chief counsel of the Jerusalem Institute of Justice.

Messianic belivers in Israel were wondering whether the recent bomb attack on Ami Ortiz, the son of Messianic pastor, had any influence on the court's ruling. Ortiz was severely injured in the incident and is expected to be in recovery for months to come.

RELATED TOPICS:Middle East
POSTED:April 21, 2008 at 5:32PM
Gleanings aggregates what others are reporting. Learn more.








Welkom / This site is always under construction
Torah, Wet, Instructies, Geboden
Feesten van YHWH
Dagelijks Woord
Afgoden feesten
Mijn nieuws kanalen